Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:6153

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
26-07-2018
Datum publicatie
27-07-2018
Zaaknummer
10/960098-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Maximale taakstraf van 240 uur voor 2 hackers. De rechtbank heeft twee jongens veroordeeld voor het hacken en vervolgens afpersen van een grote groep mensen. De jongens waren destijds 22 en 18 jaar oud. De rechtbank vindt dat sprake is van zeer ernstige feiten en dat eigenlijk een forse gevangenisstraf op zijn plaats. Omdat er inmiddels bijna 3 jaar zijn verstreken sinds hun aanhouding, waardoor zij lange tijd niet wisten wat hun boven het hoofd hing, het feit dat zij volledig hebben meegewerkt aan het politieonderzoek en het beperken van de (digitale) schade, hun blanco strafblad en dat zij ook de afgelopen 3 jaar geen nieuwe strafbare feiten hebben gepleegd, reden om toch geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Daarom krijgen zij naast de werkstraf wel een forse voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd. Ook moeten zij aan verschillende mensen een schadevergoeding betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/960098-15

Datum uitspraak: 26 juli 2018

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsvrouw mr. H.M.G. Peters, advocaat te Utrecht.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 12 juli 2018.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. L.B. Okhuijsen heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 (afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen en poging tot afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen), onder 2 (medeplegen van computervredebreuk) en het onder 3 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 9 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis;

4 Waardering van het bewijs

Feit 1

4.1.

Standpunt verdediging

Aangevoerd is dat de malware Coinvault op de sites van [naam telecombedrijf] , [naam radiozender] en [naam sportvereniging] als command en control server voor het eerst in Nederland is ingezet vóór de ten laste gelegde afpersing of poging daartoe. Als datum waarop de besmettingen met Coinvault (de verklaring van [naam] en het overzicht op bladzijde 254 van het proces-verbaal van het cumulatief aantal unieke computersystemen dat geïnfecteerd raakte met de ransomware CoinVault) voor het eerst plaatsvonden komt uit het dossier de datum van 13 november 2014 naar voren. Voorbereidingshandelingen die zouden kunnen zien op een periode daaraan voorafgaand zijn niet ten laste gelegd. De ten laste gelegde periode kan daarom slechts vanaf die datum bewezen worden verklaard.

4.2.

Beoordeling.

De rechtbank legt de tenlastelegging zo uit dat de kern van het verwijt dat de verdachte wordt gemaakt er in is gelegen dat de verdachte met het plaatsen van de eerste malware al inbreuk heeft gemaakt op vanaf dan “besmette” servers en internetsites. De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij dit heeft gedaan met de bedoeling om deze malware verder door te zetten en aan te wenden om bestanden op computers van anderen te versleutelen en de eigenaren van deze computers daarmee te dwingen hem en zijn mededader een bitcoin te betalen.

Het plaatsen van de eerste malware is naar het oordeel van de rechtbank dan ook te beschouwen als een begin van uitvoering, omdat deze handeling erop was gericht om daarmee later eigenaren van computers die met deze malware werden besmet af te kunnen persen.

Wettig en overtuigend bewezen is dan ook dat de verdachte en zijn mededader zich in ieder geval vanaf 1 november 2014 schuldig hebben gemaakt aan afpersingen en pogingen daartoe.

De rechtbank is daarbij van oordeel dat het op deze wijze ontoegankelijk maken van bestanden gelijk is te stellen aan het begrip geweld als bedoeld in artikel 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Feiten 1 en 3:

4.3.

De verdachte heeft bekend de feiten samen met zijn broer te hebben gepleegd en dat daarbij gebruik is gemaakt van de malware(ramsomware)-programma’s Coinvault en Bitcryptor.

Indien een verdachte het hem verweten strafbare feit bekend, kan op grond van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering worden volstaan met een opgave van bewijsmiddelen, mits nadien geen vrijspraak is bepleit.

4.4.

Door de raadsman is echter aangevoerd dat vrijspraak dient te volgen van datgene dat betrekking heeft op de gebruikmaking van het programma Bitcryptor, omdat volgens de verdediging in het dossier over dit programma slechts is vermeld dat het vermoedelijk dezelfde soort ramsomware betreft als Coinvault, terwijl op grond van het dossier ook niet kan worden vastgesteld dat Bitcryptor afgeronde malware betreft.

4.5.

De rechtbank volgt de verdediging daarin niet en acht ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte samen met zijn broer, naast het malwareprogramma Coinvault, gebruik heeft gemaakt van het Malwareprogramma Bitcryptor. Het is de verdachte, van wie op grond van het dossier en uit het verhandelde ter terechtzitting is gebleken dat hij over een grote mate van kennis over het gebruik en de werking van deze malware beschikt, zelf die heeft verklaard dat bij het plegen van de strafbare gedragingen van dit programma gebruik is gemaakt.

4.6.

Gelet op de bepleite vrijspraak heeft de rechtbank in bijlage II ten aanzien van het gebruik van het malwareprogramma Bitcryptor de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring daarvan redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 3 ten laste gelegde met betrekking tot het gebruik van het programma Bitcryptor heeft begaan.

4.7.

In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring van het onder feit 1 en 3 ten laste gelegde gebruik van het malwareprogramma Coinvault en de voor de bewezenverklaring van feit 2 redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt ten aanzien van die (onderdelen van) feiten volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde ten aanzien daarvan heeft bekend en met betrekking tot feit 2 en het gebruik van het malwareprogramma Coinvault onder de feiten 1 en 3 nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan.

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

1.

hij in de periode van 1 november 2014 tot en met 14 september 2015 te Amersfoort, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander

telkens met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te

bevoordelen door geweld een aantal

personen en/of rechtspersonen, onder wie/waar onder

[naam slachtoffer 1] en [naam benadeelde rechtspersoon 1] en

[naam slachtoffer 2] en [naam benadeelde rechtspersoon 2] en

[naam slachtoffer 3] en

[naam slachtoffer 4] en

[naam slachtoffer 5] en

[naam slachtoffer 6] en

[naam slachtoffer 7] en/ [naam benadeelde rechtspersoon 3] en

[naam slachtoffer 8] en

[naam slachtoffer 9] en/

[naam slachtoffer 10]

telkens heeft gedwongen tot de afgifte van een bitcoin, geheel of ten dele toebehorende aan een van die voornoemde (rechts)personen,

welk geweld bestond uit de bedreiging dat gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk zijn opgeslagen, onbruikbaar en ontoegankelijk zouden worden gemaakt of zouden worden gewist, immers heeft/is hij, verdachte en/of zijn mededader:

- in computers en/of netwerk(en) van voornoemde

(rechts)personen binnengedrongen en/of geïnfecteerd en

- op deze computers en/of netwerk(en) malware (ransomware),

waar onder Coinvault en/of Bitcryptor, althans een computerprogramma,

geïnstalleerd, en

- met voornoemde malware bestanden versleuteld en ontoegankelijk gemaakt, en

- vervolgens voornoemde (rechts)personen te kennen gegeven dat de

versleutelde bestanden tegen betaling konden worden ontsleuteld;

en

hij in de periode van 1 november 2014 tot en met 14 september 2015 te Amersfoort, althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander

telkens ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader

voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en een ander

wederrechtelijk te bevoordelen door geweld een zeer groot aantal (rechts)personen, onder wie/waaronder

[naam slachtoffer 11] en

[naam slachtoffer 12] en [naam benadeelde rechtspersoon 4] en

[naam slachtoffer 13] en

[naam slachtoffer 14] en/of [naam slachtoffer 15] ,

telkens te dwingen tot de afgifte van een bitcoin geheel of ten dele toebehorende aan een van die voornoemde (rechts)personen

welk geweld bestond uit de bedreiging

dat gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk zijn opgeslagen,

onbruikbaar en ontoegankelijk zouden worden gemaakt of zouden worden gewist,

immers heeft/is hij, verdachte en zijn mededader(s):

- in computers en/of netwerk(en) van voornoemde (rechts)

personen binnengedrongen en/of geïnfecteerd en

- op deze computers en/of netwerk(en) malware (ransomware),

waar onder Coinvault en/of Bitcryptor, althans een computerprogramma,

geïnstalleerd, en

- met voornoemde malware bestanden versleuteld,

en ontoegankelijk gemaakt, en

- vervolgens voornoemde (rechts)personen te kennen gegeven dat de

versleutelde bestanden tegen betaling konden worden ontsleuteld,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 november 2014 2014 tot en met 14 september 2015 te Amersfoort, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander

telkens opzettelijk en wederrechtelijk in geautomatiseerde werken, te weten

een of meerdere servers en/of computers, onder meer de websites

[naam website 1] en

[naam website 2] en

[naam website 3] en

[naam website 4] en

[naam website 5] en

[naam website 6] ,

is/zijn binnengedrongen door die toegang tot die werken te verwerven

a. door het doorbreken van een beveiliging, en/of

b. door een technische ingreep, en/of

c. met behulp van valse signalen of een valse sleutel, en/of

d. door het aannemen van een valse hoedanigheid,

te weten door het verspreiden en/of installeren van malware,

althans het infecteren van een geautomatiseerd werk door malware, dat erop

gericht is verbinding te maken met andere computers,

waarna hij, verdachte en/of zijn mededader door tussenkomst van de

geautomatiseerde werken waarin hij en/of zijn mededader is/zijn

binnengedrongen,

- met het oogmerk zichzelf of een ander wederrechtelijk te bevoordelen gebruik

heeft gemaakt van geautomatiseerde werken

- de toegang heeft verworven tot geautomatiseerde werken van

derden;

3.

hij in de periode van 1 november 2014 tot en met 14 september 2015 te Amersfoort, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander

telkens opzettelijk en wederrechtelijk gegevens die door middel van geautomatiseerde werken, te weten

de geïnfecteerde computers van een groot aantal

personen en/of rechtspersonen, waar onder/onder wie

[naam slachtoffer 1] en/of [naam benadeelde rechtspersoon 1] , en

[naam slachtoffer 2] en/of [naam benadeelde rechtspersoon 2] , en

[naam slachtoffer 3] , en

[naam slachtoffer 4] , en

[naam slachtoffer 5] , en

[naam slachtoffer 6] , en

[naam slachtoffer 7] en/of [naam benadeelde rechtspersoon 3] , en

[naam slachtoffer 8] , en

[naam slachtoffer 9] , en

[naam slachtoffer 10] , en

[naam slachtoffer 11] en

[naam slachtoffer 12] en/of [naam benadeelde rechtspersoon 4] en

[naam slachtoffer 13] en

[naam slachtoffer 14] en/of [naam slachtoffer 15] ,

en

meerdere servers, onder meer de websites

[naam website 1] en

[naam website 2] en/of

[naam website 3] en

[naam website 4] en

[naam website 5] en

[naam website 6] ,

zijn opgeslagen, worden verwerkt of overgedragen, ontoegankelijk heeft gemaakt, dan wel andere gegevens daaraan heeft toegevoegd, immers heeft hij, verdachte door het infecteren van die geautomatiseerde werken een of meer bestanden versleuteld/onbereikbaar

gemaakt,

en

telkens opzettelijk en wederrechtelijk gegevens heeft

verspreid om schade aan te richten in een geautomatiseerd werk, te weten Coinvault en/of Bitcryptor, althans malware.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

Feit 1:

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd

en

poging afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd;

Feit 2:

computervredebreuk, gepleegd door tussenkomst van een openbaar telecommunicatienetwerk, terwijl de dader vervolgens met het oogmerk zichzelf of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, gebruik maakt van verwerkingscapaciteit van een geautomatiseerd werk en terwijl de dader vervolgens door tussenkomst van het geautomatiseerd werk waarin hij is binnengedrongen de toegang verwerft tot het geautomatiseerd werk van een derde, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd;

Feit 3:

Opzettelijk en wederrechtelijk gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk zijn opgeslagen, veranderen, onbruikbaar of ontoegankelijk maken en opzettelijk en wederrechtelijk gegevens verspreiden die zijn bestemd om schade aan te richten in een geautomatiseerd werk.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straffen

7.1.

Algemene overweging

De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straffen zijn gebaseerd

Verdachte en zijn broer hebben op uiterst professionele en grootschalige wijze door middel van eerder, al dan niet middels gehackte servers van derden, heimelijk geplaatste schadelijke software opzettelijk een groot aantal computers geblokkeerd en bestanden op die computers versleuteld en daardoor veranderd en de inhoud ervan voor de rechtmatige gebruikers ontoegankelijk gemaakt. Daardoor konden deze rechtmatige gebruikers van deze computers deze bestanden niet meer gebruiken, een toestand die al gauw een ernstig ontwrichtend effect kan hebben op het persoonlijk en maatschappelijk leven van die gebruikers.

In deze zaak werden de gebruikers van de computers, nadat hun bestanden op deze wijze waren versleuteld en ontoegankelijk waren gemaakt, duidelijk gemaakt dat zij pas weer de beschikking over hun bestanden zouden krijgen nadat ze een bedrag in bitcoins zouden betalen. Niet alle gebruikers van een geblokkeerde computer hebben betaald, en niet alle geblokkeerde bestanden zijn naderhand weer volledig toegankelijk geworden. In die zin heeft een gedeelte van de slachtoffers nog steeds schade en hinder als gevolg van de strafbare feiten van beide verdachten.

Dit feit heeft een op voorhand onbepaald – maar groot – aantal computergebruikers getroffen, en heeft hen ongeacht de aard van het gebruik van de betreffende computers diep geraakt. Uit de aangiften in deze zaak blijkt verder dat zowel bedrijven als privépersonen zijn getroffen door het strafbare handelen van verdachten. Aan gemotiveerde smeekbedes om versleutelde bestanden zonder betaling of tegen gereduceerd tarief toegankelijk te maken, hebben verdachten geen gehoor gegeven.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 3 mei 2018, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.

7.3.2.

Rapportage

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 23 februari 2017, waaruit blijkt dat de verdachte zijn leven op alle gebieden op orde heeft. De verdachte toont inzicht en beschikt over voldoende capaciteiten om niet nogmaals met justitie in aanraking te komen. De reclassering schat het risico op recidive in als laag en reclasseringstoezicht is niet geïndiceerd.

8 Straffen

Bij de thans bewezen verklaarde misdrijven past als uitgangspunt bij het bepalen van een passende straf een forse onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van enkele jaren. Daarbij betrekt de rechtbank nadrukkelijk de overweging dat de duur van een dergelijke gevangenisstraf zodanig moet zijn dat potentiële daders ervan worden weerhouden dit soort ontwrichtende strafbare feiten te plegen.

De uiteindelijke strafbepaling dient echter afgestemd te zijn op concrete zaak, en daarbij kan de persoon van de verdachte en belangrijke rol spelen, zowel in positieve zin als in negatieve zin.

Beide verdachte hebben volledig meegewerkt aan het onderzoek door de politie en hebben al (betrekkelijk) kort na hun aanhouding ieder een volledig bekennende verklaring afgelegd. Ook hebben zij uitgelegd hoe de gevolgen van hun strafbare handelen ongedaan konden worden gemaakt, en hebben daar ook actief aan bijgedragen. Ook nu nog zijn beide verdachten bereid om eventueel nu nog resterende negatieve gevolgen van hun handelen op te lossen.

Verdachte is nog jong, en was voorafgaand aan deze zaak niet eerder met politie en justitie in aanraking geweest. Ook nadat de voorlopige hechtenis in deze zaak was geschorst, inmiddels ruim twee jaar geleden, is verdachte niet opnieuw in aanraking gekomen met politie of justitie.

Verdachte is maatschappelijk goed ingebed, hij volgt met succes gelijktijdig twee universitaire studies: technische wiskunde en automatisering.

Deze omstandigheden zijn alle zeer positief voor de verdachte.

Daarnaast moet rekening worden gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn. Immers, tussen de inverzekeringstelling van verdachten op 15 september 2015 en de datum van het eindvonnis ligt een periode van ruim 33 maanden. Nu in deze zaak wordt uitgegaan van een redelijke termijn van 24 maanden, is er in de onderhavige zaak sprake van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden van negen maanden. Omdat deze overschrijding niet is toe te rekenen aan de verdachte, dient ook deze overschrijding compensatie te vinden in vermindering van de op te leggen straf.

Hetgeen hiervoor is overwogen, leidt er toe dat aan beide verdachten naast de maximale voorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaar de maximale taakstraf van 240 uur zal worden opgelegd. Het reeds ondergane voorarrest zal worden afgetrokken van de taakstraf, zodat 210 uur taakstraf resteert. De voorwaardelijke gevangenisstraf heeft met name tot doel de ernst van het feit te benadrukken, en dient er tevens voor te zorgen dat verdachte niet opnieuw hun (grote) kennis van automatisering zullen inzetten voor of in verband met strafbare bedoelingen.

9 In beslag genomen voorwerpen

9.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de op de aan dit vonnis gehechte en daarvan deel uitmakende lijst van inbeslaggenomen goederen, vermeld onder de nummers 1, 4 tot en met 9 en 11 verbeurd te verklaren.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat ten aanzien van de op deze lijst onder 2, 3 en 10 vermelde goederen de teruggave aan de verdachte kan worden gelast.

9.2.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft verzocht om teruggave aan de verdachte van de onder hem inbeslaggenomen geldbedragen. Voor het overige heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

9.3.

Beoordeling

De op de lijst van in beslag genomen goederen onder 1, 4 tot en met 9 en onder 11 genoemde goederen zullen worden verbeurd verklaard.

De voorwerpen behoren aan de verdachte toe. De verdachte kan de voorwerpen geheel of ten dele ten eigen bate aanwenden en de voorwerpen zijn geheel of grotendeels door middel van de strafbare feiten verkregen, dan wel zijn de bewezen feiten met betrekking tot deze voorwerpen begaan of zijn zij met behulp van deze voorwerpen voorbereid.

Ten aanzien van de op de lijst van in beslag genomen goederen onder 2, 3 en 10 genoemde goederen zal een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte.

10 Vorderingen benadeelde partijen schadevergoedingsmaatregelen

10.1.1. Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde 1], p.a. [adres benadeelde 1] te [woonplaats benadeelde 1] , ter zake van de onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 423,16 (de waarde van in totaal twee bitcoins) aan materiële schade en een vergoeding van € 2.400,00 aan immateriële schade. De benadeelde partij vordert een totaalbedrag van € 2.500,00 aan niet vergoede schade.

10.1.2. Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de gevorderde materiële schade. Zij heeft voorts geconcludeerd tot toewijzing van een bedrag van € 250,00 aan immateriële schade.

10.1.3. Standpunt verdediging

De verdediging acht de gevorderde materiële schade toewijsbaar.

Met betrekking tot de gevorderde immateriële schade heeft de verdediging het standpunt ingenomen dat de benadeelde partij daarin niet ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat die schade onvoldoende is onderbouwd, terwijl extra uren/arbeid niet als immateriële schade kan worden beschouwd.

10.1.4. Beoordeling

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door de onder 1 en 3 bewezen verklaarde strafbare feiten rechtstreeks (materiële) schade is toegebracht en de gevorderde schadevergoeding wegens de betaling van bitcoins door de verdachte niet is weersproken, zal dat gedeelte van de vordering om die reden worden toegewezen.

Ten aanzien van de gevorderde extra uren aan arbeid is de rechtbank met de verdachte van oordeel dat het geen immateriële schade betreft. Omdat verdachte echter de concrete aard en omvang van de schade niet heeft betwist, is deze schade niet weersproken. De rechtbank maakt gebruik van haar bevoegdheid om de rechtsgrond aan te vullen en de rechtbank zal de gevorderde schade als materiële schade toewijzen.

De vordering zal tot het gevorderde totaal bedrag van € 2.500,00 worden toegewezen.

Omdat de verdachte de strafbare feiten, ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededader de benadeelde partij betaalt, is de verdachte in zoverre tegenover de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 12 mei 2015.

Omdat de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

10.1.5. Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 2.500,00, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

10.2.1. Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde 2] , p.a. [adres benadeelde 2] te [woonplaats benadeelde 2] , ter zake van de onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 5.375,00 aan materiële schade (werk eigen personeel € 875,00, decrypten/encrypten bestanden € 3.500,00) en terugzetten data downloaden/produceren (€ 1.000,00) en een vergoeding van € 5.000,00 (onder meer een nieuwe vakantie) aan immateriële schade.

10.2.2. Standpunt verdediging

De verdediging acht aan materiële schade (hoewel niet gevorderd) een bedrag van € 224,17 (de betaling van een bitcoin), onder niet-ontvankelijkverklaring voor het overig gevorderde, toewijsbaar is.

Met betrekking tot de gevorderde immateriële schade heeft de verdediging het standpunt ingenomen dat de benadeelde partij daarin niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu die schade onvoldoende is onderbouwd, terwijl een (gemiste) vakantie niet als immateriële schade kan worden beschouwd.

10.2.3. Beoordeling

Omdat is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door de onder 1 en 3 bewezen verklaarde strafbare feiten rechtstreeks (materiële) schade is toegebracht, de gevorderde schadevergoeding de rechtbank, gelet op hetgeen met betrekking daartoe ook door de benadeelde partij tijdens zijn aangifte is verklaard, ook overigens niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt en de vordering door de verdachte niet voldoende gemotiveerd is weersproken, zal de vordering aan materiële schade worden toegewezen.

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door de onder 1 en 3 bewezen verklaarde strafbare feiten, rechtstreeks immateriële schade is toegebracht.

Die schade zal naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 250,00, zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen, met afwijzing van hetgeen aan hoofdsom meer is gevorderd.

Omdat de verdachte de strafbare feiten, ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededader de benadeelde partij betaalt, is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 21 november 2014.

De vordering van de benadeelde partij zal (in overwegende mate) worden toegewezen. Dit leidt ertoe dat de verdachte eveneens wordt veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

10.2.4. Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 5.625,00, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

10.3.1. Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde 3], wonende te [woonplaats benadeelde 3] , ter zake van de onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 1.163,00 (waarde van een bitcoin op 4 maart 2017) aan materiële schade.

10.3.2. Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering tot een bedrag van € 224,97, zijnde de waarde van een bitcoin ten tijde van de betaling door de benadeelde partij aan de verdachte op 11 april 2015.

10.3.3. Standpunt verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot een bedrag van

€ 224,97 (de waarde van een bitcoin op 11 april 2015) toewijsbaar is en de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering dient te worden verklaard.

10.3.4. Beoordeling

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door de onder 1 en 3 bewezen verklaarde strafbare feiten tot een bedrag van € 224,97 (de waarde van een bitcoin op de datum waarop de benadeelde is overgegaan tot betaling daarvan aan de verdachte en derhalve de dag dat de schade daadwerkelijk is geleden) rechtstreeks (materiële) schade is toegebracht en de vordering genoegzaam is onderbouwd, zal de vordering tot dit bedrag worden toegewezen.

Voor het overige zal de vordering worden afgewezen.

Nu de verdachte de strafbare feiten, ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededader de benadeelde partij betaalt, is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 11 april 2015.

Nu de vordering van de benadeelde partij (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

10.3.5. Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 224,97, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

10.4.1. Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde 4], wonende te [woonplaats benadeelde 4] , ter zake van de onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 212,00 (betaling van een bitcoin) aan materiële schade en een vergoeding van € 100,00 aan immateriële schade

10.4.2. Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot integrale toewijzing van de vordering.

10.4.3. Standpunt verdediging

De verdediging heeft de gestelde materiële schade niet weersproken. Met betrekking tot de gevorderde immateriële schade heeft de verdediging het standpunt ingenomen dat de benadeelde partij daarin niet ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat de gestelde schade niet kan worden gezien als immateriële schade en derhalve onvoldoende is onderbouwd.

10.4.4. Beoordeling

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door de onder 1 en 3 bewezen verklaarde strafbare feiten rechtstreeks (materiële) schade is toegebracht en de gevorderde schadevergoeding door de verdachte niet is weersproken, zal de vordering worden toegewezen.

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door de bewezen verklaarde strafbare feiten rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Omdat de gestelde schade is gevorderd wegens het ongemak dat de benadeelde partij heeft ondervonden doordat hij zijn computer heeft moeten herinstalleren en gedurende enige tijd niet heeft kunnen gebruiken, is de schade te beschouwen als immateriële schade.

Die schade zal naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 100,00, zodat het gevorderde bedrag zal worden toegewezen.

Nu de verdachte de strafbare feiten, ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededader de benadeelde partij betaalt, is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 24 februari 2015.

Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

10.4.5. Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 312,00, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

10.6.1. Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde 5], wonende te [woonplaats benadeelde 5] , ter zake van de onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 211,52 aan materiële schade.

10.6.2. Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering.

10.6.3. Standpunt verdediging

De verdediging heeft de vordering niet weersproken.

10.6.4. Beoordeling

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door de onder 1 en 3 bewezen verklaarde strafbare feiten rechtstreeks (materiële) schade is toegebracht en de gevorderde schadevergoeding de rechtbank door de verdachte niet is weersproken, zal de vordering worden toegewezen.

Nu de verdachte de strafbare feiten, ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededader de benadeelde partij betaalt, is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 24 februari 2015.

Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

10.6.5. Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 211,52, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

10.7.1. Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde 6], wonende te [woonplaats benadeelde 6] , ter zake van de onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 216,13 aan materiële schade.

10.7.2. Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering.

10.7.3. Standpunt verdediging

De verdediging heeft de vordering niet weersproken.

10.7.4. Beoordeling

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door de onder 1 en 3 bewezen verklaarde strafbare feiten rechtstreeks (materiële) schade is toegebracht en de gevorderde schadevergoeding de rechtbank door de verdachte niet is weersproken, zal de vordering worden toegewezen.

Nu de verdachte de strafbare feiten, ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededader de benadeelde partij betaalt, is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 13 mei 2015.

Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

10.7.5. Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 216,13, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 36f, 45, 47, 57, 138ab, 317 en 350a van het Wetboek van Strafrecht.

12 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

13 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) jaren;

bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 3 jaar, na te melden voorwaarden overtreedt;

stelt als algemene voorwaarde:

de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 210 (tweehonderdtien) uren te verrichten taakstraf resteert;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 105 dagen;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de aan dit vonnis gehechte lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor de feiten de goederen vermeld onder 1, 4 tot en met 9 en onder 11;

- gelast de teruggave aan verdachte van de goederen vermeld onder 2, 3, en 10;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst;

beslissingen op de vorderingen van de benadeelde partijen:

veroordeelt de verdachte, hoofdelijk met diens mededader, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 1] , te betalen een bedrag van € 2.500,00 (zegge: tweeduizend vijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 12 mei 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 2.500,00 (hoofdsom, zegge: tweeduizend vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 mei 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 2.500,00 vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 35 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededader, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

veroordeelt de verdachte, hoofdelijk met diens mededader, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 2] , te betalen een bedrag van € 5.625,00, (zegge: vijfduizend zeshonderdvijfentwintig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 21 november 2014 tot aan de dag der algehele voldoening;

wijst af het door de benadeelde partij meer of anders gevorderde;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen van € 5.625,00, (zegge: vijfduizend zeshonderdvijfentwintig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 november 2014 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 5.625,00, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 63 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededader, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

veroordeelt de verdachte, hoofdelijk met diens mededader, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij

[naam benadeelde 3] , te betalen een bedrag van € 224,97 (zegge: tweehonderdvierentwintig euro en zevenennegentig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 11 april 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

wijst af het door de benadeelde partij meer of anders gevorderde;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 224,97 (zegge: tweehonderdvierentwintig euro en zevenennegentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 april 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 224,97 vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 4 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededader, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

veroordeelt de verdachte, hoofdelijk met diens mededader, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij

[naam benadeelde 4] , te betalen een bedrag van € 312,00 (zegge: driehonderdtwaalf euro), te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 24 februari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 312,00 (zegge: driehonderdtwaalf euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 februari 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 312,00 vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 6 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededader, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

veroordeelt de verdachte, hoofdelijk met diens mededader, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij

[naam benadeelde 5] , te betalen een bedrag van € 211,52 (zegge: tweehonderdelf euro en tweeënvijftig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 24 februari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 211,52 (zegge: tweehonderdelf euro en tweeënvijftig eurocent ), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 februari 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 211,52,00 vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 4 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededader, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

veroordeelt de verdachte, hoofdelijk met diens mededader, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij

[naam benadeelde 6] , te betalen een bedrag van € 216,13 (zegge: tweehonderdzestien euro en dertien eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 13 mei 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 216,13 (zegge: tweehonderdzestien euro en dertien eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 mei 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 216,13 vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 4 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededader, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. V.M. de Winkel, voorzitter,

en mrs. W.A.F. Damen en M.W.J. van Elsdingen, rechters,

in tegenwoordigheid van J.P. van der Wijden, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2014

tot en met 14 september 2015 te Amersfoort, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen

(telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te

bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld ongeveer 93, althans één

of meer perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), waar onder

[naam slachtoffer 1] en/of [naam benadeelde rechtspersoon 1] en/of

[naam slachtoffer 2] en/of [naam benadeelde rechtspersoon 2] en/of

[naam slachtoffer 3] en/of

[naam slachtoffer 4] en/of

[naam slachtoffer 5] en/of

[naam slachtoffer 6] en/of

[naam slachtoffer 7] en/of [naam benadeelde rechtspersoon 3] en/of

[naam slachtoffer 8] en/of

[naam slachtoffer 9] en/of

[naam slachtoffer 10]

heeft gedwongen tot de afgifte van (een) bitcoin(s), in elk geval van enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde (rechts)perso(o)n(en), in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit de bedreiging

dat gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk zijn opgeslagen,

onbruikbaar en ontoegankelijk zouden worden gemaakt of zouden worden gewist,

immers heeft/is hij, verdachte en/of zijn mededader(s):

- ( in) een of meer computer(s) en/of netwerk(en) van voornoemde

(rechts)perso(o)n(en) binnengedrongen en/of geïnfecteerd en/of

- ( vervolgens) op deze computer(s) en/of netwerk(en) malware (ransomware),

waar onder Coinvault en/of Bitcryptor, althans een computerprogramma,

geïnstalleerd, en/of

- met voornoemd(e) malware een of meer bestand(en)/programma('s)

versleuteld, in elk geval onbruikbaar en/of ontoegankelijk gemaakt, en/of

- ( vervolgens) voornoemde (rechts)perso(o)n(en) te kennen gegeven dat de

versleutelde bestand(en) tegen betaling konden worden ontsleuteld;

en/of

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2014

tot en met 14 september 2015 te Amersfoort, althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen

(telkens) ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader(s)

voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander

wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld

ongeveer 1166, althans één of meer (rechts)perso(o)n(en), waar onder

[naam slachtoffer 11] en/of

[naam slachtoffer 12] en/of [naam benadeelde rechtspersoon 4] en/of

[naam slachtoffer 13] en/of

[naam slachtoffer 14] en/of [naam slachtoffer 15] ,

te dwingen tot de afgifte van (een) bitcoin(s), in elk geval van enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde (rechts)perso(o)n(en), in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit de bedreiging

dat gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk zijn opgeslagen,

onbruikbaar en ontoegankelijk zouden worden gemaakt of zouden worden gewist,

immers heeft/is hij, verdachte en/of zijn mededader(s):

- ( in) een of meer computer(s) en/of netwerk(en) van voornoemde (rechts)

perso(o)n(en) binnengedrongen en/of geïnfecteerd en/of

- ( vervolgens) op deze computer(s) en/of netwerk(en) malware (ransomware),

waar onder Coinvault en/of Bitcryptor, althans een computerprogramma,

geïnstalleerd, en/of

- met voornoemd(e) malware een of meer bestand(en)/programma('s) versleuteld,

in elk geval onbruikbaar en/of ontoegankelijk gemaakt, en/of

- ( vervolgens) voornoemde (rechts)perso(o)n(en) te kennen gegeven dat de

versleutelde bestand(en) tegen betaling konden worden ontsleuteld,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari

2014 tot en met 14 september 2015 te Amersfoort, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen

(telkens) opzettelijk en wederrechtelijk

in een of meer (gedeelte(s) van) (een) geautomatiseerd(e) werk(en), te weten

een of meerdere server(s) en/of computer(s), onder meer de websites

[naam website 1] en/of

[naam website 2] en/of

[naam website 3] en/of

[naam website 4] en/of

[naam website 5] en/of

[naam website 6] ,

is/zijn binnengedrongen door die toegang tot dat/die werk(en) te verwerven

a. door het doorbreken van een beveiliging, en/of

b. door een technische ingreep, en/of

c. met behulp van valse signalen of een valse sleutel, en/of

d. door het aannemen van een valse hoedanigheid,

te weten door het (doen) verspreiden en/of (doen) installeren van malware,

althans het infecteren van een geautomatiseerd werk door malware, dat erop

gericht is verbinding te maken met één of meer andere computer(s),

waarna hij, verdachte en/of zijn mededader(s), (vervolgens) gegevens die zijn

opgeslagen en/of verwerkt en/of overgedragen door middel van dat/die

geautomatiseerd(e) werk(en) waarin hij en/of zijn mededader(s) zich

wederrechtelijk bevond(en), voor zichzelf of een ander heeft overgenomen en/of

afgetapt en/of heeft opgenomen,

waarna hij, verdachte en/of zijn mededader(s) door tussenkomst van de/het

geautomatiseerde werk(en) waarin hij en/of zijn mededader(s) is/zijn

binnengedrongen,

- met het oogmerk zichzelf of een ander wederrechtelijk te bevoordelen gebruik

heeft gemaakt van de/het geautomatiseerde werk(en)

- de toegang heeft verworven tot de/het geautomatiseerde werk(en) van (een)

derde(n);

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari

2014 tot en met 14 september 2015 te Amersfoort, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen

(telkens) opzettelijk en wederrechtelijk gegevens die door middel van (een)

geautomatiseerd(e) werk(en), te weten

de/een geïnfecteerde computer(s) van ongeveer 1259, althans één of meer

perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), waar onder

[naam slachtoffer 1] en/of [naam benadeelde rechtspersoon 1] , en/of

[naam slachtoffer 2] en/of [naam benadeelde rechtspersoon 2] , en/of

[naam slachtoffer 3] , en/of

[naam slachtoffer 4] , en/of

[naam slachtoffer 5] , en/of

[naam slachtoffer 6] , en/of

[naam slachtoffer 7] en/of [naam benadeelde rechtspersoon 3] , en/of

[naam slachtoffer 8] , en/of

[naam slachtoffer 9] , en/of

[naam slachtoffer 10] , en/of

[naam slachtoffer 11] en/of

[naam slachtoffer 12] en/of [naam benadeelde rechtspersoon 4] en/of

[naam slachtoffer 13] en/of

[naam slachtoffer 14] en/of [naam slachtoffer 15] ,

en/of

een of meerdere server(s) en/of computer(s), onder meer de websites

[naam website 1] en/of

[naam website 2] en/of

[naam website 3] en/of

[naam website 4] en/of

[naam website 5] en/of

[naam website 6] ,

zijn opgeslagen, worden verwerkt of overgedragen, heeft veranderd, gewist,

onbruikbaar of ontoegankelijk heeft gemaakt, dan wel andere gegevens daaraan

heeft toegevoegd, immers heeft hij, verdachte door het infecteren van dat/die

geautomatiseerde werken een of meer bestand(en) versleuteld/onbereikbaar

gemaakt,

en/of

(telkens) opzettelijk en wederrechtelijk gegevens ter beschikking heeft

gesteld en/of verspreid bestemd om schade aan te richten in een

geautomatiseerd werk, te weten Coinvault en/of Bitcryptor, althans malware;