Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:5837

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
20-07-2018
Datum publicatie
02-08-2018
Zaaknummer
KTN-6147370_200718
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering nakoming vaststellingsovereenkomst met o.a. Ethiopische vennootschap (ex-werkgever). Bevoegdheid. Beroep op vernietiging/ontbinding overeenkomst afgewezen. Gevorderde bedragen, verband houdend met einde arbeidsovereenkomsten, toegewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 6147370 CV EXPL 17-23771

uitspraak: 20 juli 2018

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

1 [eiser 1],

2. [eiser 2],

beiden wonende te [plaatsnaam],

eisers in de hoofdzaak,

verweerders in het incident en in voorwaardelijke reconventie,

gemachtigde: mr. F.B.A.M van Oss, advocaat te Harderwijk,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[X Beheer] B.V.,

gevestigd te Barendrecht,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident en in voorwaardelijke reconventie,

gemachtigde: mr. L.P. Quist, advocaat te Zwijndrecht.

Partijen worden hierna aangeduid als “[eisers].” en waar nodig “[eiser 1]” en “[eiser 2]” respectievelijk “[X Beheer]”.

1 Het verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:

  • -

    het exploot van dagvaarding van 4 juli 2017, met producties;

  • -

    de incidentele conclusie tot onbevoegdheid, tevens conclusie van antwoord in conventie, alsmede conclusie van eis in voorwaardelijke reconventie, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord in het incident, tevens conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie, met producties;

  • -

    het vonnis in het incident, waarbij de kantonrechter zich bevoegd heeft verklaard om van de vordering in de hoofdzaak kennis te nemen en in die zaak een comparitie van partijen is bepaald;

  • -

    de aktes van [eisers]. met producties ten behoeve van de comparitie van partijen;

  • -

    de aktes van [X Beheer] met producties ten behoeve van de comparitie van partijen;

  • -

    het proces-verbaal van de op 17 januari 2018 gehouden comparitie van partijen, met als bijlage de bij die gelegenheid overgelegde pleitnota van [eisers]..

1.2

Partijen hebben nadien om vonnis gevraagd, omdat zij onderling niet tot overeenstemming zijn gekomen.

1.3

De uitspraak van dit vonnis is nader bepaald op heden.

2 De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang, het volgende vast.

2.1

De heer [X.] (hierna: [X.]) heeft zijn onderneming verkocht en de aldus verkregen financiële middelen gestoken in [X Beheer], waarvan hij directeur grootaandeelhouder is.

Een deel van het vermogen van [X Beheer] wordt geïnvesteerd in een grote boerderij in Debre Zeit te Ethiopië.

2.2

[X.] heeft [eisers]. geworven om op de boerderij in Ethiopië te komen werken.

2.3

Alvorens naar Ethiopië te vertrekken heeft [eiser 1] zijn aandeel in het bedrijf van zijn ouders verkocht. Het was de bedoeling van [eisers]. om zich permanent in Ethiopië te vestigen.

2.4

[X.] en [eiser 1] zijn in 2008 betrokken geweest bij de oprichting van de vennootschap naar Ethiopisch recht Alfa Fodder and Diary Farms PLC (hierna: Alfa). Met deze rechtspersoon wordt de boerderij gedreven.

In de statuten van Alfa is in artikel 7 lid 2 ten aanzien van het “management of the company” bepaald:

“Management of the Company shall be carried out by a General Manager as appointed by Memorandum of Association of the Company and other department Managers as may be designed by the General meeting of shareholders. The General Manager shall have a full power to administer and manage operation and business activities of the Company, subject tot he restriction provided in the Ethiopian Commercial Code and the Memorandum and Articles of Association of the Company.”

In de Memorandum of Association is vermeld dat [X.] 4.900 aandelen en [eiser 1] 1 aandeel in Alfa heeft. In artikel 9 is ten aanzien van de General Manager bepaald:

“1. The Company may have one or more General Managers, appointed by the Shareholders.

2. Mr. [eiser 1] is appointed by the Shareholders to be the first General manager of the Company.

3.The General Manager of the Company shall be the Chief Executive of the

Company and shall carry out all acts of management and shall have the

powers & responsibilities stated in this Memorandum of Association in the

Articles of Association of the Company and additional powers under the

relevant laws.

4.The General Manager shall also have the powers to.:

a. Represent the Company before Courts of Law, and Governmental,

Nongovernmental, Public or Privet Organization or anv third party.

b. Open and operate bank accounts.

c. Open branch, appoint agent or attorney.

d. Prepare the annual budget of the company and submit for approval to

the shareholders.

e. Conclude loan and mortgage contracts with any bank or financial institution.

institution.

m. Organize the structural setup of the Company as per the directives and

decisions of the shareholders.

n. Hire, administer and dismiss employees of the Company.

o. Keep proper accounts and books of the Company. -

p. Negotiate and enter into contracts in the name of the Companv, demand and enforce performance of all contracts and agreements.

q. Perform additional duties and responsibilities as may be entrusted to him by the shareholders.

r. The General Manager may delegate his powers and duties, in the interest of the Company, to any other shareholder or employee of the Company.”

2.5

Op grond van een arbeidsovereenkomst heeft [eisers]. vanaf 1 januari 2009 gewerkt op de boerderij, [eiser 1] als Farmer/General Manager en zijn echtgenote [eiser 2] als Hoofd Administratie, Voorlichting en Secretariaat.

2.6

In het najaar van 2015 zijn tussen [eisers]. en [X.] afspraken gemaakt, waarbij tevens de zoon van [X.], [X junior] (hierna [X junior].) en diens echtgenote [mw. X.] betrokken zijn geweest. Onder meer is afgesproken dat [X junior]. en zijn echtgenote zich eind januari 2016 zouden gaan vestigen in Ethiopië op de boerderij. Tevens is afgesproken dat [eisers]. per 1 januari 2016 5% van de aandelen van Alfa zou krijgen.

2.7

Dat laatste heeft niet plaatsgevonden.

2.8

[eisers]. heeft in het voorjaar van 2016 besloten de samenwerking te beëindigen, omdat de afspraken niet werden nagekomen.

2.9

Er hebben onderhandelingen plaatsgevonden over de beëindiging van de samenwerking, waarbij een zekere [H.] betrokken is geweest namens [eisers]. en waarbij een zekere [P.] betrokken is geweest aan de andere zijde. Dit heeft geleid tot een vaststellingsovereenkomst tussen enerzijds [X Beheer] en Alfa (laatstgenoemde als “Werkgever” aangeduid) en anderzijds [eiser 1] en [eiser 2] (die gezamenlijk als “Werknemers” worden aangeduid) met - samengevat en voor zover relevant - de volgende inhoud:

In aanmerking nemende dat:

Werknemers sinds 1 januari 2009 bij Werkgever in dienst zijn in de functie van bedrijfsleider ([eiser 1]) en office manager ([eiser 2]) op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd;

Er tussen Werkgever, [X Beheer] en werknemers verschillen van inzicht zijn ontstaan omtrent de wijze waarop de functie van Werknemers dienen te worden ingevuld en dat daardoor samenwerkingsproblemen zijn gerezen;

tussen Partijen omtrent de gerezen samenwerkingsproblemen overleg heeft plaats gevonden;

Werkgever en Werknemer in overleg zijn getreden om de voorwaarden waaronder een beëindiging van de dienstverbanden kan plaatsvinden te bespreken;

(…)

Zijn overeengekomen als volgt:

De arbeidsovereenkomsten tussen Werkgever en Werknemers eindigt met wederzijds goedvinden per 1 augustus 2016 (“de Einddatum”).

(…)

(…)

Per de Einddatum wordt aan Werknemers een beëindigingsvergoeding voldaan van totaal EUR 125.000,-- bruto. Betaling zal plaatsvinden in het volgende schema:

Op 15 september 2016

[eiser 1] € 31.250 bruto

[eiser 2] € 31.250 bruto

Op 31 januari 2017

[eiser 1] € 31.250 bruto

[eiser 2] € 31.250 bruto

De betaling van 31 januari 2017 vindt alleen plaats wanneer de functie van General Manager en het bijbehorende aandeel in Alfa Fodder and Diary Farm PLC door [eiser 1] formeel is overgedragen aan een door [X Beheer] aangewezen persoon.

Partijen stellen vast dat zij met het bovenstaande alle tussen hen nog af te wikkelen kwesties definitief hebben geregeld. In de onderhandelingen hebben zij alle relevante over en weer bestaande, respectievelijk geclaimde rechten en verplichtingen, alsook eventuele kwesties en geschillen daarover, ter sprake gebracht en in de inhoud van de onderhavige vaststellingsovereenkomst verdisconteerd. Het bepaalde in deze vaststellingsovereenkomst strekt derhalve tevens ter afdoening van de rechten van Werknemers op aandelen of bonussen. Eén en ander betekent dat partijen elkaar, behoudens voor zover het betreft nakoming van de hiervoor uit deze overeenkomst omschreven rechten en verplichtingen, finale kwijting verlenen. Deze bepaling geldt tevens ten aanzien van de aan Werkgever gelieerde rechtspersonen.

Op deze overeenkomst is Nederlands recht van toepassing.

Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend te Barendrecht:

Datum: 29/08/2016

Namens [X Beheer] B.V. – Werkgever:

[X.]

Werknemers:

[eiser 1] [eiser 2]”

Zowel [X.] als [eiser 1] en [eiser 2] hebben de vaststellingsovereenkomst ondertekend.

2.10

[X Beheer] heeft van voormelde beëindigingsvergoeding € 5.000,00 betaald.

2.11

[eisers]. heeft [X Beheer] herhaaldelijk gesommeerd om tot betaling van de rest van de beëindigingsvergoeding over te gaan. Dat heeft [X Beheer] niet gedaan.

3 De geschillen

in conventie

3.1

[eisers]. vordert - na verbetering / aanpassing van de eis bij de comparitie - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [X Beheer] te veroordelen tot betaling van:

  1. € 62.500,00 bruto ten aanzien van [eiser 1], te verminderen met het bruto equivalent van € 2.500,00;

  2. € 62.500,00 bruto ten aanzien van [eiser 2], te verminderen met het bruto equivalent van € 2.500,00;

  3. € 2.450,25 aan buitengerechtelijke kosten;

  4. e wettelijke rente over het onder a en b gevorderde vanaf 16 september 2016, althans datum verzuim, en over het onder c gevorderde vanaf 16 september 2016 tot aan de dag van algehele voldoening;

  5. de kosten van de procedure;

  6. de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf twee weken na de datum van betekening van dit vonnis tot aan de dag van algehele voldoening.

3.2

Aan de vordering legt [eisers]. - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - ten grondslag dat [X Beheer] de tussen partijen gesloten vaststellingsovereenkomst van

29 augustus 2016 dient na te komen en de nog niet betaalde bedragen alsnog dient te betalen.

3.3

[X Beheer] betwist de vordering en concludeert tot onbevoegd-verklaring, althans niet-ontvankelijk verklaring, althans tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van [eisers]. in de proceskosten.

in voorwaardelijke reconventie

3.4

Voor het geval dat de kantonrechter zich bevoegd acht en voor zover geoordeeld wordt dat [eisers]. ontvankelijk is in zijn vorderingen, vordert [X Beheer], na eisvermeerdering, naar de kantonrechter begrijpt:

primair

a. vernietiging, althans ontbinding van de tussen partijen gesloten vaststellingsovereenkomst;

subsidiair, voor het geval dat het gevorderde onder a wordt afgewezen,

[eisers]. hoofdelijk te veroordelen om de verplichtingen uit de vaststellingsovereenkomst na te komen, zijnde de verplichtingen genoemd op pagina 2 van die overeenkomst, namelijk om de functie van General Manager en het bijbehorende aandeel in Alfa over te dragen aan een door [X Beheer] aangewezen persoon, te weten [X.], op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag dat [eisers]. in gebreke zijn hieraan te voldoen;

primair en subsidiair

[eisers]. te veroordelen tot betaling van € 446.788,00 aan schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 september 2017;

[eisers]. te veroordelen in de proceskosten, waaronder de nakosten.

3.5

Aan de vordering legt [X Beheer] - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – ten grondslag dat zij dwaalde bij het aangaan van de vaststellingsovereenkomst, omdat zij ten tijde van het aangaan van die overeenkomst niet op de hoogte was van het feit dat [eiser 1] het (rund)vee niet gevaccineerd had tegen mond-en-klauwzeer (hierna: MKZ). Dat is zonder toestemming van [X.] achterwege gebleven en heeft ertoe geleid dat bij een uitbraak van MKZ op de boerderij op 19 mei 2016 30 koeien en 30 kalveren dood zijn gegaan. Ook is sprake geweest van verlies van melkproductie als gevolg van de MKZ-uitbraak. Daarnaast heeft [eiser 1] op 27 mei 2016 zonder overleg en zonder toestemming 31 vleesstieren verkocht tegen een veel te lage prijs. Voorts is schade geleden doordat [eiser 1] het General Managerschap weigert over te dragen. Door de gevolgen van de MKZ-uitbraak kan de ontslagvergoeding niet meer betaald worden. Daarmee is geen rekening gehouden bij het aangaan van de vaststellingsovereenkomst. Daarom wordt op de voet van artikel 6:228 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) vernietiging van de vaststellingsovereenkomst wegens dwaling gevorderd, althans wordt op de voet van artikel 6:258 BW ontbinding van die overeenkomst wegens onvoorziene omstandigheden gevorderd. Voor het geval dat niet daartoe wordt overgegaan, wordt veroordeling van [eiser 1] tot overdracht van het General Managerschap aan [X.] gevorderd. Voorts wordt gezien het vorenstaande schadevergoeding ten belope van € 446.788,00 plus rente gevorderd.

3.6

[eisers]. betwist de vordering en concludeert tot afwijzing daarvan, met veroordeling, uitvoerbaar bij voorraad, van [X Beheer] in de proceskosten, waaronder de nakosten.

3.7

De stellingen van partijen worden voor zover nodig in het kader van de beoordeling van de vorderingen nader besproken.

4 De beoordeling

in conventie

4.1

Het meest verstrekkende verweer is dat de Nederlandse rechter niet bevoegd is, althans dat de vordering niet-ontvankelijk verklaard dient te worden. Dat wordt echter niet gevolgd. [X Beheer] heeft immers woonplaats in Nederland, zodat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft. Het beroep van [X Beheer] op de exceptio plurium litis consortium, in welk kader aangevoerd wordt dat niet alleen [X Beheer] maar ook Alfa gedagvaard had moeten worden, omdat Alfa ook partij is bij de vaststellingsovereenkomst, gaat niet op. Anders dan [X Beheer] voorstaat, is de kantonrechter namelijk van oordeel dat geen sprake is van een processueel ondeelbare rechtsverhouding tussen enerzijds [eisers]. en anderzijds [X Beheer] en Alfa. Dat is namelijk niet gestipuleerd en volgt ook anderszins niet uit de vaststellingsovereenkomst, die te onderscheiden rechtsgevolgen in het leven heeft geroepen voor [X Beheer] respectievelijk Alfa. De betrokkenheid van [X Beheer] bij die overeenkomst is naar de kantonrechter begrijpt vooral van belang wat betreft de betaling, omdat bij Alfa geen, althans ontoereikende financiële middelen zitten. Voor het aangevoerde dat [X Beheer] borg is voor Alfa biedt de vaststellingsovereenkomst geen aanknopingspunt. Integendeel, de overeenkomst geeft [eisers]. rechtstreeks aanspraak op betaling van de daarin genoemde bedragen door [X Beheer] en niet pas na Alfa hierop te hebben aangesproken. Mede gelet hierop is het niet nodig geweest om Alfa in rechte te betrekken. Alfa is niet nodig om aan het gevorderde te kunnen voldoen. Desgewenst had [X Beheer] Alfa in vrijwaring kunnen oproepen. Dat is niet gebeurd.

De omstandigheid dat Alfa partij is bij de vaststellingsovereenkomst en dat de reconventionele vordering haar rechtspositie kan raken, maakt evenmin dat in conventie zowel [X Beheer] als Alfa in rechte moeten worden betrokken. Te minder bestaat hiertoe aanleiding in dit geval waarin Alfa niet onkundig is van de procedure. Desgewenst had Alfa kunnen vorderen om zich te mogen voegen in de procedure of daarin te mogen tussenkomen. Ook dat is niet gebeurd.

Verder wordt verwezen naar hetgeen overwogen is in het vonnis in het incident omtrent de bevoegdheid van de kantonrechter om van deze zaak kennis te nemen.

Kortom, de verweren die strekken tot onbevoegdheid van de rechter, althans tot niet-ontvankelijk verklaring van de vordering, worden niet gehonoreerd.

4.2

Vaststaat dat [X.] namens [X Beheer] en Alfa de vaststellingsovereenkomst heeft ondertekend. Weliswaar is aangevoerd dat dit onder druk om de boerderij draaiende te houden zou zijn gebeurd, maar dat is betwist en wordt niet als een bijzondere omstandigheid als bedoeld in artikel 3:44 lid 4 BW aangemerkt, laat staan één die [X.] heeft bewogen tot het ondertekenen van de vaststellingsovereenkomst. Te minder is er aanleiding om dat laatste aan te nemen nu [X.] als ervaren en kennelijk succesvol ondernemer vaker met het sluiten van contracten te maken zal hebben gehad, voor de onderhandelingen over de vaststellingsbijeenkomst enige tijd is genomen, en dat daarbij (deskundige) derden betrokken zijn geweest. Er is dus geen grond om te oordelen dat bij de totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst sprake is geweest van misbruik van omstandigheden door [eisers]..

4.3

Evenmin wordt grond aanwezig geacht voor het standpunt dat de vaststellingsovereen-komst tot stand is gekomen onder invloed van dwaling. Dat [X.] niet zou hebben geweten dat de koeien niet gevaccineerd waren tegen MKZ en aldus onder verkeerde voorstelling van zaken omtrent de dood van de dieren de vaststellingsovereenkomst heeft gesloten, is namelijk weersproken door [eisers].. In dit verband is er terecht op gewezen dat de MKZ-uitbraak al op 19 mei 2016 plaatsvond, dus ruimschoots vóór het sluiten van de vaststellingsovereenkomst op 29 augustus 2016, zodat voldoende gelegenheid is geweest voor [X.] (en [X Beheer]) om zich te informeren over de vaccinatie van de dieren, als hij al niet op de hoogte is gesteld. Bovendien wist Alfa van het niet vaccineren van de dieren, althans wordt zij geacht dat te hebben geweten. Immers, haar General Manager ([eiser 1]) heeft hiertoe besloten. Binnen het kader van zijn bevoegdheden kon hij dit doen.

4.4

Datzelfde geldt voor de verkoop van de vleesstieren op 27 mei 2016. Dit was bekend, althans had bekend kunnen zijn ten tijde van de totstandkoming van de vaststellings- overeenkomst.

4.5

In het voorjaar van 2016 heeft [eisers]. meegedeeld de samenwerking te willen beëindigen. [X junior]. en diens echtgenote [mw. X.] woonden toen al op de boerderij. Er is dus ongeveer zes maanden gelegenheid geweest om de boerderij over te dragen aan hen. Dat is volgens [eisers]. ook gebeurd. [X Beheer] weerspreekt dat, maar daaraan doet in hoge mate af dat op 29 augustus 2016 de vaststellingsovereenkomst getekend is, waarbij de arbeidsovereenkomsten van [eisers]. met terugwerkende kracht zijn beëindigd per

1 augustus 2016. [X Beheer] had ervoor kunnen kiezen dat niet te doen als de overdracht toen niet op orde was. Dat is niet gebeurd. Wel hebben partijen ervoor getekend dat met inachtneming van het bepaalde in de vaststellingsovereenkomst alle nog af te wikkelen kwesties definitief zouden zijn geregeld. Daarom wordt ervan uitgegaan dat de overdracht van de werkzaamheden toen geen punt meer is geweest.

4.6

Gezien het voorgaande is er geen grond om de vaststellingsovereenkomst te vernietigen op de voet van artikel 3:44 lid 4 of artikel 6:228 BW. De omstandigheid dat [X.] niet over de middelen zou beschikken om de overeengekomen vergoeding te betalen, levert ook geen grond hiervoor op, nog daargelaten dat [X Beheer] en niet [X.] tot betaling wordt aangesproken.

4.7

In hetgeen ter onderbouwing van het beroep op vernietiging is aangevoerd, wordt evenmin grond gezien om te oordelen dat op grond van onvoorziene omstandigheden [eisers]. naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de vaststellingsovereenkomst niet mag verwachten. Het aangevoerde dat het General Managerschap niet tijdig zou zijn overgedragen, kan dat oordeel evenmin dragen. Dit verwijt aan het adres van [eisers]. is overigens onterecht, want de vaststellingsovereen- komst dient aldus te worden gelezen dat [eisers]. pas het General Managerschap hoefde over te dragen ná betaling van de eerste tranche van de beëindigingsvergoeding door [X Beheer] op 15 september 2016. Die eerste betaling aan [eisers]. van € 62.500,00 is niet verricht. [X Beheer] is in verzuim, want zij heeft slechts € 5.000,00 betaald. Gelet op deze betaling en hetgeen in de vaststellingsovereenkomst omtrent de te verrichten betalingen is verwoord alsmede gezien de redenen voor [eisers]. om de samenwerking te beëindigen, wordt het betoog van [X Beheer] dat in aandelen Alfa zou worden afgerekend volstrekt onaannemelijk geacht.

4.8

Gezien het voorgaande is er dus ook geen grond om de vaststellingsovereenkomst te ontbinden op de voet van artikel 6:258 lid 1 BW.

4.9

[X Beheer] dient zich te houden aan de vaststellingsovereenkomst. Geen sprake is van omstandigheden waarin dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.

4.10

Dit brengt met zich dat het gevorderde onder a) en b) zal worden toegewezen, plus rente, zij het dat deze niet zal worden toegewezen op de wijze zoals gevorderd onder d), maar als hierna vermeld.

4.11

[eisers]. maakt tevens aanspraak op buitengerechtelijke incassokosten. Het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) is hierop van toepassing. Aan de voorwaarden van dat Besluit wordt voldaan, behalve wat betreft de hoogte van het gevorderde bedrag. Berekend aan de hand van de toewijsbare hoofdsom komt € 1.975,00 aan buitengerechtelijke incassokosten voor toewijzing in aanmerking.

De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is niet toewijsbaar, nu niet is gesteld of gebleken dat de kosten vóór dagvaarding dan wel vóór de ingebrekestelling door [eisers]. zijn betaald aan de gemachtigde.

4.12

[X Beheer] wordt als de in overwegende mate in het ongelijk gestelde partij in de kosten veroordeeld, aan de zijde van [eisers]. vastgesteld op € 576,91 aan verschotten (griffierecht, explootkosten en informatiekosten) en € 1.400,00 aan salaris voor de gemachtigde. De apart gevorderde nakosten worden toegewezen als hierna vermeld, nu de proceskostenveroordeling hiervoor reeds een executoriale titel geeft en de kantonrechter van oordeel is dat de nakosten zich reeds vooraf laten begroten.

in reconventie

4.13

Gelet op hetgeen hierboven onder 4.6 en 4.8 is geoordeeld en gezien de onderbouwing daarvan, wordt de primair onder a) gevorderde vernietiging, althans ontbinding van de tussen partijen gesloten vaststellingsovereenkomst afgewezen.

4.14

Het onder b) gevorderde zal worden toegewezen in die zin dat [eiser 1] wordt veroordeeld om de functie van General Manager en het bijbehorende aandeel in Alfa over te dragen aan [X.], zijnde de door [X Beheer] daartoe aangewezen persoon. Geen reden wordt gezien om hieraan een dwangsom te verbinden, nu [eisers]. aangeeft hieraan te willen voldoen.

4.15

De onder c) gevorderde veroordeling tot betaling van € 446.788,00 is als volgt gespecificeerd:

1. Schade wegens dode koeien en kalfjes € 105.000,00;

2. Schade wegens melkverlies € 214.788,00;

3. Schade door verkoop stieren zonder toestemming onder de marktprijs: € 12.000,00;

4. Indirecte kosten: € 50.000,00;

5. Kosten wegens weigering overdracht General Managerschap: € 65.000,00.

ad. 1 en 2.

Verwezen wordt naar hetgeen hierboven is overwogen ten aanzien van het binnen de bevoegdheden van het General Managerschap besluiten tot het niet vaccineren van het (rund)vee. Als dit al de schade wegens dode koeien en kalfjes, alsmede de schade wegens melkverlies tot gevolg heeft gehad, hetgeen wordt betwist, dan betekent dat nog niet dat [eisers]. hiervoor aansprakelijk kan worden gehouden in die zin dat zij de schade zouden moeten betalen. In dit verband is van betekenis dat, als gezegd, deze schade bekend is geweest ten tijde van de totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst en dat het niet vaccineren van de dieren - als al niet bekend - bekend had kunnen zijn bij [X.] (en [X Beheer]), ook omdat Alfa wist van het niet vaccineren van de dieren, althans geacht wordt dat te hebben geweten. Doordat partijen elkaar onder deze omstandigheden kwijting hebben verleend op de wijze als vermeld in de op één na laatste bullit van de vaststellingsovereen-komst komt [X Beheer] geen aanspraak op vergoeding van deze schade toe.

ad. 3

Wat betreft deze schadepost wordt verwezen naar het overwogene onder 4.4 met betrekking tot de vleesstieren.

ad. 4

De post indirecte kosten is te onbepaald om te kunnen worden toegewezen.

ad. 5

Gelet op het overwogene onder 4.7 is er geen sprake van weigering van [eiser 1] om het General Managerschap over te dragen. De gevorderde kosten die hiermee verband houden, worden dan ook afgewezen.

4.16

Gelet hierop wordt het onder c) gevorderde afgewezen.

4.17

[X Beheer] wordt als de in overwegende mate in het ongelijk gestelde partij in de kosten veroordeeld, aan de zijde van [eisers]. vastgesteld op € 650,00 aan salaris voor de gemachtigde. Daarbij is onderkend dat de conclusie van antwoord in reconventie in hetzelfde processtuk is opgenomen als de conclusie van antwoord in het incident. Rekening is gehouden met de reeds uitgesproken kostenveroordeling in het incident waarbij € 350,00 aan salaris voor de gemachtigde is toegekend. Deze kostenveroordelingen tezamen bedragen € 1.000,00 hetgeen recht doet aan de hoogte van de vordering. De apart gevorderde nakosten worden toegewezen als hierna vermeld, nu de proceskostenveroordeling hiervoor reeds een executoriale titel geeft en de kantonrechter van oordeel is dat de nakosten zich reeds vooraf laten begroten.

6 De beslissing

De kantonrechter:

in conventie

veroordeelt [X Beheer] tot betaling tegen kwijting aan [eisers]. van:

 € 62.500,00 € 62.500,00 bruto ten aanzien van [eiser 1], van welk bedrag de ene helft van

€ 31.250,00 dient te worden verminderd met het bruto equivalent van € 2.500,00, en het aldus bepaalde bedrag dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 september 2016, en van welk bedrag de andere helft van € 31.250,00 dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2017, tot aan de dag van algehele voldoening;

 € 62.500,00 € 62.500,00 bruto ten aanzien van [eiser 2], van welk bedrag de ene helft van

€ 31.250,00 dient te worden verminderd met het bruto equivalent van € 2.500,00, en het aldus bepaalde bedrag dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 september 2016, en van welk bedrag de andere helft van € 31.250,00 dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2017, tot aan de dag van algehele voldoening;

 € 1.975,00 € 1.975,00 ter zake van buitengerechtelijke incassokosten;

veroordeelt [X Beheer] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eisers]. vastgesteld op:

  • -

    € 576,91 aan verschotten;

  • -

    € 1.400,00 aan salaris voor de gemachtigde;

  • -

    beide bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente ingaande veertien dagen na de datum van dit vonnis tot aan de dag van algehele voldoening;

en indien [X Beheer] niet binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, begroot op:

 € 205,00 € 205,00 aan nasalaris, te verhogen met een bedrag van € 68,00 aan betekeningskosten onder de voorwaarde dat betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw, te vermeerderen met de wettelijke rente ingaande veertien dagen na de datum van dit vonnis tot de dag van algehele voldoening;

verklaart dit uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde;

in reconventie

wijst het onder a) en c) gevorderde af;

veroordeelt [eiser 1] om de functie van General Manager en het bijbehorende aandeel in Alfa over te dragen aan [X.];

veroordeelt [X Beheer] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eisers]. vastgesteld op:

 € 650,00 € 650,00 aan salaris voor de gemachtigde;

en indien [X Beheer] niet binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, begroot op:

 € 75,00 € 75,00 aan nasalaris, te verhogen met een bedrag van € 68,00 aan betekeningskosten onder de voorwaarde dat betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw;

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het méér of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Vlaswinkel en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

465