Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:6345

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
18-07-2018
Datum publicatie
01-08-2018
Zaaknummer
C/10/521140 / HA ZA 17-183
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geschil tussen een golfclub en een gemeente over het meebetalen aan een waterzuiveringsinstallatie. Op de gemeente en de golfclub rust een verplichting om voorzieningen aan te brengen voor het zuiveren van het uit de Broekpolder afkomstige afvalwater. Uit doelmatigheids- en kostenoverwegingen hebben de gemeente en de golfclub ervoor gekozen om één waterzuiveringsinstallatie te bouwen ten behoeve van zowel het gemeentelijk terrein als het terrein van de golfclub. Op enig moment wil de golfclub wijziging van de overeenkomst dan wel ontbinding en aanvullende schadevergoeding. Zij stelt daartoe dat er omstandigheden zijn geweest die maken dat de overeenkomst moet worden geactualiseerd, dat de overeenkomst voorziet in de mogelijkheid tot wijziging, maar dat de gemeente geen medewerking wil verlenen aan het aanpassen van de overeenkomst.

Uitleg van de overeenkomst, inspanningsverbintenis, gewijzigde of onvoorziene omstandigheden.

Het verkrijgen van een (eigen) vergunning voor het lozen van water buiten de waterzuiveringsinstallatie om kwalificeert in casu als een wijziging van omstandigheden als bedoeld in art. 6:258 BW jo 6:248 BW. De rechtbank wijzigt de overeenkomst tussen partijen met ingang van de datum waarop daadwerkelijke afkoppeling van de waterzuiveringsinstallatie plaatsvindt. De redelijkheid en billijkheid brengen met zich mee dat na afkoppeling niet langer van de golfclub kan worden gevergd dat zij meebetaalt aan de exploitatie van de waterzuiveringsinstallatie. Ook de zogenaamde vaste kosten zijn na afkoppeling niet langer verschuldigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team haven en handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/521140 / HA ZA 17-183

Vonnis van 18 juli 2018

in de zaak van

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

VERENIGING GOLFCLUB BROEKPOLDER,

gevestigd te Vlaardingen,

eiseres,

advocaat mr. G.J.M. de Jager te Rotterdam,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

DE GEMEENTE VLAARDINGEN,

zetelende te Vlaardingen,

gedaagde,

advocaat mr. G.A. van der Veen te Rotterdam.

Partijen zullen hierna de Golfclub en Gemeente Vlaardingen genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 7 februari 2017, met 12 producties;

  • -

    de conclusie van antwoord, met 18 producties;

  • -

    de oproepingsbrieven van deze rechtbank van 14 juni 2017;

  • -

    de zittingsagenda van 12 september 2017;

  • -

    de brief van 20 september 2017 van mr. De Groote, namens de Golfclub, houdende een

toelichting standpunt naar aanleiding van de conclusie van antwoord en overlegging productie 13;

  • -

    de nadere akte, met producties 19 en 20 van Gemeente Vlaardingen;

  • -

    het faxbericht van 6 oktober 2017, houdende akte vermeerdering van eis;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 10 oktober 2017;

  • -

    de nadere akte, met producties 21 en 22 van Gemeente Vlaardingen;

  • -

    de akte uitlating producties van de Golfclub.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Tot halverwege de jaren ‘70 zijn gedeelten van de Broekpolder te Vlaardingen verontreinigd als gevolg van het storten van baggerslib.

De Golfclub is erfpachter van een gebied in de Broekpolder waar rond 1978 een 18-holes golfbaan is gerealiseerd.

Gemeente Vlaardingen is erfverpachter van het gebied waar de golfbaan is aangelegd.

Staatsbosbeheer is eigenaar van de grond.

2.2.

Geconstateerd is dat zich in het water de chemische stof dieldrin, ook wel endrin genoemd, bevond in een te hoge c.q. niet toegestane hoeveelheid, waardoor zuivering van het afvalwater noodzakelijk was.

2.3.

Door de rechtsvoorganger van de Golfclub en de Stichting tot Bevordering van een Achttien-holes Golfcourse te Rijnmond is bij de rechtbank te ’s-Gravenhage een civiele procedure gestart tegen het Bureau Beheer Landbouwgronden en de Provincie Zuid-Holland, waarin, kort gezegd, betaling is gevorderd van de kosten die noodzakelijk zijn voor en verband houden met het aanbrengen van voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding van het golfterrein en de exploitatiekosten van deze voorzieningen.

De rechtbank heeft deze vordering afgewezen bij vonnis van 18 oktober 1995. Dit vonnis is door het gerechtshof bij arrest van 8 juli 1999 bekrachtigd.

2.4.

Op 19 juni 2002 heeft het Hoogheemraadschap Delfland aan Gemeente Vlaardingen een vergunning verleend krachtens de Wet Verontreiniging Oppervlakte-wateren tot het direct lozen van afvalwater uit het verontreinigde deel van de Broekpolder, inclusief het terrein van de Golfclub.

Deze vergunning schreef voor dat er een waterzuiveringsinstallatie moest komen.

2.5.

Op of omstreeks 9 december 2002 is tussen de Golfclub en Gemeente Vlaardingen een overeenkomst gesloten ter oprichting van een waterzuiveringsinstallatie (hierna: WZI).

De overeenkomst heeft een looptijd van twintig jaar en gaat volgens artikel 3 van de overeenkomst in op 1 januari 2002 en eindigt op 31 december 2021.

Artikel 2 van deze overeenkomst luidt als volgt:

Artikel 2: Verdeling van de met de zuivering verband houdende kosten

De Golfclub zal aan de Gemeente voor het zuiveren en lozen van het oppervlaktewater afkomstig van het aan de Golfclub in eigendom toebehorende deel van de Broekpolder de volgende bedragen betalen:

  1. een vast bedrag van € 33.020,00 per jaar ter dekking van de door de Gemeente gedane investeringen, te betalen per kwartaal achteraf uiterlijk op de laatste dag van het einde van het betreffende kwartaal;

  2. 40 % van de te verwachten exploitatiekosten per jaar, eveneens te betalen per kwartaal achteraf uiterlijk op de laatste dag van het einde van het betreffende kwartaal;

  3. na afloop van elk kalenderjaar worden de exploitatiekosten definitief door de Gemeente vastgesteld, waarna verrekening en vaststelling van het nieuwe kwartaalbedrag volgt. De Gemeente zal de Golfclub alsdan informeren over de wijze van definitieve vaststelling van de kosten. De Golfclub is gerechtigd op haar kosten de vaststelling van de kosten te (doen) controleren door een externe accountant.”

Artikel 4 luidt als volgt:

Artikel 4: Onvoorziene omstandigheden

Partijen zijn zich ervan bewust, mede gezien de duur van de overeenkomst, dat zich in het algemeen in verband met toekomstige ontwikkelingen van de Broekpolder en de invloed hiervan op de waterafvoer en terzake de zuivering van water in het bijzonder onvoorziene dan wel gewijzigde omstandigheden kunnen voordoen – waartoe zo nodig op verzoek van de meest gerede partij een monsteronderzoek kan worden gedaan van water afkomstig van het golfterrein – welke noodzaken tot overleg. Indien zulke omstandigheden zich voordoen, zullen partijen constructief overleg voeren, waarbij zij zullen trachten een aanvaardbare oplossing te bereiken.”

2.6.

De Golfclub en Gemeente Vlaardingen zijn tot een kostenverdeelsleutel gekomen van 40-60.

2.7.

Bij Waterschapswet van 1 januari 2007 is het totale waterbeheer van de Broekpolder overgegaan van Gemeente Vlaardingen naar het Hoogheemraadschap Delfland (hierna: HHD). De WZI is daarbij op enig moment door Gemeente Vlaardingen overgedragen aan het HHD in het kader van de overeenkomst terzake de herpoldering van onder meer de Broekpolder.

Overeengekomen is dat de overeenkomst tussen de Gemeente Vlaardingen en de Golfclub in stand bleef. Deze overeenkomst is niet door het HHD overgenomen en Gemeente Vlaardingen bleef de contractspartij van de Golfclub.

2.8.

Tussen partijen hebben meerdere overleggen plaatsgevonden.

2.9.

De Golfclub heeft door onderzoeksbureau Nedlab het van de Golfclub afkomstige grondwater doen onderzoeken. In het resumé van Nedlab van 12 oktober 2011 staat het volgende:

“In het rapport worden waarden gerapporteerd met de aanduiding kleiner dan (<), dit betekent dat dit voor de desbetreffende test de onderste rapportagegrens is.

Er zijn geen verontrustende waardes gemeten.

In geen enkel geval is een toename waargenomen in het “uitlaat”monster ten opzichte van de “inlaat”monsters.

Opvallend is dat het monster “inlaat zuivering Broekpolder” een meetbare hoeveelheid minerale olie bevat.

Ook opvallend is het verhoogde zinkgehalte voor het monster “inlaat beregening”.

Zowel het oliegehalte als het zinkgehalte is in het “uitlaat”monster beneden de rapportagegrens.

2.10.

Bij brief van 8 oktober 2013 heeft de Golfclub een beroep op artikel 4 van de overeenkomst gedaan en de Gemeente Vlaardingen verzocht in gesprek te gaan over het aanvragen van een (lozings)vergunning voor de Golfclub om zelfstandig te kunnen lozen op de Vlaardingervaart.

2.11.

Op 5 november 2013 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen HHD en de Golfclub, waarbij door HHD onder meer is aangegeven dat het aanvragen van een vergunning voor de Golfclub nog geen zin heeft, vanwege de nog heersende onduidelijkheid bij HHD over de eisen waardoor zij geen inhoudelijke toets voor vergunningverlening kan uitvoeren.

2.12.

Bij brief van 10 november 2015 heeft de Golfclub aan Gemeente Vlaardingen gevraagd om stopzetting van de jaarlijkse bijdrage aan de exploitatiekosten, in afwachting van het uiteindelijke plan voor de gehele Broekpolder.

Bij brief van 18 december 2015 heeft Gemeente Vlaardingen dit verzoek afgewezen. Deze brief luidt, voor zover thans relevant, als volgt:

“(…) In het overleg met uw Golfclub en het Hoogheemraadschap is afgesproken de waterkwaliteit in de Broekpolder een jaar te monitoren. Dit project loopt tot 1 april 2016. Naar onze mening is het pas op dat moment mogelijk nadere afspraken te maken omtrent het beëindigen van de lozing op de waterzuiveringsinstallatie.

Op het moment dat de waterstroom van uw Golfclub fysiek is afgekoppeld van de zuivering ontstaat een andere situatie. Het Hoogheemraadschap van Delfland is het bevoegde gezag om te beoordelen of en op welke mogelijk andere wijze het water afkomstig van uw Golfclub direct of indirect kan worden geloosd op de Vlaardingse vaart. Hierbij zullen de meetresultaten van het lopende onderzoek naar de waterkwaliteit op diverse locaties in de Broekpolder een belangrijke rol spelen.

Indien u toestemming krijgt van het Hoogheemraadschap van Delfland voor een andere wijze van lozing en deze is geëffectueerd, dan hebben wij geen bezwaar tegen het zodanig wijzigen of aanvullen van de overeenkomst dat uw bijdrage in de exploitatiekosten zal worden beëindigd.

Het aflossen van de door u in 2002 met de gemeente Vlaardingen aangegane lening voor het oprichten van de waterzuiveringsinstallatie blijft echter wel gehandhaafd.

Wij zullen ons blijven inspannen om met u en het Hoogheemraadschap van Delfland een goede oplossing te vinden om het oppervlaktewater van de Golfclub op adequate wijze af te voeren naar de boezem. (…)”.

2.13.

Op 15 augustus 2017 heeft HHD de door de Golfclub aangevraagde onder 2.10. genoemde lozingsvergunning verleend.

3 Het geschil

3.1.

De Golfclub vordert, na vermeerdering van eis, bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis, dat de rechtbank primair:

Gemeente Vlaardingen veroordeelt tot betaling van schadevergoeding wegens wanprestatie aan de Golfclub ter hoogte van de exploitatiekosten van € 40.000,- (inclusief BTW) per jaar, naar rato te rekenen vanaf 10 november 2015, althans vanaf 18 december 2015, tot aan het moment van het wijzen van het eindvonnis, althans een in goede justitie vast te stellen schadebedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 november 2015, althans vanaf 18 december 2015 tot aan de dag der algehele voldoening en dat de rechtbank de waterzuiveringsovereenkomst uit 2002 met ingang van de datum van het vonnis ontbindt;

subsidiair, dat de rechtbank Gemeente Vlaardingen veroordeelt tot:

  1. nakoming van de waterzuiveringsovereenkomst uit 2002 door aanpassing van de overeenkomst met medewerking van de Golfclub, en wel dusdanig dat primair de exploitatiebijdrage vanaf 1 januari 2012 vervalt, danwel subsidiair dat de exploitatiebijdrage vervalt vanaf een later moment, in redelijkheid te bepalen door de rechtbank of eventueel door een deskundige;

  2. betaling aan de Golfclub het bedrag dat de Golfclub, uitgaande van de door de rechtbank te bepalen datum onder 1 te veel heeft betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van betaling tot aan de dag der voldoening;

  3. nakoming van de waterzuiveringsovereenkomst uit 2002 door aanpassing van de overeenkomst met medewerking van de Golfclub, en wel dusdanig dat primair de vaste bijdrage wegens oprichtingskosten vanaf 1 januari 2012 vervalt, danwel subsidiair de vaste bijdrage wegens oprichtingskosten vervalt vanaf een later moment, in redelijkheid te bepalen door de rechtbank of eventueel een deskundige,

  4. betaling aan de Golfclub het bedrag dat de Golfclub, uitgaande van de door de rechtbank te bepalen datum onder 3 te veel heeft betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van betaling tot aan de dag der voldoening;

meer subsidiair dat de rechtbank:

  1. bepaalt dat de gevolgen van de waterzuiveringsovereenkomst uit 2002 worden gewijzigd, althans deze overeenkomst gedeeltelijk wordt ontbonden, en wel dusdanig dat primair de exploitatiebijdrage vanaf 1 januari 2012 vervalt, danwel subsidiair de exploitatiebijdrage vervalt vanaf een later moment, in redelijkheid te bepalen door de rechtbank of eventueel een deskundige;

  2. Gemeente Vlaardingen veroordeelt tot betaling aan de Golfclub, het bedrag dat de Golfclub, uitgaande van de door de rechtbank te bepalen datum onder 1 te veel heeft betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van betaling tot aan de dag der voldoening;

  3. bepaalt dat de gevolgen van de waterzuiveringsovereenkomst uit 2002 worden gewijzigd althans deze overeenkomst gedeeltelijk wordt ontbonden, en wel dusdanig dat primair de vaste bijdrage wegens oprichtingskosten vanaf 1 januari 2012 vervalt, danwel subsidiair de vaste bijdrage wegens oprichtingskosten vervalt vanaf een later moment, in redelijkheid te bepalen door de rechtbank of eventueel een deskundige;

  4. Gemeente Vlaardingen veroordeelt tot betaling aan de Golfclub, het bedrag dat de Golfclub, uitgaande van de door de rechtbank te bepalen datum onder 3 te veel heeft betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van betaling tot aan de dag der voldoening;

en zowel primair als (meer ) subsidiair Gemeente Vlaardingen veroordeelt tot betaling van de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente daarover indien betaling binnen veertien dagen na het wijzen van het vonnis uitblijft en ook vermeerderd met de nakosten en wettelijke rente over de nakosten indien deze niet zijn voldaan binnen veertien dagen na het wijzen, althans het betekenen van het vonnis, tot aan de dag der voldoening.

3.2.

De Golfclub legt, na wijziging c.q. aanvulling van haar grondslag, verkort en voor zover van belang weergegeven, het volgende aan haar vordering ten grondslag.

Er zijn ontwikkelingen geweest die maken dat de overeenkomst overeenkomstig artikel 4 moet worden geactualiseerd. Het water dat van de Golfclub afkomstig is, behoeft niet langer te worden gezuiverd. Hierdoor betaalt de Golfclub al jarenlang mee aan een zuivering die het omliggende gebied dient, maar niet de Golfclub zelf. Partijen hebben voorzien in de mogelijkheid om de overeenkomst te wijzigen, maar Gemeente Vlaardingen wil geen medewerking verlenen aan het aanpassen van de overeenkomst.

Mocht de overeenkomst geen grondslag bieden voor het toewijzen van de vorderingen van de Golfclub, dan verzoekt de Golfclub op grond van het bepaalde in artikelen 6:258 en 6:248 BW de rechter om wijziging van de overeenkomst, dan wel om (gedeeltelijke) ontbinding daarvan, nu de gewijzigde omstandigheden en de redelijkheid en billijkheid daar voldoende aanleiding voor zijn.

3.3.

Gemeente Vlaardingen concludeert, verkort weergegeven, tot afwijzing van de vordering, met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van de Golfclub in de kosten van de procedure, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na de datum van het te wijzen vonnis en vermeerderd met de nakosten.

Gemeente Vlaardingen voert, verkort en voor zover van belang weergegeven, het volgende aan:

  • -

    er is geen sprake van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst door Gemeente Vlaardingen, omdat artikel 4 niet een resultaatsverbintenis inhoudt, maar een inspanningsverplichting tot het voeren van constructief overleg op partijen legt, waaraan Gemeente Vlaardingen van meet af aan heeft voldaan en waaraan zij nog steeds voldoet. Hierop stuit ook de subsidiaire vordering tot wijziging dan wel gedeeltelijke ontbinding af.

  • -

    Gemeente Vlaardingen heeft steeds de mogelijkheid van overleg en aanpassing van de overeenkomst open gehouden, zodat dagvaarden prematuur is. Partijen zijn overeenkomstig artikel 4 van de overeenkomst nog in overleg over de mogelijkheid van afkoppeling van de WZI en waren nog in afwachting van de vergunningverlening die pas kort geleden is verstrekt. Gemeente Vlaardingen is bereid om nadere afspraken over de exploitatiebijdrage te maken als de waterstroom van de Golfclub daadwerkelijk fysiek wordt afgekoppeld van de WZI;

  • -

    er is geen sprake van gewijzigde dan wel onvoorziene omstandigheden als bedoeld in artikel 6:258 BW jo. 6:248 BW die wijziging of (gedeeltelijke) ontbinding zouden kunnen rechtvaardigen. De dieldrinwaarden geven geen gegronde reden om van de overeenkomst af te wijken. De waterzuivering is nog steeds noodzakelijk. Dit volgt uit het rapport van Deltares. Uit door Deltares uitgevoerd onderzoek in de periode maart 2015 tot en met april 2016, bleek vervolgens dat in vier maanden de meetresultaten aantoonden dat de dieldrinwaarden door de Golfclub werden overschreden;

  • -

    Voor het verlagen of vervallen van de overeengekomen bijdrage in de oprichtingskosten is geen grond, omdat op grond van de onder 2.3 genoemde uitspraken op de Golfclub de verplichting rustte tot oprichting en exploitatie van een WZI. De gezamenlijke oprichting van een WZI heeft slechts geleid tot een kostenverlaging die de Golfclub anders niet had gehad. De Golfclub heeft ter hoogte van het overeengekomen bedrag van de oprichtingskosten een lening bij Gemeente Vlaardingen afgesloten, waarop de Golfclub € 33.020,- per jaar aan Gemeente Vlaardingen zou terugbetalen. Deze lening is nog niet afgelost;

  • -

    Gemeente Vlaardingen is na de overdracht van de WZI aan het HHD gebonden aan de beslissingen van het HHD, omdat zij geen zelfstandige zeggenschap meer heeft. Daarom is de medewerking van het HHD noodzakelijk bij een eventuele wijziging van de overeenkomst.

  • -

    Daarnaast is geen sprake geweest van een ingebrekestelling, zodat Gemeente Vlaardingen nooit in verzuim is gekomen. Anders dan de Golfclub betoogt, is het verzuim niet van rechtswege ingetreden door de brieven van 8 oktober 2013 en 10 november 2015.

4 De beoordeling

4.1.

De Golfclub vordert primair betaling van schadevergoeding wegens toerekenbare tekortkoming door Gemeente Vlaardingen, subsidiair nakoming en meer subsidiair wijziging dan wel ontbinding van de overeenkomst met nevenvorderingen. De Golfclub legt aan haar vorderingen ten grondslag dat sprake is van toerekenbare tekortkoming door Gemeente Vlaardingen, nu Gemeente Vlaardingen niet voldoet aan de in artikel 4 van de overeenkomst opgenomen verplichting om constructief overleg te voeren als zich een onvoorziene of gewijzigde omstandigheid voordoet.

Subsidiair grondt de Golfclub haar vorderingen op gewijzigde omstandigheden of onvoorziene omstandigheden die in haar visie aanpassing van de overeenkomst dan wel - meer subsidiair - ontbinding van de overeenkomst rechtvaardigen.

Het gaat daarbij om enerzijds exploitatiekosten (althans de bijdrage van de Golfclub daaraan) en anderzijds om oprichtings- c.q. stichtingskosten.

toerekenbare tekortkoming

4.2.

De Golfclub stelt dat het overleg met Gemeente Vlaardingen, kort gezegd, tot niets leidt, omdat er geen luisterend oor wordt gevonden voor het standpunt van de Golfclub dat er schoon water wordt aangeboden aan de zuivering, terwijl er toch moet worden betaald voor de installatie. Daarom kwalificeert het overleg als niet-constructief. Gemeente Vlaardingen is niet bereid om de Golfclub tegemoet te komen en vertoont geen beweging, stelt de Golfclub.

4.3.

De Golfclub baseert zich met name op de brief van Gemeente Vlaardingen van 18 december 2015 waarin Gemeente Vlaardingen volgens de Golfclub aangeeft geen stap te kunnen en willen zetten. Die brief is een reactie op de brief van de Golfclub van 10 november 2015 waarin zij Gemeente Vlaardingen verzoekt om stopzetting van de exploitatiebijdrage, omdat zuivering van het water niet nodig is en er voor niets wordt betaald volgens de Golfclub.

4.4.

Vooropgesteld dient te worden dat artikel 4 van de overeenkomst (hierboven geciteerd onder 2.5) kwalificeert als een inspanningsverbintenis en niet als een resultaatsverbintenis. Hierover lijkt ook geen discussie te bestaan tussen partijen.

Beoordeeld dient te worden of Gemeente Vlaardingen voldoende inspanning heeft geleverd om aan haar verplichting uit artikel 4 van de overeenkomst te voldoen.

Niet in geschil tussen partijen is dat er geregeld overleg tussen de Golfclub en Gemeente Vlaardingen heeft plaatsgevonden. De Golfclub heeft ter comparitie verklaard ‘ontzettend veel gesprekken met Gemeente Vlaardingen’ te hebben gehad. Dit stemt ook overeen met de processtukken en met de stellingen van Gemeente Vlaardingen die heeft aangegeven dat partijen over deze kwestie onder meer op 5 november 2013, 1 december 2015, 18 december 2015, 19 januari 2016, 8 maart 2016, 21 april 2016 en 16 augustus 2016 hebben gesproken.

Dat deze gesprekken niet voldoende bevredigend zijn geweest voor de Golfclub, omdat zij niet hebben geleid tot het door de Golfclub gewenste resultaat, te weten een aanpassing van de overeenkomst voor wat betreft het meebetalen in de exploitatie- en oprichtingskosten, maakt niet dat Gemeente Vlaardingen niet aan de op haar rustende inspanningsverplichting heeft voldaan. Hiervan had sprake kunnen zijn als gebleken was dat Gemeente Vlaardingen bij de gesprekken slechts ‘passief aanzat’ en geen bereidheid tot inhoudelijk overleg toonde, maar daarvan is niet gebleken. Uit het debat tussen partijen volgt dat Gemeente Vlaardingen heeft meegedacht en oplossingen heeft aangedragen zoals onder meer het verdunnen van het afvoer/looswater. Ook is gebleken dat na het rapport Nedlab verdergaand overleg is gevoerd tussen Gemeente Vlaardingen en de Golfclub, dat onder andere heeft geresulteerd in het aanbod van Gemeente Vlaardingen in haar brief van 18 december 2015 om bij loskoppeling de exploitatiekosten te stoppen.

Onvoldoende gemotiveerd betwist is bovendien dat (mede) door de bemoeienissen van Gemeente Vlaardingen is bereikt dat een watervergunning aan de Golfclub is afgegeven. Dat Gemeente Vlaardingen zich niet constructief zou hebben opgesteld is dan ook niet gebleken. De enkele omstandigheid dat Gemeente Vlaardingen voor wat betreft de vraag of stopzetting van de exploitatiebijdrage op zijn plaats is, zich op het standpunt stelt dat daarvoor in haar visie noodzakelijk is dat eerst afkoppeling van de waterzuiveringsinstallatie moet hebben plaatsgevonden en zij dus een andere mening is toegedaan dan de Golfclub, maakt niet dat er geen sprake is van ‘constructief gevoerd overleg’. Hieruit volgt dat Gemeente Vlaardingen heeft voldaan aan de op haar rustende inspanningsverplichting van artikel 4 van de overeenkomst. Hierop stuiten zowel de vordering uit hoofde van toerekenbare tekortkoming van de overeenkomst als de vordering tot nakoming van artikel 4 van de overeenkomst af.

gewijzigde of onvoorziene omstandigheden

4.5.

Vervolgens ligt ter beoordeling voor of sprake is van gewijzigde omstandigheden die nopen tot aanpassing van de overeenkomst op grond van artikel 4 van de overeenkomst dan wel op basis van de redelijkheid en billijkheid.

De Golfclub stelt dat zich de afgelopen jaren de volgende veranderingen hebben voorgedaan die aanpassing rechtvaardigen:

  1. het water hoeft niet langer gezuiverd te worden, omdat het schoon naar de waterzuiveringsinstallatie gaat. Sinds een aantal jaren zijn er positieve resultaten van de onderzoeken naar de verontreiniging in het af te voeren water vanaf de golfbaan;

  2. HHD is betrokken geraakt bij de uitvoering van de overeenkomst, terwijl de Golfclub daarop geen invloed heeft gehad;

  3. HHD heeft aan de Golfclub een vergunning verleend voor het lozen van water

buiten de zuiveringsinstallatie om;

4) HHD en Gemeente Vlaardingen blijven wel steeds in gesprek met de Golfclub,

maar er worden geen beslissingen genomen ook al zijn er oplossingen.

4.6.

Ten aanzien van de kwaliteit van het van de golfbaan af te voeren water overweegt de rechtbank als volgt. De Golfclub grondt haar stelling dat het water - kort gezegd - schoon is, op een meting van Nedlab die de Golfclub op 17 april 2011 heeft doen uitvoeren.

Dat het water - zoals de Golfclub stelt - schoon door de waterzuiveringsinstallatie gaat, staat niet vast. Gemeente Vlaardingen heeft onder overlegging van het rapport Deltares gemotiveerd betwist dat het water voldoende schoon is. Uit het door Deltares uitgevoerde onderzoek blijkt dat de geconstateerde dieldrinwaarde het maximaal toegestane aantal van 0,01 µg/l overschrijdt. Dat - zoals de Golfclub in dit verband heeft bepleit - in de overeenkomst niet staat dat het water aan een dieldrinnorm van 0,01 µg/l moet voldoen, gaat niet op. In artikel 1.3 van de overeenkomst wordt (indirect) gerefereerd aan de norm van 0,01 µg/l. Er staat uitdrukkelijk vermeld ‘dat het op de boezem geloosde water voldoet aan de daarvoor door het Hoogheemraadschap van Delfland gestelde of te stellen eisen’. Die eisen zijn opgenomen in de door het HHD op 19 juni 2002 verleende vergunning waarnaar onder III in de considerans van de overeenkomst wordt verwezen. Daarom dient, anders dan is bepleit, nog steeds uitgegaan te worden van een norm van maximaal 0,01 µg/l dieldrin. Partijen zijn daar - gelet op hun handelen - kennelijk ook steeds vanuit gegaan.

4.7.

Het onderzoek van Deltares is over een langere periode uitgevoerd. Het rapport van Deltares is gebaseerd op metingen die een jaar lang hebben plaatsgevonden in de periode maart 2015 - april 2016, hetgeen volgens Gemeente Vlaardingen noodzakelijk is om een juist beeld van de kwaliteit van het water te krijgen, omdat de dieldrinwaarde verschilt in de droge en natte periode van het jaar. Gemeente Vlaardingen voert aan dat om die reden weinig kan worden opgemaakt uit de enkele meting die Nedlab op 17 april 2011 heeft uitgevoerd.

De Golfclub heeft na deze gemotiveerde betwisting, haar standpunt dat de dieldrinwaarde aan de norm beantwoordde niet nader, en daarmee onvoldoende onderbouwd. Het dient er dan ook voor te worden gehouden dat niet vaststaat dat het water aan de voorgeschreven dieldrinnorm beantwoordde, zodat geen sprake is van een wijziging van omstandigheden op dit punt.

4.8.

De omstandigheid dat HHD betrokken is geraakt bij de uitvoering van de overeenkomst, levert weliswaar een gewijzigde omstandigheid op maar kwalificeert niet als ‘een gewijzigde omstandigheid’ in de zin van artikel 6:258 BW juncto 6:248 BW die noopt tot aanpassing of wijziging van de overeenkomst. De Golfclub heeft ook niet onderbouwd waarom deze omstandigheid een aanpassing van de overeenkomst in de door haar gevorderde zin vereist. Gesteld noch gebleken is dat onverkorte handhaving van de overeenkomst in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn dan wel dat Gemeente Vlaardingen ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet van haar mag verwachten.

Deze stelling wordt daarom verworpen.

4.9.

Dat inmiddels door de Golfclub een vergunning is verkregen voor het lozen van water buiten de waterzuiveringsinstallatie om, vormt wel een wijziging van omstandigheden als bedoeld in artikel 6:258 BW juncto 6:248 BW.

De rechtbank ziet daarom aanleiding om de overeenkomst tussen partijen te wijzigen met ingang van de datum waarop daadwerkelijke afkoppeling van de waterzuiveringsinstallatie plaatsvindt. De rechtbank acht, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, deze ingangsdatum aanvaardbaar en redelijk, nu - zoals hiervoor is overwogen - niet vaststaat dat het water voldoet aan de voorgeschreven norm en waterzuivering van het van de golfclub afkomstige water dus nog daadwerkelijk plaatsvindt. Op het moment dat echter een afkoppeling van de waterzuiveringsinstallatie plaatsvindt, brengen de redelijkheid en billijkheid met zich mee dat van de Golfclub niet kan worden gevergd dat zij nog langer meebetaald aan de exploitatiekosten die haar thans uit hoofde van de overeenkomst in rekening worden gebracht. De exploitatiekosten zullen dan op nihil worden gesteld en zijn dan niet langer verschuldigd.

4.10.

Of de oprichtings- c.q. stichtingskosten na afkoppeling van de waterzuiverings-installatie eveneens op nihil kunnen worden gesteld, hangt (mede) af van de vraag of - zoals Gemeente Vlaardingen aanvoert en de Golfclub betwist - deze kosten verschuldigd zijn uit hoofde van geldlening. Gemeente Vlaardingen voert aan dat partijen voor deze constructie hebben gekozen, omdat de Golfclub haar bijdrage aan de oprichtingskosten - zijnde 40 % - niet in één keer kon betalen. De stichtings- c.q. oprichtingskosten zijn daarom omgezet in een lening, aldus Gemeente Vlaardingen.

4.11.

Indien sprake is van een door Gemeente Vlaardingen aan de Golfclub verstrekte lening is voor aftrek van deze kosten na afkoppeling van de waterzuiveringsinstallatie geen plaats.

4.12.

Voor de beantwoording van de vraag wat partijen op dit punt hebben afgesproken, dient de overeenkomst te worden uitgelegd. Die uitleg kan niet alleen worden gegeven op grond van een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen daarvan, maar daarbij komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

Bij de uitleg van een geschrift zal telkens van beslissende betekenis zijn alle omstandigheden van het concrete geval, gewaardeerd naar hetgeen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen.

4.13.

Uit de considerans van de overeenkomst volgt dat partijen hebben beoogd om uitvoering te geven aan de op hen rustende verplichting om voorzieningen aan te brengen voor het zuiveren van het uit de Broekpolder afkomstige afvalwater en dat zij uit doelmatigheids- en kostenoverwegingen ervoor hebben gekozen om één waterzuiveringsinstallatie te bouwen ten behoeve van zowel het gemeentelijk terrein als het terrein van de Golfclub.

In de considerans wordt verwezen naar het door de rechtbank ’s-Gravenhage op 18 oktober 1995 gewezen vonnis en de bekrachtiging daarvan door het Hof op 8 juli 1999 waarin is uitgemaakt wie de kosten dient te dragen van het aanbrengen en exploiteren van voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding van het golfterrein ter reducering van het zich in de bodem bevindende dieldrin. De rechtbank ’s-Gravenhage overweegt in haar vonnis dat op grond van artikel 1, 6 en 8 van de erfpachtakte van 28 december 1978 op de Golfclub alle lasten van het volledige onderhoud rusten en dat het haar verboden is afval in welke vorm dan ook in open water te lozen. De rechtbank ’s-Gravenhage overweegt voorts dat de akte zo moet worden uitgelegd dat ook de kosten van de volgens het HHD aan te brengen reductie onder de lasten en het volledig onderhoud zoals deze op de Golfclub rustten, vallen. De rechtbank leidt hieruit af dat op de Golfclub een zelfstandige verplichting rust(te) tot het reduceren van het dieldrinpercentage, zodat zij in beginsel zelf voor een waterzuiveringsinstallatie had moeten zorg dragen.

4.14.

Partijen hebben in hun overeenkomst opgenomen dat ‘de WZI op kosten van de Gemeente [is] gerealiseerd, (…). De Gemeente is voor 100% eigenaar van de WZI.’ In de overeenkomst staat nergens genoemd dat ter financiering van het door de Golfclub verschuldigde deel van de stichtings- c.q. oprichtingskosten door Gemeente Vlaardingen aan de Golfclub een lening is verstrekt. In de overeenkomst staat slechts vermeld dat er naast exploitatiekosten ook ‘vaste kosten ter dekking van investeringen’ verschuldigd zijn (de door partijen als oprichtings- c.q. stichtingskosten aangeduide kosten), maar nergens in de overeenkomst staat vermeld dat die onder 2.a genoemde kosten zijn aan te merken als een lening. Ook in de overgelegde gespreksverslagen wordt niet gesproken over een tussen partijen overeengekomen lening.

4.15.

De rechtbank leidt hieruit af dat partijen er kennelijk met betrekking tot de gezamenlijke waterzuiveringsinstallatie voor hebben gekozen dat Gemeente Vlaardingen de volledige eigendom van de WZI heeft en dat De Golfclub meebetaalt aan een bijdrage in die oprichtingskosten. Gelet op de wijze waarop de overeenkomst is geredigeerd, waarbij niet een duidelijk onderscheid is gemaakt in de overeenkomst tussen de ‘vaste kosten’ en ‘de exploitatiekosten’ en artikel 4 tekstueel gezien op beide kostenposten terugslaat, brengt een redelijke uitleg van de overeenkomst mee dat ook de onder 2.a. aangeduide ‘vaste kosten’ voor wijziging in aanmerking komen. Mede gelet op de omstandigheid dat partijen er kennelijk voor hebben gekozen om - wat er ook zij van die zelfstandig op de Golfclub rustende verplichting om te zorgen voor reducering van het dieldrinpercentage op haar grond - het gezamenlijk gebruiken van één waterzuiveringsinstallatie op deze wijze vorm te geven waarbij de eigendom blijft rusten bij de gemeente, komt onder die omstandigheden deze uitleg van de overeenkomst redelijk voor.

4.16.

Bij akte na comparitie heeft Gemeente Vlaardingen een afschrift van de overeenkomst met daarachter een bladzijde overgelegd met daarop de titel ‘Lening Golfclub Broekpolder’ en waarop een annuïteitenberekening staat vermeld over de periode 2004 tot en met 2012. Partijen twisten over de status van dit document. De Golfclub stelt niet met het document bekend te zijn.

4.17.

Niet voor de hand ligt dat dit stuk bij het aangaan van de overeenkomst is overeengekomen, gelet op het afwijkend lettertype waarin de tekst is gesteld, de afwezigheid van het briefhoofd van het advocatenkantoor dat de overeenkomst heeft opgesteld en mede gelet op het ontbreken van enige verwijzing naar dit document in de tekst van de overeenkomst. Bovendien is het stuk niet door partijen ondertekend. Dit laat onverlet dat partijen in theorie op een later moment hierover overeenstemming kunnen hebben bereikt. Mede gelet op de brief van 16 januari 2001 van Gemeente Vlaardingen aan de Golfclub waarin zij onder meer schrijft “Tijdens het overleg op 13 november 2000 heeft u de Gemeente Vlaardingen verzocht het aandeel van de Golfclub voor te financieren en derhalve een terugbetalingsregeling te treffen middels verhoging van uw aandeel in de exploitatie. Hierover zal op korte termijn een besluit worden genomen. (…)’, bestaat de mogelijkheid dat partijen hierover alsnog een regeling hebben getroffen waarbij het door de Golfclub te betalen deel van de oprichtings- stichtingskosten wordt omgezet in een lening.

Dat daadwerkelijk achteraf alsnog een dergelijke lening tot stand is gekomen, is echter niet gebleken en kan niet worden aangenomen op grond van de overgelegde stukken.

4.18.

Zelfs indien achteraf de te betalen oprichtings-/stichtingskosten zijn omgezet in een lening, heeft dat partijen er kennelijk niet toe bewogen om de overeenkomst met betrekking tot artikel 4 in verbinding met artikel 2 - en artikel 2.a in het bijzonder - aan te passen in die zin dat het onder 2.a genoemde vaste bedrag van € 33.020,00 per jaar, van wijziging op grond van artikel 4 dan wel de wet werd uitgesloten. De rechtbank is dan ook van oordeel dat uit de overeenkomst niet volgt dat partijen hebben beoogd de onder 2.a genoemde kosten van wijziging uit te zonderen.

In de overeenkomst staat opgenomen dat Gemeente Vlaardingen enig eigenaar is van de waterzuiveringsinstallatie. Ook staat opgenomen dat de waterzuiveringsinstallatie op kosten van Gemeente Vlaardingen is gerealiseerd. Partijen hebben niet beoogd om gezamenlijke eigendom te verkrijgen. Daarmee staat op gespannen voet dat de Golfclub wel haar deel van die stichtings- c.q. oprichtingskosten volledig zou moeten dragen, ook indien zij daar geen gebruik meer van behoeft te maken.

De slotsom luidt dat uit de uitleg van de overeenkomst niet volgt dat de onder 2.a genoemde vaste kosten van € 33.020,00 van wijziging zijn uitgezonderd. Dit betekent dat ook de onder 2.a. genoemde vaste kosten niet langer verschuldigd zijn na afkoppeling van de waterzuiveringsinstallatie.

4.19.

De rechtbank ziet aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De rechtbank

wijzigt de gevolgen van de tussen partijen op 14 november 2002 gesloten overeenkomst in dier voege dat de Golfclub na de feitelijke afkoppeling van de waterzuiveringsinstallatie niet langer de in de overeenkomst onder 2.a. en 2.b. genoemde, met de zuivering verband houdende kosten verschuldigd is;

compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr C. Sikkel en in het openbaar uitgesproken op 18 juli 2018.

1182/1573