Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:6129

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
26-07-2018
Datum publicatie
26-07-2018
Zaaknummer
10/660292-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld voor het in bezit hebben van kinderporno en vervaardigen van vijf kinderpornografische foto’s. Bij het vervaardigen van deze foto’s pleegde verdachte ontucht met zijn eigen (toen) driejarige dochtertje. Recidive. Strafmaat: 36 maanden gevangenisstraf waarvan 12 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden. Proeftijd 5 jaar. Opheffing bij vonnis van de eerdere schorsing van het bevel voorlopige hechtenis, zodat verdachte na de uitspraak weer in voorlopige hechtenis zal worden genomen.

Opheffing van het geschorste bevel bewaring en ambtshalve bevel gevangenneming, zodat verdachte na de uitspraak weer in voorlopige hechtenis zal worden genomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/660292-17

Datum uitspraak: 26 juli 2018

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

Raadsman mr. J.J.A. Bosch, advocaat te Rotterdam.

Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 12 juli 2018.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. J.B. Wooldrik heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 5 jaar en als bijzondere voorwaarden:

- dat de verdachte zich zal gedragen naar de aanwijzingen van de reclassering, ook indien dat inhoudt medewerking aan een ambulante behandeling bij de forensische polikliniek “De Waag” of soortgelijke instelling, met een meldplicht;

- dat de verdachte zich op welke wijze dan ook zal onthouden van het op digitale wijze, seksueel getint communiceren met minderjarigen, waarbij het daarop door de reclassering uit te oefenen toezicht mede kan bestaan uit controles van zijn computer(s), digitale gegevensdragers en andere apparatuur;

- dat de verdachte zich op welke wijze dan ook zal onthouden van gedragingen die zijn gericht op een digitale omgeving waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd, waarbij het daarop door de reclassering uit te oefenen toezicht mede kan bestaan uit controles van zijn digitale gegevensdragers;

- dat de verdachte toestemming geeft relevante referenten te raadplegen;

- dat de verdachte zich niet zal ophouden met minderjarigen zonder dat hier een andere volwassen persoon bij aanwezig is;

- dat de verdachte de medicatie inneemt die is voorgeschreven door zijn behandelend

arts;

- beëindiging van de schorsing van het bevel voorlopige hechtenis.

Waardering van het bewijs

Feit 1

Het verwerven/delen van kinderporno:

De verdachte heeft bekend dat hij kinderpornografisch materiaal in bezit heeft gehad, maar dat hij dat materiaal niet heeft verworven.

Op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting kan het volgende worden vastgesteld.

Uit een internationale melding van 22 maart 2017 blijkt dat een gebruiker met het e-mailadres [naam e-mailadres] , gebruikmakend van IP-adres [naam IP-adres 1] en de IP-adressen [naam IP-adres 2] en [naam IP-adres 3] (voor de upload van de bestanden) op een Google+Photo’s account beeldmateriaal had geplaatst dat vermoedelijk kinderpornografie betrof. Uit het rapport van een eerder onderzoek in België was al gebleken dat Nederlandse verdachten via Skype kinderporno hadden uitgewisseld met een in België aangehouden persoon. Een van deze skypecontacten “ [Skype-naam 1] ”, displaynaam “ [displaynaam] ”, maakte gebruik van het hiervoor genoemde IP-adres [naam IP-adres 3] . In het rapport van de Belgische autoriteiten werd melding gemaakt van een chatbericht waarin het emailadres “ [naam e-mailadres] ” werd genoemd. Uit die chatberichten bleek dat er vermoedelijk kinderporno werd uitgewisseld tussen de gebruiker van het skypecontact “ [Skype-naam 1] ” en een in België aangehouden verdachte die gebruik maakte van de naam [Skype-naam 2] .

Het e-mailadres [naam e-mailadres] bleek in gebruik te zijn bij [naam verdachte] , geboren op [geboortedatum verdachte] te [geboorteplaats verdachte] en blijkens de basisregistratie personen wonende op het adres [adres verdachte] in [woonplaats verdachte] , samen met zijn echtgenote [naam echtgenote verdachte] en (onder andere) zijn dochter [naam dochtertje verdachte] , geboren op [geboortedatum dochtertje verdachte] 2013.

Op de in de woning van de verdachte aangetroffen computer zijn chatgesprekken via Skype (onder meer gevoerd op 2 mei 2017) aangetroffen tussen voornoemde “ [Skype-naam 1] ” en [Skype-naam 2] ; gesprekken waarin onmiskenbaar wordt gesproken over kinderporno en het uitwisselen daarvan. De verdachte heeft verklaard dat hij gebruik maakt van deze computer. Zijn echtgenote [naam echtgenote verdachte] heeft tijdens haar verhoor als getuige ter terechtzitting verklaard, dat deze computer uitsluitend door haar en haar man wordt gebruikt, en dat zij die computer alleen gebruikt om e-mails te versturen.

De rechtbank gaat er op grond van het vorenstaande van uit dat het de verdachte de enige gebruiker van het skypeadres [Skype-naam 1] is geweest en dat hij de gesprekken met [Skype-naam 2] heeft gevoerd. Omdat uit die gesprekken kan worden afgeleid dat er van beide zijden kinderporno wordt gevraagd en wordt verzonden, is ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte kinderporno heeft verworven.

Feiten 1 en 2

Het beroep op bewijsuitsluiting dan wel strafvermindering.

Aangevoerd is dat de onderzoeken in de woningen op 4 april 2017 en 30 mei 2017 zonder machtiging van de officier van justitie en zonder toestemming van de rechter-commissaris hebben plaatsgevonden. Ook ontbreekt de vereiste toestemming van het openbaar ministerie en de rechter-commissaris om de op die data en de nadien op 27 mei 2017 aangetroffen gegevensdragers te onderzoeken. Die toestemming was in het onderhavige geval vereist, omdat dit onderzoek zodanig verstrekkend was dat daarmee een inbreuk is gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte. Omdat daardoor een belangrijk strafvorderlijk voorschrift in aanzienlijke mate is geschonden, dient dit te leiden tot bewijsuitsluiting dan wel strafvermindering.

Dat de officier van justitie achteraf toestemming tot dit onderzoek heeft verleend, betekent niet dat niet een grotere mate van betrokkenheid van de zijde van het openbaar ministerie was vereist. Omdat dit niet is gebeurd, heft dit de vormverzuimen niet op en moet de gang van zaken nog steeds leiden tot bewijsuitsluiting. De verdachte dient te worden vrijgesproken dan wel te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Beoordeling:

Zowel voor het betreden van de woning op 4 april 2017 als voor de betreding van de woning op 30 mei 2017 is door een hulpofficier van justitie een last tot binnentreden afgegeven.

De verdachte heeft op 4 april 2017 toestemming gegeven om in de woning rond te kijken. Van een doorzoeking waarvoor een verdergaande toestemming was vereist, was daarom geen sprake. Het verweer van de raadsman mist dus feitelijke grondslag. Bij de doorzoeking van de woning aan de [adres verdachte] in [woonplaats verdachte] op 30 mei 2017 was de rechter-commissaris aanwezig. De rechtbank verwerpt de door de raadsman op dit punt gevoerde verweren.

Ook het beroep van de raadsman tot uitsluiting van het bewijs omdat met het zonder toestemming doorzoeken van de onder de verdachte inbeslaggenomen gegevensdragers een ernstige inbreuk zou zijn gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte, wordt verworpen. Tijdens het onderzoek van de gegevensdragers was de politie met name geïnteresseerd in eventueel daarop aanwezige kinderporno. Omdat het onderzoek zich slechts daarop heeft gericht, is, anders dan de raadsman heeft gesteld, geen min of meer compleet beeld van de persoonlijke levenssfeer van de verdachte verkregen en is er (dus) ook geen sprake van een schending van artikel 8 EVRM.

Conclusie: er is geen sprake van een vormverzuim.

De feiten 2 en 3:

Het vervaardigen van kinderporno en de ontucht.

De verdachte heeft niet alleen ontkend dat hij kinderporno heeft vervaardigd, maar ook dat hij ontucht met zijn minderjarig kind heeft gepleegd. Door de verdediging is daarom vrijspraak bepleit.

De rechtbank gaat bij haar verder oordeel uit van de volgende uit het dossier blijkende feiten en omstandigheden.

Tijdens de doorzoeking van de woning van de verdachte op 4 april 2017 is in de woonkamer een smartphone van het merk Galaxy S6 aangetroffen. Tijdens onderzoek aan deze telefoon op de aanwezigheid van kinderpornografisch materiaal werden vijf foto’s aangetroffen, die door de politie terecht zijn aangemerkt als kinderpornografisch.

In de betreffende woning (proces-verbaal nummer: [nummer proces-verbaal 1] ) zijn op een inbeslaggenomen PC ook foto’s aangetroffen die zijn gemaakt in de huiselijke sfeer en die afkomstig bleken van een mobiele telefoon, merk Samsung, type SM-928-F (Samsung Galaxy S6). De verdachte heeft verklaard dat hij degene is die het toestel heeft gebruikt. Bij een selectie van foto’s op alle onder verdachte inbeslaggenomen gegevensdragers werden op de onder verdachte inbeslaggenomen computer (Q-motion) twee foto’s, die zijn gemaakt met genoemd telefoontoestel, aangetroffen waarop het naakte onderlichaam van een meisje van ongeveer drie jaar oud is te zien. Daarop is zichtbaar dat het meisje met gespreide benen ligt en dat haar bovenlichaam is bedekt met een kledingstuk voorzien van onder meer de kleuren wit en roze. Op één van de foto’s is ook een hand te zien, waarvan de vinger in contact is met de vagina van dit meisje.

Tijdens nader onderzoek (proces-verbaal nummer: [nummer proces-verbaal 2] ) zijn op dezelfde Samsung-telefoon drie foto’s aangetroffen, waarop te zien is dat een kinderhand met een blanke huidskleur een penis aanraakt. De bovenkleding van het meisje op deze foto bestaat uit een witte stof met roze en oranje stippen.

Identificatie-onderzoek van de foto’s op basis van de beeldsensor, die -zo blijkt uit de toelichting van de politie- als een soort vingerafdruk aan elke foto kan worden beschouwd, wijst uit dat de als kinderpornografisch beoordeelde foto's met dezelfde broncamera, namelijk de Samsung, type SM-928F (Samsung Galaxy S6), zijn gemaakt als de foto's waarop de verdachte, zijn vrouw en dochter te zien zijn in hun huiselijke omgeving en/of op vakanties. Aan een gehoorde getuige [naam getuige] , de oma van [naam dochtertje verdachte] , is de foto van het meisje dat de penis van een volwassene aanraakt getoond. Op die foto heeft zij heeft [naam dochtertje verdachte] herkend op basis van het jurkje dat het kind op die foto droeg. Zij heeft eigen foto’s van [naam dochtertje verdachte] in een soortgelijk jurkje aan de politie ter beschikking gesteld. Tijdens een vergelijkend onderzoek werden door de politie sterke overeenkomsten vastgesteld tussen de kleding van het meisje op de pornografische opnamen en het meisje op de foto afkomstig van de getuige [naam getuige] . Ook de rechtbank heeft deze gelijkenis tijdens de behandeling van de strafzaak op de terechtzitting vastgesteld.

Op grond van het vorenstaande is wettig en overtuigend bewezen dat het de verdachte is geweest die zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 3 ten laste gelegde ontucht met zijn minderjarige dochter, en dat hij daarvan opnamen heeft gemaakt en zich daardoor tegelijkertijd schuldig heeft gemaakt aan de vervaardiging van kinderporno, zoals ten laste gelegd onder 2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij

in de periode van 7 januari 2010 tot en met 30 mei 2017

te Rotterdam,

afbeeldingen, te weten foto's en films, - en gegevensdragers, bevattende

afbeeldingen, te weten een mobiele telefoon en of een SD-kaart -

van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien

jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken

heeft verworven, in bezit gehad en zich daartoe door middel van een

geautomatiseerd werk en met gebruikmaking van een communicatiedienst de

toegang heeft verschaft

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven -

bestonden uit:

het met een penis oraal, vaginaal en anaal penetreren van het lichaam

van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en

het met de/een penis en vinger vaginaal penetreren van het lichaam van

een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog

niet had bereikt

(bestandsnaam:

[naam bestand 1] )

en

het met de/een vingerhand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel

van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en

het met de/een vinger/hand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel

van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar

nog niet had bereikt

(bestandsnaam:

[naam bestand 2] )

en

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren door een persoon die

kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon

gekleed is en opgemaakt is en poseert in een omgeving en in een

erotisch getinte houding

op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd past

en waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende

afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet

en waarna door het camerastandpunt en de onnatuurlijke pose en de

wijze van kleden van deze persoon en de uitsnede van de foto's/films

nadrukkelijk het ontblote geslachtsdeel, de borsten en billen van die

persoon in beeld gebracht worden,

waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking

heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(bestandsnaam:

[naam bestand 3] )

en

het houden van een stijve penis bij het gezicht en/of lichaam van een

persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking

heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(bestandsnaam:

[naam bestand 4] )

en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

2.

hij

in de periode van 1 december 2013 tot en met 4 april 2017 te

Rotterdamvijf afbeeldingen, te weten foto's , bevattende afbeeldingen,

van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van

achttien jaar nog niet had bereikt, te weten is betrokken of schijnbaar is betrokken,

heeft vervaardigd

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met een vinger betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel,

van die onbekende persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had

bereikt

( [naam bestand 5] )

en

het met de hand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een

ander persoon door die onbekende persoon die kennelijk de leeftijd van 18

jaar nog niet had bereikt

( [naam bestand 6] )

3.

hij in de periode van 7 december 2013 tot en met 4 april 2017 te Rotterdam

met zijn minderjarig kind, te weten [naam dochtertje verdachte] , geboren op

[geboortedatum dochtertje verdachte] 2013, ontucht heeft gepleegd, namelijk het

- met een hand laten betasten en/of aanraken van zijn, verdachtes,

geslachtsdeel door die [naam dochtertje verdachte] en

- met een vinger betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van

die [naam dochtertje verdachte] .

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

Feit 1:

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven en in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt;

feit 2:

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen, meermalen gepleegd

feit 3:

Ontucht plegen met zijn minderjarig kind, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

Motivering straf

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft gedurende een langere periode een groot aantal kinderpornografische afbeeldingen en filmpjes verworven en in bezit gehad. Het grootste deel van de verzameling bevatte afbeeldingen van zeer vergaande seksuele handelingen met zeer jonge kinderen. Uit het dossier blijkt verder dat verdachte actief met derden dit kinderpornografisch materiaal deelde.

De verdachte heeft ook twee maal ontucht gepleegd met zijn destijds drie jaar oude dochter. Hij heeft zijn geslachtsdeel door haar laten betasten en hij heeft ook met een vinger haar geslachtsdeel betast. De verdachte heeft foto’s van dit misbruik gemaakt en daardoor heeft hij ook kinderporno van zijn eigen kind vervaardigd.

De verdachte heeft aldus zowel direct als indirect een bijdrage geleverd aan het in stand houden van de productie en verspreiding van kinderporno en hierdoor ook aan het misbruik en de exploitatie van de daarbij betrokken minderjarigen. De gevolgen van de kinderporno-productie is voor de betrokken kinderen zeer hoog; zij ondervinden vaak nog levenslang grote lichamelijke en psychische gevolgen van het misbruik. De verdachte heeft hiervoor geen oog gehad, maar is louter uit geweest op het bevredigen van zijn eigen lustgevoelens. Het is extra schokkend dat verdachte hierin zelfs zover is gegaan dat hij hiervoor zijn eigen kind heeft misbruikt.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 4 mei 2018, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor ontucht met minderjarigen.

Rapportages

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd

17 oktober 2017. Dit rapport houdt het volgende in.

De seksuele preoccupatie is nog altijd aanzienlijk aanwezig, waarbij vooral afwijkend gedrag jegens jonge meisjes wordt waargenomen. De eerdere behandeling bij De Waag heeft niet voldoende aanknopingspunten gegeven om recidive te voorkomen.

Het is van groot belang dat de heer [naam verdachte] behandeling volgt om zijn seksuele preoccupatie te onderzoeken en zich alternatieve copingvaardigheden eigen te maken. Daarnaast zal de impulscontrole van de heer [naam verdachte] nader belicht moeten worden, evenals de omgang met het gezin en minderjarigen in het algemeen.

Geadviseerd wordt om aan de verdachte de maximaal voorwaardelijke straf op te leggen met de navolgende voorwaarden:

1. De verdachte zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

2. De verdachte zal zich niet aan enig strafbaar feit schuldig maken;

3. De verdachte onthoudt zich op welke wijze dan ook van het op digitale wijze, seksueel getint communiceren met minderjarigen. Het daarop uitgeoefende toezicht kan mede bestaan uit controles van zijn computer(s), digitale gegevensdragers en andere apparatuur. Betrokkene is tijdens de gesprekken met de reclassering open over hoe hij denkt dit gedrag te voorkomen.

4. De verdachte onthoudt zich op welke wijze dan ook van gedragingen die zijn gericht op een digitale omgeving waarin kinderpornografisch materiaal kan worden verkregen terwijl het daarop uitgeoefende toezicht mede kan bestaan uit controles van digitale gegevensdragers. Betrokkene is tijdens de gesprekken met de reclassering open over hoe hij denkt dit gedrag te voorkomen.

5. De verdachte onthoudt zich op welke wijze dan ook van gedragingen die zijn gericht op een digitale omgeving waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd, terwijl het daarop uitgeoefende toezicht mede kan bestaan uit controles van zijn digitale gegevensdragers. Betrokkene is tijdens de gesprekken met de reclassering open over hoe hij denkt dit gedrag te voorkomen.

6. De verdachte zal zich niet ophouden met minderjarigen zonder dat hier een ander volwassen persoon deel van uitmaakt zoals een ouder of verzorger van het kind;

7. De verdachte zal zich houden aan de aanwijzingen en/of voorschriften die hem gegeven worden door of namens de reclassering, ook indien dit inhoudt medewerking aan een ambulante behandeling bij forensische polikliniek "De Waag" of soortgelijke instelling;

8. De verdachte neemt zijn medicatie in zoals voorgeschreven door zijn behandelend arts;

9. De verdachte houdt zich aan de meldplicht;

10. De verdachte geeft toestemming relevante referenten te raadplegen.

Straf

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank allereerst acht geslagen op straffen die in min of meer soortgelijke zaken zijn opgelegd. In het nadeel van verdachte weegt de rechtbank mee dat hij al eerder is veroordeeld voor seksuele delicten.

Verdachte heeft op behoorlijk grote schaal gedurende langere tijd kinderpornografisch materiaal verzameld en heeft dit ook actief gedeeld met derden. Verdachte heeft bovendien twee maal ontucht gepleegd met zijn zeer jonge dochtertje, en heeft daar bovendien kinderpornografische foto’s van gemaakt.

Uit het reclasseringsrapport blijkt dat verdachte niet beschikt over inzicht in zijn seksuele problematiek. Deze bevindingen en conclusie , ziet de rechtbank helaas ook bevestigd tijdens de behandeling van zijn strafzaak in de wijze waarop de verdachte omgaat met de feiten op de tenlastelegging.

De reclassering stelt voor om een (intensieve vorm van) begeleiding en bijzondere voorwaarden op te leggen aan verdachte waardoor het gevaar op herhaling van de nu bewezen delicten kan worden gereduceerd. Om dezelfde reden acht de rechtbank de voorgestelde behandeling en begeleiding noodzakelijk, inclusief de andere voorgestelde bijzondere voorwaarden. Enkel om die reden legt de rechtbank een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk op, met daaraan de voorwaarden gekoppeld die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Gelet op de complexiteit van de problematiek, de aard van de feiten en de schaal waarop die feiten zijn begaan, de omvang van de geadviseerde behandeling en het belang om de verdachte daarin gedurende lange tijd te kunnen monitoren zal de rechtbank, zoals dit ook is geadviseerd door de reclassering en is geëist door de officier van justitie, een proeftijd van vijf jaar verbinden.

Er moet ernstig rekening worden gehouden met het feit dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van een of meer personen.

Doordat de ernst van de feiten een vrijheidsstraf rechtvaardigen en een groot aantal voorwaarden zijn geadviseerd en ook zullen worden opgelegd, is geen ruimte voor een taakstraf zoals door de verdediging voorgesteld.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

Voorlopige hechtenis

De officier van justitie heeft ter terechtzitting opheffing van de schorsing van het bevel voorlopige hechtenis gevorderd.

De rechtbank overweegt dat deze rechter-commissaris, met ingang van 31 augustus 2017 het bevel tot inbewaringstelling onder voorwaarden heeft geschorst. Zoals de rechtbank hiervoor heeft overwogen zal de rechtbank verdachte een forse gevangenisstraf opleggen, met een voorwaardelijk deel en bijzondere voorwaarden met een proeftijd van vijf jaar. Gelet op deze omstandigheden acht de rechtbank schorsing van het bevel voorlopige hechtenis niet meer aan de orde en zal zij deze schorsing opheffen en de gevangenhouding bevelen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 57, 63, 240b en 249 van het Wetboek van Strafrecht.

Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 12 (twaalf) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 5 jaar, na te melden voorwaarden overtreedt;

stelt als algemene voorwaarden:

  • -

    de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

  • -

    de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

  • -

    de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

stelt als bijzondere voorwaarden:

1. de veroordeelde zal zich melden bij Reclassering Nederland, zolang en frequent als die reclasseringsinstelling noodzakelijk vindt;

2. de veroordeelde zal zich onder ambulante behandeling (blijven) stellen bij forensische polikliniek "De Waag" of een soortgelijke instelling;

3. de veroordeelde zal zich op welke wijze dan ook onthouden van het op digitale wijze, seksueel getint communiceren met minderjarigen. Verdachte zal meewerken aan controles op de naleving van deze voorwaarde, en verleent de controlerend medewerker van de reclassering desgevraagd toegang tot alle apparatuur en/of gegevensbestanden die daartoe redelijkerwijs moeten worden betrokken bij deze controle, zoals computer(s), digitale gegevensdragers en andere apparatuur. De veroordeelde is tijdens de gesprekken met de reclassering open over hoe hij denkt dit gedrag te voorkomen;

4. de veroordeelde zal zich op welke wijze dan ook onthouden van gedragingen die zijn gericht op een digitale omgeving waarin kinderpornografisch materiaal aanwezig is en/of kan worden verkregen, terwijl het daarop uitgeoefende toezicht mede kan bestaan uit controles van (de inhoud van) digitale gegevensdragers. De veroordeelde is tijdens de gesprekken met de reclassering open over hoe hij denkt dit gedrag te voorkomen;

5. de veroordeelde zal zich niet ophouden met (een) minderjarige(n) zonder dat hier een ander volwassen persoon bij aanwezig is, zoals een ouder of verzorger van die minderjarige(n);

6. de veroordeelde neemt zijn medicatie in zoals voorgeschreven door zijn behandelend arts, ook indien het gaat om libido-remmende medicatie;

7. de veroordeelde geeft toestemming aan de reclassering om relevante referenten te kunnen raadplegen;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

heft op de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. W.A.F. Damen, voorzitter,

en mrs. V.M. de Winkel en M.W.J. van Elsdingen, rechters,

in tegenwoordigheid van J.P. van der Wijden, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij

op één of meer tijdstippen

in of omstreeks de periode van 7 januari 2010 tot en met 30 mei 2017

te Rotterdam, althans in Nederland,

meermalen, althans eenmaal

telkens

afbeeldingen, te weten foto's en/of films, - en/of gegevensdragers, bevattende

afbeeldingen, te weten een mobiele telefoon en of een SD-kaart -

van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien

jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken

heeft verworven, in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een

geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de

toegang heeft verschaft

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven -

bestonden uit:

het met de/een penis oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam

van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of

het met de/een penis en/of vinger/hand vaginaal penetreren van het lichaam van

een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog

niet had bereikt

(bestandsnaam:

[naam bestand 1] )

en/of

het met de/een vinger(s)/hand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel

van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of

het met de/een vinger(s)/hand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel

van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar

nog niet had bereikt

(bestandsnaam:

[naam bestand 2]

)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die

kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon

gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of in een

(erotisch getinte) houding

(op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen

en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende

afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet

en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de

wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's/films

nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die

persoon in beeld gebracht worden,

(waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking

heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(bestandsnaam:

[naam bestand 3] )

en/of

het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een

persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking

heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(bestandsnaam:

[naam bestand 4] )

en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

2.

hij

op één of meer tijdstippen

in of omstreeks de periode van 1 december 2013 tot en met 4 april 2017 te

Rotterdam, althans in Nederland

meermalen, althans eenmaal,

(vijf) afbeeldingen, te weten foto's - en/of

gegevensdragers, bevattende afbeeldingen, te weten een personal computer en/of

een SD-kaart -

van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van

achttien jaar nog niet had bereikt, te weten (een tot op heden onbekende

persoon van zeer jonge leeftijd) is betrokken of schijnbaar is betrokken,

heeft vervaardigd

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de/een vinger(s)/hand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel,

van die onbekende persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had

bereikt

( [naam bestand 5] )

en/of

het met de/een hand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een

(ander) persoon door die onbekende persoon die kennelijk de leeftijd van 18

jaar nog niet had bereikt

( [naam bestand 6] )

en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

3.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van

7 december 2013 tot en met 4 april 2017 te Rotterdam

met zijn minderjarig kind/stiefkind/pleegkind, te weten [naam dochtertje verdachte] , geboren op

[geboortedatum dochtertje verdachte] 2013, ontucht heeft gepleegd, namelijk het

- met de/een hand laten betasten en/of aanraken van zijn, verdachtes,

geslachtsdeel door die [naam dochtertje verdachte] en/of

- met de/een vinger(s)/hand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van

die [naam dochtertje verdachte] .