Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:654

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
19-01-2018
Datum publicatie
01-02-2018
Zaaknummer
6273268 CV EXPL 17-30470
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

vertegenwoordiging,

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTHR 2018, afl. 3, p. 169
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Zaaknummer: 6273268 CV EXPL 17-30470

Uitspraak: 19 januari 2018

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TAILOR ICT TRAINING B.V.,

gevestigd te Breda,

eiseres bij exploot van dagvaarding van 14 augustus 2017,

eiseres in het incident ex artikel 223 Rv,

gemachtigde: mr. R.K.A. Kop te Nijmegen,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SONOVA RETAIL DEUTSCHLAND B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

verweerster in het incident ex artikel 223 Rv en

2. [gedaagde 2],

wonende te [plaatsnaam],

gedaagde,

gemachtigden: mrs. A. van der Kolk en F. van Zanten te Rotterdam.

Partijen worden hierna ‘Tailor’ respectievelijk ‘Sonova’ en ‘[gedaagde 2]’ genoemd.

1 Het verloop van de procedure

1.1

Het procesverloop blijkt uit de volgende processtukken:

 de dagvaarding, met producties;

 de conclusie van antwoord tevens conclusie van antwoord in het incident ex art. 223 Rv;

 het vonnis van 27 september 2017, waarbij een comparitie van partijen is bepaald;

 het proces-verbaal van de op 14 november 2017 gehouden comparitie van partijen alsook de daarbij door de gemachtigde van Tailor overgelegde pleitnota.

1.2

De datum van de uitspraak van dit vonnis is door de kantonrechter nader op heden bepaald.

2 De vaststaande feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten, nu deze enerzijds zijn gesteld danwel uit de overgelegde stukken blijken en anderzijds zijn erkend danwel niet althans onvoldoende gemotiveerd zijn bestreden:

2.1

Tailor is een aanbieder van trainingen en cursussen op ICT-gebied.

2.2

[gedaagde 2] is een werknemer van Sonova en bekleedt de functie van helpdeskmedewerker.

2.3

Op enig moment is [gedaagde 2], in het kader van zijn dienstverband bij Sonova, via internet op zoek gegaan naar een voor hem passende ICT-opleiding en zo is hij in contact gekomen met de heer [J.] (hierna: ‘[J.]’), werkzaam als opleidingsadviseur van Tailor.

2.4

Naar aanleiding van dit contact heeft [J.] [gedaagde 2] op 11 december 2015 per email een offerte doen toekomen voor een ‘MCSA Windows Server 2012 – Blended Learning Certificeringstraject’, voor een bedrag van € 7.747,70 (exclusief btw).

2.5

Op 14 december 2015 heeft [gedaagde 2] in een telefonisch contact met [J.] medegedeeld de offerte in goede orde te hebben ontvangen en deze intern te zullen bespreken.

2.6

In een telefonisch contact op 18 januari 2016 heeft [gedaagde 2] [J.] medegedeeld dat de offerte intern besproken werd en dat hij daarop met twee weken zou terugkomen.

2.7

Nadat [gedaagde 2] [J.] vervolgens te kennen had gegeven dat hij de training, anders dan was geoffreerd, (toch) in zijn eigen tijd wilde volgen, heeft [J.] [gedaagde 2] op 22 februari 2016 een aangepaste offerte per email doen toekomen, waarbij een bedrag van € 11.720,20 (exclusief btw) is geoffreerd voor het geval geopteerd werd voor trainingen op (zes) zaterdagen en een bedrag van € 8.615,20 (exclusief btw) indien gekozen zou worden voor (negen) avonden.

2.8

In reactie hierop heeft [gedaagde 2] [J.] per email van 24 februari 2016 het volgende bericht:

“Beste [J.],

Ik heb de offerte ontvangen. Bedankt daarvoor. Ik wacht nog even op een contract wijziging van m’n eigen arbeidscontract en zal daarna deze offerte ter sprake brengen bij het management. Ik hou je hiervan op de hoogte. (…)”

2.9

Nadat [J.] op 14 en 23 maart 2016 bij [gedaagde 2] had geïnformeerd naar de stand van zaken, heeft hij [gedaagde 2] op 31 maart 2016 per email met als onderwerp ‘bevestiging telefonisch contact’, met aangehecht een bevestiging voor het onder 2.4 bedoelde (MCSA-)traject voor een bedrag van € 7.747,70 exclusief btw, het volgende geschreven:

“Beste [gedaagde 2],

Bijgaand ontvang je alvast de bevestiging van mij zoals je telefonisch aangegeven hebt.

Deze bevestiging is puur administratief en geeft ons een beeld ivm de vakantieplanning. Invulling uitvoering en data zullen eind mei/begin juni verder met jou afgestemd worden.

(…)”

2.10

Bij emails van 11 mei 2016, 13 juli 2016 en 3 augustus 2016 heeft [J.] [gedaagde 2] gevraagd wanneer hij zou willen starten met het MCSA-traject.

2.11

Op 26 augustus 2016 heeft [J.] [gedaagde 2] het volgende emailbericht gezonden:

“Hallo [gedaagde 2],

Ik heb nog een persoon die hetzelfde traject als jou gaat doorlopen en wil deze training graag in de maanden oktober, november, december en januari laten plaatsvinden.

Heb jij ook mogelijkheden om 1 dag per week naar deze training te komen zodat ik jullie kan samenvoegen?

(…)”

2.12

Later die dag heeft [J.] [gedaagde 2] het volgende emailbericht gezonden:

“Hallo [gedaagde 2],

De andere cursist kan niet in het weekend trainen.

Maar ik begrijp dat jij graag de zaterdag zou willen trainen?

Dat kan hoor geen probleem.

Zal ik de bevestiging aanpassen naar de zaterdagen?

2 zaterdagen per examen, dus totaal 6 zaterdagen,

Traject incl. slagingsgarantie.

(…)”

2.13

[gedaagde 2] heeft per email van diezelfde dag hierop als volgt geantwoord:

“Hallo [J.],

Graag zie ik een aangepaste bevestiging tegemoet.

(…)”

2.14

Vervolgens heeft [J.] [gedaagde 2] nog die dag per email een bevestiging voor het MCSA-traject op de zaterdagen doen toekomen, voor een bedrag van € 11.797,70 exclusief btw.

2.15

Bij emails van 27 september 2016, 11 oktober 2016 en 31 oktober 2016 heeft [J.] [gedaagde 2] verzocht hem kenbaar te maken op welke data/zaterdagen hij het MSCA-traject zou willen doorlopen.

2.16

Bij email van 28 november 2016 heeft [J.] [gedaagde 2] het volgende geschreven:

“Hallo [gedaagde 2],

Kun je mij nog even laten weten wat de status van je MCSA-traject is?

Heb je groen licht gekregen voor de zaterdagen of moet het traject toch anders worden?

(…)”

2.17

Per email van 23 december 2016 heeft [J.] [gedaagde 2] een aangepaste bevestiging van het MCSA-traject gezonden, voor een bedrag van € 11.746,75 exclusief btw. In die email schrijft [J.] [gedaagde 2] het volgende:

“Hallo [gedaagde 2],

Bijgaand zoals afgesproken het overzicht van jou MCSA traject met als startdatum februari 2017.

De prijzen van de examens zijn iets hoger geworden maar de prijzen van de boeken is derhalve gezakt zodat de uiteindelijke investering iets lager uit komt.

(…)”

2.18

Op 2 januari 2017 heeft Tailor [gedaagde 2] een factuur ad € 11.746,75 exclusief btw ter zake van het MCSA-traject doen toekomen.

2.19

Bij email van 4 januari 2017 heeft [J.], onder bijvoeging van een aangepaste bevestiging voor een bedrag van € 17.209,- exclusief btw, [gedaagde 2] als volgt geschreven:

“Hallo [gedaagde 2],

Bijgaand de aangepaste bevestiging voor de Upgrade naar Windows Server 2016.

Ik heb hiervoor 3 zaterdagen aangeboden, 2 worden gebruikt voor de training en de laatste zaterdag zal gebruikt worden voor examentraining en examenvoorbereiding.

Op het gehele traject krijg je van ons slagingsgarantie, zowel voor het 2012 gedeelte als voor 2016.

Ik zie de getekende versie graag eind van de week retour.

(…)”

2.20

Op 6 januari 2017 heeft Tailor [gedaagde 2] per email een tweede factuur, voor een bedrag van € 6.609,32 exclusief btw, doen toekomen.

2.21

Bij email van 18 januari 2017 heeft [J.] [gedaagde 2] het volgende geschreven:

“Hallo [gedaagde 2],

Ik was even benieuwd hoe het staat met je MCSA-traject.

Als jij in februari wilt starten dan moeten we nog wel beginnen met het plannen van jouw traject zodat ik ook de docent beschikbaar heb.

Ik hoor/lees graag je reactie.

(…)”

2.22

Bij email van 24 januari 2017 heeft [gedaagde 2] hierop als volgt geantwoord:

“Goedemorgen [J.],

Ik wacht nog steeds op de goedkeuring van ons hoofd IT. Ik heb er vandaag weer een mailtje achteraan gestuurd voor een status update.

Zodra ik wat meer weet laat ik dat meteen weten.

(…)”

2.23

Bij email van 30 januari 2017 heeft [J.] [gedaagde 2] het volgende geschreven:

“Hallo [gedaagde 2],

Hierbij even een toevoeging op jouw certificeringstraject zoals deze door mij aan jou is aangeboden.

Uitgangspunten van het voorstel waren om je MCSA certificering te halen op Windows Server 2012 en daarna de Upgrade naar Windows Server 2016.

Daarnaast was het voor jou niet mogelijk om deze training te volgen tijdens kantooruren en kon je ook geen 5 dagen achter elkaar van je werkplek af.

We hebben derhalve een blended learning aanpak geadviseerd op de zaterdagen, om zodoende je inzetbaarheid op het werk te kunnen handhaven, zodat dit geen extra kosten met zich mee zou brengen. Daarnaast kunnen wij door de blended aanpak in een kortere tijd je voorzien van de juiste kennis en geven hier ook slagingsgarantie op. Verder is het voordeel dat je met deze aanpak 1-op-1 met de docent leert waardoor het traject veel efficienter en effectiever kan worden ingevuld.

Indien je zou kiezen van de traditionele aanpak moet je rekening houden met de volgende kosten: Het totale traject incl. de upgrade naar Windows Server 2016 bestaat uit 4 trainingen van 5-dagen per training. Dat zou betekenen dat je in totaal 20 dagen niet inzetbaar zou zijn voor je werkgever. Dit is ongeveer een volledige maand. Daarnaast moeten ook de trainingen betaald worden en de examens. Om je een idee te geven waar dit op uit zou komen heb ik dit hieronder voor je op een rij gezet.

(…)

Dus totaal van de kosten denk ik dat het hoger uitkomt dan het traject zoals wij nu geadviseerd hebben en daarbij ben je met het blended learning traject gewoon inzetbaar waardoor je werkzaamheden ook niet te hoeven worden overgenomen.

Mocht je nog meer informatie willen dan laat het mij even weten of anders kan ik ook naar jou toe komen om onze aanbieding samen met jou en je financieel directeur te bespreken.

(…)”

2.24

Bij email van 10 februari 2017 heeft [J.] [gedaagde 2] het volgende geschreven:

“Hallo [gedaagde 2],

Ik heb nog geen reactie van jou mogen ontvangen op de uitleg die ik je gestuurd hebt.

Kun je me nog laten weten wat de status is en wanneer we de zaterdagen in kunnen gaan plannen?

(…)”

2.25

In reactie op een email van [J.] van 20 februari 2017 aan [gedaagde 2], waarin hij hem vraagt wanneer hij met het MCSA-traject wenst te beginnen, heeft [gedaagde 2] het volgende geschreven:

“Goedemorgen [J.],

Excuses voor de late reactie. Ik heb nu weer aanstaande woensdag een bila met mijn leidinggevende en hoofd van IT om dit te bespreken. Er is iedere keer weer wat tussen gekomen. Maar dit gooit ook mijn hele plannen weer in de war om februari met de cursus te kunnen beginnen. Ik hou je in ieder geval op de hoogte.

(…)”

2.26

Nadat [J.] [gedaagde 2] per email van 3 maart 2017 had gevraagd of hij ‘al een planning voor [J.] had’, heeft [gedaagde 2] het volgende teruggeschreven:

“Goedemorgen [J.],

Je zal het niet geloven maar de offerte zal weer aangepast moeten worden. Ik heb hier namelijk besproken de cursus in de weekenden te willen volgen zodat ik zelf geen vrije dagen hoef op te nemen. Echter wordt er nu gezegd dat daardoor de cursus veels te prijzig wordt. Uiteraard door weekend tarief en één op één training. Ze hebben me nu gevraagd weer een nieuwe offerte aan te vragen om de cursus door de weeks in de avond te volgen. Ik ben nu weer in onderhandeling dat ik op deze dagen dat ik training heb dan minder uren hoef te werken.

Dus bij deze alweer het verzoek om de offerte aan te passen.

(…)”

2.27

In reactie hierop heeft [J.] [gedaagde 2] per email van 10 maart 2017 een aangepaste offerte doen toekomen, voor een bedrag van € 12.953,95 exclusief btw. In die email schrijft [J.]:

“Hallo [gedaagde 2],

Hierbij de aanpassing naar de middag/avond training.

Dit komt inderdaad wat goedkoper uit.

Verder moet ik je nog wel even melden dat wanneer je er voor kiest om bij ons op locatie te trainen er nog cateringkosten bij komen.

Verder zou ik graag woensdag een antwoord van je willen op deze offerte zodat we vrijdag ook de data kunnen gaan afstemmen.

(…)”

2.28

Op 22 maart 2017 heeft de heer [K.], directeur van Tailor, telefonisch aan [gedaagde 2] medegedeeld dat het offertestadium inmiddels voorbij was.

2.29

Bij email van 24 maart 2017 heeft de heer [K.] een aangepaste bevestiging gezonden, voor een bedrag van € 13.234,75 exclusief btw. In die email schrijft de heer [K.]:

“Beste [gedaagde 2],

Hierbij mail ik je de aangepaste bevestiging met betrekking tot een MCSA Windows Server 2012 & Upgrading Your Skills to MCSA: Windows Server 2016 – Blended Learning Certificeringstraject ten behoeve van jouzelf. Ik heb op jouw verzoek de slagingsgarantie en de 1 op 1 situatie er uit gehaald. De slagingsgarantie geldt echter nog wel.

Wanneer je deze bevestiging ook per reguliere post wil ontvangen, verneem ik dit graag.

Kunnen we volgende week even telefonisch overleggen, vanaf welke datum we met de uitvoering van dit traject kunnen starten.

(…)”

2.30

Per email van 4 april 2017 heeft [gedaagde 2] aan de heer [K.] het volgende geschreven:

“Beste [K.],

Zoals gisteren telefonisch besproken graag het onderstaande nog uit de offerte halen.

(…)”

2.31

Diezelfde dag nog heeft de heer [K.] [gedaagde 2] per email een aangepaste bevestiging gezonden en daarbij het volgende geschreven:

“Beste [gedaagde 2],

Hierbij de, op jouw vragen, nogmaals aangepaste bevestiging.

Kunnen we volgende week even telefonisch overleggen, vanaf welke datum we met de uitvoering van dit traject kunnen starten.

(…)”

2.32

Op 13 april 2017 heeft [gedaagde 2] de heer [K.] telefonisch medegedeeld dat de manager van [gedaagde 2] het opleidingstraject met de ICT-directeur van Sonova dient te bespreken.

2.33

Bij email van 19 mei 2017 heeft de heer [L.], bij Sonova werkzaam als Manager Servicedesk Retail, het volgende aan de heer [K.] geschreven:

“Hi [K.],

As we discussed on Monday, I’m sending you an email.

You requested a written cancellation for the training program of [gedaagde 2]. We (…) will not confirm this cancellation due to the fact that this training program was never approved by anyone employed by [Sonova], nor a valid trainingsdate was communicated and agreed on.

[Sonova] will not continue with any training program and hereby undo all requests made by [gedaagde 2]. (…)”

3 Het geschil

3.1

Tailor heeft bij dagvaarding, onder overlegging van stukken, gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

a. primair Sonova te veroordelen tot betaling van de door Tailor verstuurde facturen van € 13.324,75, te vermeerderen met wettelijke rente, welk bedrag middels de afgesloten overeenkomst en middels de algemene voorwaarden verschuldigd is;

subsidiair Sonova en/of [gedaagde 2] te veroordelen om de schade die Tailor lijdt te vergoeden en wel voor een bedrag van € 13.324,75, bestaande uit onder meer de gederfde inkomsten, althans Sonova en/of [gedaagde 2] te veroordelen om een schadevergoeding te betalen, in goede justitie te bepalen,

bij wijze van incident ex artikel 223 Rv Sonova te veroordelen in het geval de rechter tot het oordeel komt dat de werknemers niet vertegenwoordigingsbevoegd waren om afspraken te maken, tot het voortzetten van de onderhandelingen tussen partijen ten aanzien van het opleidingstraject, en wel binnen 24 uren na betekening van het te wijzen vonnis, onder verbeurte van een niet voor matiging vatbare dwangsom van € 1.000,- per dag, zowel bij wijze van voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv alsook in de bodemprocedure, en

Sonova en [gedaagde 2] -primair en subsidiair en bij wijze van incident- te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten ad € 750,- exclusief btw en tot betaling van de proceskosten.

Ter comparitie van partijen heeft de gemachtigde van Tailor desgevraagd het petitum sub b nader toegelicht in die zin dat deze ertoe strekt om, indien geoordeeld wordt dat er geen overeenkomst tot stand is gekomen en dat de werknemers niet vertegenwoordigingsbevoegd waren om afspraken te maken, Sonova te verplichten tot dooronderhandelen.

3.2

Ter toelichting op de vorderingen heeft Tailor -naast de onder 2 genoemde feiten en samengevat weergegeven- aangevoerd dat [J.] en [gedaagde 2] op 31 maart 2016 mondeling overeenstemming hebben bereikt over de [gedaagde 2] toegezonden offerte, welke overeenstemming [gedaagde 2] ook per email van diezelfde dag schriftelijk is bevestigd (zie 2.9). Op die bevestiging is door [gedaagde 2] nimmer afwijzend gereageerd en daarna was slechts nog in te vullen in welke periode en op welke dagen de training feitelijk zou worden gevolgd terwijl de prijzen al vast stonden. Ook heeft [gedaagde 2] niet negatief gereageerd naar aanleiding van de hem toegezonden factuur van 2 januari 2017 (zie 2.18), hetgeen toch voor de hand zou hebben gelegen indien geen overeenkomst was gesloten. Hij heeft, sterker nog, een aanvullende cursus besteld, waarop een volgende factuur is gevolgd (zie 2.19-2.20) en ook op die factuur noch op de hem gezonden aangepaste bevestigingen is door [gedaagde 2] negatief gereageerd.

Tailor stelt zich dan ook op het standpunt dat hier sprake is van een rechtsgeldig tot stand gekomen overeenkomst, waarbij Sonova de schijn van vertegenwoordigingsbevoegd althans bekrachtiging heeft gewekt en mocht Tailor redelijkerwijs aannemen dat [gedaagde 2] en/of de heer [L.] vertegenwoordigingsbevoegd waren, dit gezien de volgende omstandigheden:

 [gedaagde 2] heeft tijdens het telefonisch contact van 31 maart 2016 met [J.] specifiek namens Sonova ingestemd met de offerte van 22 februari 2016 (zie 2.7), hetgeen daarop door [J.] schriftelijk is bevestigd (zie 2.9);

 [gedaagde 2] heeft te kennen gegeven dat hij toestemming heeft gekregen van zijn direct leidinggevende, de heer [L.];

 [gedaagde 2] heeft veelvuldig namens Sonova met Tailor gecorrespondeerd, waarbij door hem gebruikgemaakt is van het emailadres en logo van (de rechtsvoorganger van) Sonova;

 [J.] en de heer [K.] hebben veelvuldig en over een periode van meer dan een jaar gecorrespondeerd met [gedaagde 2] en naar het telefoonnummer van Sonova gebeld om hem te kunnen bereiken, hetgeen betekent dat meerdere personen binnen Sonova op de hoogte waren van de overeenkomst met Tailor terwijl geen van hen op enig moment heeft gemeld dat [gedaagde 2] danwel de heer [L.] mogelijk niet bevoegd zou zijn om de overeenkomst aan te gaan;

 Sonova heeft nimmer gemeld niet akkoord te zijn met de gesloten overeenkomst maar in plaats daarvan heeft de heer [L.] in een telefonisch contact medio mei 2017 de heer [K.] verzocht het bedrag op de aangepaste bevestiging te mitigeren tot een bedrag minder dan € 10.000,- zodat hij (de heer [L.]) geen goedkeuring nodig had van zijn algemeen manager;

 de heer [L.], de leidinggevende van [gedaagde 2], was op de hoogte van het bestaan van de overeenkomst, heeft die situatie laten voortbestaan en heeft nooit een beroep gedaan op de onbevoegdheid van [gedaagde 2].

De onder 2.33 aangehaalde email van de heer [L.] van 19 mei 2017 moet worden opgevat als een annulering van de overeenkomst. Op grond van de toepasselijke voorwaarden van Tailor is Sonova in dit geval, nu de trainingen in februari 2017 waren ingepland en de annulering eerst in mei 2017 heeft plaatsgevonden, het volledige bedrag van de cursus verschuldigd, zijnde € 13.324,75. Subsidiair, in het geval geoordeeld zou worden dat geen rechtsgeldige overeenkomst tot stand is gekomen, meent Tailor dat het Sonova onder de gegeven omstandigheden niet vrijstond de onderhandelingen af te breken, hetgeen zij echter wel heeft gedaan, reden waarom zij gehouden is de daardoor voor Tailor opgekomen schade te vergoeden, door haar (eveneens) gesteld op voormeld bedrag van € 13.324,75. Mocht ook die vordering niet toewijsbaar zijn, dan dient Sonova tot door-onderhandelen te worden veroordeeld vanwege het (extreem) vergevorderde stadium waarin de onderhandelingen tussen partijen waren beland.

3.3

Sonova en [gedaagde 2] hebben gemotiveerd verweer gevoerd, dat strekt tot afwijzing van het gevorderde en tot veroordeling van Tailor, uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van de procedure, vermeerderd met wettelijke rente. Op hetgeen zij in dat verband naar voren hebben gebracht alsook op hetgeen Tailor (mede in reactie daarop) overigens nog heeft aangevoerd, wordt hierna bij de beoordeling teruggekomen.

4 De beoordeling

4.1

De kantonrechter ziet aanleiding eerst het geschil in de hoofdzaak te behandelen.

in de hoofdzaak

4.2

Vooropgesteld wordt dat niet in geschil is dat voor partijen steeds duidelijk is geweest dat [gedaagde 2] niet beoogde voor zichzelf, als privé persoon, een opleidingstraject van Tailor af te nemen, maar dat dit, als het tot overeenstemming zou komen, een overeenkomst tussen Tailor en Sonova zou zijn. Dat blijkt ook wel uit de overgelegde offertes/bevestigingen van Tailor, die immers steeds gericht zijn aan (de heer [gedaagde 2] van) Sonova en waarvan het, zo blijkt daaruit, de bedoeling is dat deze namens Sonova worden ondertekend

4.3

In geschil is of tussen Tailor en Sonova een overeenkomst met betrekking tot een door [gedaagde 2] te volgen opleiding is gesloten. Uit hetgeen Tailor naar voren heeft gebracht, blijkt dat zij meent dat zij, gezien de door haar geduide omstandigheden van dit geval, gerechtvaardigd erop heeft mogen vertrouwen dat [gedaagde 2] bij zijn door Tailor gestelde mondelinge instemming op 31 maart 2016 namens Sonova handelde en haar heeft gebonden.

4.4

Bij de beoordeling van deze vraag is artikel 3:61 lid 2 BW, betreffende de schijn van volmachtverlening, van belang. In dat artikellid is bepaald dat indien een rechtshandeling (door in dit geval [gedaagde 2]) in naam van een ander (Sonova) is verricht, tegen de wederpartij (Tailor), indien zij op grond van een verklaring of gedraging van die ander aangenomen heeft en onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs ook mocht aannemen dat een toereikende volmacht was verleend, op de onjuistheid van deze veronderstelling geen beroep kan worden gedaan. De zogenaamde achterman (Sonova) kan de bedoelde schijn wekken door een verklaring of ander actief gedrag maar, zo is in de jurisprudentie uitgemaakt, ook door het laten voortbestaan van een bepaalde situatie of door een andersoortig niet-doen. Niet ter zake daarbij doet of een gedeelte van de schijnwekkende feiten zich eerst na de totstandkoming van de (gestelde) overeenkomst heeft voorgedaan. Voor toerekening van schijn van volmachtverlening kan ook plaats zijn ingeval de wederpartij gerechtvaardigd heeft vertrouwd op grond van feiten en omstandigheden die voor risico van de achterman komen en waaruit naar verkeersopvattingen zodanige schijn van vertegenwoordigings-bevoegdheid kan worden afgeleid, maar dit risicobeginsel gaat niet zo ver, zo heeft de Hoge Raad recentelijk beslist (Hoge Raad 3 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:143), dat voor toepassing daarvan ook ruimte is in gevallen waarin het tegenover de wederpartij (hier Tailor) gewekte vertrouwen enkel is gebaseerd op verklaringen of gedragingen van de (pseudo)vertegenwoordiger (hier [gedaagde 2]). Indien van zulke schijnwekkende feiten en omstandigheden sprake is, dient ook te worden vastgesteld dat de wederpartij heeft aangenomen en redelijkerwijze mocht aannemen dat een toereikende volmacht bestond.

4.5

Gegeven dit juridisch kader wordt voorop gesteld dat als onbetwist vaststaat dat alle contacten, in ieder geval tot en met 31 maart 2016, feitelijk tussen [J.] en [gedaagde 2] hebben plaatsgehad en dat daarbij niemand anders van Sonova is betrokken. Uit de overgelegde correspondentie en de toelichting daarop blijkt dat ook in de periode daarna van de zijde van Tailor met niemand anders van Sonova dan met [gedaagde 2] is gecommuniceerd, tot aan medio mei 2017, toen de heer [K.] van Tailor telefonisch contact opnam met de heer [L.], de direct leidinggevende van [gedaagde 2]. Vastgesteld moet dan ook worden dat in ieder geval tot dan toe geen sprake was van actief gedrag van een ander dan [gedaagde 2] namens Sonova jegens Tailor, [J.] en/of de heer [K.] dat een beroep op artikel 3:61 lid 2 BW rechtvaardigt.

4.6

Ook kan Tailor in dit verband niet baten dat [gedaagde 2] in zijn correspondentie met Tailor gebruikgemaakt heeft van het emailadres en logo van (de rechtsvoorganger van) Sonova en dat [J.] en de heer [K.] veelvuldig en over een periode van meer dan een jaar hebben gecorrespondeerd met [gedaagde 2] en naar het telefoonnummer van Sonova hebben gebeld om hem te kunnen bereiken. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt immers niet in te zien dat dit zou betekenen dat anderen van Sonova dan [gedaagde 2] op de hoogte zouden zijn van het bestaan van de door Tailor gestelde overeenkomst. Zo is gesteld noch gebleken dat anderen van Sonova zijn ‘ingekopieerd’ bij ter zake relevante emailcorrespondentie die zou duiden op het (volgens Tailor) reeds bestaan van een overeenkomst terwijl een verzoek aan anderen van Sonova dan [gedaagde 2] om met hem te worden doorverbonden uiteraard niet met zich brengt dat die anderen daarom ook wisten of hadden moeten weten dat er (volgens Tailor) al sprake zou zijn van een overeenkomst.

4.7

Verder zijn geen feiten of omstandigheden door Tailor aangedragen die erop wijzen dat zij op andere wijze dan van [gedaagde 2] zelf heeft begrepen (en redelijkerwijs heeft mogen begrijpen) dat zijn meerdere(n) op de hoogte waren van de volgens Tailor reeds bereikte overeenstemming, althans in de periode tot aan medio mei 2017. De door haar gezonden facturen zijn in dat verband niet toereikend, nu deze immers zijn gemaild aan [gedaagde 2] zelf en niet aan zijn leidinggevende, de directie of de administratie van Sonova. Dat alles betekent dat de kantonrechter Tailor ook niet kan volgen in haar standpunt dat haar een beroep op artikel 3:61 lid 2 BW toekomt vanwege de omstandigheid dat Sonova een bepaalde situatie liet voortbestaan en nimmer gemeld heeft dat [gedaagde 2] niet bevoegd was een overeenkomst als deze aan te gaan.

4.8

Bij dat alles komt dat het hier gaat om een overeenkomst voor een substantieel bedrag, waarvan, gegeven de functie van [gedaagde 2], aangenomen mag worden dat Tailor duidelijk was althans redelijkerwijs duidelijk behoorde te zijn dat het (zelfstandig) sluiten van zulk een overeenkomst de bevoegdheid van [gedaagde 2] te boven ging en dat hij ter zake afhankelijk was van instemming van hogerhand. Uit de ter zake in het geding gebrachte correspondentie en vaststaande telefonische contacten blijkt ook wel dat dit Tailor kenbaar was (zie 2.5, 2.6, 2.8, 2.16, 2.22 en 2.26).

4.9

Het voorgaande betekent dat, als al aangenomen kan worden dat Tailor (in de persoon van [J.] en/of de heer [K.]) en [gedaagde 2] in de periode tot aan medio mei 2017 feitelijk tot overeenstemming zijn gekomen (volgens Sonova en [gedaagde 2] is het offertestadium namelijk nimmer ontstegen), die overeenstemming Sonova niet heeft gebonden.

4.10

Ook is Sonova naar het oordeel van de kantonrechter niet aan die overeenstemming gebonden door de gestelde gedragingen van de heer [L.] in de periode na medio mei 2017. Als al vast zou komen te staan -want dat is door Sonova uitdrukkelijk betwist- dat de heer [L.] de heer [K.] heeft verzocht de prijs voor het opleidingstraject te verlagen naar minder dan € 10.000,- zodat hij daarover zelfstandig kon beslissen, brengt dit nog niet met zich dat Sonova daarom geacht kan worden de door Tailor gestelde overeenkomst te hebben bekrachtigd, te minder nu er in dat geval niet alleen nog steeds geen overeenstemming was over de dagen en data waarop het opleidingstraject door [gedaagde 2] zou worden gevolgd maar ook niet over -minstens zo essentieel- de prijs daarvan. In ieder geval is duidelijk dat de heer [L.] de heer [K.] kort nadien ondubbelzinnig te kennen heeft gegeven dat Sonova zich niet gebonden acht aan de door Tailor gestelde overeenkomst (zie 2.33).

4.11

Gezien het hiervoor overwogene zal de vordering sub a primair worden afgewezen.

4.12

Ten aanzien van de vraag of Sonova jegens [gedaagde 2] en/of Tailor schadeplichtig is wegens het afbreken van onderhandelingen danwel verplicht kan worden tot door-onderhandelen wordt het volgende overwogen. Gelet op hetgeen is overwogen in 4.2 kan de door Tailor sub a subsidiair gevorderde schadevergoeding wegens het afbreken van de onderhandelingen door Sonova (aangenomen dat geen rechtsgeldige overeenkomst tot stand is gekomen) jegens [gedaagde 2] in ieder geval niet worden toegewezen. Ter zake de vordering jegens Tailor wordt vooropgesteld dat naar vaste jurisprudentie heeft te gelden dat ieder van de onderhandelende partijen, die verplicht zijn hun gedrag mede door elkaars gerechtvaardigde belangen te laten bepalen, vrij is de onderhandelingen af te breken, tenzij dit afbreken op grond van het gerechtvaardigd vertrouwen van de wederpartij in het totstandkomen van de overeenkomst of in verband met de andere omstandigheden van het geval onaanvaardbaar zou zijn. Er is daarbij sprake van een strenge en terughoudende maatstaf.

4.13

Gegeven dat juridisch kader wordt geoordeeld dat, gezien het hiervoor overwogene, bepaald niet gezegd kan worden dat Sonova in de periode tot aan medio mei 2017, maar ook niet in de periode nadien, jegens Tailor een zodanig gerechtvaardigd vertrouwen in het totstandkomen van bedoelde overeenkomst heeft gewekt dat onder de omstandigheden van dit geval het afbreken van de onderhandelingen onaanvaardbaar zou zijn. De op die stelling gestoelde vorderingen van Tailor sub a subsidiair en sub b kunnen deze dan ook niet dragen.

4.14

De slotsom van het voorgaande is dat het door Tailor gevorderde integraal wordt afgewezen, de meegevorderde rente en buitengerechtelijke kosten daaronder begrepen.

ten aanzien van het incident ex artikel 223 Rv

4.15

Nu het geschil in de hoofdzaak reeds is beslist, wordt het door Tailor opgeworpen incident ex artikel 223 Rv, bij gebrek aan belang, eveneens afgewezen.

ten aanzien van de proceskosten

4.16

Tailor wordt, als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten van de procedure veroordeeld, zowel in het incident als in de hoofdzaak. Daarbij ziet de kantonrechter geen aanleiding Sonova in het incident een bedrag aan gemachtigdensalaris toe te kennen, nu het geschil in het incident inhoudelijk nagenoeg gelijkluidend is aan het geschil in de hoofdzaak en in het incident ook geen noemenswaardig afzonderlijk debat heeft plaatsgehad.

4.17

De door Sonova en [gedaagde 2] gevorderde rente over de proceskosten wordt, als op de wet gegrond, toegewezen, als hierna gemeld.

5 De beslissing

De kantonrechter:

in het incident ex artikel 223 Rv:

 wijst het gevorderde af;

 veroordeelt Tailor in de kosten van de procedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Sonova vastgesteld op nihil;

in de hoofdzaak:

 wijst het gevorderde af;

 veroordeelt Tailor in de kosten van de procedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Sonova en [gedaagde 2] vastgesteld op € 600,- aan salaris voor hun gemachtigden, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW vanaf de veertiende dag na de datum van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;

 verklaart dit vonnis voor wat betreft deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.K. Rapmund en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

654