Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:6291

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
27-07-2018
Datum publicatie
17-09-2018
Zaaknummer
6636098 \ CV EXPL 18-4308
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Uitleg afspraken partijen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 6636098 \ CV EXPL 18-4308

uitspraak: 27 juli 2018

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Coatinc Anox B.V.,

gevestigd te Scherpenzeel (Gld.),

eiseres bij exploot van dagvaarding van 31 januari 2018,

gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders B.V. te Eindhoven,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MTC Metal Building Solutions B.V.,

gevestigd te Hoogvliet Rotterdam, gemeente Rotterdam,

gedaagde,

gemachtigde: mr. A.C. Hansen te Rotterdam.

Partijen worden hierna verder aangeduid als “Coatinc” en “MTC”.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen.

  • -

    het exploot van dagvaarding met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord met producties;

  • -

    het vonnis van 16 april 2018 waarbij een comparitie van partijen is bepaald;

  • -

    de brief van 14 mei 2018 met een drietal aluminium monsters en producties van MTC;

  • -

    de brief van 22 mei 2018 met producties van Coatinc;

  • -

    het proces-verbaal van de op 25 mei 2018 gehouden comparitie van partijen.

1.2.

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis (nader) bepaald op heden.

2 De vaststaande feiten

2.1.

Coatinc is onder meer actief op het terrein van anodiseren van metalen onderdelen. In december 2016 is Coatinc benaderd door MTC met het verzoek om over te gaan tot het anodiseren van aluminium platen. Deze platen waren bestemd voor toepassing in een door MTC begeleid bouwproject in Antwerpen, België.

2.2.

MTC heeft op 9 december 2016 een brief gestuurd aan Coatinc met, voor zover van belang, de volgende inhoud:

(…)

Hierbij de opdracht voor het anodiseren van het materiaal t.b.v. bovengenoemd project.

Kleur zwart cq C35.

Alles geheel volgens bijgaand monster MTC/WCZ /d.d. 05.12.2016/XYZ.

Als besproken laten wij het materiaal, te weten aluminium, type .., dikte 1.0 mm (waarde kwaliteit) hoogglans polijsten door Drenth.

Het polijsten geschiedt aan één zijde. Drenth voorziet deze zijde van het gepolijste materiaal van beschermfolie.

U dient in principe één zijde van dezelfde zwarte kleur te voorzien als bijgaand monster en met eenzelfde glansgraad. De “polijststreepjes” dienen ook enigszins zichtbaar te blijven.

(…)

Wij hebben van u een richtprijs ontvangen en stellen voor een prijs van € 10,= p/m2 per zijde, ergo € 20,= p/m2 incl. “schoonmaken” en folie verwijderen.

Alleen de glanzende zijde dient er goed uit te zien.

(…)

2.3.

Op 20 februari 2017 heeft MTC aan Coatinc een brief gestuurd met, voor zover van belang, de volgende inhoud:

(…)

Hierbij delen wij u mede dat morgen of woensdag het aluminium zetwerk wordt aangeleverd bij de Firma Drenth Waar het gepolijst wordt.

Na het polijsten dient het door u geanodiseerd te worden, volgens afspraak.

De prijs voor het anodiseren is € 10,= p/m2 x 2 (twee zijden) volgens afspraak )

(…)

2.4.

Op 23 februari 2017 heeft Coatinc aan MTC een e-mail gestuurd met, voor zover van belang, de volgende inhoud:

(…)

Hartelijk dank voor het toe sturen van uw vooraankondiging dat er werk aan zit te komen.

Dit hebben wij in goede orde ontvangen.

Echter zien wij dat u hierin wijst naar een prijsafspraak die wij niet zijn overeengekomen.

Vorig jaar hebben wij een richtprijs afgegeven voor plaatmateriaal. Dat u hier € 10 per m2 per zijde rekent komt in de buurt met de prijs die wij voor plaatmateriaal in de kleur blank rekenen. Het enige wat wij hiervan terug kunnen vinden is dat u een prijsvoorstel doet. Hier hebben wij geen akkoord voor gegeven waardoor er ook geen prijsafspraak is.

Zoals ik het nu begrijp, zijn de platen gezet waardoor wij veel minder materiaal in een bad kwijt kunnen en uw order met meer zorg zullen verwerken. Voor zetwerk hebben wij daarom een andere prijs. Voor zetwerk in de kleur C35 rekenen wij € 16,25 per M2 oppervlakte van beide zijden van het materiaal.

Om misverstanden te voorkomen informeren wij u vooraf hierover.

(…)

2.5.

Op 27 februari 2017 heeft Coatinc een e-mail gestuurd aan MTC met, voor zover van belang, de volgende inhoud:

(…)

Zojuist hebben wij telefonisch de m2 prijs besproken voor uw project “WZC Hollebeek”

U geeft aan dat het gaat om een zijde zicht (de gepolijste zijde) en anodiseren in C35 kleur.

We hebben nu de afspraak gemaakt om dit voor u uit te voeren voor € 13,40 m2.

(…)

2.6.

Op 14 maart 2017 heeft Coatinc aan MTC een orderbevestiging gestuurd met daarin, voor zover van belang, opgenomen:

(…)

div. Zetwerk zie bijlagen=960 ano m2

c-35 Anodiseren 15/20µm volgens monster

GEPOLIJST ZETWERK

(…)

2.7.

Op 17 maart 2017 heeft MTC aan Coatinc een e-mail gestuurd met, voor zover van belang, de volgende inhoud:

(…)

Naar aanleiding van ons telefonisch onderhoud van deze week, onderstaand het eerste deel wat geleverd moet worden.

Plafonds van de balkons. Zie onze tekening hd 1604.144.A

( Res 1) 10 stuks 480 mm breed

( Res 3) 30 stuks 463 mm breed

Plafonds binnen, zie zetstaat blad 5

En eventueel de 8 kleine ramen zetstaten nr. 17, 18, 19.

(…)

2.8.

Coatinc heeft op 17 maart 2017 aan MTC een e-mail gestuurd met, voor zover van belang, de volgende inhoud:

(…) Wij zouden graag aan jullie verzoek willen voldoen echter is alles ongemarkeerd op pallets aangeleverd.

Het is voor ons onduidelijk waar deze delen precies bij zitten. Het is voor ons is niet uit te zoeken/sorteren om deze platen er tussen uit te halen.

Wij starten per pallet en doen ons best zo snel als mogelijk alles gereed te krijgen.

(…)

2.9.

Op 3 april 2017 heeft Coatinc aan MTC een factuur ad € 15.565,44 (incl. BTW) gestuurd voor het anodiseren van 960 m2 (hierna: de factuur).

2.10.

Op 28 juni 2017 heeft MTC een e-mail gestuurd aan Coatinc met, voor zover van belang, de volgende inhoud:

(…)

Verder is er geleverd 460 m2 materiaal, volgens opdracht van 09.12.2016 à 2x€ 10,= zijnde € 20,= p/m2, te weten € 9.200,=

(…)

2.11

Op 28 juni 2017 heeft MTC een betaling van € 2.000,00 gedaan op de factuur. MTC heeft het restantbedrag van de factuur onbetaald gelaten.

3 De vordering

3.1.

Coatinc heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, MTC te veroordelen aan haar te betalen € 13.565,40 aan hoofdsom, € 1.182,20 aan tot en met 15 januari 2018 verschenen rente en € 2.084,81 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de overeengekomen rente ad 1% per maand, dan wel de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a van het Burgerlijk Wetboek over € 13.565,40 vanaf 16 januari 2018 tot aan de dag der algehele voldoening met veroordeling van MTC in de kosten van het geding.

3.2.

Aan haar vordering legt Coatinc - zakelijk weergegeven - ten grondslag dat zij nog een bedrag van € 13.565,40 van MTC te vorderen heeft voor het anodiseren van twee zijden van 480 m2 aluminium platen, dus in totaal 960 m2. Omdat MTC de factuur niet betaalde, heeft Coatinc haar vordering ter incasso uit handen moeten geven. Hiervoor heeft zij buitengerechtelijke incassokosten moeten maken ter hoogte van € 2.048,81. Ten slotte is MTC overeenkomstig de algemene voorwaarden van Coatinc een contractuele rente van 1% per maand dan wel de wettelijke handelsrente verschuldigd is vanaf dertig dagen na de factuurdatum, aldus nog steeds Coatinc.

4 Het verweer

4.1.

MTC heeft de vordering betwist en concludeert primair dat de vorderingen van Coatinc moeten worden afgewezen, althans subsidiair gedeeltelijk toegewezen moeten worden tot een gecorrigeerd factuurbedrag en onder verrekening van de door MTC geleden schade, met compensatie van de proceskosten.

4.2.

MTC heeft hiertoe - zakelijk weergegeven - het volgende aangevoerd. Partijen hebben een prijs van € 13,40 per m2 beide zijden afgesproken, omdat de aluminium platen slechts eenzijdig (aan de zichtzijde) in plaats van tweezijdig geanodiseerd hoefden te worden. Door Coatinc is 960 m2 in rekening gebracht, maar dat moest dus slechts 480 m2 zijn. Hierdoor is het factuurbedrag te hoog. Verder heeft Coatinc de platen niet gesorteerd, gemerkt en apart verpakt aangeleverd, terwijl dit wel afgesproken was. MTC heeft hierdoor € 3.500,00 schade geleden in verband met meerwerk door het moeten uitzoeken en prepareren van de platen voor MTC die zij wil verrekenen met de factuur. Voorts zijn de platen door Coatinc slecht geanodiseerd, waardoor Coatinc tekort geschoten is in de uitvoering van haar werkzaamheden en MTC problemen heeft ondervonden en de architect het project in Antwerpen bijna heeft afgekeurd. MTC is door Coatinc nooit formeel in gebreke gesteld en zij verkeert dus niet in verzuim. De buitengerechtelijke incassokosten staan niet in verhouding tot de verrichtte werkzaamheden en de contractuele rente is nooit overeengekomen. Voor zover er al rente verschuldigd zou zijn, is dit de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW. De algemene voorwaarden van MTC zijn van toepassing.

5 De beoordeling

De prijs

5.1.

Tussen partijen is niet in geschil dat er een prijs van € 13,40 overeengekomen is. Wel in geschil is of deze overeengekomen prijs voor beide zijden dan wel slechts voor één zijde was.

Coatinc stelt dat de overeengekomen prijs per zijde gold. Dit wordt door MTC echter betwist, zodat hiervan niet zonder meer kan worden uitgegaan. Kort en goed komt het voorgaande er op neer dat Coatinc ofwel 480 m2 in rekening kon brengen bij MTC ofwel 960 m2.

5.2.

Voor de beantwoording van de vraag wat partijen met elkaar overeengekomen zijn over de prijs geldt niet alleen de taalkundige betekenis van wat er overeengekomen is, maar moet ook gekeken worden welke betekenis de partijen aan de tekst gaven en wat ze over en weer van elkaar redelijkerwijs mochten verwachten. In dit verband overweegt de kantonrechter het volgende.

5.3.

Aan MTC moet worden nagegeven dat uit de e-mail van 27 februari 2017 niet duidelijk blijkt dat de prijs van € 13,40 de prijs per zijde betrof. Uit de eerdere contacten die partijen hebben gehad, blijkt dit echter wel. Zo schrijft MTC zelf in haar brief van 9 december 2016: “(…) een prijs van € 10,= p/m2 per zijde, ergo € 20,= p/m2”. Op basis hiervan hebben partijen hun overleg vervolgd. Uit deze contacten en uit de e-mail van 27 februari 2017 blijkt niet dat van de eerdere prijsafspraak dat er per zijde moest worden betaald is afgeweken.

Daarbij komt dat door MTC ook niet wordt gereageerd op de orderbevestiging van 14 maart 2017 van Coatinc waarin wordt opgenomen dat er 960 m2 moet worden geanodiseerd.

Ten slotte is in dit verband nog van belang dat uit de e-mail van 28 juni 2017 van MTC aan Coatinc blijkt dat zij op dat moment ook nog steeds uitging van een prijs per zijde aangezien MTC dan schrijft: “Verder is er geleverd 460 m2 materiaal, volgens opdracht van 09.12.2016 à 2x€ 10,= zijnde € 20,= p/m2 (…)”.

5.4.

Nu uit alle omstandigheden blijkt dat partijen hebben afgesproken dat beide zijden in rekening zouden worden gebracht, heeft MTC te weinig feiten en omstandigheden gesteld op grond waarvan zij niettemin meende en mocht menen dat slechts één zijde hoefde te worden betaald en dit voor Coatinc ook duidelijk was. Aan bewijslevering op dit punt wordt dan ook niet toegekomen en als vaststaand moet worden aangenomen dat Coatinc het anodiseren van 960 m2 in rekening kon brengen bij MTC en het in rekening gebrachte bedrag correct was.

Vordering van MTC op Coatinc

5.5.

Verder stelt MTC dat Coatinc tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst, enerzijds omdat de platen slecht geanodiseerd waren en anderzijds omdat de geanodiseerde platen niet gesorteerd, gemerkt en apart verpakt zijn aangeleverd, zodat MTC niet de gehele factuur verschuldigd is. Door Coatinc is betwist dat zij tekortgeschoten is en dat er aan de zijde van MTC schade is geleden die aan Coatinc valt toe te rekenen.

5.6.

Op grond van artikel 6:74 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is een schuldenaar verplicht de schade te vergoeden die een schuldeiser door een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis lijdt te vergoeden. Beoordeeld moet dus worden of er sprake is van een tekortkoming aan de zijde van Coatinc en of MTC daar schade door lijdt.

5.7.

De kantonrechter overweegt hierover het volgende. In het licht van de betwisting door Coatinc is door MTC onvoldoende onderbouwd dat er sprake was van slecht geanodiseerde platen, zeker gezien het feit dat ter comparitie vast is komen te staan dat de geanodiseerde platen gebruikt zijn in het bouwproject en de architect uiteindelijk het bouwproject heeft goedgekeurd. Hierdoor staat ook vast dat er voor MTC op dit punt geen schade is ontstaan. Van een tekortkoming van Coatinc voor wat het betreft het anodiseren van de platen waardoor schade is geleden, kan dan ook niet worden uitgegaan.

5.8.

Verder stelt MTC dat de afspraak gemaakt is dat Coatinc de geanodiseerde platen gesorteerd, gemerkt en apart verpakt zou aanleveren op het bouwproject en dit niet is gebeurd. Coatinc betwist niet dat de platen niet gesorteerd, gemerkt en apart verpakt zijn, maar betwist wel uitdrukkelijk dat de afspraak dat zij hiertoe zou overgaan, is gemaakt. Hierbij heeft zij nog gesteld dat de platen ook niet gesorteerd bij haar zijn aangeleverd zoals blijkt uit de door haar ter gelegenheid van de comparitie van partijen overgelegde foto.

De kantonrechter overweegt hierover het volgende. Gezien de gemotiveerde betwisting door Coatinc, vooral de foto waaruit blijkt dat de platen ook niet gesorteerd bij haar zijn aangeleverd, had het op de weg van MTC gelegen om haar stelling nader te onderbouwen met feiten of omstandigheden waaruit zou moeten blijken dat een dergelijke afspraak wel degelijk gemaakt is. Ter comparitie heeft MTC echter slechts verklaard dat zij verwachtte dat Coatinc de platen zou sorteren, merken en apart verpakken aangezien dit in deze branche gebruikelijk is, maar niet hoe, wanneer en op welke wijze dit ook tussen partijen gold. Nu MTC nagelaten heeft om nadere feiten en omstandigheden aan te voeren heeft zij haar stelling dat deze afspraak wel gemaakt was in het licht van de betwisting van Coatinc onvoldoende concreet onderbouwd zodat aan bewijslevering niet wordt toegekomen. Van een dergelijke afspraak kan dus niet worden uitgegaan. Daarmee is ook komen vast te staan dat Coatinc door de wijze van aflevering niet tekort is geschoten in de nakoming van een verplichting, zodat van vergoeding van schade als gevolg van het niet sorteren, merken en apart verpakken van de platen geen sprake kan zijn.

5.9.

Bovenstaande betekent dat aan MTC geen verrekeningsbevoegdheid toekomt en zij de gehele factuur aan Coatinc dient te betalen. Het restant van de factuur van € 13.565,40 zal dan ook worden toegewezen.

Rente

5.10.

Verder vordert Coatinc vergoeding van contractuele rente van 1% per maand over de hoofdsom. Zij baseert deze vordering op haar algemene voorwaarden zoals deze van toepassing zijn verklaard in haar opdrachtbevestiging van 14 maart 2017. Subsidiair vordert Coatinc de wettelijke handelsrente op grond van artikel 6:119a BW.

In dit verband is door MTC aangevoerd dat de algemene voorwaarden van MTC van toepassing zijn en niet die van Coatinc. Subsidiair stelt MTC in dit verband dat het rentebeding in de algemene voorwaarden onredelijk bezwarend is. Verder stelt MTC dat zij geen rente verschuldigd is omdat zij niet in verzuim is komen te verkeren.

5.11.

Allereerst ligt de vraag voor of de algemene voorwaarden van Coatinc van toepassing zijn op grond waarvan een contractuele rente van 1% per maand verschuldigd is. Om dat te kunnen bepalen is van belang dat ook de algemene voorwaarden tussen partijen pas gelden na een aanbod en aanvaarding daarvan. In de opdrachtbevestiging van 14 maart 2017 zijn de algemene voorwaarden van Coatinc van toepassing verklaard en MTC heeft niet gesteld dat zij deze voorwaarden destijds niet heeft aanvaard en/of naar haar eigen voorwaarden heeft verwezen. Deze voorwaarden zijn daarmee deel uit gaan maken van de overeenkomst tussen partijen. Dat in het aanbod van 9 december 2016, dus voorafgaand hieraan, door MTC wordt verklaard dat haar algemene voorwaarden van toepassing zijn doet hier niet aan af, nu dit aanbod door Coatinc niet is aanvaard en er door haar een nieuw aanbod met haar eigen algemene voorwaarden is gedaan

5.13.

MTC stelt in dit verband subsidiair dat het rentebeding in de algemene voorwaarden van Coatinc onredelijk bezwarend is omdat zij een kleine onderneming drijft en haar daarmee het recht toekomt om een beding dat voorkomt op de grijze lijst te vernietigen.

Uit de stelling van MTC begrijpt de kantonrechter dat zij een beroep wil doen op de reflexwerking van bedingen die op de zogenoemde grijze lijst van artikel 6:237 BW staan. De kantonrechter is van oordeel dat het beroep van MTC op de reflexwerking niet slaagt. Zij overweegt daartoe het volgende.

Door MTC is niet specifiek aangevoerd op welk onderdeel van artikel 6:237 BW zij zich beroept. Daarbij komt dat deze grijze lijst is opgenomen ter bescherming van consumenten. De grijze lijst kan ook bij rechtspersonen enige invloed uitoefenen bij de toetsing aan de open norm van artikel 6:233 aanhef en onder a BW in die gevallen waarin de rechtspersoon een met de consument vergelijkbare positie inneemt. Door MTC is in dit verband enkel aangevoerd dat zij een kleine onderneming drijft. Zij is de overeenkomst met Coatinc echter aangegaan voor het anodiseren van aluminium platen voor toepassing in een groot bouwproject. Hieruit volgt dat zij bedrijfsmatig handelde. In deze omstandigheden is er door MTC onvoldoende aangevoerd om de conclusie te rechtvaardigen dat zij een met een consument vergelijkbare positie inneemt.

5.14.

Ten aanzien van het verzuim geldt het volgende. Door Coatinc is gesteld, en door MTC is niet betwist, dat in de algemene voorwaarden is bepaald dat vanaf 30 dagen na factuurdatum deze rente verschuldigd is. Verzuim dan wel ingebrekestelling is hiervoor dus niet nodig.

5.15.

Uit het voorgaande volgt dat de vordering van Coatinc tot betaling van de contractuele rente van 1 % per maand van € 1.182,20 op grond van de algemene voorwaarden zal worden toegewezen.

Buitengerechtelijke incassokosten

5.16.

Coatinc maakt verder aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 2.084,81 omdat zij buitengerechtelijke incassowerkzaamheden heeft verricht. Primair baseert zij haar vordering op haar algemene voorwaarden, subsidiair op artikel 6:96 lid 2 sub c BW.

MTC betwist dat zij in verzuim verkeerde omdat zij niet in gebreke is gesteld door Coatinc, zodat zij geen buitengerechtelijke kosten verschuldigd is. Voorts betwist zij de hoogte van de buitengerechtelijke incassokosten.

5.17.

Voor wat betreft de gehoudenheid tot betaling van de buitenrechtelijke kosten op grond van de algemene voorwaarden heeft te gelden dat deze voorwaarden niet in het geding zijn gebracht door Coatinc. Gezien de betwisting van de verschuldigdheid en de hoogte van de buitengerechtelijke kosten door MTC, had om te kunnen toetsen of MTC deze kosten inderdaad tot dit bedrag verschuldigd is, het wel op de weg van Coatinc gelegen deze voorwaarden in het geding te brengen. Nu zij dat niet heeft gedaan, kan de gegrondheid van de verschuldigdheid niet worden vastgesteld en kan de vordering niet op deze grond worden toegewezen.

De kantonrechter zal vervolgens beoordelen of de vordering op grond van de wettelijke regeling van artikel 6:96 BW voor toewijzing in aanmerking komt. In de eerste plaats is daarvoor van belang de vraag of MTC in verzuim verkeerde. In de opdrachtbevestiging van 14 maart 2017 staat een betalingstermijn van 30 dagen vermeld. Deze betalingstermijn is daarmee deel uit gaan maken van de overeenkomst tussen partijen. Deze betalingstermijn wordt door MTC ook niet betwist. Na het verstrijken van deze termijn verkeerde MTC op grond van artikel 6:83 sub a BW zonder ingebrekestelling in verzuim.

Verder stelt de kantonrechter vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. Voor de verschuldigdheid van de vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is niet relevant welke incassohandelingen de schuldeiser heeft verricht. De kantonrechter stelt vast dat Coatinc voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht, zodat de buitengerechtelijke incassokosten daarmee verschuldigd zijn. Het gevorderde bedrag is echter hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief. De kantonrechter zal de buitengerechtelijke kosten dan ook toewijzen tot het wettelijk tarief, te weten € 910,65.

Proceskosten

5.18.

MTC zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van Coatinc.

6 De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt MTC om aan Coatinc tegen kwijting te betalen € 15.658,25, vermeerderd met de contractuele rente van 1 % per maand over € 13.565,40 vanaf 16 januari 2018 tot de dag van algehele voldoening, een en ander het bedrag van € 25.000,00 niet te boven gaande;

veroordeelt MTC in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Coatinc vastgesteld op € 1.033,00 aan verschotten en € 600,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.I. Hendriks en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

35108