Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:6256

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
16-05-2018
Datum publicatie
31-07-2018
Zaaknummer
C/10/528280 / HA ZA 17-558
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aannemingszaak. We is verantwoordelijk voor vertraging? Twee parallel lopende oorzaken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/528280 / HA ZA 17-558

Vonnis van 16 mei 2018

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KWS INFRA B.V.,

gevestigd te Vianen,

eiseres,

advocaat mr. M.P. van Leeuwen te Rotterdam,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE SCHIEDAM,

zetelend te gemeente Schiedam,

gedaagde,

advocaat mr. A.J. van de Watering te Rotterdam.

Partijen zullen hierna KWS en gemeente Schiedam genoemd worden.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding, gerectificeerd bij exploot van 30 mei 2017;

  • -

    de akte producties van KWS, met producties;

  • -

    de akte overlegging nadere producties tevens houdende wijziging van eis van KWS, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord met producties ;

  • -

    het tussenvonnis waarbij de comparitie is bepaald;

  • -

    de akte houdende aanvullende productie van KWS, met producties;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 27 november 2017;

  • -

    de brieven naar aanleiding van het proces-verbaal, die zijn aangehecht.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Gemeente Schiedam heeft in 2015 op basis van een meervoudige aanbesteding aan KWS opdracht gegeven voor de herinrichting van de Schieoevers en de renovatie van de kadeconstructie. Het werk is omschreven in het bestek “Herinrichting Schieovers Noord en reconstructie kadeoevers”. Op het bestek zijn middels de standaard RAW-bepalingen de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012) van toepassing.

Het gunningscriterium is de economisch meest voordelige inschrijving met als onderdelen Prijs en het Plan van Aanpak, waarin onder meer is opgenomen:

“De gemeente hecht grote waarde aan uw eigen visie op deze opdracht en uw onderscheidende aanpak. U bent specialist op dit gebied en hebt ervaring bij andere opdrachtgevers”.

Aan het Plan van Aanpak is door gemeente Schiedam als minimum eis gesteld:

Kadestabiliteit tijdens de uitvoering (te treffen voorzieningen)”.

2.2

Als bijlage bij het bestek is een verkennend bodemonderzoek gevoegd, alsmede een geotechnisch/constructief advies voor de nieuwe beschoeiing. In het geotechnisch onderzoek wordt ingegaan op de belasting van de kade:

Voor de bovenbelasting worden de belastingen behorende bij een voetgangersgebied aangehouden. Dit is vertaald naar een variabele belasting va 10kPa op 1,5 m uit de beschoeiing.

Voor de verkeersbelasting is 10 kPa op 1,5 m uit de kade aangehouden.”

2.3

KWS heeft ingeschreven met een Plan van Aanpak, als bedoeld in de Inschrijvingsleidraad van 9 juli 2015. KWS heeft blijkens haar Plan van Aanpak ervoor gekozen om de werkzaamheden met betrekking tot de renovatie van de kadeconstructie uit te (laten) voeren vanaf de kade.

In het Plan van Aanpak is een paragraaf opgenomen “Kadestabiliteit (tijdens de uitvoering te treffen voorzieningen)”. In die paragraaf wordt als “risico 1” genoemd de “instabiliteit van de kade” met een analyse en een beschrijving van de te treffen beheersmaatregelen en de effectiviteit.

2.4

Gemeente Schiedam heeft het werk op 22 oktober 2015 middels gunning aan KWS opgedragen. Op 28 oktober 2015 is een omgevingsvergunning voor de uitvoering van het werk verleend, waarin als voorwaarde is opgenomen dat KWS een bouwveiligheidsplan conform het Bouwbesluit 2012 diende op te stellen.

In het document “Indieningsvereisten Bouwveiligheidsplan” van gemeente Schiedam is vermeld:

Een bouwveiligheidsplan dient voor zover van toepassing te bevatten:

(…)

d. Controle berekening stabiliteit bouwkranen en steigers als deze bij omvallen snelwegen, de openbare straat, trein- en/of trambanen of belendende percelen kunnen raken”.

2.5

Partijen hebben geregeld bouwvergaderingen gehouden, waarvan telkens een verslag is gemaakt.

2.6

Toen KWS met het werk een aanvang wilde maken is twijfel gerezen omtrent de vraag of de stabiliteit van de kade voldoende was om daarop een kraan te plaatsen. KWS heeft alsnog door Fugro Geoservices B.V. (hierna: Fugro) onderzoek naar de stabiliteit van de kade laten uitvoeren. Uit twee onderzoeken van Fugro (rapportages van 30 oktober 2015 en 30 november 2015) bleek dat de stabiliteit van de kade onvoldoende was en dat het werk alsnog vanaf een ponton moest worden uitgevoerd.

2.7

Op 3 december 2015 heeft KWS aan gemeente Schiedam geschreven:

De conclusie die wij maandag trokken is, dat we vanaf het water moeten werken. Hiervoor dienen stabiliteitsberekeningen gemaakt te worden van de pontons en deze pakken wij op.”

KWS heeft de vereiste stabiliteitsberekeningen op 8 december 2015 bij gemeente Schiedam ingediend. Het bouwveiligheidsplan van KWS is op 9 januari 2016 goedgekeurd.

2.8

Aan KWS bleek na gunning dat gemeente Schiedam voor het werkgebied geen vooronderzoek naar niet-gesprongen explosieven (NGE) had laten uitvoeren. Een NGE vooronderzoek is noodzakelijk wanneer er indicaties zijn dat gedurende de tweede wereldoorlog (WO II) in het betreffende gebied bombardementen hebben plaatsgevonden. In een in de nabijheid gelegen gebied (locatie Harga aan de overkant van de Proveniersbrug) is in 2012 een NGE-vooronderzoek uitgevoerd.

2.9

KWS heeft erop gestaan dat de gemeente alsnog een dergelijk vooronderzoek liet uitvoeren. Een eerste verzoek daartoe is door KWS op 23 oktober 2015 gedaan. Gemeente Schiedam heeft dat onderzoek op haar kosten laten doen. De onderzoeksresultaten zijn op 4 december 2015 aan partijen bekend gemaakt.

2.10

Het werk heeft eind 2015 gedurende een aantal weken stilgelegen. Tijdens een bouwvergadering op 17 december 2015 heeft KWS meegedeeld:

“De aannemer start 4-1-2016 weer met de werkzaamheden. (…).

Op 18-01-16 worden de pontons en de heistelling aangevoerd en wordt er gestart met het verwijderen van de bestaande kade”.

Het werk is in week 13 van 2016 opgeleverd.

3 Het geschil

KWS vordert samengevat en na wijziging van eis- veroordeling van gemeente Schiedam tot vergoeding van de vertragingsschade en de kosten van meerwerk als gevolg van de opgetreden vertragingen, één en ander nader omschreven in het petitum van de dagvaarding, gewijzigd bij akte van 7 juni 2017, de gevorderde bedragen te vermeerderen met rente en proceskosten. Subsidiair vordert KWS dat de schade wordt opgemaakt bij staat, te vereffenen volgens de wet, wederom te vermeerderen met rente en proceskosten.

Zij legt daaraan ten grondslag dat zowel de vertraging van het werk als gevolg van de instabiliteit van de kade als de vertraging door het NGE-onderzoek voor KWS financiële gevolgen heeft gehad en schade heeft veroorzaakt, waarmee zij bij haar inschrijving op het bestek van de gemeente geen rekening heeft kunnen of hoeven houden.

Gemeente Schiedam voert gemotiveerd verweer en concludeert tot afwijzing, met proceskostenveroordeling.

Ten aanzien van de vordering die verband houdt met de instabiliteit van de kade voert gemeente Schiedam aan dat in het bestek geregeld is dat het aan de inschrijver is om op basis van eigen kennis en expertise te bepalen welke werkmethode gekozen moest worden. Het was gemeente Schiedam erom te doen om in dit geval gebruik te maken van de kennis in de markt, kennis waarover zij zelf niet beschikte. Juist om die reden heeft gemeente Schiedam geen werkwijze willen voorschrijven. Uit het Plan van Aanpak van KWS blijkt ook dat KWS heeft nagedacht over de mate van kade-instabiliteit en dat de risico’s daarvan beschreven zijn. KWS heeft de door haar gekozen werkmethode bovendien zodanig heeft beschreven dat gemeente Schiedam niet kon of moest begrijpen dat deze werkmethode niet haalbaar zou zijn.

Aldus komen de gevolgen van onvoldoende onderzoek door KWS en een verkeerde keuze van KWS voor rekening van KWS zelf. Dat geldt derhalve ook met betrekking tot de kosten als gevolg van vertraging in de uitvoering.

Ten aanzien van de vordering die verband houdt met het alsnog uitgevoerde NGE onderzoek, voert gemeente Schiedam aan dat er ten tijde van de aanbesteding geen indicaties waren dat er gedurende WOII in dit gebied bombardementen hebben plaatsgevonden en dus ook niet dat er enige noodzaak was om een NGE onderzoek uit te voeren; de resultaten van het op verzoek van KWS uitgevoerde onderzoek hebben dat ook bevestigd. Uit het V&G-plan, onderdeel van het bestek, viel ook niet op te maken dat gemeente Schiedam verantwoordelijk was voor het NGE-onderzoek. Bovendien stelt gemeente Schiedam zich op het standpunt dat de vertraging die als gevolg van dat onderzoek is opgetreden, samenviel met de vertraging als gevolg van het feit dat de werkzaamheden alsnog vanaf het water moesten worden uitgevoerd. Van voor vergoeding in aanmerking komende schade kan er ook om die reden, aldus gemeente Schiedam, geen sprake zijn. De schade is voorts ontoereikend onderbouwd.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

De vorderingen van KWS betreffen de vergoeding van vertragingsschade en/of meerwerkkosten

  • -

    als gevolg van het feit dat het plaatsen van de stalen damwand, vanwege instabiliteit van de kade, niet vanaf die kade, maar vanaf een ponton moest worden uitgevoerd, waardoor het werk enige weken heeft stilgelegen en/of minder efficiënt kon worden gewerkt

  • -

    als gevolg van het feit dat alsnog een NGE onderzoek moest worden verricht, dat niet in het bestek was voorzien en waardoor het werk een aantal weken heeft stilgelegen.

Dat het werk heeft stilgelegen en dat dus sprake is van vertraging staat als zodanig vast. Voor de beoordeling van deze vorderingen is allereerst van belang in hoeverre de door KWS aan haar vorderingen ten grondslag gelegde vertragingen aan de gemeente zijn toe te rekenen.

4.2

Met betrekking tot de vorderingen verband houdende met de vertraging van het werk als gevolg van de instabiliteit van de kade overweegt de rechtbank als volgt.

Vast staat dat gemeente Schiedam op basis van een meervoudige aanbesteding aan KWS opdracht heeft gegeven voor de herinrichting van de Schieoevers en de renovatie van de kadeconstructie, waarbij geen werkwijze is voorgeschreven. Gemeente Schiedam heeft er zo bij de aanbesteding voor gekozen om met betrekking tot de renovatie van de kadeconstructie gebruik te maken van de expertise van de marktpartijen en om aan de markt over te laten om de methode van werken en de inzet van hulpmiddelen te kiezen, die voor de uitvoering van het werk het beste aangewend konden worden. Daartoe stelt gemeente Schiedam nog dat zij zelf niet over de expertise beschikt om daarvoor aanwijzingen te geven, laat staan om voorschriften te geven, hetgeen KWS niet, zeker niet gemotiveerd, heeft betwist.

De rechtbank acht die wijze van aanbesteding niet in strijd met de RAW-systematiek. Door KWS zijn ook geen feiten of omstandigheden gesteld, die tot een ander oordeel moeten leiden. Voorts blijkt uit het bestek “Herinrichting Schieovers Noord en reconstructie kadeoevers” genoegzaam dat de keuze van de werkwijze aan de aannemer was.

4.3

Uit de bestekstukken en uit hetgeen daarover door gemeente Schiedam is gesteld blijkt eveneens genoegzaam dat voldoende informatie is gegeven, op grond waarvan de inschrijvers, die geacht mochten worden over voldoende expertise en ervaring op dit gebied te beschikken, moesten begrijpen dat de stabiliteit van de kade aandacht behoefde en van invloed kon zijn op de keuze van de werkwijze en de in te zetten hulpmiddelen. Gemeente Schiedam heeft in dit verband terecht nog gewezen op de fysieke staat waarin de kade zich bevond en op basis waarvan ermee gerekend moest worden dat de stabiliteit van de kade een probleem zou kunnen worden. Onweersproken is dat door KWS bij nota van inlichtingen omtrent de kadestabiliteit geen vragen zijn gesteld.

Verder staat tussen partijen niet ter discussie dat naar aanleiding van het ongeluk met een grote bouwkraan in Alphen aan de Rijn in 2015 extra aandacht bestond voor dergelijke kwesties, zodat onderzoek gedaan moest worden naar de stabiliteit van de kraan, die bij een werk als het onderhavige wordt ingezet. Een dergelijk onderzoek strekt zich ook uit naar de ondergrond waarop de kraan wordt geplaatst, aangezien de stabiliteit van de kraan hand in hand gaat met die van de ondergrond, zoals door gemeente Schiedam onweersproken is gesteld. Gelet op het voorgaande kan KWS niet met recht stellen dat “niets erop duidde dat een inschrijver zelf een stabiliteitsberekening diende te maken”. Bovendien kan de noodzaak voor dergelijke berekeningen ook samenhangen met de keuze, die door de inschrijver ten aanzien van de werkwijze en de in te zetten hulpmiddelen wordt gemaakt. Een redelijk oplettend en zorgvuldig inschrijver als KWS dient zich dat te realiseren.

De conclusie is dan ook dat het aan KWS was om te beoordelen of de stabiliteit van de kade de door haar gekozen werkwijze vanaf de kade toeliet en om daarnaar des nodig onderzoek te doen.

4.4

Gemeente Schiedam heeft gesteld dat KWS blijkens haar plan van aanpak ook daadwerkelijk over de kadestabiliteit, althans het gebrek daaraan, heeft nagedacht en wijst op hetgeen daarover in het Plan van Aanpak is gesteld (zie conclusie van antwoord, randnummer 10). Zij stelt dat zij erop mocht vertrouwen dat de gekozen en specifiek onderbouwde werkmethode dan ook voldoende was doordacht en haalbaar zou zijn. Gemeente Schiedam wijst er in dit verband nog eens op dat KWS hier de deskundige partij is.

4.5

De rechtbank acht dat standpunt van gemeente Schiedam juist. Hetgeen door KWS daartegenover is gesteld doet daaraan niet af. Op zich is juist dat KWS vrij was in het kiezen van de –op zich voor de hand liggende - werkmethode (akte van 7 juni 2017, randnummer 10), maar dat laat onverlet dat de (kwaliteit van de) keuze wel voor rekening van KWS blijft en dat die keuze niet aan het bereiken van het gewenste resultaat niet in de weg mag staan. In het bestek is voorts voldoende informatie opgenomen over de kwaliteit van de bestaande kadeconstructie en de stabiliteit daarvan, op basis waarvan KWS de risico’s daarvan had kunnen inschatten en zo nodig had kunnen laten onderzoeken.

Door KWS is nog gesteld dat op gemeente Schiedam als opdrachtgever de verplichting rust om alle resultaatsverplichtingen en alle kostprijs beïnvloedende omstandigheden in het bestek op te nemen. Aldus had gemeente Schiedam volgens KWS eventuele beperkingen in de wijze van uitvoering (i.c. een mogelijk gebrek aan kadestabiliteit) in het bestek moeten opnemen. Nu was voor KWS niet duidelijk dat niet vanaf de kant kon worden gewerkt.

Wat er van een dergelijke verplichting van gemeente Schiedam als aanbestedende dienst moge zijn, gemeente Schiedam heeft, zoals hiervoor overwogen, naar het oordeel van de rechtbank voldoende informatie over de (risico’s van de) kadestabiliteit gegeven. In hoeverre dientengevolge sprake was van beperkingen in de wijze van uitvoering lag ter beoordeling van KWS als inschrijvende partij, aangezien de gemeente de keuze van de werkwijze nu juist aan de markt heeft willen overlaten. Het zijn immers de marktpartijen, die over voldoende expertise en ervaring beschikken om een dergelijke keuze verantwoord te maken. Dat is door KWS niet gemotiveerd weersproken. KWS heeft nog gesteld (akte van 17 juni 2017, randnummer 18) dat zij zelf niet in staat was om de benodigde stabiliteitsberekeningen te maken. Dat argument snijdt geen hout omdat dit ook geldt voor gemeente Schiedam en voor de overige inschrijvers. Alle partijen zijn voor dergelijke berekeningen aangewezen op daartoe gespecialiseerde bureaus. Bij twijfel was het aan KWS een dergelijk bureau in te schakelen.

4.6

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen komt de rechtbank tot de slotsom dat KWS de onmogelijkheid van de uitvoering van de reconstructiewerkzaamheden vanaf de kade, als gevolg van onvoldoende stabiliteit van die kade, niet aan de gemeente kan verwijten. De keuze van de werkwijze en van de in te zetten hulpmiddelen komt voor risico van KWS en dat geldt ook voor de vertraging als gevolg van het feit dat KWS op basis van een onjuiste keuze heeft ingeschreven. Dat betekent dat de vorderingen van KWS, voor zover deze zijn gebaseerd op de vertraging die samenhangt met onvoldoende kadestabiliteit, niet kunnen worden toegewezen. Datzelfde geldt mutatis mutandis voor de meerwerkvorderingen die daarop gegrond zijn.

4.7

Met betrekking tot de vertraging van het werk als gevolg van de na gunning gebleken noodzaak tot het uitvoeren van een NGE-onderzoek overweegt de rechtbank als volgt.

Als onweersproken staat vast dat gemeente Schiedam vóór de aanbestedingsprocedure geen NGE-onderzoek op het werkterrein heeft laten uitvoeren en dat zij van mening was dat er voor een dergelijk onderzoek ook geen aanleiding bestond Er was, aldus gemeente Schiedam, geen indicatie dat zich in dat gebied niet-gesprongen explosieven konden bevinden. Dat zij het onderzoek uiteindelijk wel en voor haar rekening heeft laten uitvoeren kan haar niet tegengeworpen houden, want dat houdt verband met het feit dat KWS daarom uitdrukkelijk heeft verzocht en zij de welles-nietes discussie omtrent de noodzaak en verplichting daartoe wilde beëindigen. Verder heeft gemeente Schiedam laten meewegen dat het werk toch stil lag (zie conclusie van antwoord, randnummer 25).

4.8

De rechtbank kan gemeente Schiedam in haar standpunt hieromtrent niet volgen. Als onvoldoende weersproken moet als vaststaand worden aangenomen dat in Schiedam in het algemeen en ook in het onderhavige werkgebied gedurende de tweede wereldoorlog op aanzienlijke schaal is gebombardeerd. Daarbij is van belang dat het werkgebied, gelet op de ratio van de regeling en de gevaren van niet-ontplofte explosieven, die immers tot letselschade kunnen leiden, niet te eng begrensd mag worden gezien.

Zoals door KWS is gesteld en kennelijk aan partijen bekend was heeft er in 2012 een onderzoek naar de mogelijke gevolgen van bombardementen in dit gebied (aan de overkant van de Proveniersbrug) plaatsgevonden. Het onderzoeksrapport betreft de locatie Harga en is, aldus KWS, op de website van gemeente Schiedam te vinden. KWS heeft erop gewezen dat er enkele jaren geleden in het gebied aan de overzijde van de Schie, derhalve in de nabijheid van het onderhavige werkgebied, in verband met uit te voeren werkzaamheden, een NGE-onderzoek is uitgevoerd, hetgeen door gemeente Schiedam niet is bestreden. Dat betekent dat gemeente Schiedam zich niet, althans niet zonder nadere onderbouwing, die nu ontbreekt, op het standpunt kon en kan stellen dat er geen enkele indicatie was dat zich in dit gebied niet-gesprongen explosieven zouden bevinden. Het gaat immers om de vraag of er een reële kans bestaat op de aanwezigheid van dergelijke explosieven, niet vereist is dat die aanwezigheid aannemelijk is.

KWS heeft voorts gesteld dat een NGE-onderzoek ook vereist was uit ARBO-technische overwegingen. Het gaat hier immers om de veiligheid van werknemers en de onderaannemer was niet bereid om zijn werknemers aan de risico’s van de aanwezigheid van niet-gesprongen explosieven bloot te stellen. Eén en ander is door gemeente Schiedam niet betwist.

4.9

Alle hiervoor genoemde feiten en omstandigheden leiden tot de slotsom dat KWS er bij de inschrijving van mocht uitgaan dat er al onderzoek was gedaan en dus sprake was van een NGE-onderzoeksrapport. Gemeente Schiedam heeft ten onrechte gemeend dat een dergelijk onderzoek niet noodzakelijk was. Dat betekent dat de gevolgen van het feit dat het onderzoek later alsnog moest worden uitgevoerd en afgewacht voor rekening van gemeente Schiedam komen. Dat geldt derhalve ook voor de vertraging die het werk heeft opgelopen en de financiële gevolgen die KWS daarvan heeft ondervonden.

De vorderingen van KWS, voor zover deze zijn gebaseerd op de vertraging als gevolg van het alsnog uitvoeren van het NGE-onderzoek, komen mitsdien in beginsel voor toewijzing in aanmerking, met dien verstande dat moet worden beoordeeld met hoeveel weken vertraging en met welk bedrag aan schade en/of meerwerk moeten worden gerekend.

4.10

Daaromtrent overweegt de rechtbank als volgt. Partijen zijn het erover eens dat (een onderaannemer van) KWS voor het eerst op of omstreeks 5 november 2015 om een NGE-onderzoek heeft verzocht.

KWS heeft op basis van een “as-built” planning, vergeleken met haar “aanbiedingsplanning” gemotiveerd gesteld dat de vertraging door het NGE-onderzoek 4 weken bedraagt. Daarbij heeft zij erop gewezen dat zij had gepland om per 11 november 2015 te gaan heien, maar dat het werkterrein pas op (vrijdag) 4 december 2015 werd vrijgegeven. Voorts was de heistelling niet direct beschikbaar op dat moment. De rechtbank begrijpt de onderbouwing van KWS aldus, dat deze vertraging van 4 weken hoe dan ook was opgetreden, ongeacht of de vertraging, verband houdende met de instabiliteit van de kademuur, voor rekening van KWS zou komen.

Gemeente Schiedam heeft dit niet voldoende gemotiveerd betwist. Zij heeft weliswaar betoogd dat deze vertraging geheel samenviel met de vertraging in verband met de instabiliteit, maar dat baat haar niet. Er is immers causaal verband tussen deze, voor haar risico komende, fout, de vertraging en daarmee samenhangende schade. Die vertragingsschade zou gemeente Schiedam ook hebben moeten vergoeden als KWS de goede werkwijze had gekozen. Het is in de verhouding tussen gemeente Schiedam als aanbestedende dienst en KWS als aannemer niet redelijk om die schade deels onvergoed te laten omdat KWS zelf ook een fout gemaakt heeft.

Dat sprake is geweest van meerwerkkosten ten gevolge van het NGE-onderzoek is, als KWS dat al heeft bedoeld te stellen, onvoldoende onderbouwd.

4.11

Op grond van al hetgeen hieromtrent door partijen is gesteld en gelet op de voorgaande overwegingen stelt de rechtbank de vertraging als gevolg van de uitvoering van het NGE-onderzoek in redelijkheid vast op 4 weken. De financiële gevolgen, die KWS louter als gevolg van die vertraging van 4 weken heeft ondervonden, komen dan ook voor rekening van gemeente Schiedam, de overige schadeposten (en het meerwerk) niet.

4.12

Ter comparitie van partijen hebben zowel KWS, als gemeente Schiedam de rechtbank verzocht om bij (tussen)vonnis eerst een oordeel te geven over de vraag voor wiens rekening de gevolgen van de vertragingen komen (risicoverdeling), waarna partijen verder kunnen discussiëren over de hoogte van de schade. Dat oordeel is in dit tussenvonnis gegeven. De rechtbank gaat ervan uit dat partijen op basis van dit oordeel bezien of zij alsnog tot een minnelijke regeling kunnen komen. Zij zal de procedure verwijzen naar de rolzitting van 13 juni 2018, op welke zitting partijen zich daaromtrent kunnen uitlaten. Indien van een minnelijke regeling geen sprake is, dient gemeente Schiedam zich bij akte uit te laten over de omvang van de schade als gevolg van het NGE-onderzoek, waarvan door KWS vergoeding wordt gevorderd.

5 De beslissing

De rechtbank

alvorens verder te beslissen:

verwijst de zaak naar de rol van 13 juni 2018, teneinde als onder 4.12 vermeld.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en in het openbaar uitgesproken op 16 mei 2018.

106/