Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:6497

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
20-07-2018
Datum publicatie
07-08-2018
Zaaknummer
6481467 \ CV EXPL 17-40181
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geen onrechtmatige publicatie. Belangenafweging: enerzijds recht op uitingsvrijheid en anderzijds recht op bescherming eer en goede naam en de persoonlijke levenssfeer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2018-0621
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 6481467 \ CV EXPL 17-40181

uitspraak: 20 juli 2018

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [plaatsnaam],

eiseres bij exploot van dagvaarding van 14 november 2017,

gemachtigde: mr. P.L.G. Rens te ‘s-Gravenhage,

tegen

de stichting

Stichting Regionale Omroep Rotterdam-Rijnmond en Omgeving,

h.o.d.n. RTV Rijnmond,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

gemachtigde: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam.

Partijen worden hierna verder aangeduid als “[eiseres]” en “RTV Rijnmond”.

1 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen.

  • -

    het exploot van dagvaarding van 14 november 2017, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord van 30 januari 2018, met producties;

  • -

    het tussenvonnis van 30 januari 2018 waarin een comparitie van partijen is bepaald;

  • -

    het proces-verbaal van de op 10 april 2018 gehouden comparitie van partijen.

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis nader bepaald op heden.

2 De vaststaande feiten

2.1.

[eiseres] was in 2013 eigenaresse van Stichting Navajo Ranch (hierna: de Navajo Ranch). Met instemming van [eiseres] heeft RTV Rijnmond op 22 september 2010 en 5 oktober 2010 twee publicaties op haar website, www.rijnmond.nl, geplaatst. De publicaties zien op de overlast die de Navajo Ranch had van vandalen en op de verhuizing van de Navajo Ranch. [eiseres] wordt in deze artikelen, als eigenaresse van de Navajo Ranch, met haar volledige naam genoemd.

2.2.

Op donderdag 11 april 2013 heeft de politie paarden weggehaald bij de Navajo Ranch. De politie heeft hierover diezelfde dag op haar website, www.politie.nl, een bericht geplaatst. Dit bericht luidt – voor zover van belang – als volgt:

Op de Ziedewijdsekade heeft de dierenpolitie (…) op donderdagochtend 29 paarden in bewaring genomen. Ze verkeerden in slechte gezondheid en er was sprake van slechte huisvesting. Naar aanleiding van meerdere meldingen via 144 stelde de dierenpolitie samen met de NVWA een onderzoek in. Meerdere paarden waren ondervoed en sommige hadden medische verzorging nodig. Ook de huisvesting was niet op orde, er was slechts stalling voor vijf paarden. Tegen de 50-jarige Rotterdamse eigenaresse wordt proces-verbaal opgemaakt. De dieren worden tijdelijk ondergebracht, totdat de eigenaresse kan aantonen dat ze de huisvesting op orde heeft en dat ze de gezondheid van de dieren kan waarborgen.

2.3.

Op 11 april 2013 heeft RTV Rijnmond een publicatie op haar website geplaatst. Deze publicatie is getiteld: “Dierenpolitie pakt verwaarlozing paarden aan”. In deze publicatie is – voor zover van belang – vermeld:

De dierenpolitie en diverse inspectiediensten hebben donderdagochtend een weiland met negenentwintig paarden en pony’s (…) ontruimd. Zij grepen in omdat de dieren zouden zijn verwaarloosd. Een aantal dieren mag blijven, waaronder een aantal pony’s. De inspectiediensten zullen een aantal keren de beesten controleren. De eigenaresse van de Navajo Ranch is al jaren in discussie met de gemeente Barendrecht. Volgens haar maakt de gemeente het onmogelijk om goed voor de paarden te zorgen. (…).

2.4.

Bij deze publicatie is een videofragment van 56 seconden geplaatst, waarbij [eiseres] in beeld komt. Dit videofragment bevat uitlatingen van [eiseres], een inleidende tekst van een medewerker van RTV Rijnmond en een toelichting van een woordvoerder van de Politie Eenheid Rotterdam.

De medewerker van RTV Rijnmond zegt:

De eigenaresse van de Navajo Ranch is al jaren in discussie met de gemeente Barendrecht. Volgens haar maakt de gemeente het onmogelijk om goed voor de paarden te zorgen. Barendrecht wil de locatie een andere bestemming geven. Omwonenden hebben de inspectie getipt.

De woordvoerder van de politie verklaart:

We hebben 29 paarden in bewaring genomen samen met de Nieuwe Voedsel- en Warenautoriteit, omdat ze ondervoed waren en een aantal hadden medische zorg nodig en er was gewoon ook onvoldoende geschikte huisvesting. (…) Ze (toevoeging kantonrechter: de paarden) zullen tijdelijk worden opgevangen. Pas als de 50-jarige eigenaresse kan aantonen dat de huisvesting op orde is en dat ze ook kan zorgdragen voor de gezondheid van de dieren dan zal ze ze weer terugkrijgen, maar intussen krijgt ze van ons wel een proces-verbaal.

2.5.

Op donderdag 25 april 2013 heeft de politie een bericht op haar eigen website geplaatst. Dit bericht luidt – voor zover van belang – als volgt:

Agenten van de dierenpolitie arresteerden donderdagochtend twee Rotterdamse vrouwen op verdenking van verwaarlozing van een groot aantal paarden (…). Naar aanleiding van meerdere meldingen via 144 stelde de dierenpolitie samen met de NVWA een onderzoek in. (…) De afgelopen weken is uit onderzoek gebleken dat de paarden inderdaad waren ondervoed en/of met medische problemen kampten. De 50-jarige Rotterdamse eigenaresse en een 25-jarige plaatsgenoot zijn daarom nu aangehouden, onder meer op verdenking van verwaarlozing van de dieren. Ze zitten vast en worden verhoord.

2.6.

Op 25 april 2013 heeft RTV Rijnmond ook weer een publicatie op haar eigen website geplaatst. De publicatie van 25 april 2013 is getiteld: “Rotterdamse vrouwen opgepakt voor verwaarlozen paarden”. In deze publicatie is – voor zover van belang – vermeld:

De politie heeft twee vrouwen uit Rotterdam aangehouden voor het verwaarlozen van 29 paarden in Barendrecht. De paarden zijn twee weken geleden weggehaald uit de wei bij de Navajo Ranch (…). De politie heeft de dieren onderzocht en daaruit bleek dat ze sterk ondervoed zijn en ook andere medische problemen hebben. Agenten hebben de vrouwen meegenomen omdat ze meer vragen hebben over de twee paarden.

2.7.

Op 25 april 2013 heeft RTV Rijnmond in een item in haar nieuwsuitzending aan deze kwestie aandacht besteed. In de nieuwsuitzending is door de nieuwslezeres het volgende gezegd:

De politie heeft twee vrouwen uit Rotterdam aangehouden voor verwaarlozing van 29 paarden in Barendrecht. Twee weken geleden werden de paarden weggehaald uit de wei bij de Navajo Ranch (…). Na onderzoek door de politie bleek dat de paarden sterk ondervoed zijn en nog andere medische problemen hebben. De politie besloot om tot aanhouding van de vrouwen over te gaan, omdat ze meer vragen hebben over de verwaarlozing van de dieren.

2.8.

[eiseres] wordt in de publicaties van RTV Rijnmond van 11 en 25 april 2013 niet bij naam genoemd. In de nieuwsuitzending van 25 april 2013 wordt [eiseres] evenmin bij naam genoemd en wordt zij niet op beeld getoond. De nieuwsuitzending is herhaald op 26 april 2013.

3 De vordering

3.1.

[eiseres] heeft bij dagvaarding gevorderd om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, voor recht te verklaren dat RTV Rijnmond met de berichtgeving van 11 april 2013 en 25 april 2013 en de uitzending van 26 april 2013 onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiseres]. Voorts vordert [eiseres] primair om RTV Rijnmond te verplichten een rectificatie naar buiten te brengen, onder last van een dwangsom. [eiseres] noemt als tekst voor rectificatie:

In de artikelen van 11 april 2013 en 25 april 2013 en de uitzending van 26 april 2013 heeft RTV Rijnmond onterecht de indruk gewekt dat de eigenaresse van de Navajo ranch te Barendrecht en haar dochter paarden hebben verwaarloosd. De rechtbank heeft bepaald dat RTV Rijnmond hiermee onrechtmatig jegens mevrouw [eiseres] heeft gehandeld.

Subsidiair vordert [eiseres] dat RTV Rijnmond een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen rectificatie dient te publiceren, eveneens onder last van een dwangsom. [eiseres] vordert verder RTV Rijnmond te veroordelen tot betaling van € 5.000,00 aan immateriële schadevergoeding en een veroordeling van RTV Rijnmond in de proceskosten.

3.2.

Aan haar vordering legt [eiseres] – zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – ten grondslag dat RTV Rijnmond met de berichtgeving van 11 april 2013 en 25 april 2013 en de uitzending van 26 april 2013 onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiseres], waardoor [eiseres] schade heeft geleden.

4 Het verweer

4.1.

RTV Rijnmond heeft de vordering betwist en heeft daartoe – zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – het volgende aangevoerd. Er is geen sprake van een onrechtmatige daad. De berichtgeving was gebaseerd op informatie van de politie en was bovendien feitelijk van aard en geschiedde met enige slag om de arm. [eiseres] (die overigens in de berichtgeving niet met name wordt genoemd) heeft de onjuistheid van de informatie niet onderbouwd. Voorts baseert RTV Rijnmond zich op artikel 10 EVRM. De vrijheid van meningsuiting (in dit geval van de pers) is een groot goed en prevaleert boven het recht op bescherming van eer en goede naam. Slechts beperkingen die echt noodzakelijk zijn in een democratische samenleving kunnen eventueel een rol spelen. Er is een grote journalistieke vrijheid. Subsidiair (als toch sprake zou zijn van een onrechtmatige daad) heeft RTV Rijnmond verzocht de vordering tot rectificatie af te wijzen, omdat [eiseres] daar geen belang bij heeft (mede gezien het tijdsverloop van een aantal jaar) en de vordering onvoldoende is bepaald. Ook de vordering inzake de dwangsom is onvoldoende bepaald, zo voert RTV Rijnmond aan. Eveneens subsidiair heeft RTV Rijnmond verzocht de vordering tot schadevergoeding af te wijzen. RTV Rijnmond betwist het bestaan en de omvang van de gevorderde immateriële schade, alsook het causaal verband met haar eigen handelen. Meer subsidiair verzoekt zij de schadevergoeding te matigen. Tot slot heeft RTV Rijnmond gevorderd de proceskostenveroordeling af te wijzen.

5 De beoordeling

5.1.

De vraag of een publicatie onrechtmatig is, ligt in het spanningsveld tussen het recht op uitingsvrijheid (art. 10 EVRM) enerzijds, en het wettelijk verankerde recht op bescherming van eer en goede naam en de persoonlijke levenssfeer (art. 8 EVRM) anderzijds. In beginsel staan deze twee fundamentele rechten op een gelijk niveau: niet kan worden gezegd dat de vrijheid van meningsuiting (de persvrijheid) per definitie zwaarder weegt dan de bescherming van het privéleven. Ook andersom kan dit niet worden gezegd.

5.2.

Bij de beantwoording van de vraag of een publicatie in strijd is met de in het maatschappelijk verkeer vereiste zorgvuldigheid gaat het om een afweging van de wederzijds betrokken belangen. [eiseres] heeft er belang bij niet te worden blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen door publicaties in de pers. RTV Rijnmond heeft er belang bij om publieke aandacht te kunnen vragen voor mogelijke (lokale) misstanden, zoals het welzijn van de dieren op de Navajo Ranch. Daarnaast is er uiteraard het belang van de samenleving om te worden geïnformeerd over ontwikkelingen en nieuws.

5.3.

Bij de afweging van deze belangen moet rekening worden gehouden met de omstandigheden van het geval. De volgende omstandigheden zijn bij die afweging door de Hoge Raad (HR 24 juni 1983, ECLI:NL:HR:1983:AD2221) relevant geacht: (i) de aard van de gepubliceerde uitlatingen en de ernst van de te verwachten gevolgen voor degene op wie die uitlatingen betrekking hebben, (ii) de ernst – bezien vanuit het algemeen belang – van de misstand welke de publicatie aan de kaak beoogt te stellen, (iii) de mate waarin de uitlatingen ten tijde van de publicatie steun vonden in het toen beschikbare feitenmateriaal, (iv) de totstandkoming en inkleding van de uitlatingen, (v) de mate van waarschijnlijkheid dat in het algemeen belang het nagestreefde doel langs andere, voor de wederpartij minder schadelijke wegen, met een redelijke kans op spoedig succes had kunnen worden bereikt, (vi) de kans dat de betreffende informatie ook zonder de verweten publicatie in de publiciteit zou zijn gekomen. Genoemde omstandigheden zijn niet uitputtend en wegen niet alle even zwaar. Welke omstandigheden van toepassing zijn en welk gewicht daaraan moet worden gehecht, hangt af van het concrete geval.

5.4.

De aard van de op 11 april 2013 door RTV Rijnmond naar buiten gebrachte uitlatingen (zowel op schrift als in het filmpje) sluit naar het oordeel van de kantonrechter nauw aan op de (aard van de) uitlatingen van gelijke datum van de politie, een gezaghebbende bron. Het videofragment bevat voor een groot deel de uitlatingen van de politie. Het enige verschil in de schriftelijke publicaties is erin gelegen dat RTV Rijnmond de door de politie genoemde “slechte gezondheid, slechte huisvesting, ondervoeding en noodzaak tot medische zorg” heeft gekwalificeerd als “mogelijke verwaarlozing”. Naar het oordeel van de kantonrechter vindt deze kwalificatie voldoende steun in de publicatie van de politie. Daaruit blijkt immers dat proces-verbaal wordt opgemaakt tegen [eiseres] en dat deze zal moeten aantonen dat de huisvesting op orde is en dat zij de gezondheid van de dieren kan waarborgen. Anders dan [eiseres] heeft gesteld, wordt [eiseres] met de publicatie van RTV Rijnmond niet weggezet als dierenbeul. Immers, in deze publicatie is ook vermeld dat de eigenaresse van de Navajo Ranch al jaren in discussie is met de gemeente Barendrecht en dat de gemeente het volgens [eiseres] onmogelijk maakt goed voor de paarden te zorgen. RTV Rijnmond heeft zich derhalve genuanceerd uitgedrukt.

5.5.

RTV Rijnmond heeft onbetwist gesteld dat zij haar publicaties van 25 april 2013 heeft gebaseerd op de publicatie van de politie van gelijke datum. De aard van de uitlatingen van RTV Rijnmond van 25 april 2013 (de publicatie en de uitzending) sluit naar het oordeel van de kantonrechter inderdaad aan op (de aard van) de publicatie van de politie. Zoals hiervoor al overwogen is de politie een gezaghebbende bron. RTV Rijnmond heeft in haar publicaties niets meer of anders gedaan dan het op een soortgelijke wijze weergeven van de door de politie publiekelijk verstrekte informatie. Het is juist, zoals door [eiseres] is aangevoerd, dat er in de publicaties sprake is van een verdenking van dierenverwaarlozing, maar deze verdenking was gefundeerd op de publicatie van de politie. [eiseres] heeft ten tijde van de comparitie van partijen erkend dat zij hiervoor strafrechtelijk is veroordeeld. [eiseres] stelt zich – zo begrijpt de kantonrechter – dus niet langer op het standpunt dat zij nimmer als verdachte is gehoord en dat de officier van justitie direct nadat zij is gehoord de zaak zou hebben geseponeerd. Ondanks dat [eiseres] zich – zo blijkt ook ten tijde van de comparitie van partijen – nog altijd niet kan vinden in de uitkomsten van de strafrechtelijke procedure, betekent het voorgaande naar het oordeel van de kantonrechter dat de (aard van de) publicaties van RTV Rijnmond ruim voldoende steun vonden in de ten tijde van de publicaties beschikbare informatie. Wellicht ten overvloede merkt de kantonrechter meer in het algemeen op dat aansluiting bij het standpunt van de politie (of andere autoriteiten) geen voorwaarde vormt voor de rechtmatigheid van een publicatie. Het kan in voorkomende gevallen juist op de weg van de pers liggen om een kritische houding aan te nemen ten opzichte van de politie of andere instanties en in haar berichtgeving daarvan te doen blijken. Dit hoort ook bij de controlerende rol van de pers. Een en ander neemt niet weg dat de pers in publicaties en andere uitingen niet lichtvaardig verdachtmakingen zal mogen doen.

5.6.

De kantonrechter constateert dat in de schriftelijke publicaties van 11 en 25 april 2013 de naam van [eiseres] niet is genoemd. In het videofragment bij de publicatie op 11 april 2013 is [eiseres] niet bij naam genoemd, maar komt zij wel in beeld. In de nieuwsuitzending op 25 (en herhaald op 26) april 2013 wordt [eiseres] niet met naam genoemd en komt zij – anders dan [eiseres] in de dagvaarding naar voren heeft gebracht – ook niet in beeld. Terecht voert [eiseres] aan dat de publicaties wel te herleiden zijn naar haar naam en dus naar haar persoon. Dit raakt de belangen van [eiseres]. Tegelijkertijd constateert de kantonrechter dat [eiseres] in september 2010 en oktober 2010 heeft ingestemd met de publicaties van destijds, en ook nu geen bezwaren heeft tegen die publicaties. Dit betekent dat [eiseres] er in 2010 mee heeft ingestemd om zelf in de openbaarheid te komen. In de situatie waarover de huidige procedure gaat kon derhalve de identiteit van [eiseres] in redelijkheid niet verborgen worden gehouden voor het publiek, omdat haar identiteit als eigenaresse van de Navajo Ranch op een ander moment, in 2010, reeds bekend was geworden. De kantonrechter merkt hier nog bij op dat RTV Rijnmond de naam van [eiseres] in de publicaties van 11 en 25 april 2013 niet heeft genoemd, zodat uitsluitend het publiek dat op internet zou zoeken op bepaalde zoektermen haar naam, als eigenaresse van de Navajo Ranch, zou vinden. Van RTV Rijnmond kan onder deze omstandigheden niet worden verwacht dat zij zich onthoudt van enige publicatie, enkel en alleen omdat zij eerder over [eiseres] heeft gepubliceerd en het publiek door eigen onderzoek te doen de naam van [eiseres] kan achterhalen.

5.7.

Bij de belangenafweging speelt verder een rol dat RTV Rijnmond een regionale publieke omroep is, die regionaal nieuws verzorgt. RTV Rijnmond stelt dat zij met haar berichtgeving de betrokkenheid van burgers bij de Rotterdamse samenleving wenst te bevorderen. De publicaties van RTV Rijnmond zien op de mogelijke verwaarlozing van dieren. Dit is een maatschappelijk relevant onderwerp. Uit de publicaties van de politie blijkt dat door meerdere mensen melding is gedaan. Hieruit maakt de kantonrechter op dat de kwestie daadwerkelijk leefde onder de lokale bevolking. Onder deze omstandigheden had RTV Rijnmond, als regionale omroep, een belang om tot publicatie over te gaan, namelijk het informeren van het publiek over het ingrijpen door de politie. Zoals RTV Rijnmond bovendien terecht aan de orde stelt, is zij niet de enige geweest die aandacht voor dit onderwerp heeft gevraagd. Naast de berichten van de politie, is er zowel op 11 april 2013 als in maart 2014 ook door andere media aandacht voor gevraagd. De betreffende informatie is dus ook zonder de publicaties van RTV Rijnmond in de publiciteit gekomen. De kantonrechter acht niet aannemelijk, zoals door [eiseres] wordt gesteld, dat het de publicaties van RTV Rijnmond zijn geweest die ertoe hebben geleid dat zij op straat werd uitgescholden voor dierenbeul. De pesterijen en bedreigingen bestonden, zo blijkt uit de met instemming van [eiseres] gepubliceerde berichten van september en oktober 2010, ook reeds voor de publicaties van 2013. Er is niet gesteld, noch gebleken dat ten tijde van de publicaties in 2013 sprake was van ernstige te verwachten gevolgen voor [eiseres]. Dat [eiseres] in de periode van 19 mei 2016 tot en met 15 december 2016 (ruim drie jaar na de publicaties) met een psycholoog zou hebben gesproken, maakt dit niet anders.

5.8.

Alle omstandigheden in onderlinge samenhang beschouwd, is de kantonrechter van oordeel, dat het recht op vrijheid van meningsuiting in dit geval zwaarder weegt dan het recht op bescherming van eer en goede naam. De publicaties van RTV Rijnmond zijn dan ook niet onrechtmatig. RTV Rijnmond heeft de berichten mogen publiceren, met de inhoud en op de wijze zoals zij dat heeft gedaan. De vorderingen van [eiseres], waaronder ook de vordering tot rectificatie, zullen worden afgewezen.

5.9.

[eiseres] wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld, aan de zijde van RTV Rijnmond tot op heden begroot op € 400,00 aan salaris gemachtigde.

6 De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vorderingen af;

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van RTV Rijnmond vastgesteld op € 400,00 aan salaris gemachtigde, te vermeerderen met de nakosten ter hoogte van € 131,00 zonder betekening, dan wel € 199,00 in het geval van betekening, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en – voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad voor zover het de proceskostenveroordeling betreft.

Dit vonnis is gewezen door mr. drs. E. van Schouten en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

37198