Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:5543

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13-07-2018
Datum publicatie
20-07-2018
Zaaknummer
6510898 CV EXPL 17-41649
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

FNV ontvankelijk ogv artikel 3:305a BW. Zijn vergoedingen die jarenlang aan werknemers zijn toegekend te beschouwen als arbeidsvoorwaarden

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2018-0848
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 6510898 \ CV EXPL 17-41649

uitspraak: 13 juli 2018

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

Federatie Nederlandse Vakvereniging,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

gemachtigde: mr. I. Scheele,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Linde Gas Benelux B.V.,

gevestigd te Schiedam,

gedaagde,

gemachtigde: mr. T.D.E. Hoekstra.

Partijen worden hierna aangeduid als “FNV” en “Linde Gas”.

1 Het verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter heeft kennis genomen:

  • -

    het exploot van dagvaarding van 15 november 2017 met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord;

  • -

    de conclusie van repliek;

  • -

    de conclusie van dupliek;

  • -

    het tussenvonnis van 20 februari 2018;

  • -

    het proces-verbaal van de op 12 april 2018 gehouden comparitie van partijen;

  • -

    de conclusie na comparitie van de zijde van FNV;

  • -

    de conclusie na comparitie van de zijde van Linde Gas.

1.2

De kantonrechter heeft de datum voor de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2 De vaststaande feiten

2.1

FNV is een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid. Krachtens de statuten stelt FNV zich ten doel de belangen te behartigen van werknemers, waaronder werknemers werkzaam bij Linde Gas.

2.2

Linde Gas is een bedrijf dat industriële gassen en chemische producten vervaardigt en verhandelt. Linde Gas heeft met de vakbonden, waaronder FNV, een ondernemings-cao gesloten waarin de arbeidsvoorwaarden zijn geregeld voor de bij Linde Gas werkzame werknemers.

2.3

De cao met looptijd 1 juni 2014 tot en met 31 mei 2016 bepaalt - voor zover relevant - het volgende:

“Artikel 1 Definities

(…)

k. Maandsalaris

Het bruto maandsalaris dat voor de werknemer is vastgesteld overeenkomstig artikel 15 vermeerderd met de (eventueel) toegekende vaste salaristoeslag.

m. Maandinkomen

het maandsalaris vermeerderd met de (eventuele) vaste toeslagen, zoals gedefinieerd onder lid n van dit artikel.

n. Vaste toeslagen

ploegentoeslagen en consignatievergoedingen volgens de systematiek opgenomen in artikel 39.9 CAO.

Artikel 23 Bijzondere toeslagen

(…)

5. Consignatievergoeding

De werknemer die volgens een vaststaand rooster geconsigneerd is, ontvangt hiervoor een vergoeding per dag van (…)

Artikel 34B Arbeidsongeschiktheid (…)

1. Indien een werknemer ten gevolge van ziekte, zwangerschap of bevalling niet in staat is de bedongen arbeid te verrichten, gelden voor hem de bepalingen van artikel 7:629 BW, de ZW, de WAZ en de WIA, voor zover hierna niet anders bepaald.

2. Wettelijke loondoorbetaling eerste periode van 52 weken

Bij arbeidsongeschiktheid zal aan de werknemer gedurende de eerste 52 weken van de wettelijke periode als genoemd in artikel 7:629 BW, 70% van het maandinkomen, tot maximaal het voor de werkgever geldende maximum dagloon op grond van de Wet financiering sociale verzekeringen, worden doorbetaald.

3. Gedurende de eerste 52 weken van de wettelijke periode als genoemd in artikel 7:629 BW ontvangt de werknemer, boven op de wettelijke loondoorbetaling, een aanvulling tot 100% van het maandinkomen. (…)”

2.4

De cao bevat geen regeling voor de vergoeding van een oproep tijdens consignatiedienst. Van 2001 tot 1 januari 2017 kregen werknemers van de vestiging van Linde Gas te IJmuiden die tijdens een consignatiedienst werden opgeroepen bovenop een vergoeding voor de gewerkte uren standaard 2 uur extra uitbetaald. De reisuren voor een oproep werden als overwerkuren vergoed. Indien een tweede werknemer werd geraadpleegd of opgeroepen door een collega in consignatiedienst ontving deze tweede werknemer ook de consignatievergoeding.

2.5

Per 1 januari 2017 heeft Linde Gas de onder 2.4 weergegeven vergoedingen voor consignatiediensten als volgt gewijzigd. Bij een oproep tijdens consignatiedienst worden alleen nog de gewerkte uren uitbetaald. Er wordt geen 2 uur extra meer uitbetaald. Vergoeding van reistijd bij een oproep vindt plaats conform de regels die in de cao gelden voor reisuren bij karweiwerk. Reistijd wordt niet meer uitbetaald als overwerk. Indien een tweede medewerker wordt geraadpleegd of opgeroepen krijgt deze geen consignatievergoeding. In geval van arbeidsongeschiktheid wordt de vergoeding voor consignatiedienst alleen gedurende de eerste ziekteweek doorbetaald.

3 De vordering

3.1

FNV heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voor recht te verklaren:

  1. dat medewerkers die tijdens een consignatiedienst worden opgeroepen per oproep extra 2 uur betaald krijgen bovenop de gewerkte uren;

  2. dat de reisuren van medewerkers die tijdens een consignatiedienst worden opgeroepen als overuren worden uitbetaald;

  3. dat indien in voorkomende gevallen een tweede medewerker dient te worden geraadpleegd dan wel opgeroepen tijdens een consignatiedienst wegens de ingewikkeldheid van een probleem, dat dan ook deze tweede medewerker recht heeft op de consignatievergoeding;

  4. dat artikel 34B van de cao zo moet worden gelezen dat de toeslagen die worden verdiend in de consignatiedienst voorafgaand aan de arbeidsongeschiktheid van de betreffende medewerker deel uit maken van het loon dat geldt als basis voor de doorbetaling tijdens arbeidsongeschiktheid;

FNV heeft voorts bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Linde Gas te veroordelen tot:

betaling aan de medewerkers die vanaf 1 januari 2017 in consignatiedienst zijn opgeroepen van 2 extra uren bovenop de gewerkte tijd;

betaling aan de medewerkers die vanaf 1 januari 2017 in consignatiedienst zijn opgeroepen van de reisuren in de vorm van overuren;

betaling van de consignatievergoeding aan de medewerkers die vanaf 1 januari 2017 als tweede zijn geraadpleegd/opgeroepen door een collega in consignatiedienst;

betaling van een bedrag van € 500,00 (exclusief BTW) terzake van buitengerechtelijke incassokosten;

I. betaling van de wettelijke rente over alle voornoemde bedragen vanaf de dag dat die bedragen zijn verschuldigd;

betaling van de kosten van het geding, het salaris van de gemachtigde van eiseres en het griffierecht daaronder begrepen.

3.2

Aan haar vordering heeft FNV - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - het volgende ten grondslag gelegd.

3.3

Linde Gas is verplicht tot nakoming van de (ongeschreven) arbeidsvoorwaarden met betrekking tot de vergoeding van consignatiediensten. Deze arbeidsvoorwaarden zijn in 2001 mondeling met Linde Gas overeengekomen en worden al jarenlang uitgevoerd. Evenmin is Linde Gas bevoegd tot wijziging van de loondoorbetaling tijdens arbeidsongeschiktheid door de consignatievergoeding alleen gedurende de eerste ziekteweek door te betalen. Linde Gas handelt hiermee bovendien in strijd met de cao. De consignatievergoeding is op grond van artikel 34B cao onderdeel van het maandloon dat geldt als basis voor het maandloon dat wordt doorbetaald bij ziekte.

4 Het verweer

4.1

Linde Gas heeft de vordering betwist en daartoe - zakelijk weergegeven en voor zover van belang - het volgende aangevoerd.

4.2

Primair is FNV niet ontvankelijk in haar vorderingen. Voor zover FNV haar bevoegdheid baseert op artikel 3:305a BW geldt dat niet is voldaan aan de voorwaarden van die bepaling. Subsidiair betwist Linde Gas dat de door FNV gestelde vergoedingen zijn aan te merken als arbeidsvoorwaarden. Linde Gas heeft geen arbeidsvoorwaarden toegezegd of toegepast die boven de cao uitgaan. De werknemers hebben de arbeidsvoorwaarden in hun eigen voordeel uitgelegd en toegepast, buiten medeweten van Linde Gas om. Er is dus geen sprake van (een wijziging van) arbeidsvoorwaarden. Linde Gas is gerechtigd de onjuiste toepassing van arbeidsvoorwaarden stop te zetten en de cao strikt toe te passen. Bovendien heeft de cao een standaardkarakter en is afwijking daarvan niet toegestaan. Linde Gas handelt niet in strijd met de cao-bepaling met betrekking tot loondoorbetaling tijdens arbeidsongeschiktheid. Aangezien een medewerker tijdens ziekte niet beschikbaar is voor consignatiedienst bestaat ook geen recht op een consignatievergoeding.

5 De beoordeling

Ontvankelijkheid

5.1

Allereerst dient te worden beoordeeld of FNV ontvankelijk is in haar vorderingen.

5.2

Op grond van artikel 3:305a lid 1 BW kan een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid een rechtsvordering instellen die strekt tot bescherming van gelijksoortige belangen van andere personen, voor zover zij deze belangen ingevolge haar statuten behartigt. Aan de eis dat de ingestelde rechtsvordering ‘strekt tot bescherming van gelijksoortige belangen van andere personen’ is voldaan indien de belangen ter bescherming waarvan de rechtsvordering strekt, zich lenen voor bundeling, zodat een efficiënte en effectieve rechtsbescherming ten behoeve van de belanghebbenden kan worden bevorderd.

5.3

Vaststaat dat FNV een vereniging is met volledige rechtsbevoegdheid. Eveneens staat vast dat FNV krachtens haar statuten bevoegd is om voor haar leden op te treden met betrekking tot arbeidsvoorwaarden. FNV heeft ter zitting toegelicht dat zij de belangen behartigt van 6 van haar leden die werkzaam zijn bij de Technische Dienst civiel op de vestiging van Linde Gas in IJmuiden. Duidelijk is dat de vorderingen van FNV betrekking hebben op de werknemers van Linde Gas op de locatie IJmuiden die daar consignatiediensten verrichten of tijdens een consignatiedienst van een collega als tweede man worden geraadpleegd of opgeroepen. Duidelijk is ook dat de vordering zich niet uitstrekt tot werknemers op andere vestigingen van Linde Gas. Daarmee is de groep werknemers voldoende bepaald. Ten aanzien van deze werknemers is sprake geweest van een eenzijdige wijziging van de vergoeding van consignatiediensten. De belangen van deze werknemers lenen zich voor bundeling, zodat sprake is van gelijksoortige belangen. Linde Gas wordt niet gevolgd in haar standpunt dat in de dagvaarding en het petitum geen onderscheid wordt gemaakt tussen werknemers die zelf consignatiedienst hebben verricht, die zijn opgeroepen of geraadpleegd als tweede man tijdens consignatiedienst en/of consignatiediensten hebben gedaan en daarna arbeidsongeschikt zijn geraakt. FNV heeft dit onderscheid voldoende toegelicht. Uit het petitum blijkt voldoende duidelijk dat het onder A, B, E en F gevorderde alleen geldt voor de werknemers die consignatiedienst hebben verricht, dat het onder C en G gevorderde alleen geldt voor de werknemers die tijdens consignatiedienst zijn geraadpleegd of opgeroepen en dat het onder D gevorderde geldt voor de werknemers die consignatiedienst hebben verricht en daarna arbeidsongeschikt zijn geworden. Ook valt niet in te zien dat de vorderingen van FNV geweld doen aan het basisprincipe van collectieve arbeidsvoorwaarden en het gelijkheidsbeginsel omdat dit zou leiden tot toepassing van verschillende arbeidsvoorwaarden binnen Linde Gas. Als binnen Linde Gas verschillende arbeidsvoorwaarden bestaan dan is dat niet aan FNV toe te rekenen maar is dat een gevolg van een kennelijk binnen Linde Gas ontstane situatie.

5.4

Linde Gas heeft verder betoogd dat FNV niet ontvankelijk is omdat zij onvoldoende heeft getracht het gevorderde te bereiken door overleg als bedoeld in artikel 3:305a lid 2 BW. Dit betoog slaagt niet. Bij brief van 24 mei 2017 heeft FNV de situatie aan Linde Gas voorgelegd en heeft zij verzocht de eenzijdig doorgevoerde wijzigingen in te trekken en te herstellen. Bij gebreke van een reactie heeft FNV bij brief van 28 juni 2017 Linde Gas gesommeerd om alsnog te reageren. Op 4 juli 2017 heeft Linde Gas afwijzend gereageerd op het verzoek van FNV. Linde Gas verwijt FNV dat zij niet tijdens de daaropvolgende onderhandelingen over een nieuwe cao overleg heeft gevoerd over deze kwestie. Ter zitting heeft FNV toegelicht dat zij uit de reactie van Linde Gas heeft geconcludeerd dat de kwestie voor Linde Gas onbespreekbaar was, waardoor zij geen poging tot nader overleg heeft ondernomen. Naar het oordeel van de kantonrechter vormt het feit dat niet op enig moment nog overleg heeft plaatsgevonden geen beletsel voor ontvankelijkheid van FNV. Daarbij wordt mede in aanmerking genomen dat gelet op de opstelling van partijen ter zitting en de standpunten over en weer niet de verwachting bestaat dat een overleg tussen partijen tot een oplossing zou hebben geleid.

5.5

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat FNV ontvankelijk is in haar vorderingen.

De inhoudelijke beoordeling

5.6

Partijen twisten over de vraag of de eenzijdige wijziging door Linde Gas van de vergoeding van consignatiedienst, reistijd tijdens consignatiedienst en doorbetaling van consignatievergoeding tijdens ziekte gerechtvaardigd is. Voordat hierover geoordeeld kan worden zal beoordeeld moeten worden of de onder A tot en met C gevorderde vergoedingen zijn te beschouwen als arbeidsvoorwaarden. Partijen verschillen hierover van mening.

Volgens FNV zijn de vergoedingen mondeling afgesproken met het locatiemanagement van Linde Gas en worden deze al jarenlang op deze wijze toegepast zodat sprake is van arbeidsvoorwaarden. Linde Gas heeft daarentegen aangevoerd dat geen sprake is van door Linde Gas toegekende arbeidsvoorwaarden maar door de werknemers aan zichzelf toegeëigende voordelen.

Vorderingen onder A tot en met C, E tot en met G

5.7

Als onweersproken staat vast dat de werknemers op de vestiging van Linde Gas te IJmuiden vanaf 2001 in geval van een oproep tijdens consignatiedienst de door FNV gestelde vergoedingen hebben ontvangen. Dit betreft de toekenning van 2 extra uur per oproep, het vergoeden van reistijd als overwerkuren en toekenning van de consignatievergoeding aan een werknemer die tijdens consignatiedienst als tweede man wordt geraadpleegd of opgeroepen.

5.8

Vaststaat dat met betrekking tot de hiervoor bedoelde vergoedingen geen afspraken zijn vastgelegd in de arbeidsovereenkomst of in de cao. Linde Gas heeft de stelling van FNV dat de vergoedingen mondeling zijn overeengekomen, betwist. Feit is evenwel dat vanaf 2001 de bedoelde vergoedingen voor een oproep tijdens consignatiedienst zijn toegekend. Het betoog van Linde Gas dat de werknemers de vergoedingen zichzelf hebben toegekend en dat zij hiervan niet op de hoogte was, wordt verworpen. Ter zitting heeft Linde Gas uitdrukkelijk erkend dat de door de werknemer ingevulde urenstaten van de werknemers door de locatiemanager worden goedgekeurd en dat ook de 2 extra uren door de manager vooraf worden goedgekeurd. Dit blijkt ook uit de door FNV overgelegde urenstaat, waarop staat vermeld dat deze door zowel de leidinggevende als de locatiemanager voor akkoord moet worden getekend. Ook blijkt uit de door FNV overgelegde producties dat de salarisadministratie beschikt over een werkinstructie voor het verwerken van de 2 extra uur voor consignatiedienst. Daarnaast heeft FNV ter zitting onweersproken gesteld dat HR-medewerkers van Linde Gas de locatie in IJmuiden geregeld bezoeken en dat zij zodoende op de hoogte moeten zijn geweest van het gehanteerde systeem van vergoedingen voor consignatiediensten. Gelet op het voorgaande kan worden aangenomen dat de vergoedingen door Linde Gas aan de werknemers zijn toegekend.

5.9

Het feit dat de aan de werknemers toegekende vergoedingen niet zijn vastgelegd in (een aanvulling op) de arbeidsovereenkomst, betekent niet dat de vergoedingen geen onderdeel zijn gaan uitmaken van de arbeidsovereenkomst. Het is vaste jurisprudentie dat niet doorslaggevend zijn de aanvankelijk overeengekomen arbeidsvoorwaarden, maar dat mede betekenis toekomt aan de wijze waarop partijen in de praktijk aan de arbeidsovereenkomst uitvoering hebben gegeven.

5.10

In het arrest van 22 juni 2018 (ECLI:NL:HR:2018:976) heeft de Hoge Raad een aantal gezichtspunten geformuleerd voor de beoordeling van de vraag wanneer een aan een werknemer toegekend voordeel het karakter heeft (gekregen) van arbeidsvoorwaarde (ro. 4.3.3): “ De vraag wanneer uit een door de werkgever jegens de werknemer gedurende een bepaalde tijd gevolgde gedragslijn voortvloeit dat sprake is van een tussen partijen geldende (de arbeidsovereenkomst aanvullende) arbeidsvoorwaarde, laat zich niet in algemene zin beantwoorden. Het komt aan op de zin die partijen aan elkaars gedragingen (en in verband daarmee staande verklaringen) hebben toegekend en in de gegeven omstandigheden daaraan redelijkerwijs mochten toekennen. In dit verband komt betekenis toe aan gezichtspunten als (i) inhoud van de gedragslijn, (ii) de aard van de arbeidsovereenkomst en de positie die de werkgever en de werknemer jegens elkaar innemen, (iii) de lengte van de periode gedurende welke de werkgever de desbetreffende gedragslijn heeft gevolgd, (iv) hetgeen de werkgever en de werknemer in verband met deze gedragslijn jegens elkaar hebben verklaard of juist niet hebben verklaard, (v) de aard van de voor- en nadelen die voor de werkgever en de werknemer uit de gedragslijn voortvloeien, en (vi) de aard en de omvang van de kring van de werknemers jegens wie de gedragslijn is gevolgd.”

5.11

Met inachtneming van dit toetsingscriterium is de kantonrechter van oordeel dat de toegekende vergoedingen voor een oproep tijdens consignatiedienst als arbeidsvoorwaarden deel zijn gaan uitmaken van de arbeidsovereenkomst tussen Linde Gas en de werknemers van de vestiging IJmuiden die consignatiediensten verrichten of als tweede man worden geraadpleegd of opgeroepen tijdens consignatiedienst. Voor dit oordeel worden de volgende feiten en omstandigheden van belang geacht:

- de vergoedingen zijn toegekend aan alle werknemers van Linde Gas IJmuiden die consignatiediensten verrichten of als tweede man worden geraadpleegd of opgeroepen en niet aan één enkele werknemer;

- de vergoedingen zijn toegekend vanaf 2001 over een zeer lange periode van ruim 15 jaar;

- het systeem van de salarisadministratie is ingericht op de toekenning van de vergoedingen;

- de geregistreerde uren en de extra 2 uur per oproep worden op de urenstaten ingevuld en door het management goedgekeurd;

- de uren en de hieraan gekoppelde vergoedingen zijn op de urenstaten en salarisstroken zichtbaar;

- de HR-medewerkers van Linde Gas moeten op de hoogte zijn geweest van de vergoedingen;

Gelet op deze omstandigheden is de kantonrechter van oordeel dat de werknemers van Linde Gas IJmuiden die consignatiedienst verrichten althans als tweede man worden geraadpleegd of opgeroepen erop mochten vertrouwen, althans redelijkerwijze ervan uit mochten gaan dat zij recht hadden op de toegekende vergoedingen als gevorderd onder A tot en met C. De kantonrechter acht het gelet op hetgeen onder 5.9 en 5.10 is overwogen dan ook niet van belang dat noch de arbeidsovereenkomst noch de cao een bepaling bevat over de vergoedingen. Ook het feit dat Linde Gas betwist dat hierover een mondelinge afspraak is gemaakt staat er niet aan in de weg dat de vergoedingen als arbeidsvoorwaarde deel zijn gaan uitmaken van de arbeidsovereenkomst tussen Linde Gas en de betreffende werknemers.

5.12

Linde Gas heeft opgeworpen dat de cao een standaardkarakter heeft en dat daarvan niet ten gunste van de werknemers mag worden afgeweken. De vergoedingen wijken ten gunste van de werknemers af van de cao en zijn daarom volgens Linde Gas niet toegestaan. Anders dan Linde Gas meent valt uit de bewoordingen van artikel 23 lid 5 cao (consignatievergoeding) of uit de rest van de cao niet op te maken dat deze een standaardkarakter heeft en dat afwijking in positieve zin niet is toegestaan. De cao bevat geen bepaling over vergoeding van werktijd en reistijd tijdens een oproep, terwijl niet valt op te maken dat de cao beoogt een uitputtende regeling te geven. Aangenomen moet daarom worden dat het is toegestaan om ten aanzien van de niet in de cao geregelde onderwerpen arbeidsvoorwaarden overeen te komen. Het verweer van Linde Gas slaagt gezien het voorgaande niet.

5.13

Aangezien de vergoedingen voor consignatiedienst zijn aan te merken als arbeidsvoorwaarden, geldt dat deze slechts kunnen worden gewijzigd met instemming van de werknemers, of indien sprake is van een eenzijdig wijzigingsbeding als bedoeld in artikel 7:613 BW en aan de daarin gestelde voorwaarden is voldaan, dan wel indien is voldaan aan de op artikel 7:611 BW gebaseerde dubbele redelijkheidstoets. Gesteld noch gebleken is dat de werknemers te IJmuiden met de wijziging hebben ingestemd of dat aan de in artikel 7:613 BW dan wel 7:611 BW gestelde voorwaarden is voldaan. Hieruit volgt dat eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden door Linde Gas niet is toegestaan.

5.14

Uit het voorgaande volgt dat de vorderingen onder A, B, C gevorderde verklaringen voor recht en de onder F, G en H gevorderde veroordeling tot betaling toewijsbaar zijn, met dien verstande dat dit alleen geldt voor de werknemers van Linde Gas op de locatie IJmuiden. De gevorderde uitvoerbaar verklaring bij voorraad is niet toewijsbaar met betrekking tot de verklaringen voor recht. Een verklaring voor recht is naar haar aard niet vatbaar voor tenuitvoerlegging en kan daarom niet uitvoerbaar bij voorraad kan worden verklaard.

Vordering onder D

5.15

Partijen twisten voorts over de vraag of Linde Gas gerechtigd is tot wijziging van de loondoorbetaling tijdens ziekte door de consignatievergoeding alleen gedurende de eerste week van ziekte door te betalen. De kantonrechter is het met FNV eens dat een dergelijke wijziging in strijd is met de cao zodat Linde Gas hiertoe niet gerechtigd is.

5.16

Op grond van artikel 34B van de cao geldt het maandinkomen als basis voor het maandloon dat wordt doorbetaald bij ziekte. Uit de definitie van ‘maandinkomen’ volgt dat hieronder wordt verstaan het maandsalaris vermeerderd met de (eventuele) vaste toeslagen, zoals gedefinieerd onder lid n van dit artikel. Uit de definitie onder n volgt dat onder vaste toeslagen onder meer worden begrepen de consignatievergoedingen. Door de doorbetaling van de consignatievergoeding te beperken tot de eerste week van arbeidsongeschiktheid geeft Linde Gas een onjuiste uitvoering aan de cao. De handelwijze van Linde Gas strookt ook niet met het wettelijk uitgangspunt zoals geregeld in artikel 7:629 BW. Linde Gas is gelet op het voorgaande niet gerechtigd de loondoorbetaling tijdens ziekte op voormelde wijze aan te passen. De onder D gevorderde verklaring voor recht is daarom toewijsbaar.

Buitengerechtelijke incassokosten

5.17

De kantonrechter stelt vast dat FNV onvoldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. De gevorderde vergoeding wordt daarom afgewezen.

Wettelijke rente

5.18

Linde Gas heeft verweer gevoerd tegen de gevorderde wettelijke rente over de door Linde Gas verschuldigde bedragen. Volgens Linde Gas is niet duidelijk waarover de wettelijke rente wordt gevorderd. Voorts heeft Linde Gas betoogd dat de wettelijke rente niet toewijsbaar is omdat artikel 3:305a lid 3 BW zich verzet tegen toewijzing van schadevergoeding. De verweren van Linde Gas slagen niet. Allereerst is duidelijk dat de wettelijke rente wordt gevorderd over de bedragen die Linde Gas op grond van de arbeidsovereenkomsten aan haar werknemers van de locatie IJmuiden die consignatiediensten verrichten is verschuldigd. De door FNV gevorderde veroordeling strekt niet tot betaling van een schadevergoeding. Het gaat immers om nakoming van arbeidsvoorwaarden. Uit het arrest van de Hoge Raad van 27 maart 1998 (ECLI:NL:HR:1998:ZC2614) volgt dat de beperking van artikel 3:305a lid 3 BW niet geldt voor de wettelijke rente over geldbedragen die zelf niet strekken tot schadevergoeding en waarvan krachtens art. 3:305a lid 1 bij een rechtsvordering als daar bedoeld betaling kan worden gevorderd. De gevorderde wettelijke rente is daarom toewijsbaar.

Proceskosten

5.19

Linde Gas zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

6 De beslissing

De kantonrechter:

  • -

    verklaart voor recht dat medewerkers van de locatie IJmuiden die tijdens een consignatiedienst worden opgeroepen per oproep recht hebben op een vergoeding van 2 uur extra bovenop de gewerkte uren;

  • -

    verklaart voor recht dat de reisuren van medewerkers van de locatie IJmuiden die tijdens een consignatiedienst worden opgeroepen als overuren dienen te worden uitbetaald;

  • -

    verklaart voor recht dat indien op de locatie IJmuiden in voorkomende gevallen een tweede medewerker dient te worden geraadpleegd dan wel opgeroepen tijdens een consignatiedienst wegens de ingewikkeldheid van een probleem, deze tweede medewerker recht heeft op de consignatievergoeding;

  • -

    verklaart voor recht dat artikel 34B van de cao in die zin moet worden gelezen dat de toeslagen die worden verdiend in de consignatiedienst voorafgaand aan de arbeidsongeschiktheid van de betreffende medewerker deel uit maken van het loon dat geldt als basis voor de doorbetaling tijdens arbeidsongeschiktheid;

  • -

    veroordeelt Linde Gas om aan de medewerkers van de locatie IJmuiden die vanaf 1 januari 2017 in consignatiedienst zijn opgeroepen 2 extra uren bovenop de gewerkte tijd te betalen;

  • -

    veroordeelt Linde Gas om aan de medewerkers van de locatie IJmuiden die vanaf 1 januari 2017 in consignatiedienst zijn opgeroepen de reisuren in de vorm van overuren te betalen;

  • -

    veroordeelt Linde Gas om aan de medewerkers van de locatie IJmuiden die vanaf 1 januari 2017 als tweede zijn geraadpleegd/opgeroepen door een collega in consignatiedienst de consignatievergoeding te betalen;

  • -

    veroordeelt Linde Gas tot betaling van de wettelijke rente over alle voornoemde bedragen vanaf de dag dat die bedragen zijn verschuldigd tot aan de dag van volledige voldoening;

  • -

    veroordeelt Linde Gas in de kosten van dit geding, tot op heden begroot op € 220,10 aan verschotten en € 600,00 aan salaris gemachtigde;

verklaart dit vonnis, met uitzondering van de verklaringen voor recht, uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Langeler en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

34650