Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:5692

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
16-05-2018
Datum publicatie
17-07-2018
Zaaknummer
10/750303-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Mensensmokkel door te proberen drie mensen met valse paspoorten mee te nemen op de veerboot naar Engeland. Tevens uit winstbejag behulpzaam zijn bij verblijf. Ook een paspoort vervalsen door daarvoor pasfoto’s te maken en dat op te sturen naar Griekenland. Vervolgens drie valse paspoorten overhandigen bij de paspoortcontrole.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/750303-15

Datum uitspraak: 16 mei 2018

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. G.F. van den Ende, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 2 mei 2018.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. M. Blom heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden met aftrek van voorarrest.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het onder 1 en 2 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij in de periode van 13 november tot en met 27 november 2015 in Nederland tezamen en in vereniging met anderen, personen met de Iraanse nationaliteit,

- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door, en
- uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland en een andere lidstaat van de Europese Unie terwijl hij, verdachte en zijn mededaders (telkens) wisten dat die toegang of die doorreis en dat verblijf van bovengenoemde personen wederrechtelijk was, immers heeft hij, verdachte, tezamen en in vereniging met één of meer van zijn mededaders,

- bovengenoemde personen onderdak gegeven in zijn, verdachtes, woning, en

- bovengenoemde personen in een personenauto vervoerd door Nederland, en

- voor die personen tickets voor de overtocht naar Engeland (online) geboekt en betaald, en

(aldus) het verblijf in Nederland en het transport en de doorreis door Nederland van die genoemde personen georganiseerd en/of gecoördineerd en/of gefaciliteerd;

2.

hij in de periode van 13 november tot en met 27 november 2015 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, een reisdocument, te weten 1 (één) Grieks paspoort met

- documentnummer [documentnummer 1] , op naam van [naam slachtoffer 1] geboren op [geboortedatum slachtoffer 1] 2011 te [geboorteplaats slachtoffer 1] , [land slachtoffer 1] , heeft laten vervalsen;

en

hij op 27 november 2015 te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen, reisdocumenten , te weten 3 (drie) Griekse paspoorten met

- documentnummer [documentnummer 2] , op naam van [naam slachtoffer 2] geboren op [geboortedatum slachtoffer 2] te [geboorteplaats slachtoffer 2] , [land slachtoffer 2] ,

- documentnummer [documentnummer 1] , op naam van [naam slachtoffer 1] geboren op [geboortedatum slachtoffer 1] 2011 te [geboorteplaats slachtoffer 1] , [land slachtoffer 1] ,

- documentnummer [documentnummer 3] , op naam van [naam slachtoffer 3] geboren op [geboortedatum slachtoffer 3] 2004 te [geboorteplaats slachtoffer 3] , [land slachtoffer 3] ,

aan verbalisant heeft getoond/overhandigd en die Griekse paspoorten, waarvan verdachte en zijn mededaders wisten dat deze vervalst waren, heeft afgeleverd en voorhanden heeft gehad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

De voortgezette handeling van :

mensensmokkel, meermalen gepleegd,

en

het een ander uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland/een andere lidstaat van de Europese Unie, terwijl hij weet dat dat verblijf wederrechtelijk is, meermalen gepleegd;

en

De meerdaadse samenloop van:

een reisdocument vervalsen

en

een reisdocument afleveren en voorhanden hebben, waarvan hij weet dat het vervalst is, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte is aangezocht om tegen betaling van zijn schulden voor een bedrag van

€ 1.500,- drie mensen te smokkelen naar het Verenigd Koninkrijk. Voorafgaand aan de reis zouden de vrouw en haar twee kinderen enige dagen bij de verdachte verblijven, maar omdat er iets mis was met één van de vervalste paspoorten, is de reis uitgesteld. De verdachte heeft nieuwe pasfoto’s laten maken van één van de kinderen en heeft die foto’s samen met het vervalste paspoort teruggestuurd naar Griekenland zodat het paspoort aangepast kon worden. Na ontvangst van het aangepaste paspoort heeft de verdachte zich samen met zijn vriendin en de drie gesmokkelden gemeld bij de grensdoorlaatpost te Hoek van Holland voor de overtocht naar het Verenigd Koninkrijk. Aldaar heeft de verdachte de drie vervalste paspoorten overhandigd aan de verbalisanten.

De verdachte heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan mensensmokkel. Bij mensensmokkel worden mensen die, om wat voor reden dan ook, hun land willen verlaten op illegale wijze naar een ander – veelal westers – land vervoerd. De smokkelaars maken daarbij misbruik van de afhankelijkheid van deze personen, door voor het transport uit winstbejag (veel) geld te vragen. De internationale georganiseerde smokkel van vreemdelingen is een fenomeen dat afbreuk doet aan de waardigheid van de mens omdat de mens daarbij slechts als handelswaar wordt gezien waarmee geld te verdienen valt. De verdachte heeft bijgedragen aan het in stand houden van een illegaal circuit en aldus aan genoemde onwenselijke activiteiten. Ook wordt hierdoor het beleid van de Nederlandse overheid om een gereguleerd asielbeleid te voeren – als onderdeel waarvan politieke vluchtelingen kunnen worden opgevangen – ondermijnd.

Daarnaast heeft de verdachte een paspoort laten vervalsen en drie vervalste paspoorten voorhanden gehad en bij grenscontrole aan de Marechaussee afgegeven. Vervalste reisdocumenten verhinderen een effectieve identiteitscontrole en bovendien wordt het vertrouwen dat in het maatschappelijke verkeer in dergelijke documenten moet kunnen worden gesteld hierdoor ernstig aangetast.

7.3.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van

28 maart 2018, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.

De reclassering is niet verzocht om een rapportage over de verdachte op te stellen, maar gelet op hetgeen uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting naar voren is gekomen over de situatie van de verdachte acht de rechtbank het van belang dat hij begeleiding van de reclassering krijgt. Daarbij is mede van belang dat de verdachte heeft verklaard de feiten te hebben gepleegd vanwege de slechte financiële situatie waarin hij zat aan welke situatie nog geen eind is gekomen. De reclassering zou de verdachte kunnen begeleiden ten aanzien van die financiële situatie, het vinden van werk en mogelijk ook een woning. De rechtbank zal daarom een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd, waaronder toezicht van de reclassering. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. De verdachte heeft immers al eerder, maar ook recent nog, laten zien dat hij zijn situatie denkt te kunnen verbeteren of op te lossen door strafbare feiten te plegen.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 56, 57, 63, 197a en 231 van het Wetboek van Strafrecht.

9 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden,

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 (twee) jaar, na te melden voorwaarden overtreedt;

stelt als algemene voorwaarden:

de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

stelt als bijzondere voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich melden bij Reclassering Nederland, zolang en frequent als die reclasseringsinstelling noodzakelijk vindt;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. G.M. Munnichs, voorzitter,

en mrs. J.A.M.J. Janssen-Timmermans en B.E. Dijkers, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.G. Polke, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 13 november tot en met 27 november 2015 te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam althans in Nederland tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen, 2 (twee), in elk geval één of meer perso(o)n(en) met de Iraanse nationaliteit, althans van buitenlandse afkomst,

- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door, en/of
- uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, of die ander (telkens) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft/hebben verschaft terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang of die doorreis en/of

dat verblijf van bovengenoemde pers(o)n(en) wederrechtelijk was, immers heeft hij, verdachte, tezamen en in vereniging met één of meer van zijn mededaders, althans alleen,

- bovengenoemde perso(o)n(en) onderdak gegeven in zijn, verdachtes, woning, en/of

- bovengenoemde perso(o)n(en) een personenauto vervoerd door Nederland,

- voor die perso(o)n(en) (een) ticket(s) voor de overtocht naar Engeland (online) geboekt en/of betaald,

(aldus) het verblijf in Nederland en/of het transport en de doorreis door Nederland van die genoemde perso(o)n(en) georganiseerd en/of gecoördineerd en/of gefaciliteerd;

2.

hij in of omstreeks 13 november tot en met 27 november 2015 te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer reisdocument(en) en/of identiteitsbewij(s)(zen) als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, te weten 3 (drie) Griekse paspoorten met

- documentnummer [documentnummer 2] , op naam van [naam slachtoffer 2] geboren op [geboortedatum slachtoffer 2] te [geboorteplaats slachtoffer 2] , [land slachtoffer 2] ,

- documentnummer [documentnummer 1] , op naam van [naam slachtoffer 1] geboren op [geboortedatum slachtoffer 1] 2011 te [geboorteplaats slachtoffer 1] , [land slachtoffer 1] ,

- documentnummer [documentnummer 3] , op naam van [naam slachtoffer 3] geboren op [geboortedatum slachtoffer 3] 2004 te [geboorteplaats slachtoffer 3] , [land slachtoffer 3] ,

valselijk heeft opgemaakt/laten opmaken of vervalst/laten vervalsen, en/of (vervolgens) die voornoemde reisdocument(en) aan verbalisant(en) getoond/overhandigd en/of die Griekse paspoorten, waarvan verdachte en/of zijn mededaders wist(en) en/of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat deze vals/vervalst waren, heeft afgeleverd en/of voorhanden gehad.