Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:6457

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
26-07-2018
Datum publicatie
09-08-2018
Zaaknummer
10/750477-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van mensensmokkel. Niet kan worden vastgesteld dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de personen in de trailer van zijn vrachtwagen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/750477-16

Datum uitspraak: 26 juli 2018

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] ,

wonende te [woonplaats verdachte] ( [land verdachte] ), [adres verdachte] ,

raadsman mr. B.J. de Pree, advocaat te Amersfoort.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 12 juli 2018.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. A.M. Dingley heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar en 6 maanden met aftrek van voorarrest;

  • -

    opheffing van het bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis;

  • -

    last tot teruggave aan de verdachte van het in beslag genomen geld.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Vrijspraak

Inleiding

Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting volgt dat in Hoek van Holland op 4 december 2016 omstreeks 13:30 uur de vrachtwagens van de verdachte en zijn medeverdachte [naam medeverdachte] zijn gecontroleerd door de Koninklijke Marechaussee bij de doorlaatpost van Stena Line voor de ferry naar Harwich te Groot-Brittannië. In de laadruimtes van de trailers van de verdachte en zijn medeverdachte troffen de medewerkers van de Koninklijke Marechaussee in totaal achttien personen van Afghaanse afkomst (hierna: de vreemdelingen) aan. De verdachte en zijn medeverdachte zijn vervolgens aangehouden ter zake verdenking van mensensmokkel. Bij de Koninklijke Marechaussee en op de terechtzitting hebben zij - kort samengevat - verklaard dat zij geen wetenschap hadden van de vreemdelingen in de trailer en dat zij geen idee hebben hoe en op welk moment de vreemdelingen in hun trailers zijn gekomen.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte zich samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan mensensmokkel. Daartoe heeft zij aangevoerd dat, gelet op het dossier en in het bijzonder de getuigenverklaringen van de aangetroffen vreemdelingen, het door de verdediging aangevoerde alternatieve scenario ongeloofwaardig is.

Beoordeling

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte en zijn medeverdachte wetenschap hadden van de aanwezigheid van de vreemdelingen in hun trailers en aldus opzettelijk behulpzaam zijn geweest bij de doorreis naar (vermoedelijk) Groot-Brittannië.

Door de Koninklijke Marechaussee zijn twee van de achttien aangetroffen vreemdelingen gehoord als getuige. Uit het procesdossier blijkt dat de overige vreemdelingen niet meer te traceren waren, zodat van hen geen getuigenverklaring kon worden afgenomen.

De officier van justitie heeft aangevoerd dat de verklaringen van de twee verhoorde getuigen passen in het scenario dat de verdachte en zijn medeverdachte de vreemdelingen op de parkeerplaats in Nieuwsluis toegang hebben verschaft tot de trailers.

De rechtbank is met de raadsman van oordeel dat de getuigenverklaringen van [naam getuige 1] en [naam getuige 2] niet redengevend zijn voor het bewijs dat de verdachte en zijn medeverdachte op de hoogte waren van de aanwezigheid van de vreemdelingen in de trailers. De rechtbank overweegt hiertoe dat de twee gehoorde getuigen weinig details hebben verschaft over hun reis, de wijze waarop zij in de trailers zijn gekomen, de plaats waar dit is gebeurd en wie hen daarbij behulpzaam is geweest en dat bij hen ook niet is doorgevraagd op die punten. Op veel essentiële punten blijft hierdoor onduidelijkheid bestaan, niet in de minste plaats omdat de handgeschreven verklaringen niet identiek zijn aan de later uitgetypte versies. Verder overweegt de rechtbank dat is gebleken dat de getuigen [naam getuige 1] en [naam getuige 2] nu niet meer traceerbaar zijn, en dus geen aanvullende verklaring (in aanwezigheid van de verdediging) van hen kan worden afgenomen.

De rechtbank stelt vast dat de verdachte en zijn medeverdachte van meet af aan en onafhankelijk van elkaar consistente en (inhoudelijk) overeenkomende verklaringen hebben afgelegd over de gereden route en de pauzes die zij gehad hebben. Deze verklaringen worden bovendien ondersteund door objectieve bevindingen van de Koninklijke Marechaussee. De omstandigheden dat de vreemdelingen in de trailers zijn aangetroffen en dat zij hulp van buitenaf nodig moeten hebben gehad om in die trailers te komen, kunnen naar het oordeel van rechtbank niet zonder meer de gevolgtrekking dragen dat de verdachte daarbij enige betrokkenheid heeft gehad. De inhoud van het dossier kent verder geen objectieve en feitelijke gegevens die duiden op die wetenschap bij de verdachte en/of zijn medeverdachte terwijl de twee beschikbare getuigenverklaringen te weinig gedetailleerd zijn en het voor de verdediging niet mogelijk is geweest deze verklaringen te toetsen.

Conclusie

Bij deze stand van zaken kan de conclusie niet anders zijn dan dat de wetenschap (het opzet)van de verdachte (en zijn medeverdachte) niet wettig en overtuigend kan worden bewezen, zodat de verdachte integraal zal worden vrijgesproken.

5 In beslag genomen voorwerpen

Ten aanzien van het in beslag genomen geld (nummers 4 tot en met 6 op de beslaglijst) zal - conform de vordering van de officier van justitie - een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte. Uit het verhandelde ter terechtzitting is gebleken dat de in beslag genomen pallets (nummer 3 op de beslaglijst) reeds zijn teruggegeven aan de rechthebbende.

6 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

7 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
gelast de teruggave aan verdachte van:

- 700 euro (nummer 4 op de beslaglijst);

- 170 Engelse pond (nummer 5 op de beslaglijst);

- 840 Poolse zloty (nummer 6 op de beslaglijst).

Dit vonnis is gewezen door:

mr. I.W.M. Laurijssens, voorzitter,

en mrs. K. Bakker en D.Y.A. van Meersbergen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M. Witteman, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage I

tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 4 december 2016 te Hoek van Holland, althans in Nederland

tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen, in de uitoefening van enig ambt of beroep, te weten zijn beroep van

(vrachtwagen)chauffeur,

18 ( achttien), althans één of meer (meerderjarige en/of minderjarige)

perso(o)n(en) met de Afghaanse nationaliteit, althans van buitenlandse

afkomst,

- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis

door, en/of

- uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf

in

Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of

Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te

New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land,

over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New

York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, of

die voornoemde personen met de Afghaanse nationaliteit, althans van

buitenlandse afkomst (telkens) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen

heeft/hebben verschaft terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

(telkens) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang

of die doorreis en/of dat verblijf wederrechtelijk was,

immers heeft hij, verdachte, tezamen en in vereniging met één of meer van zijn

mededaders, althans alleen,

- bovengenoemde perso(o)n(en) in een afgesloten oplegger van een vrachtwagen vervoerd vanuit Polen en/of Duitsland naar Nederland en/of door Nederland, en/of

- een ticket aangeschaft, althans aan laten schaffen voor de ferry (Stena Line) naar Harwich, Groot-Brittannië, en/of

(aldus) het verblijf in Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of het transport en de doorreis door Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie van die bovengenoemde pers(o)n(en) georganiseerd en/of gecoördineerd en/of gefaciliteerd.