Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:6581

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
18-07-2018
Datum publicatie
09-08-2018
Zaaknummer
C/10/543172 / HA ZA 18-68
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aansprakelijkheid bij sloopwerkzaamheden appartement. Beroep op identiteitsverschil gaat niet op.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/543172 / HA ZA 18-68

Vonnis in verzet van 18 juli 2018

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

gedaagde in het verzet,

advocaat mr. S.A. Wensing te Coevorden,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE WONINGWACHTER NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

eiseres in het verzet,

advocaat mr. P.C.M. Ouwens te Spijkenisse.

Partijen zullen hierna [eiser] en De Woningwachter Nederland genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het vonnis in incident van 21 maart 2018, waarbij aan De Woningwachter Nederland is toegestaan om Allianz Benelux B.V. in vrijwaring te dagvaarden;

- het afschrift van het exploot van oproeping van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DWW Wonen B.V. van 18 mei 2018;

- de tijdig voor de zitting aan de rechtbank en de Woningwachter Nederland B.V. toegezonden akte wijziging eis van de zijde van [eiser] ;

- het B16-formulier van mr. Ouwens van 1 juni 2018 waarin hij mededeelt “Hierbij onttrekt mr. Ouwens zich om moverende redenen als advocaat van de Woningwachter Nederland B.V.”.

- het proces-verbaal van de op 4 juni 2018 gehouden comparitie van partijen,

- de fax van mr. Ouwens van 3 juli 2018, waarin hij mededeelt: “Naar aanleiding van het proces-verbaal van 4 juni 2018 bericht ik u dat ik de griffier niet op 4 juni 2018 heb gesproken en aan mij geen telefonisch bericht is achtergelaten dat de brief (het B16-formulier) niet voldoet aan de vereisten voor onttrekking en dat de comparitie gewoon doorgang zal vinden. Op dit punt is het proces-verbaal niet juist.”.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

In of omstreeks juni 2016 zijn in opdracht van [eiser] sloopwerkzaamheden uitgevoerd aan het appartement van [eiser] . Op 17 juni 2016 heeft de besloten vennootschap De Woningwachter B.V. (hierna verder: “De Woningwachter”) hiervoor een factuur gestuurd aan [eiser] . Onderaan deze factuur is voor zover van belang vermeld:
De Woningwachter B.V.
[adres]

[telefoonnummer]
[e-mail adres]
[website]
[kvk-nummer] (…)”.

[eiser] heeft deze factuur voldaan.

2.2.

In november 2016 klaagt [eiser] , onder meer door het sturen van een e-mail op 21 november 2016 aan [e-mail adres] , dat zijn ruiten door de werkzaamheden zijn beschadigd.

2.3.

Op 5 december 2016 ontvangt [eiser] als antwoord hierop een e-mail van [persoon 1] vanaf hetzelfde e-mailadres [e-mail adres] . Onderaan deze e-mail staan de naam en gegevens van De Woningwachter. In deze e-mail staat:
(…) In uw e-mail geeft u aan dat er ruitschade is ontstaan tijdens het uitvoeren van werkzaamheden. Dit vinden wij heel spijtig te horen.
Graag zoeken wij graag met u, naar de beste oplossing. Voor het vervangen van de ruit zijn er 2 mogelijkheden.
1. U neemt zelf contact op met een glaszetter voor vervanging voor de ruit. Wanneer u voor de laatste optie kiest zien wij graag de factuur tegemoet.
2. Wij kunnen ook voor de vervanging zorgen. Wij zorgen voor de afspraak met de glaszetter om de ruit in te meten en te vervangen, wij zorgen dan zelf voor de afhandeling met de verzekering.
Kunt u contact met ons opnemen zodat wij de mogelijkheden kunnen bespreken?

2.4.

Op 4 april 2017 is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel de (op 3 april 2017 opgerichte) besloten vennootschap De Woningwachter Nederland, tevens handelend onder de naam “De Woningwachter”, onder het nummer [kvk-nummer] . Dit is de gedaagde partij De Woningwachter Nederland.

2.5.

Uit een uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel blijkt dat op 18 april 2017 de statutaire naam van De Woningwachter, de besloten vennootschap met nummer [kvk-nummer] , is gewijzigd in DWW Wonen B.V.

2.6.

Op 25 april 2017 stuurt [eiser] een e-mail aan [e-mail adres] , waarin hij bericht dat hij binnen tien dagen concrete stappen verwacht en dat hij zich anders genoodzaakt ziet juridische stappen te zetten. In daaropvolgende correspondentie ontvangt [eiser] het volgende bericht:

Naar aanleiding van uw e-mail hadden wij beloofd hierop terug te komen. Wij hebben overleg gehad met onze verzekeraar. De regelgeving in geval van schade is als volgt:

U meldt de schade aan bij uw eigen verzekeraar (…) of uw verzekering (…) hiervoor verzekerd is. (…) Zo nee, dan zien wij graag een afwijzingsbrief van de verzekeraar alsook de aansprakelijkstelling. Hierna zullen wij de schade bij onze verzekeraar aanmelden en het traject tot herstel inzetten.

2.7.

Op 5 mei 2017 stuurt [eiser] een e-mail aan [e-mail adres] met de afwijzing van de verzekeringen van de VvE en hemzelf. Op 8 mei 2017 ontvangt hij hierop een reactie van [persoon 1] vanaf weer hetzelfde e-mailadres [e-mail adres] . In deze e-mail is vermeld:

Hartelijk dank voor het toezenden van de diverse stukken. Wij informeren u zo snel mogelijk over de vervolgstappen die zijn genomen.

Onder aan deze e-mail is vermeld:

De Woningwachter Nederland B.V.

[adres]

[telefoonnummer]
[e-mail adres]
[website] (…)

2.8.

Bij brief van 16 juni 2017 wendt de advocaat van [eiser] zich tot De Woningwachter Nederland. De advocaat reageert op de e-mail van 8 mei 2017. In de brief van 16 juni 2017 is vermeld:

Wel heeft u toegezegd cliënt spoedig nader te informeren over de afwikkeling van de aansprakelijkstelling. Gelet op uw houding in deze stel ik u namens cliënt voor zover nog nodig in gebreke en aansprakelijk voor alle geleden en nog te lijden schade (…) Cliënt heeft mij reeds opdracht gegeven om gerechtelijke stappen te ondernemen. Ik stel u nog eenmaal in de gelegenheid om dit te voorkomen.

2.9.

Op 18 oktober 2017 ontvangt de advocaat van [eiser] een e-mail van [persoon 2] , vanaf het e-mailadres [e-mail adres] In deze e-mail staat:

Hierbij ontvangt u nogmaals de offerte voor herstel van de beglazing. Uiteraard zijn wij verzekerd en kunnen dit op onze beroepsaansprakelijkheidsverzekering verhalen. (…)

Onder aan deze e-mail is De Woningwachter Nederland vermeld en verder dezelfde gegevens als in de eerdere e-mailwisselingen.

2.10.

Op 20 oktober 2017 stuurt de advocaat van [eiser] in de ochtend een e-mail aan [persoon 2] , waarin de advocaat schrijft dat het onbegrijpelijk is dat de klachten nog steeds niet zijn verholpen. Op diezelfde dag stuurt de advocaat een brief aan [persoon 2] , waarin een telefonisch contact van die dag wordt bevestigd. In de brief is vermeld:

U heeft mij verzekerd tot uitkering van de schade over te gaan. De bevestiging zal ik uiterlijk 24 oktober 2017 van u ontvangen. Eerder bood uw cliënt de optie aan om een vervangende schadevergoeding te accepteren. Ik heb u medegedeeld dat cliënt deze optie aanvaard. U heeft mij een offerte toegezonden met daarin opgenomen een schadeberekening van 32.000 euro. Ik ga er vanuit dat dit schadebedrag uiterlijk 24 oktober 2017 op de bij u bekend zijnde bankrekening van cliënt is bijgeschreven.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] heeft in de verstekprocedure, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, primair gevorderd dat De Woningwachter Nederland wordt veroordeeld tot betaling, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, van een geldsom van € 32.000,00 (zegge: tweeëndertigduizend euro) aan [eiser] , te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 5 mei 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening, althans een bedrag zoals de rechtbank in goede justitie moge behagen, subsidiair dat De Woningwachter Nederland wordt veroordeeld tot het herstellen van de schade toegebracht aan het raam, binnen 14 dagen na betekening van het te wijzen vonnis, althans binnen een termijn als bij dit vonnis in goede justitie te bepalen, op straffe van een dwangsom van € 5.000,00 voor iedere dag dat De Woningwachter Nederland in gebreke zal blijven, met een maximum van € 75.000,00 en verder dat De Woningwachter Nederland wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten.

3.2.

[eiser] heeft aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat De Woningwachter Nederland toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verbintenis en aansprakelijkheid heeft erkend.

3.3.

Bij verstekvonnis is de primaire vordering van [eiser] toegewezen, met veroordeling van De Woningwachter Nederland in de proceskosten, bepaald op € 980,31 aan verschotten en € 579,00 aan salaris advocaat.

3.4.

De Woningwachter Nederland vordert in het verzet – kort gezegd – het verstekvonnis uitvoerbaar bij voorraad te vernietigen, De Woningwachter Nederland te ontheffen van alle daarbij uitgesproken veroordelingen, de vorderingen van [eiser] alsnog af te wijzen, te bepalen dat [eiser] geen rechten aan het verstekvonnis kan ontlenen, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten.

3.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het verzet is tijdig en op de juiste wijze ingesteld, zodat De Woningwachter Nederland in zoverre in haar verzet kan worden ontvangen.

De oproeping van De Woningwachter en de eiswijziging van [eiser]

4.2.

heeft De Woningwachter (inmiddels: DWW Wonen) bij exploot van 18 mei 2018 opgeroepen om op maandag 4 juni 2018 te verschijnen bij de comparitie van partijen in het geding tussen [eiser] en De Woningwachter Nederland, om als gedaagde/opposante te worden betrokken en mondeling of schriftelijk te antwoorden op de eis en gronden, zoals genoemd in het procesdossier tussen [eiser] en De Woningwachter Nederland.

4.3.

Er heeft zich geen advocaat namens De Woningwachter gesteld en De Woningwachter is niet op de comparitie van partijen verschenen. Ter zitting is de oproeping van De Woningwachter besproken. De rechter heeft aan [eiser] voorgehouden dat deze wijze en termijn van oproeping in het huidige stadium van de procedure een juridisch en processueel twijfelgeval is, en dat ook wanneer de rechtbank daar welwillend naar zou kijken het oproepen van de derde in eerste instantie tot vertraging kan leiden en in latere instanties veel processuele complicaties kan opleveren. De rechtbank heeft [eiser] voorgehouden dat zij vonnis kan wijzen, indien de oproeping van de derde buiten beschouwing blijft. Met [eiser] is vervolgens afgesproken dat vonnis zal worden gewezen zonder dat verder gevolg behoeft te worden gegeven aan de oproeping van De Woningwachter. De oproeping van De Woningwachter en de daaraan verbonden akte eiswijziging van [eiser] blijven daarom buiten beschouwing. De rechtbank zal daarom recht doen op de eis zoals verwoord in de dagvaarding, zoals hiervoor vermeld onder 3.1.

Niet verschijnen De Woningwachter Nederland ter zitting

4.4.

Alvorens de stellingen van partijen inhoudelijk te behandelen, merkt de rechtbank op dat niemand namens De Woningwachter Nederland op de zitting van maandag 4 juni 2018 om 9.00 uur is verschenen. Mr. Ouwens heeft op vrijdag 1 juni 2018 om 16.57 uur per fax de rechtbank bericht dat hij zich als advocaat van De Woningwachter Nederland zal onttrekken. De griffier heeft op 4 juni 2018 rond 8.00 uur aan mr. Ouwens telefonisch (voicemail)bericht achtergelaten dat de brief niet voldoet aan de in het Landelijk Procesreglement gestelde vereisten voor onttrekking en dat de comparitie gewoon doorgang zal vinden. Mr. Ouwens heeft op 3 juli 2018 een fax gestuurd, waarin hij dit weerspreekt. Nu het achterlaten van het telefonisch bericht door de griffier is geschied in aanwezigheid van de rechter, heeft de rechtbank geen aanleiding te twijfelen of dit (op een deugdelijke wijze) is gebeurd. Of het bericht (tijdig) door mr. Ouwens is ontvangen, ligt – gelet op de korte tijdspanne waarin alles heeft plaatsgevonden – in de risicosfeer van hemzelf en van De Woningwachter Nederland. De Woningwachter Nederland was op de zitting niet vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte was om een feitelijke toelichting te geven.

Aansprakelijkheid van De Woningwachter Nederland

4.5.

De Woningwachter Nederland heeft in de verzetdagvaarding het volgende aangevoerd. [eiser] is niet-ontvankelijk, omdat de VvE de eis had moeten instellen. [eiser] heeft de verkeerde partij gedagvaard en De Woningwachter Nederland is niet aansprakelijk, omdat de sloopwerkzaamheden zijn uitgevoerd door De Woningwachter ( [kvk-nummer] ) en niet door De Woningwachter Nederland ( [kvk-nummer] ). Laatstgenoemde vennootschap is pas op 3 april 2017 opgericht, derhalve na uitvoering van de werkzaamheden in juni 2016. Het causaal verband tussen de uitgevoerde werkzaamheden en de schade ontbreekt en [eiser] heeft niet tijdig geklaagd. [eiser] heeft de schade pas vijf maanden na de door De Woningwachter uitgevoerde werkzaamheden gemeld en de schade kan ook zijn veroorzaakt door latere werkzaamheden die door derden zijn verricht. De Woningwachter Nederland heeft aangevoerd dat het aan [eiser] is om te bewijzen dat het raam niet was afgedekt. De Woningwachter Nederland heeft ook de omvang van de schade betwist. De offerte van Jansen Glas Hoogvliet B.V. is slechts een globale raming en [eiser] had zelf offertes voor reparatie moeten opvragen om de omvang van de schade vast te stellen.

4.6.

[eiser] heeft ter zitting verklaard dat niet de VvE, maar hij de opdracht tot uitvoeren van de sloopwerkzaamheden heeft gegeven. De VvE is op de hoogte van de procedure en is het er ook mee eens dat [eiser] , en niet de VvE, deze procedure voert. [eiser] heeft verder verklaard dat hij steeds contact heeft gehad met De Woningwachter Nederland en dat hij niet kon weten dat deze partij niet haar contractuele wederpartij was. De verandering van naam van De Woningwachter naar DWW Wonen, die kennelijk heeft plaatsgevonden, is hem nooit medegedeeld. De Woningwachter Nederland, die ook handelt onder de naam De Woningwachter, heeft expliciet aansprakelijkheid voor de schade erkend en vergoeding hiervan toegezegd. [eiser] heeft daarbij onder meer gewezen op de e-mail van De Woningwachter Nederland van 18 oktober 2017, waarin De Woningwachter Nederland heeft vermeld dat zij voor de schade van [eiser] is verzekerd en dat zij het kan verhalen op haar beroepsaansprakelijkheidsverzekering. [eiser] heeft verder aangevoerd dat als De Woningwachter Nederland niets met de zaak te maken had, zij dit in de buitengerechtelijke fase al duidelijk had moeten maken. Zij had dan moeten aangeven tot welke vennootschap [eiser] zich wel had moeten wenden. [eiser] mag niet de dupe worden van het gegoochel met namen. [eiser] heeft ter zitting verder verklaard dat de plek van de ingebrande spetters precies overeenkwam met de plaats waar de Woningwachter de binten met een slijptol heeft losgemaakt om de serre te slopen. Hij heeft dit niet direct na de door de Woningwachter uitgevoerde werkzaamheden ontdekt, omdat er toen nog steeds een verbouwing plaats vond en hij er nog niet woonde. Nadat de verbouwingen waren afgerond is [eiser] eind oktober of in november 2016 het appartement gaan betrekken. Op dat moment heeft hij de schade pas ontdekt en gemeld aan De Woningwachter.

4.7.

Uit de standpunten over en weer volgt dat niet, althans niet langer, in geschil is dat de overeenkomst voor het uitvoeren van de sloopwerkzaamheden tot stand is gekomen tussen [eiser] en De Woningwachter (inmiddels: DWW Wonen) en dat de werkzaamheden door De Woningwachter zijn uitgevoerd. Hoewel De Woningwachter geen partij is in deze procedure, ziet de rechtbank voorshands geen redenen om te betwijfelen dat zij jegens [eiser] aansprakelijk is voor de na de door De Woningwachter verrichte sloopwerkzaamheden aan zijn appartement. Het schadebeeld past bij de door De Woningwachter verrichte werkzaamheden met een slijptol nabij de ruiten. De onder 2.3 geciteerde correspondentie impliceert ook dat De Woningwachter zich aansprakelijk achtte voor de schade en deze wilde verhelpen of vergoeden.

4.8

Voor zover al niet moet worden geoordeeld De Woningwachter Nederland de schuld van De Woningwachter als eigen schuld heeft erkend, althans zich als medeschuldenaar heeft verbonden voor de schuld van De Woningwachter, althans bij [eiser] het gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt dat De Woningwachter Nederland zichzelf als schuldenaar beschouwde, is het onder de hierna te noemen omstandigheden van dit geval toch naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat De Woningwachter Nederland zich thans beroept op het identiteitsverschil tussen haar en De Woningwachter.

4.9.

[persoon 1] correspondeert tot 5 december 2016 namens De Woningwachter (inmiddels: DWW Wonen) met [eiser] . Vanaf enig moment (in ieder geval 8 mei 2017) correspondeert zij namens De Woningwachter Nederland. [persoon 1] correspondeert steeds vanaf hetzelfde e-mailadres en met dezelfde contactgegevens. Niet alleen De Woningwachter, maar ook De Woningwachter Nederland heeft steeds de indruk gewekt de aansprakelijkheid te erkennen en de schade bij haar verzekeraar aan te melden en het hersteltraject in te zetten, indien [eiser] verzekering de schade niet dekt. In de e-mail van 8 mei 2017 laat [persoon 1] namens De Woningwachter Nederland weten dat zij [eiser] zo snel mogelijk zal informeren over de vervolgstappen. In de e-mail van 18 oktober 2017 stuurt De Woningwachter Nederland ( [persoon 2] ) een offerte aan de advocaat van [eiser] , die betrekking heeft op de omvang van de schade. De Woningwachter Nederland meldt in de brief van 18 oktober 2018 dat (ook) zij is verzekerd en de schade kan verhalen op haar beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Uit de brief van 20 oktober 2018 van de advocaat van [eiser] blijkt dat De Woningwachter Nederland telefonisch nogmaals heeft bevestigd dat zij tot betaling zal overgaan.

4.10

De door De Woningwachter Nederland in de verzetdagvaarding voor het eerst genoemde verweren zijn in deze uitgebreide correspondentie op geen enkele manier aan de orde geweest. Gelet op de in de correspondentie besloten liggende erkenningen, het ontbreken van betwisting van eigen gebondenheid en van mededelingen over de identiteitsveranderingen kan aan [eiser] in deze procedure niet (meer) worden tegengeworpen dat De Woningwachter Nederland niet de juiste partij is.

Ontvankelijkheid

4.11.

Ook het verweer dat [eiser] niet ontvankelijk is, omdat niet [eiser] , maar de VvE de vordering had moeten instellen, stuit af op het voorgaande. Daarbij is nog van belang dat de vordering betrekking heeft op de rechtsverhouding tussen De Woningwachter en [eiser] . [eiser] heeft immers opdracht gegeven voor de sloopwerkzaamheden, bij de uitvoering waarvan de schade is ontstaan. De VvE heeft geen overeenkomst met De Woningwachter gesloten.

Causaal verband

4.12.

Het verweer van De Woningwachter Nederland dat het causaal verband ontbreekt, kan gelet op de (impliciete) erkenning van aansprakelijkheid ook niet (meer) aan [eiser] worden tegengeworpen. De Woningwachter Nederland heeft overigens onvoldoende gemotiveerd gesteld dat er een andere schadetoedracht is. Het enkele feit dat derden in de woning zijn geweest en werkzaamheden hebben uitgevoerd, is daarvoor onvoldoende.

Klachtplicht

4.13.

Ook op de klachtplicht komt aan De Woningwachter Nederland, gelet op het voorgaande, geen beroep meer toe. Ten overvloede geldt het volgende. De rechtbank neemt, nu deze stellingen niet zijn weersproken, als vaststaand aan dat [eiser] de schade in oktober / november 2016 heeft geconstateerd. Het verweer van De Woningwachter Nederland dat de vordering is vervallen, is gebaseerd op de veronderstelling dat [eiser] het gebrek in juni 2016 heeft geconstateerd. Nu dit niet juist is en De Woningwachter Nederland niet heeft gesteld dat ook bij een later ontdekken, de klachtplicht is geschonden, wordt het verweer verworpen.

Voor zover De Woningwachter Nederland heeft bedoeld te stellen dat [eiser] de schade in juni 2016 had moeten constateren, heeft zij dit niet gemotiveerd, terwijl [eiser] ter zitting gemotiveerd heeft toegelicht waarom hij het gebrek niet eerder heeft geconstateerd. Door of namens [eiser] is ter zitting immers verklaard dat de schade aan de ramen niet meteen op viel, omdat toen [eiser] eind oktober of in november 2016 het appartement betrok, de ramen vies waren en hoog op de ruiten verfspetters of vliegen zichtbaar leken. De schade werd pas opgemerkt bij de eerste keer schoonmaken van de ramen.

Omvang schade

4.14.

Met betrekking tot de omvang van de schade, heeft Jansen Glas Hoogvliet B.V. een offerte opgesteld. De offerte komt uit op een bedrag van € 32.000,00 en is gericht aan “Woningwachter”. De offerte is op 18 oktober 2017 door De Woningwachter Nederland aan (de advocaat van) [eiser] toegezonden met de uitdrukkelijke mededeling dat De Woningwachter Nederland hiervoor verzekerd is. Gelet op de concrete inhoud van de offerte is – anders dan door De Woningwachter Nederland aangevoerd – van een globale raming geen sprake. Niet valt in te zien waarom er geen waarde zou kunnen worden gehecht aan deze offerte en waarom [eiser] , die zich in de offerte kon vinden, nog andere offertes had moeten opvragen. De omvang van de schade staat met deze offerte voldoende vast.

Conclusie

4.15.

Nu de verweren van De Woningwachter Nederland zijn verworpen, zal de vordering van [eiser] worden toegewezen. Het verstekvonnis zal daarom worden bekrachtigd.

4.16.

De Woningwachter Nederland zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de kosten die [eiser] heeft gemaakt in de verzetprocedure. De kosten worden aan de zijde van [eiser] begroot op in totaal € 695,00 (salaris advocaat: 1,0 punt × tarief € 695,00). Nu [eiser] zich in het incident heeft gerefereerd, worden geen kosten voor het incident toegekend. De rechtbank houdt bij de begroting van de kosten ook geen rekening met de eiswijziging en de oproeping, omdat deze in dit vonnis buiten beschouwing zijn gebleven en de rechtbank vonnis heeft gewezen op de eis zoals verwoord in de dagvaarding.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

bekrachtigt het door deze rechtbank op 13 december 2017 onder zaaknummer / rolnummer C/10/539112 / HA ZA 17-1080 gewezen verstekvonnis,

5.2.

veroordeelt De Woningwachter Nederland in de kosten van de verzetprocedure, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 695,00

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. van den Herik en in het openbaar uitgesproken op 18 juli 2018.

1885/3095