Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:6016

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
25-07-2018
Datum publicatie
02-08-2018
Zaaknummer
C/10/515415 / HA ZA 16-1320
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Internationale zaak. Samenwerking bij ontwikkeling en productie van horsystemen. Toepasselijk recht op de overeenkomst volgens Rome I-Vo. Uitleg overeenkomst. Beëindiging duurovereenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/515415 / HA ZA 16-1320

Vonnis van 25 juli 2018

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HORREX HORREN B.V.,

gevestigd te Alblasserdam,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. L. Ritzema te 's-Hertogenbosch,

tegen

de vennootschap naar Duits recht

HANS HARTAL GMBH & CO KG,

gevestigd te Iserlohn, Duitsland,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. V.R. Pool te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Horrex en Hartal genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 24 december 2015, met producties 1 tot en met 9;

  • -

    het tussenvonnis van 29 maart 2017, waarin de incidentele vordering van Hartal tot onbevoegdverklaring is afgewezen, alsmede de daaraan ten grondslag liggende processtukken;

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie tevens houdende conclusie van eis in reconventie, met producties 1 tot en met 11;

  • -

    de beslissing van de rechtbank, waarbij een comparitie van partijen is bepaald;

  • -

    de zittingsagenda;

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie, tevens akte uitlating en akte vermeerdering van eis in conventie, met producties 18 tot en met 28;

  • -

    de akte van Horrex ter rectificatie van laatstgenoemde conclusie;

  • -

    de akte toelichting van standpunten, vermindering van eis en overlegging producties van Hartal, met producties 12 tot en met 18.

1.2.

Op 14 november 2017 heeft de comparitie van partijen plaatsgehad.

Hartal heeft op de comparitie bezwaar gemaakt tegen de eisvermeerdering, omdat deze te laat was ingesteld en Hartal geen reactie daarop heeft kunnen voorbereiden en indienen. De rechter heeft dit bezwaar voor die gelegenheid gehonoreerd maar daarbij bepaald dat Hartal in het verdere verloop van de procedure voldoende gelegenheid krijgt om schriftelijk te reageren. Tijdens de zitting heeft de advocaat van Horrex pagina’s 2 tot en met 4 voorgedragen van haar uit vier pagina’s bestaande spreeknotitie, welk stuk zij aan de rechtbank heeft overhandigd. Deze drie pagina’s maken dan ook deel uit van de processtukken.

1.3.

Partijen hebben vonnis gevraagd als hierna in 4.1 vermeld.

2 De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds onvoldoende betwist gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden.

2.1.

Partijen hebben op 26 oktober 2005 een overeenkomst gesloten (hierna: de Overeenkomst).

2.2.

De Overeenkomst luidt - aangehaald voor zover relevant voor de beoordeling - als volgt:

“Vereinbarung über die Entwicklung und den Vertrieb von einem Fliegenschutzsystem für Tür “HartaLux”

Die Hans Holzhauer GmbH & Co KG

[…]

und die Horrex BV

[…]

im folgenden kurz HARTAL und HORREX genannt, schließen nachstehende Vereinbarung über die Entwicklung und den Vertrieb von einem Fliegenschutzsystem für die Wohnwagenindustrie, speziell für die von HARTAL entwickelte Tür mit der Bezeichnung HartaLux.

1. HARTAL plant die Einführung einer neuen Tür für Wohnwagen- und Reisemobile. Im Rahmen dieses Projektes ist in vertraulicher Zusammenarbeit von HORREX das Fliegenschutzsystem zu konstruieren und im Falle einer Einigung auch zu liefern.

2. HARTAL wird sich im Rahmen ihrer Möglichkeiten an der Entwicklung des Fliegenschutzsystems unterstützend beteiligen. Sollten im Rahmen der gemeinsamen Entwicklung technische Lösungen erarbeitet werden, die zu Schutzrechten führen, wird in Abstimmung zwischen HARTAL und HORREX dieses in den einzelnen technischen Gesprächen protokolliert. Hierbei wird auch die Verwertung festgelegt und in separaten Verträgen geregelt.

Ausgenommen hiervon sind Komponenten die HORREX bereits jetzt im Serieneinsatz hat, bzw. Patente besitzt und für dieses neue Projekt Anwendung finden können.

3. HORREX und HARTAL verpflichten einander, alle technischen und wirtschaftlichen Informationen über diese Entwicklung und deren Termine vertraulich und mit Stillschweigen zu behandeln und Dritten nicht zugänglich zu machen. Davon ausgenommen sind technische Informationen, soweit sie für Lieferanten und Zulieferer von Einzelkomponenten notwendig sind.

4. Die von HORREX neu zu entwickelnden Profile und einzelne Komponenten (insbesondere Kunststoffspritzgussteile ) für das Fliegenschutzsystem HartaLux werden exklusiv nur an HARTAL angeboten und vertrieben. Die gemeinsam entwickelte integrierte Lösung “Fliegenschutz bildet gleichzeitig die Türinnenabdeckung” wird bis Ende der Saison 2006/2007 ausschließlich an HARTAL geliefert. Serienlieferungen von HORREX an andere Partner können frühestens ab Ende Mai 2007 erfolgen. HARTAL verpflichtet sich für die HartaLux Tür nur ein Fliegenschutzsystem von HORREX einzusetzen solange von HORREX eine der allgemeinen Marktlage entsprechende Preisentwicklung eingehalten wird.

5. Bei Vertragsverletzungen haben HORREX und HARTAL einander eine Schadenersatzsumme von mindestens 50.000 Euro zu zahlen. Sollte die Schadenssumme für HARTAL oder HORREX nachgewiesen höher liegen, so ist die nachgewiesene Summe von HARTAL oder HORREX zu entrichten.

6. HORREX übernimmt die konstruktive Ausarbeitung des Fliegenschutzsystems sowie deren Detaillösungen, die Erstellung der technischen Dokumentationen, Zeichnungen, Stücklisten. sowie die Erstellung der notwendigen Werkzeuge. Die erforderlichen Tests werden in Zusammenarbeit mit HARTAL durchgeführt und ausgewertet.

7. Die Entwicklung/Werkzeugkosten für ein Fliegenschutzsystem werden sowohl von HORREX als auch von HARTAL getragen. Die Entwicklungskosten an die HARTAL beteiligt wird, betragen maximal 37.500 €. (Grundlage ist der derzeitige technische Stand der Entwicklung.) Diese Kosten werden sich noch reduzieren, nähere Informationen hierzu, sowie zu den Zahlungsterminen, sind in dem “Beiblatt Werkzeugkosten” aufgeführt.

Die Entwicklungskosten werden zwischen HORREX und HARTAL im Verhältnis 40% zu 60% aufgeteilt. HARTAL wird 60% der Entwicklungskosten zu den im Beiblatt “Werkzeugkosten/Liefervereinbarung” aufgeführten Termine zahlen. Die restlichen 40% Entwicklungskosten werden durch 20.000 geteilt und als Aufpreis dem Preis des Fliegenschutzsystems aufgeschlagen. Beim Erreichen von 10.000 verkauften Systemen zahlt HORREX an HARTAL 20% der Entwicklungskosten in einer Summe zurück.

Bei Erreichen von 20.000 verkauften Systemen zahlt HORREX die restlichen 20 % Entwicklungskosten an HARTAL in einer Summe zurück. Diese Vereinbarung gilt max. 3 Jahre, danach erlischt der Rückzahlungsanspruch von HARTAL.

8. HORREX stellt die technische Betreuung, die notwendigen Fertigungskapazitäten und die Logistik für die Belieferung von HARTAL bereit um im Auftragsfall pünktlich und ordnungsgemäß liefern zu können.

9. Das Beiblatt “Werkzeugkosten / Liefervereinbarung” ist Bestandteil dieses Vertrages.

10. Dieser Vertrag bleibt auch dann gültig, wenn einzelne Bestimmungen sich als Ungültig erweisen sollten. Die betreffende Bestimmung ist dann so auszulegen. dass die mit ihre ursprünglich angestrebte wirtschaftliche und rechtlichen Zwecke soweit wie möglich erreicht werden.”

2.3.

Van de Overeenkomst maakt een bijlage (“Beiblatt WERKZEUGKOSTEN/ LIEFERVEREINBARUNG”, hierna: de Bijlage) deel uit, eveneens gedateerd 26 oktober 2005. De Bijlage luidt - aangehaald voor zover relevant voor deze beoordeling - als volgt:

“Die Entwicklungs/Werkzeugkosten für das Fliegenschutzsystem betragen für HARTAL max. 37.500 €.

Die Werkzeugkosten werden sich noch in den nächsten Wochen reduzieren:

  1. Aufgrund der Umgestaltung der Kunststoffspritzgussteile, aus 4 Werkzeugen wird ein Werkzeug. Die Höhe der reduzierten Kosten gibt HORREX vor dem ersten Zahlungstermin noch an

  2. Aufgrund der Amortisation der Aluminiumwerkzeuge. Die Kosten dieser Werkzeuge werden über die gelieferte Tonnage von dem Presswerk amortisiert. Die Summe der Werkzeugkosten beträgt 7.500 €. HORREX wird HARTAL einmal pro Jahr 60% der erreichten Amortisationssumme gutschreiben.

HARTAL zahlt am 04.10.2005 12.500 € der Entwicklungs/Werkzeugkosten an HORREX.

HARTAL zahlt 4 Wochen nach Musterfreigabe des Fliegenschutzsystems die Differenz zwischen 60% der gesamten Entwicklungs/Werkzeugkosten und den bereits gezahlten 12.500 €.

Lieferbedingungen für die Serie:

Frei Haus, incl. Verpackung, ohne weiter Nebenkosten

Zahlung: 14 Tage nach Lieferdatum/Rechnungsdatum mit 2% Skonto oder

30 Tage nach Lieferdatum/Rechnungsdatum netto

Menge pro Lieferung: 400 Stück, bis Mai 2006 200 Stück

Teilepreise:

Fliegenschutzsystem 1940 x 640 mm 51,23 € / Stück plus Amortisation (40% der WZK aufgeteilt

auf 20.000 Stück)

Abdeckrahmen HartaLux 1940 x 640 mm 23,22 € / Stück

Rahmen für Klappe 1200 x 1200 mm 21,84 € / Stück

Rahmen für Klappe 1500 x 1200 mm 19,14 € / Stück

Plissee Verdunklung 1 x 122 x 1542 mm 8,87 € / Stück

Plissee Verdunklung 2 x 122 x 1542 mm 13,28 € / Stück

Hierbei handelt es sich um max Teilepreise. Eine Reduzierung der Teilepreise ist noch möglich aufgrund der Änderung der Kunststoffspritzgussteile.

Die Teilepreise sind verbindlich bis Ende der Saison 2006/2007. Weiter Einzelheiten werden vor Serienstart in einem Rahmenliefervertrag fixiert.”

3 Het geschil

in conventie

3.1.

Horrex vorderde bij dagvaarding – samengevat weergegeven – dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

  1. voor recht zal verklaren dat Hartal de Overeenkomst met Horrex onregelmatig heeft beëindigd door geen passende opzegtermijn in acht te nemen;

  2. voor recht zal verklaren dat Hartal een opzegtermijn van acht maanden in acht had moeten nemen bij het beëindigen van de Overeenkomst, althans een opzegtermijn die de rechtbank in goede justitie juist acht;

  3. Hartal zal veroordelen tot betaling aan Horrex van een schadevergoeding van € 573.712,80, althans van een bedrag dat de rechtbank in goede justitie juist acht;

  4. Hartal zal veroordelen tot betaling van de wettelijke handelsrente, althans de gewone wettelijke rente het bedrag van € 573.712,80 vanaf 12 juni 2012 tot de dag van de algehele voldoening;

  5. Hartal in de proceskosten zal veroordelen.

3.2.

Horrex heeft in haar ter comparitie genomen akte tot vermeerdering van eis haar in 3.1 genoemde eis aldus vermeerderd dat de aldaar onder 3 genoemde vordering wordt aangevuld met een subsidiaire vordering tot veroordeling van Hartal tot betaling van een bij staat op te maken schadevergoeding en daarnaast de volgende extra vorderingen ingesteld:

  • -

    een verklaring voor recht dat Hartal jegens Horrex toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen, meer in het bijzonder haar in de artikelen 1, 2 en 3 van de Overeenkomst genoemde verplichtingen;

  • -

    een veroordeling van Hartal tot betaling van een bedrag van € 50.000,00 op voet van artikel 5 van de Overeenkomst, te vermeerderen met rente vanaf de datum van het instellen van deze vordering;

  • -

    een veroordeling van Hartal tot vergoeding van de schade die Horrex heeft geleden en nog zal lijden als gevolg van de toerekenbare tekortkoming van Hartal in de nakoming van haar verplichtingen uit de artikelen 1, 2 en 3 van de Overeenkomst, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

Zoals gezegd, heeft de rechtbank deze eisvermeerdering op bezwaar van Hartal in dit stadium geweigerd, maar toegelaten voor het stadium na dit tussenvonnis en bepaald dat Hartal gelegenheid zal krijgen op de vermeerderde eisen te reageren. In dit tussenvonnis worden dus alleen de bij dagvaarding ingestelde vorderingen beoordeeld.

3.3.

Aan de bij dagvaarding ingestelde vorderingen legt Horrex – kort gezegd – de stellingen ten grondslag. Hartal en Horrex hebben op 26 oktober 2005 de Overeenkomst gesloten ten aanzien van de ontwikkeling en distributie van hordeuren. Hartal heeft de Overeenkomst op 14 juni 2012 met onmiddellijke ingang beëindigd. Als gevolg hiervan heeft Horrex schade geleden ten bedrage van € 573.712,80. Voor deze schade is Hartal jegens Horrex aansprakelijk.

3.4.

Hartal voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Horrex, met veroordeling van Horrex in de proceskosten bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis.

3.5.

De rechtbank bespreekt de standpunten van partijen verder bij de beoordeling.

in reconventie

3.6.

Hartal vordert na eisvermindering dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

  1. Horrex zal veroordelen tot betaling aan Hartal van € 4.825,10, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente te berekenen vanaf 11 december 2012, althans vanaf 10 mei 2017;

  2. voorwaardelijk, namelijk voor het geval de rechtbank oordeelt dat de Overeenkomst een overeenkomst is voor onbepaalde duur met daarin een exclusieve afnameverplichting: voor recht zal verklaren dat de Overeenkomst, althans het exclusiviteitsbeding in de Overeenkomst, nietig is, althans vernietigbaar, en de partijen zal bevrijden van de rechtsgevolgen van de Overeenkomst;

  3. Horrex zal veroordelen in de proceskosten.

3.7.

Horrex voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Hartal.

3.8.

De rechtbank bespreekt de standpunten van partijen verder bij de beoordeling.

4. De beoordeling

in conventie en in reconventie

4.1.

Met partijen is afgesproken dat dit vonnis beperkt zal blijven tot het toepasselijke recht op de rechtsverhouding tussen hen zowel in conventie als in reconventie en, voor zover mogelijk, de uitleg van de Overeenkomst.

4.2.

Hier is sprake van een internationale zaak, omdat partijen in verschillende staten gevestigd zijn.

4.3.

De internationale bevoegdheid van deze rechtbank in conventie is vastgesteld in het hiervoor in 1.1 genoemde tussenvonnis van 29 maart 2017. Ook in reconventie is deze rechtbank (internationaal) bevoegd, onder meer omdat Horrex, verweerster in reconventie, woonplaats heeft in Nederland en binnen het rechtsgebied van deze rechtbank. De rechtbank baseert zich daarbij op artikel 4 lid 1 Brussel Ibis-Vo en artikel 99 lid 1 Rv.

4.4.

Tussen partijen is niet in geschil dat hun rechtsverhouding contractueel van aard is en in beginsel slechts is belichaamd in de Overeenkomst en de Bijlage.

4.5.

De Overeenkomst is gesloten op 26 oktober 2005, derhalve voorafgaande aan de inwerkingtreding van de Rome I-Vo, die daarom niet van toepassing is. Van toepassing, zowel in materieel, formeel als temporeel opzicht, is het EVO.

4.6.

Bij de beoordeling van het toepasselijke recht op een overeenkomst wordt in het systeem van het EVO voorrang gegeven aan een (uitdrukkelijke of duidelijk blijkende) rechtskeuze in de zin van artikel 3 EVO, behoudens gevallen die zich in deze zaak niet voordoen.

Voor zover in het onderhavige geval geen sprake is van een rechtskeuze die voldoet aan artikel 3 EVO, volgt het antwoord op de vraag welk recht op de Overeenkomst van toepassing is uit artikel 4 EVO.

4.7.

Hartal stelt dat partijen een rechtskeuze hebben uitgebracht voor Duits recht, Horrex betwist dat. Derhalve is als eerste vraag aan de orde of een rechtsgeldige rechtskeuze is uitgebracht voor Duits recht, of enig ander rechtsstelsel. Deze vraag beantwoordt de rechtbank als volgt.

4.7.1.

Tussen partijen staat vast dat Horrex in een procedure tegen Hartal voor het Landgericht Hagen, Duitsland, vorderingen heeft ingesteld die hetzelfde onderwerp betreffen en op dezelfde oorzaak berusten in de zin van artikel 29 lid 1 Brussel Ibis-Vo als haar vorderingen tegen Hartal in de onderhavige zaak.

4.7.2.

De gestelde rechtskeuze voor Duits recht in de onderhavige zaak ontleent Hartal aan de rechtskeuze voor Duits recht die Horrex volgens Hartal heeft uitgebracht op bladzijden 21 en 22 van haar Klageschrift, het procesinleidende stuk met daarin de vordering, in genoemde Duitse procedure. De tekst op de genoemde bladzijden waarop Horrex doelt, luidt als volgt:

“1. Anwendbares Recht

Wesentlich vor einem tieferen Einstieg in die materiellrechtliche Würdigung erscheint die Klärung des anwendbaren Rechts.

Auf den vorliegenden Sachverhalt findet gem. Art. 28 EGBGB in der Fassung vom 1. Januar 2000 (EGBGB a.F.) deutsches Recht Anwendung. Da der Vertrag vor dem 17. Dezember 2009 geschlossen wurde, ist die Rom I VO gemäß Art. 28 Rom I VO nicht anwendbar. Für vor diesem Datum geschlossene Verträge sind Art. 27 ff, EGBGB a.F. weiterhin anwendbar. Die Parteien haben kein Recht gewählt, so dass nach Art. 28 Absatz 1 EGBGB a.F. das Recht des Staates Anwendung findet, zu welchem die Vereinbarung zwischen den Parteien die engsten Verbindungen aufweist.

Zwar mag man annehmen, dass hier die charakteristische Leistung die maßgefertigte Fertigung und Herstellung sowie Lieferung der fraglichen Produkte durch die Klägerin an die Beklagte war, so dass man nach Art. 28 Abs. 2 EGBGB a.F. die Anwendbarkeit niederländischen Rechts vermuten mag.

Allerdings weisen die vorstehend dargestellten Umstände darauf hin, dass der Schwerpunkt des hier gelebten Vertrages eher im Einbau in eigene Produkte und Vertrieb der zusammengesetzten Endprodukte durch die Beklagte lag. Die Beklagte erwarb bei der Klägerin Produkte, setzte sie in ihre eigenen ein und vertrieb diese dann gemeinsam an ihre Abnehmer. Auch die Wahl deutscher Sprache als Vertragssprache der vorliegenden Dokumente kann ein hierfür sprechendes Indiz sein. Die Produkte der Klägerin wurden nach Deutschland geliefert und dort verarbeitet bzw. an den deutschen Markt vertrieben.”

4.7.3.

Anders dan Hartal betoogt, ligt in deze passage van het Klageschrift van Horrex geen keuze van Horrex besloten ten aanzien van de toepasselijkheid van een bepaald recht, bijvoorbeeld Duits recht. Integendeel: in deze passage stelt Horrex dat partijen geen rechtskeuze gemaakt hebben (“Die Parteien haben kein Recht gewählt”). Wat Horrex hier wel doet, is haar standpunt weergeven ten aanzien van het recht dat van toepassing is bij gebreke van een rechtskeuze. Dit wordt bevestigd door de volzin “so dass nach Art. 28 Absatz 1 EGBGB a.F. das Recht des Staates Anwendung findet, zu welchem die Vereinbarung zwischen den Parteien die engsten Verbindungen aufweist”. Vervolgens geeft Horrex haar uiteenzetting welk recht van toepassing is op de tussen partijen bestaande rechtsverhouding uit de Overeenkomst.

4.7.4.

De omstandigheid dat de Overeenkomst in het Duits is opgesteld vindt de rechtbank onvoldoende om daaruit af te leiden dat partijen voor toepasselijkheid van Duits recht hebben gekozen.

4.7.5.

De rechtbank kan Hartal niet in haar standpunt volgen dat de processuele opstelling van Horrex in de onderhavige zaak blijk zou geven van een keuze voor de toepasselijkheid van Duits recht. De omstandigheid dat Horrex vorderingen over dezelfde onderwerpen heeft voorgelegd aan gerechten in Duitsland en Nederland brengt niet mee dat Horrex daarom geacht moet worden te hebben gekozen voor de toepasselijkheid van Duits recht.

4.7.6.

Aangezien andere feiten of omstandigheden voor het bestaan van een geldige rechtskeuze op de rechtsverhouding gesteld noch gebleken zijn, concludeert de rechtbank dat partijen geen rechtskeuze hebben gemaakt.

4.8.

Vervolgens beantwoordt de rechtbank de vraag welk recht van toepassing is op de rechtsverhouding tussen partijen ingevolge de maatstaven van artikel 4 EVO.

4.8.1.

Aangehaald voor zover in de onderhavige zaak relevant luidt dit artikel als volgt:

Artikel 4

1. Voor zover geen keuze overeenkomstig artikel 3 van het op de overeenkomst toepasselijke recht is gedaan, wordt de overeenkomst beheerst door het recht van het land waarmee zij het nauwst is verbonden. Indien evenwel een deel van de overeenkomst kan worden afgescheiden en dit deel nauwer verbonden is met een ander land, kan hierop bij wijze van uitzondering het recht van dat andere land worden toegepast.

2. Behoudens lid 5 wordt vermoed dat de overeenkomst het nauwst is verbonden met het land waar de partij die de kenmerkende prestatie moet verrichten, op het tijdstip; van het sluiten van de overeenkomst haar gewone verblijfplaats, of, wanneer het een vennootschap, vereniging of rechtspersoon betreft, haar hoofdbestuur heeft. Indien de overeenkomst evenwel in de uitoefening van het beroep of het bedrijf van deze partij werd gesloten, is dit het land waar zich haar hoofdvestiging bevindt of, indien de prestatie volgens de overeenkomst door een andere vestiging dan de hoofdvestiging moet worden verricht, het land waar zich deze andere vestiging bevindt.

3. […]

4. […]

5. Lid 2 vindt geen toepassing, indien niet kan worden vastgesteld welke de kenmerkende prestatie is. De vermoedens van leden 2, 3 en 4 gelden niet wanneer uit het geheel der omstandigheden blijkt dat de overeenkomst nauwer is verbonden met een ander land.

4.8.2.

De rechtbank zal dus eerst moeten onderzoeken of een partij bij deze Overeenkomst de kenmerkende prestant is en, zo ja, welke partij dat is, Horrex of Hartal. De rechtbank zal dat onderzoek aldus uitvoeren dat eerst de verschillende artikelen van de Overeenkomst afzonderlijk onder de loep zullen worden genomen en vervolgens de Overeenkomst in haar geheel zal worden bezien, dat laatste met inachtneming van aanvullende feiten en omstandigheden die de rechtbank daarbij van belang acht.

4.8.3.

Volgens de titel van de Overeenkomst gaat deze over de ontwikkeling en de afzet van het voor de HartaLux-deur bestemde ‘Fliegenschutzsystem’ (hierna: horsysteem).

4.8.4.

In de considerans van de Overeenkomst wordt beschreven de aard van de afspraken tussen Horrex en Hartal die zijn opgenomen in artikelen 1 tot en met 10 van de Overeenkomst. Volgens de considerans hebben deze afspraken betrekking op de ontwikkeling en de afzet van een horsysteem ten behoeve van de caravanindustrie, in het bijzonder ten behoeve van de door Hartal ontwikkelde HartaLux deur.

4.8.5.

Op grond van de tweede volzin van artikel 1 van de Overeenkomst dient Horrex het horsysteem te vervaardigen en dit na het bereiken van overeenstemming met Hartal aan deze te leveren. Beide partijen verplichten zich vertrouwelijk om te gaan met de uitkomsten van hun onderlinge samenwerking op dit gebied.

4.8.6.

In artikel 2 van de Overeenkomst is een ondersteunende rol voor Hartal bepaald bij de ontwikkeling van het horsysteem. De rest van dit artikel heeft betrekking op intellectuele eigendomsrechten die zouden kunnen ontstaan tijdens de ontwikkeling van het horsysteem.

4.8.7.

Artikel 3 van de Overeenkomst heeft betrekking op technische en financieel-economische gegevens die verband houden met de ontwikkeling van het horsysteem. Beide partijen verplichten zich vertrouwelijk om te gaan met deze gegevens.

4.8.8.

Artikel 4 van de Overeenkomst houdt enkele exclusiviteitsverplichtingen in. Horrex is verplicht zowel de componenten van het horsysteem als de gezamenlijk ontwikkelde geïntegreerde oplossing “Fliegenschutz bildet gleichzeitig die Türinnenabdeckung” exclusief aan Hartal te verkopen en te leveren. Laatstgenoemde verplichting geldt tot het einde van het seizoen 2006/2007. Serieleveringen door Horrex aan andere partijen kunnen op zijn vroegst vanaf eind mei 2007 plaatsvinden. De laatste volzin van artikel 4 van de Overeenkomst houdt de verbintenis van Hartal in om in haar HartaLux-deur uitsluitend het van Horrex verkregen horsysteem te plaatsen mits Horrex marktconforme prijzen hanteert.

4.8.9.

In artikel 5 van de Overeenkomst is de verplichting geregeld tot betaling van schadevergoeding door de (toerekenbaar) tekortkomende partij aan de andere partij alsmede de hoogte van deze schadevergoeding.

4.8.10.

In artikel 6 van de Overeenkomst worden behandeld werkzaamheden betreffende de ontwikkeling van het horsysteem tot de productiefase, waaronder het vervaardigen van gereedschap. Horrex is belast met deze werkzaamheden. Slechts op het punt van het uitvoeren en analyseren van testen is een rol weggelegd voor Hartal, zij het dat deze rol niet meer dan samenwerking inhoudt, zo volgt uit de woorden “in Zusammenarbeit mit HARTAL”.

4.8.11.

Artikel 7 van de Overeenkomst betreft de kosten die gemoeid zijn met de in artikel 6 van de Overeenkomst geregelde ontwikkelingswerkzaamheden en werkzaamheden tot vervaardiging van het gereedschap. Uit artikel 9 in samenhang met artikel 7 van de Overeenkomst volgt dat de Bijlage deel uitmaakt van de Overeenkomst.

Voor zover in artikel 7 verbintenissen van Horrex en Hartal zijn geregeld, zien die verbintenissen uitsluitend op de draagplicht van de ontwikkelings- en gereedschapskosten. Voor zover uit deze draagplicht al een verbintenis voortvloeit, is dat een verbintenis tot betaling van deze kosten.

4.8.12.

In artikel 8 van de Overeenkomst is bepaald dat Horrex de technische begeleiding, de noodzakelijke productiecapaciteit en de logistiek voor de bevoorrading van Hartal ter beschikking stelt om in het geval van een order stipt en volgens de voorschriften te kunnen leveren. Uit dit artikel volgt dat met deze verbintenissen van Horrex is beoogd dat Hartal zoveel als mogelijk aan haar toekomstige verbintenissen tot levering van de deur met het horsysteem aan haar toekomstige klanten kan voldoen. Anders dan met betrekking tot genoemde drie verbintenissen van Horrex is met betrekking tot deze verbintenis van Hartal tot levering aan haar klanten geen (nadere) regeling getroffen in artikel 8 van de Overeenkomst en evenmin in andere artikelen van de Overeenkomst of de Bijlage; op deze verbintenis van Hartal wordt in artikel 8 van de Overeenkomst uitsluitend gezinspeeld.

4.8.13.

In artikel 9 en artikel 10 van de Overeenkomst, ten slotte, zijn geen prestaties of verplichtingen van partijen geformuleerd.

4.8.14.

De eerste fase van de samenwerking tussen Horrex en Hartal is de onderzoeks- en ontwikkelingsfase van het horsysteem. De werkzaamheden waaruit deze fase bestaat komen aan de orde in de considerans en de artikelen 4 en 6 van de Overeenkomst. Horrex is steeds de partij die belast is met deze werkzaamheden, zo volgt uit deze bepalingen van de Overeenkomst. Voor zover Hartal al een aandeel heeft in deze werkzaamheden, heeft zij slechts een rol bij de beoordeling van hetgeen door Horrex is vervaardigd. Derhalve heeft Horrex te gelden als de kenmerkende prestant in de zin van artikel 4 lid 2 EVO waar het gaat om de onderdelen van de Overeenkomst die betrekking hebben op de onderzoeks- en ontwikkelingsfase van het horsysteem.

Uit de artikelen 1, 4 en 8 in onderling verband volgt dat Horrex voor de productie van (de componenten van) het horsysteem dient zorg te dragen en deze aan Hartal dient te leveren. In de Bijlage zijn nadere bepalingen over de leveringen en de door Hartal te betalen prijzen opgenomen. De Overeenkomst en de Bijlage vormen het raamwerk van de leveringsafspraken en bevatten geen concrete bestellingen door Hartal bij Horrex of leveringstoezeggingen door Horrex. Dat spoort met de opzet van de Overeenkomst en de Bijlage, namelijk eerst de ontwikkeling van het nieuwe horsysteem en het testen ervan en pas na aanvaarding volgen bestellingen door Hartal bij Horrex. Uit het vorenstaande volgt dat Horrex ook ten aanzien van de productie en levering van (de componenten van) het horsysteem de kenmerkende prestaties te verrichten heeft.

Nu het bij de Overeenkomst om raamafspraken gaat en niet om bestellingen of leveringstoezeggingen van (componenten van) het horsysteem, speelt de CISG hier geen rol.

4.8.15.

Hartal betwist weliswaar niet dat de componenten van het horsysteem volgens afspraak met Horrex door of in opdracht van Horrex zijn geproduceerd, maar stelt dat zijzelf als kenmerkende prestant in de productiefase van het horsysteem moet worden beschouwd, omdat (niet Horrex maar) zijzelf de van Horrex verkregen componenten heeft geassembleerd voor het laten ontstaan van de horsystemen.

De rechtbank kan Hartal niet volgen in deze redenering. Een wezenlijk gedeelte van de Overeenkomst en, in meer algemene zin, van de samenwerking tussen Horrex en Hartal, is de ontwikkeling door Horrex van het horsysteem. Zoals gezegd, ligt het zwaartepunt van deze ontwikkeling bij Horrex. Deze ontwikkeling van het horsysteem door Horrex bestaat niet slechts uit het verrichten van onderzoek en het technische of grafische ontwerp van het horsysteem, maar ook uit het vervaardigen van een model van het horsysteem, zo volgt uit artikel 1 van de Overeenkomst. Ook indien Horrex inderdaad niet de volledig geassembleerde horsystemen aan Hartal zou leveren, maar slechts de componenten daarvan, blijft Hartal om die componenten tot het horsysteem in elkaar te kunnen zetten in wezenlijke mate afhankelijk van de toelevering door Horrex.

4.8.16.

Ook indien uit de regelingen in de Overeenkomst en de Bijlage zou voortvloeien dat Hartal het grootste deel van de kosten van de ontwikkeling of van het vervaardigen van de werktuigen te dragen krijgt, volgt daaruit niet dat Hartal de kenmerkende prestaties heeft te leveren. Voor het bepalen van de kenmerkende prestaties dient, immers, gekeken te worden naar de prestaties zelf en niet naar de (verdeling van de) kosten daarvan.

4.8.17.

Kennelijk was het de bedoeling van partijen dat Horrex de (componenten voor de) nieuw te ontwikkelen horsystemen (voorlopig uitsluitend) aan Hartal zou leveren en dat deze die systemen (ingebouwd in de betreffende deuren) op de markt zou brengen (zie in de aanhef en de considerans “Vertrieb” en de artikelen 4 en 8 van de Overeenkomst). Ook indien uit de Overeenkomst en de Bijlage zou voortvloeien dat Hartal (het leeuwendeel van) zodanige “Vertrieb” zou verrichten, brengt die omstandigheid niet mee dat Hartal daarom als kenmerkende prestant moet worden aangemerkt, omdat de Overeenkomst en de Bijlage de strekking hebben de ontwikkeling, productie en levering van de (componenten van de) horsystemen onderling te regelen en niet de afzet naar derden. Ten aanzien van de afzet naar derden zijn slechts enkele (exclusiviteits)afspraken gemaakt (in artikel 4 van de Overeenkomst).

4.8.18.

Voor zover in de Overeenkomst nog andere prestaties (verbintenissen) zijn geregeld, zijn dit geen prestaties (verbintenissen) die de Overeenkomst kenmerken.

4.8.19.

Horrex moet derhalve worden aangemerkt als de karakteristieke prestant in de zin van artikel 4 lid 2 EVO.

Aangezien de gewone verblijfplaats van Horrex is gelegen in Nederland, leidt de conflictregel van artikel 4 lid 2 EVO tot toepasselijkheid van Nederlands recht op de rechtsverhouding tussen partijen.

4.8.20.

Aangezien geen feiten of omstandigheden gesteld of gebleken zijn op grond waarvan de overeenkomst niettemin nauwer is verbonden met een ander land dan Nederland, in de zin van artikel 4 lid 5 EVO, wordt de rechtsverhouding tussen partijen daarom beheerst door Nederlands recht.

de uitleg van de Overeenkomst en de Bijlage

4.9.

Aangezien Nederlands recht toepasselijk is op de Overeenkomst, dient de Overeenkomst ingevolge artikel 10 lid 1 onder a EVO naar Nederlands recht te worden uitgelegd.

4.10.

Het gaat hier om de uitleg van geschriften waarin de verhouding tussen partijen is geregeld. Die uitleg kan niet worden gegeven op grond van alleen een taalkundige uitleg van de bepalingen ervan, maar daarbij is beslissend de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan elkanders verklaringen en gedragingen en aan de bepalingen van dat geschrift mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (artikel 3:33 en 3:35 BW; HR 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158 – Haviltex; HR 7 februari 2014 ECLI:NL: HR:2014:260 – Afvalzorg/Slotereind; HR 5 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY8101 – Lundiform/Mexx).

Dat is niet zonder meer anders waar een beding verstrekkende gevolgen heeft (Afvalzorg/Slotereind; HR 20 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA0727 – Gemeente Rotterdam/Eneco).

Bij de uitleg van een geschrift zijn van belang alle omstandigheden van het concrete geval, gewaardeerd naar hetgeen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen. Verder zijn bij de uitleg van belang de aard van de transactie, de omvang en gedetailleerdheid van de contractsbevestiging, de wijze van totstandkoming ervan – waarbij van belang is of partijen werden bijgestaan door ter zake kundige raadslieden – en de overige bepalingen ervan.

Weliswaar is in praktisch opzicht de taalkundige betekenis van de bewoordingen van het geschrift, gelezen in de context ervan als geheel, die deze in (de desbetreffende kring van) het maatschappelijk verkeer normaal gesproken hebben, bij de uitleg van belang (HR 20 februari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO1427 – DSM/Fox), maar ook dan kunnen de overige omstandigheden van het geval meebrengen dat een andere dan de taalkundige betekenis aan de bepalingen van de overeenkomst moet worden gehecht (Lundiform/Mexx; Afvalzorg/Slotereind).

De rechter kan, zonder een inhoudelijke beoordeling van de stellingen van partijen, groot gewicht toekennen aan de meest voor de hand liggende taalkundige betekenis van de omstreden woorden van het geschrift en aldus komen tot een voorshands oordeel aangaande de uitleg van de overeenkomst. Maar vervolgens zal de rechter dienen te beoordelen of de partij die een andere uitleg van het geschrift verdedigt voldoende heeft gesteld om tot bewijs dan wel tegenbewijs te worden toegelaten. Indien dit laatste het geval is, is de rechter gehouden deze partij in de gelegenheid te stellen dit (tegen)bewijs te leveren (Lundiform/Mexx; HR 19 januari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ3178 – Meyer/Pont Meyer; HR 29 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA4909 – Uni-Invest).

4.11.

Partijen hebben weinig gesteld over de totstandkoming van de Overeenkomst en de Bijlage.

De Overeenkomst en de Bijlage bevatten vrij gedetailleerde regelingen.

Gezien artikel 10 van de Overeenkomst en de bewoordingen daarvan, gaat de rechtbank ervan uit dat (een van) partijen zich hebben (of heeft) voorzien van juridisch advies bij het opstellen van de Overeenkomst.

Daarom gaat de rechtbank bij de uitleg vooralsnog uit van de taalkundige betekenis van de bewoordingen van de Overeenkomst en de Bijlage, gelezen in de context ervan als geheel, die deze in het maatschappelijk verkeer normaal gesproken hebben.

4.12.

Het tussen partijen gerezen en nog niet beslechte geschil leidt tot de volgende vragen van uitleg van de Overeenkomst en de Bijlage:

  • -

    Is sprake van een duurovereenkomst? Zo ja, in hoeverre?

  • -

    Heeft Hartal een exclusieve afnameverplichting ten opzichte van Horrex?

  • -

    Was de overeenkomst tussen partijen uitgewerkt voorafgaande aan de gestelde beëindiging door Hartal op 14 juni 2012?

  • -

    Voor zover de overeenkomst tussen partijen op 14 juni 2012 nog voortduurde: heeft Hartal de overeenkomst toen regelmatig beëindigd?

Deze vragen beantwoordt de rechtbank als volgt.

4.13.

Is sprake van een duurovereenkomst? Zo ja, in hoeverre?

4.13.1.

Van een duurovereenkomst naar Nederlands recht is sprake in het geval een overeenkomst strekt tot het voortdurend of periodiek verrichten van prestaties, kortom, een overeenkomst waaruit voortdurende verbintenissen voortvloeien. Een duurovereenkomst eindigt niet van rechtswege. Voor het eindigen van een duurovereenkomst is een beëindigingshandeling, zoals opzegging, vereist.

4.13.2.

De Overeenkomst noch de Bijlage bevat een bepaling van de geldingsduur van deze geschriften of de duur van de relatie tussen partijen. Evenmin bevatten deze geschriften een bepaling over de wijze van beëindiging van de relatie tussen partijen.

4.13.3.

Zoals hiervoor is overwogen, zijn in de Overeenkomst en de Bijlage regelingen getroffen voor het ontwikkelen, vervaardigen en leveren van (de componenten van) het HartaLux-horsysteem. Die regelingen hebben de strekking geruime tijd te werken.

Artikel 4 van de Overeenkomst (“Ende der Saison 2006/2007”; “ab Ende Mai 2007”; “solange von HORREX eine der allgemeinen Marktlage entsprechende Preisentwicklung eingehalten wird”) en de Bijlage (“Menge pro Lieferung: 400 Stück, bis Mai 2006 200 Stück”) bevatten bepalingen voor de toekomst, zodat de Overeenkomst en de Bijlage de strekking hebben tot in ieder geval (na de afloop van) die tijdsaanduidingen tussen partijen werking te hebben. De aan het slot van artikel 4 opgenomen afnameverplichting van Hartal is niet in de tijd beperkt.

In zoverre is sprake van een duurovereenkomst tussen partijen met voor partijen voortdurende verbintenissen.

4.14.

Heeft Hartal een exclusieve afnameverplichting ten opzichte van Horrex?

4.14.1.

De Overeenkomst bevat slechts in artikel 4 exclusiviteitsverplichtingen. Het betreft daar een verplichting voor Horrex tot exclusieve levering aan Hartal, ten minste tot einde seizoen 2006/2007 of eind mei 2007. Anderzijds bepaalt artikel 4 voor Hartal een verplichting tot exclusieve afname van (de onderdelen voor) het door Horrex ontwikkelde horsysteem voor toepassing in haar HartaLux-deur, mits Horrex marktconforme prijzen blijft hanteren (“solange von HORREX eine der allgemeinen Marktlage entsprechende Preisentwicklung eingehalten wird”).

Derhalve heeft Hartal een geclausuleerde exclusieve afnameverplichting tot afname van (de componenten van) het horsysteem voor de HartaLux-deur.

4.15.

Horrex stelt dat zodanige exclusiviteitsverplichting ook geldt voor (de componenten van) het horsysteem voor de inmiddels ontwikkelde HartaLight-deur. Hartal betwist dat de Overeenkomst of de Bijlage van toepassing is op het horsysteem voor de HartaLight-deur.

Daarover overweegt de rechtbank het volgende.

4.15.1.

Reeds betrekkelijk kort na de totstandkoming van de Overeenkomst en de Bijlage op 26 oktober 2005 zijn Hartal en Horrex gaan overleggen over samenwerking met betrekking tot het horsysteem voor de HartaLight-deur. Dat blijkt uit de van 8 december 2005 daterende notulen (Besprechungsprotokoll; productie 22b van Horrex) van een bespreking tussen partijen op 7 december 2005:

5. Insektenschutz HartaLight

  • -

    das Package wurde besprochen, Konzepte diskutiert; der InsSchu HartaLight ist für ein- und zweiteilige Türen geplant

  • -

    es wird davon ausgegangen, dass insgesamt neue Profile, teilweise neue Konzepte für HartaLight benötigt werden, die zwischen 1- und 2-Teiler variieren

  • -

    die Lösung kann eine Kombination aus Al- und Kunststoffprofilen sein (Stückzahl-Invest-Verhältnis)

  • -

    als Zieltermin Muster wurde Feb ’06, als Zieltermin Serie Mai ’06 angegeben

  • -

    als geplantes Volumen werden 20.000 Stück p.a. angenommen; Zielkosten sind max. 30€; Zielkosten für Werkzeuge/Design wurden nicht genannt

  • -

    Horrex und Hartal werden an Konzepten gemeinsam arbeiten; diese sollen in Dez. ’05 stehen (Werkzeugstart); die Invest-Seite (Stunden Designer) ist noch abzustimmen.”

4.15.2.

Uit de van 2 april 2007 daterende notulen van een bespreking tussen partijen van 29 maart 2007 (onderdeel van productie 6 van Horrex) blijkt dat inmiddels het hortsysteem voor de HartaLight-deur is ontwikkeld en dat bestellingen daarvan werden besproken. Verder blijkt uit die notulen dat het voornemen bij partijen bestond om met betrekking tot het horsysteem voor de HartaLight-deur een nieuwe overeenkomst te sluiten (“Für Hartalight wird ein neuer Vertrag gemacht”).

Niet in geschil is dat een dergelijke overeenkomst over het horsysteem voor de HartaLight-deur er niet is gekomen.

4.15.3.

Uit de stellingen van partijen en de in het geding gebrachte stukken volgt dat Hartal (de componenten van) het horsysteem voor de HartaLight-deur bij Horrex is gaan afnemen. Bij besprekingen en in correspondentie tussen partijen zijn, naast technische details, herhaaldelijk de prijzen voor het horsysteem voor (zowel de HartaLux als) de HartaLight-deuren het onderwerp (zie bijvoorbeeld de e-mails van 4 maart 2009 en 16 en 25 april 2010; productie 4 van Hartal). In geen van die stukken wordt verwezen naar de Overeenkomst of de Bijlage.

4.15.4.

Op Horrex rust de stelplicht van feiten of omstandigheden die de stelling kunnen dragen dat de Overeenkomst of de Bijlage (ook) is gaan gelden ten aanzien van het horsysteem voor de HartaLight-deur. Horrex heeft, echter, geen voldoende concrete (voor bewijslevering vatbare) feiten of omstandigheden gesteld waaruit kan volgen dat ten aanzien van (de ontwikkeling, verkoop en levering van) het horsysteem voor de HartaLight-deur een soortgelijk arrangement tussen partijen is gaan gelden als ten aanzien van het horsysteem voor de HartaLux-deur in de Overeenkomst en de Bijlage is getroffen. Het moge zo zijn, zoals Horrex stelt, dat het horsysteem van de HartaLight-deur een doorontwikkeling is van dat van de HartaLux-deur, maar daarmee is nog niet gezegd dat ten aanzien van die doorontwikkeling hetzelfde contractuele regime is gaan gelden, nu (i) partijen in maart 2007 besproken hebben dat daarvoor een nieuw contract zou worden opgesteld en (ii) Horrex naast (de componenten van) het horsysteem voor de HartaLight-deur ook (die van) het horsysteem voor de HartaLux-deur aan Hartal is blijven leveren.

4.15.5.

Daarom komt de rechtbank tot de conclusie dat de Overeenkomst en de Bijlage alleen ten aanzien van het horsysteem voor de HartaLux-deur gelden en niet voor dat voor de HartaLight-deur. De exclusiviteitsbepalingen daarin gelden dus niet ten aanzien van de laatstbedoelde horsystemen.

4.16.

Was de Overeenkomst al uitgewerkt voorafgaande aan de gestelde beëindiging van door Hartal op 14 juni 2012?

4.16.1.

Zoals hiervoor overwogen, dient de Overeenkomst, althans onderdelen daarvan, als een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd te worden aangemerkt. Zonder gedraging ter beëindiging bleef de duurovereenkomst voortduren.

4.16.2.

Tussen partijen is niet in geschil dat Hartal tot in juni 2012 horsystemen bij Horrex is blijven bestellen. Horrex heeft bij productie 6 bestellingen door Hartal van 12 juni, 8 juni en 7 mei 2012 overgelegd. Feiten of omstandigheden die erop duiden dat zodanige bestellingen buiten het bereik van de Overeenkomst of de Bijlage vielen zijn gesteld noch gebleken. Daarom concludeert de rechtbank dat de Overeenkomst op 14 juni 2012 nog van kracht was tussen partijen.

4.16.3.

Hieraan kunnen niet afdoen de argumenten die Hartal aanvoert waarom de Overeenkomst nietig zou zijn vanwege strijdigheid met het Europese en/of het Nederlands mededingingsrecht.

Hartal stelt geen feiten of omstandigheden op grond waarvan de Overeenkomst (en de Bijlage) in het geheel nietig is. De Overeenkomst bevat in artikel 10 een regeling die erin voorziet dat bij eventuele nietigheid van een onderdeel ervan de overeenkomst als geheel niet wordt aangetast. Derhalve geldt dat, zelfs indien enig gedeelte ven de Overeenkomst wegens strijdigheid met het Europese en/of Nederlandse mededingingsrecht nietig is, de Overeenkomst voor het overige in stand is gebleven.

Overigens, wegens de vrijheid voor Horrex om ook aan andere afnemers te leveren en het beding over marktconforme prijzen in artikel 4 van de Overeenkomst, bevatten de Overeenkomst en de Bijlage niet zodanige mededinging beperkende bepalingen dat deze daarom nietig zouden zijn.

4.16.4.

Op 14 juni 2012 duurde de Overeenkomst derhalve nog voort. Zonder beëindigingshandeling zou de Overeenkomst blijven voortduren.

4.17.

Voor zover de Overeenkomst op 14 juni 2012 nog voortduurde: heeft Hartal de Overeenkomst rechtsgeldig beëindigd?

4.17.1.

Zoals volgt uit hetgeen hiervoor is overwogen, is aan deze voorwaarde voldaan.

4.17.2.

Zoals hiervoor is overwogen, heeft de Overeenkomst (in ieder geval) wat betreft de fase van de productie en levering van (de componenten voor) het horsysteem van de HartaLux-deur te gelden als een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd.

4.17.3.

In het onderhavige geval voorziet noch de Overeenkomst noch de wet in een regeling voor de beëindiging van de Overeenkomst. Ook in een dergelijk geval geldt dat de Overeenkomst in beginsel opzegbaar is. De eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval meebrengen dat opzegging slechts mogelijk is indien een voldoende zwaarwegende grond voor de opzegging bestaat (vgl. HR 3 december 1999 , ECLI:NL:HR:1999:AA3821 – Latour). Uit diezelfde eisen kan, eveneens in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval, voortvloeien dat een bepaalde opzegtermijn in acht moet worden genomen of dat de opzegging gepaard moet gaan met het aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding (vgl. HR 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ9854 – Gemeente De Ronde Venen/Stedin).

4.17.4.

De door Hartal gestelde omstandigheid dat Horrex hogere dan marktconforme prijzen vroeg, levert geen wanprestatie van Horrex op. Uit het slot van artikel 4 van de Overeenkomst (“solange von HORREX eine der allgemeinen Marktlage entsprechende Preisentwicklung eingehalten wird”) volgt, immers, dat Horrex de vrijheid had om zelfstandig de prijzen voor (de componenten van) het horsysteem te bepalen en dat Hartal slechts dan tot afname bij Horrex verplicht was indien de door Horrex gevraagde prijzen de in het algemeen op de betreffende markt geldende prijzen volgden.

Nu gesteld noch gebleken is dat van anderszins wanprestatie vanwege Horrex of een anderszins zwaarwegende grond sprake was, betekent het vorenstaande dat Hartal voor beëindiging de Overeenkomst diende op te zeggen met in achtneming van een redelijke termijn. Opzegging geschiedt bij een tot de wederpartij gerichte verklaring die ertoe strekt de overeenkomst te beëindigen (eenzijdig gerichte rechtshandeling).

4.17.5.

Voor zover Hartal aanvoert dat zij de Overeenkomst niet heeft beëindigd, maar slechts een beroep heeft gedaan op het beding over marktconforme prijzen aan het slot van artikel 4 van de Overeenkomst, verwerpt de rechtbank dat verweer. Tussen partijen is immers niet in geschil dat tijdens een bijeenkomst op 14 juni 2012 namens Hartal aan Horrex is medegedeeld dat Hartal in het vervolg geen hor- en verduisteringssystemen meer van Horrex zou kopen. Voorts heeft Hartal bij e-mail van 25 juni 2012 om 13:27 uur aan Horrex (productie 5 van Horrex) klip en klaar medegedeeld: “In Zukunft wird HARTAL die Insektenschutze und Verdunklungen bei HORREX nicht mehr kaufen”.

Mede in het licht van het bepaalde in de artikelen 3:33 en 3:35 BW heeft Horrex deze mededelingen mogen opvatten als handelingen ter onmiddellijke beëindiging van de Overeenkomst, dus zonder inachtneming van een redelijke termijn.

4.17.6.

Opzegging van een duurovereenkomst zonder inachtneming van een redelijke termijn maakt de opzegging niet ongeldig. Het levert een onregelmatige beëindiging op die de opzeggende partij aansprakelijk maakt tot vergoeding van de schade wegens onregelmatige opzegging. Zodanige schade laat zich begroten door een vergelijking te maken tussen de hypothetische vermogenspositie van de wederpartij indien de overeenkomst wel met inachtneming van een redelijke termijn zou zijn beëindigd en de werkelijke vermogenspositie van de wederpartij.

4.17.7.

Partijen dienen zich nader uit te laten over de duur van de in het onderhavige geval in acht te nemen redelijke termijn en over andere factoren die voor de beoordeling van een vordering tot schadevergoeding wegens onregelmatige beëindiging van belang kunnen zijn. Daarbij speelt onder meer een rol de omstandigheid dat de Overeenkomst en de Bijlage slechts betrekking hebben op het horsysteem voor de HartaLux-deur en niet voor de HartaLight-deur, terwijl nog niet inzichtelijk is welke omzetten en winst Horrex in 2012 maakte met de verkoop en levering van (de componenten voor) het horsysteem voor de HartaLux-deur aan Hartal.

4.18.

Uit het vorenstaande volgt tevens dat het beëindigen van de Overeenkomst door Hartal zonder inachtneming van een redelijke termijn geen wanprestatie van Hartal oplevert in de zin van artikel 5 van de Overeenkomst.

4.19.

Feiten of omstandigheden die op een andere uitleg van de Overeenkomst of de Bijlage duiden, zijn niet gesteld of gebleken.

vervolg van de procedure

4.20.

De rechtbank houdt er rekening mee dat ieder van partijen haar standpunten zal willen aanpassen naar aanleiding van dit tussenvonnis. Daarom zal de rechtbank de zaak naar de rol verwijzen voor:

  • -

    een conclusie aan de zijde van Hartal voor een reactie op de vermeerderde eis van Horrex in conventie;

  • -

    een conclusie van Horrex naar aanleiding van dit tussenvonnis;

  • -

    een conclusie van Hartal naar aanleiding van dit tussenvonnis.

Het staat Hartal vrij om in haar conclusie voor een reactie op de vermeerderde eis van Horrex in conventie tevens haar standpunten aan te passen naar aanleiding van dit tussenvonnis.

4.21.

Iedere (verdere) beslissing zal worden aangehouden.

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie en in reconventie

verwijst de zaak naar de rol van 29 augustus 2018 voor conclusies als hiervoor in 4.20 bedoeld, om te beginnen aan de zijde van Hartal;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.P. Sprenger en in het openbaar uitgesproken op 25 juli 2018.

901/1928