Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:5929

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
04-04-2018
Datum publicatie
26-07-2018
Zaaknummer
RK 17/3406 en 3407
Rechtsgebieden
Strafprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verzoek 89 Sv gemiste verhuurinkomsten onvoldoende onderbouwd. Niet staat dat van de verhuur niet is doorgegaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Proces-verbaalnummers: [nummer proces-verbaal 1] en [nummer proces-verbaal 2]

Raadkamernummers: 17/3406 (89 Sv)

17/3407 (591a Sv)

Beschikking van de rechtbank Rotterdam, enkelvoudige raadkamer, op de verzoeken van:

[naam verzoeker] , verzoeker,

geboren op [geboortedatum verzoeker] te [geboorteplaats verzoeker] ,

voor deze zaak domicilie kiezende te (3023 CA) Rotterdam, Heemraadsingel 175, ten kantore van zijn raadsman mr. A. Jhingoer.

Procedure

Op 31 oktober 2017 is ingediend een verzoekschrift met verzoeken op grond van artikel 89 en artikel 591a Sv.

De verzoeken zijn op 4 april 2018 door de raadkamer in het openbaar behandeld. De officier van justitie mr. C. Casteleijns, de verzoeker en de raadsman zijn gehoord.

Inhoud verzoeken en standpunt officier van justitie

Verzoek artikel 89 Sv

Het verzoek strekt ertoe dat aan de verzoeker ten laste van de Staat wordt toegekend een bedrag van € 16.920,- bestaande uit:

  • -

    een bedrag van € 420,- als vergoeding voor immateriële schade als gevolg van het voorarrest;

  • -

    een bedrag van € 16.500,- als vergoeding voor gemiste verhuurinkomsten van de zaalruimte aan de [adres] te Rotterdam ( [naam ] ).

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de forfaitaire vergoeding van 3 dagen voor de ondergane voorarrest. Voor het overige dient het verzoek te worden afgewezen, omdat niet blijkt dat de verhuur door de detentie van verzoeker is geannuleerd. Subsidiair wordt geconcludeerd een vergoeding tot te kennen van € 11.500,-

Verzoek artikel 591a Sv

Het verzoek strekt ertoe dat aan de verzoeker uit ‘s Rijks kas een vergoeding wordt toegekend voor de kosten voor rechtsbijstand, gemaakt in verband met het opstellen en indienen van het verzoekschrift ter hoogte van het forfaitaire bedrag van € 280,- en bij een behandeling en nadere toelichting in raadkamer ter hoogte van het forfaitaire bedrag van

€ 550,-.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van het verzoek van het bedrag van € 550,-.

Feiten

De verzoeker is in de strafzaak met bovengenoemd proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 2] van 29 juli 2017 tot en met 1 augustus 2017 in verzekering gesteld geweest op verdenking van mishandeling en bedreiging.

Bij schriftelijke kennisgeving van 1 augustus 2017 heeft de officier van justitie de verzoeker bericht dat de strafzaak onder proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 2] tegen hem is geseponeerd.

Bij schriftelijke kennisgeving van 13 oktober 2017 heeft de officier van justitie de verzoeker bericht dat de strafzaak onder proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 1] tegen hem is geseponeerd.

Beoordeling

Verzoek artikel 89 Sv

Vooropgesteld wordt dat de rechtbank ingevolge artikel 89 Sv op verzoek van de gewezen verdachte - indien de zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel - hem een vergoeding kan toekennen voor de schade welke hij tengevolge van ondergane verzekering, klinische observatie of voorlopige hechtenis heeft geleden. De toekenning van een dergelijke vergoeding heeft ingevolge artikel 90 Sv plaats indien hiervoor naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.

Uit de feiten volgt dat de onderhavige strafzaken tegen de verzoeker zijn geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel.

Gebleken is dat er ten tijde van de toepassing van de inverzekeringstelling voldoende verdenking tegen de verzoeker was om dat dwangmiddel te rechtvaardigen.

Immateriële schade

Alle omstandigheden in aanmerking genomen worden gronden van billijkheid aanwezig geacht om aan de verzoeker een schadevergoeding voor de schade ten gevolge van het voorarrest toe te kennen. De rechtbank volgt de lijn van de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 10 november 2016 (ECLI:NL:RBROT:2016:9015), waarin is beslist dat de eerste dag van inverzekeringstelling als volledige dag wordt vergoed, ook wanneer de verzoeker slechts een gedeelte van de dag in verzekering gesteld is geweest, en waarbij voorts is beslist dat de dag van invrijheidstelling niet voor vergoeding in aanmerking komt.

Op basis van de tarieven, zoals die door het LOVS worden voorgestaan voor voorarrest dat is ondergaan op of na 1 september 2008, heeft de verzoeker recht op een vergoeding voor de

inverzekeringstelling van 29 juli 2017 tot 1 augustus 2017 van 3 x € 105,- = € 315,-.

Materiële schade

Gevraagd is om toekenning van een vergoeding van € 16.500,- als vergoeding voor gemiste verhuurinkomsten van de ruimte aan de [adres] te Rotterdam ( [naam ] ).

Aangevoerd is dat verzoeker enig aandeelhouder is van [naam bedrijf] en dat zijn voorarrest samen viel met het carnavalsweekeinde. In de periode van 28 juli 2017 tot en met 31 juli 2017 zijn huurovereenkomsten afgesloten om feesten te houden in de verhuurruimte. Omdat zijn aanwezigheid als vergunninghouder noodzakelijk is zijn de activiteiten niet doorgegaan.

Deze kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking nu onvoldoende is onderbouwd dat de zaalverhuren voor de aangegeven periode (en de daar geplande feesten) zijn geannuleerd.

Besluit

Resumerend zal aan de verzoeker op grond van artikel 89 Sv een schadevergoeding ter hoogte van € 315,- worden toegekend.

Verzoek artikel 591a Sv

Vooropgesteld wordt dat een gewezen verdachte indien de zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht - op grond van artikel 591a juncto artikel 90 Sv in beginsel aanspraak kan maken op vergoeding van de te zijnen laste gekomen kosten voor de rechtsbijstand, zulks voor zover daarvoor gronden van billijkheid aanwezig zijn.

Uit de feiten volgt dat de onderhavige strafzaken tegen de verzoeker zijn geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.

Kosten rechtsbijstand voor opstellen, indienen en behandelen verzoekschrift

Het verzoek ziet op de vergoeding van kosten voor het opstellen, indienen en behandelen van het op grond van artikel 89 Sv en 591a Sv ingediende verzoekschrift.

Alle feiten en omstandigheden in aanmerking genomen, worden gronden van billijkheid aanwezig geacht om aan de verzoeker voor de kosten voor het opstellen, indienen en behandelen van de op grond van artikel 89 en 591a Sv ingediende verzoekschrift een vergoeding van € 550,- toe te kennen.

Beslissing

De rechtbank:

t.a.v. het onder RK-nummer 17/3406 ingeschreven verzoek:

kent aan de verzoeker ten laste van de Staat een vergoeding toe van € 315,- (zegge: driehonderdvijftien euro);

wijst af het meer of anders verzochte.

t.a.v. het onder RK-nummer 17/3407 ingeschreven verzoek:

kent aan de verzoeker uit ’s Rijks kas een vergoeding toe van € 550,- (zegge: vijfhonderdvijftig euro);

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door:

mr. J. van Dort, rechter,

in tegenwoordigheid van R.M.T. Verheijde, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 4 april 2018.

Bevelschrift van de fungerend voorzitter van de rechtbank Rotterdam

Bij beschikking van deze rechtbank van 4 april 2018 (RK-nummer: 17/3406) is op de voet van artikel 89 Sv aan

[naam verzoeker] ,

geboren op [geboortedatum verzoeker] te [geboorteplaats verzoeker] ,

een vergoeding ten laste van de Staat toegekend van € 315,- (zegge: driehonderdvijftien euro).

Bevolen wordt dat de griffier na het onherroepelijk worden van de beschikking overgaat tot uitbetaling van dit bedrag door overmaking op bankrekeningnummer NL32 INGB 0007 7099 74 ten name van Stichting Beheer Derdengelden Van de Water Jhingoer , o.v.v. “schadeverzoek [naam verzoeker] ”.

Dit bevelschrift is afgegeven op 4 april 2018 door mr. J. van Dort, in de hoedanigheid van fungerend voorzitter van deze rechtbank.

Bevelschrift van de rechter in de rechtbank Rotterdam

Bij beschikking van deze rechtbank van 4 april 2018 (RK-nummer: 17/3407) is op de voet van artikel 591a Sv aan

[naam verzoeker] ,

geboren op [geboortedatum verzoeker] te [geboorteplaats verzoeker] ,

een vergoeding uit ’s Rijks kas toegekend van € 550,- (zegge: vijfhonderdvijftig euro).

Bevolen wordt dat de griffier na het onherroepelijk worden van de beschikking overgaat tot uitbetaling van dit bedrag door overmaking op bankrekeningnummer NL32 INGB 0007 7099 74 ten name van Stichting Beheer Derdengelden Van de Water Jhingoer, o.v.v. “schadeverzoek [naam verzoeker] ”.

Dit bevelschrift is afgegeven op 4 april 2018 door mr. J. van Dort, in de hoedanigheid van rechter in deze rechtbank.

RECHTBANK ROTTERDAM

Team straf 2

t.a.v. de bijzondere raadkamer

email: bijzondere.raadkamer.rb.rotterdam@rechtspraak.nl

V E R K L A R I N G

Mr.

raadsman van

verder te noemen cliënt, verklaart hierbij:

dat hij / zij kennis heeft genomen van de beschikking(en) ex artikel(en) 89 en / of 591(a) van het Wetboek van Strafvordering gegeven d.d. (datum beschikking) op verzoek van zijn / haar cliënt voornoemd;

dat hij / zij namens zijn / haar cliënt instemt met het niet betekenen van de hierboven genoemde beschikking(en) aan zijn / haar cliënt;

dat hij / zij namens zijn / haar cliënt afstand doet van het recht om hoger beroep aan te tekenen tegen de hierboven genoemde beschikkingen;

dat hij / zij uitdrukkelijk is gemachtigd door zijn / haar cliënt om namens hem / haar deze verklaring af te leggen en te ondertekenen.

Ondertekening:

Woonplaats

……………………

Datum ondertekening Handtekening

…………………….

Naam

…………………….. ………………………………