Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:5525

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
09-02-2018
Datum publicatie
12-07-2018
Zaaknummer
10/681115-16 en 10/682202-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Jeugdstrafrecht - De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan verkrachting, aanranding en mishandeling van een destijds 14-jarig meisje. Op enig moment is er door de verdachte een filmpje gemaakt. Dit filmpje heeft de verdachte vervolgens doorgestuurd en is uiteindelijk op social media beland.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd

Parketnummer: 10/681115-16 en 10/682202-16

Datum uitspraak: 9 februari 2018

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaken tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] 2001,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsvrouw: mr. B.V. Rafaela, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen met gesloten deuren van 23 augustus 2016 en 26 januari 2018. Op de laatstgenoemde datum is de zaak inhoudelijk behandeld.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De tenlastelegging met parketnummer 10/681115-16 is op de terechtzitting van

23 augustus 2016 overeenkomstig de vordering van de officier van justitie gewijzigd. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. R.H.I. van Dongen heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder parketnummer 10/681115-16 onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde;

  • -

    bewezenverklaring van het onder parketnummer 10/682202-16 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 12 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren met als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen van de jeugdreclassering en zal meewerken aan een behandeling bij De Waag of een soortgelijke instelling;

  • -

    met opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west Zuid-Holland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Vrijspraak feit 1 primair (10/681115-16)

4.1.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte schuldig is aan het medeplegen van een poging tot verkrachting van het slachtoffer [naam slachtoffer 1] , doordat hij haar heeft vastgehouden toen medeverdachte [naam medeverdachte 1] haar vaginaal wilde penetreren.

4.1.2.

Beoordeling en conclusie

De rechtbank overweegt dat uit het dossier niet volgt dat de verdachte op het lichaam van [naam slachtoffer 1] is gaan liggen en zijn penis tegen haar vagina heeft geduwd. Ook de medeverdachten hebben deze handelingen niet gepleegd. Een begin van uitvoering van de tenlastegelegde poging tot verkrachting kan niet worden vastgesteld. Daarom kan naar het oordeel van de rechtbank het primair ten laste gelegde niet bewezen worden. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

4.2.

Bewijswaardering feit 1 (meer) subsidiair en feit 2 van 10/681115-16 en feit van 10/682202-16

4.2.1.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft betoogd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken in verband met het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. De verdachte heeft ter zitting ontkend dat hij is gepijpt door [naam slachtoffer 1] . Dat er op 1 maart 2016 seksuele handelingen tussen [naam slachtoffer 1] en de medeverdachten hebben plaatsgevonden in het schuurtje heeft de verdachte niet ontkend. Deze handelingen zijn echter vrijwillig van aard geweest, zodat van een verkrachting of aanranding geen sprake kan zijn. Ten aanzien van de mishandeling van [naam slachtoffer 1] heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken omdat de verklaringen die [naam slachtoffer 1] daarover heeft afgelegd niet eenduidig zijn, waardoor niet blijkt óf en zo ja, door wie, wanneer, hoe vaak en op welke wijze zij is mishandeld. Bovendien staat vast dat er over en weer seksuele handelingen hebben plaatsgevonden en dat het naar de grond brengen en het slaan op de billen hierop betrekking hebben gehad, waarbij er geen opzet was op het pijn doen van [naam slachtoffer 1] . Voorts heeft [naam slachtoffer 1] niet verklaard over het trekken aan het schaamhaar, zodat ook dit niet kan hebben plaatsgevonden. De verdediging stelt tot slot dat de verklaringen die [naam slachtoffer 1] heeft afgelegd onbetrouwbaar zijn en daarom niet gebruikt kunnen worden als bewijsmiddel.

4.2.2.

Beoordeling en conclusie

De rechtbank overweegt allereerst dat zij geen aanleiding ziet om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de door [naam slachtoffer 1] afgelegde verklaringen. Anders dan de verdediging stelt zijn de verklaringen juist op essentiële punten consistent en derhalve bruikbaar voor de bewezenverklaring.

De rechtbank overweegt voorts dat onweersproken vast staat dat de verdachte en medeverdachten [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] [naam slachtoffer 1] op 1 maart 2016 hebben meegenomen naar de schuur van de verdachte. Eenmaal binnengekomen is door de verdachte de deur van de schuur op slot gedaan, zijn de sleutels van [naam slachtoffer 1] afgepakt en is het licht in de schuur uitgedaan. Vervolgens hebben er tussen de verdachte, de medeverdachten en [naam slachtoffer 1] seksuele handelingen plaatsgevonden. [naam slachtoffer 1] heeft de jongens gepijpt. De lezing die de verdachte ter zitting heeft gegeven, inhoudende dat hij niet is gepijpt door [naam slachtoffer 1] , staat haaks op de verklaringen die hij bij de politie heeft afgelegd. De rechtbank acht deze lezing ongeloofwaardig, gelet op die verklaringen in samenhang met de verklaringen van [naam slachtoffer 1] en de medeverdachten. Voorts hebben volgens de verdediging de seksuele handelingen in het schuurtje niet onder dwang plaatsgevonden. De rechtbank oordeelt anders en overweegt daartoe dat alleen al uit het op slot doen van de schuurdeur en het afpakken van de sleutels van [naam slachtoffer 1] volgt dat zij zich niet aan de situatie kon onttrekken. Bovendien volgt uit de verklaringen van [naam slachtoffer 1] dat zij in haar gezicht is geslagen door [naam medeverdachte 1] toen zij weigerde hem te pijpen. Zij heeft voorts verklaard dat haar hoofd door [naam medeverdachte 1] omlaag werd geduwd en dat zij doorging met pijpen omdat [naam medeverdachte 1] haar hoofd vasthield en zij daarom niet omhoog kon komen. Datzelfde gebeurde toen zij de verdachte moest pijpen. De verdachte en medeverdachten hebben in hun verklaringen niet ontkend dat de hiervoor genoemde feitelijkheden hebben plaatsgevonden. Zij wijzen echter ten aanzien van de schuldvraag met betrekking tot deze gebeurtenissen, over en weer naar elkaar. Daarmee staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat [naam slachtoffer 1] de jongens niet vrijwillig heeft gepijpt en dat zij niets anders kon doen dan de seksuele handelingen te ondergaan. Geconcludeerd kan worden dat [naam slachtoffer 1] door de verdachte is gedwongen tot het plegen van ontuchtige handelingen en dat er door de verdachte dwang is gebruikt om het lichaam van [naam slachtoffer 1] seksueel binnen te dringen.

De rechtbank overweegt voorts dat uit het dossier volgt dat [naam slachtoffer 1] in de schuur op enig moment op de grond is gegooid en dat zij meerdere keren op haar billen en benen is geslagen. [naam slachtoffer 1] heeft hierover verklaard en ook de verdachte heeft dit ter zitting bekend. Het is niet van belang wie deze geweldshandelingen heeft gepleegd omdat er sprake is van medeplegen. De verdachte heeft voorts zelf bij de politie verklaard dat hij aan het schaamhaar van [naam slachtoffer 1] heeft getrokken en dat is bevestigd door [naam medeverdachte 2] . Daarmee staat naar het oordeel vast dat de verdachte [naam slachtoffer 1] samen met de medeverdachten heeft mishandeld.

De rechtbank komt gelet op het vorenstaande en op grond van de bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd tot het oordeel dat de ten laste gelegde feiten bewezen kunnen worden verklaard.

4.3.

Bewijswaardering feit 3 van 10/681115-16

4.3.1.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft betoogd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken in verband met het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. Uit het dossier volgt immers niet dat de verdachte het filmpje heeft gemaakt, heeft vervaardigd, heeft verspreid, of in zijn bezit heeft gehad.

4.3.2.

Beoordeling en conclusie

De rechtbank overweegt dat uit het dossier volgt dat er op 1 maart 2016 op enig moment een filmpje van [naam slachtoffer 1] is gemaakt in de schuur. Dat filmpje is vervolgens verspreid, onder andere via social media. De pleegmoeder van [naam slachtoffer 1] , mw. [naam pleegmoeder] , heeft hiervan namens [naam slachtoffer 1] aangifte gedaan. Op het filmpje is, zo blijkt uit het dossier, een meisje te zien met een blote vagina. De verdachte heeft ter zitting verklaard dat het meisje op het filmpje de destijds 14-jarige [naam slachtoffer 1] is. Dit blijkt ook uit het dossier. De verdachte heeft voorts ter zitting verklaard dat niet hij, maar medeverdachte [naam medeverdachte 1] het filmpje heeft gemaakt. De rechtbank acht deze verklaring ongeloofwaardig. Uit het dossier volgt immers dat medeverdachte [naam medeverdachte 2] heeft verklaard dat de verdachte op enig moment [naam slachtoffer 1] ging filmen. Ook medeverdachte [naam medeverdachte 1] heeft verklaard dat de verdachte het filmpje heeft gemaakt. Medeverdachte [naam medeverdachte 3] heeft voorts verklaard dat hij het filmpje toegestuurd kreeg van de verdachte. Daarmee staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat de verdachte het filmpje heeft gemaakt, heeft doorgestuurd en in zijn bezit heeft gehad.

4.4.

Bewijswaardering feit 4 van 10/681115-16

4.4.1.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft betoogd dat slechts bewezen kan worden dat de verdachte aangeefster [naam slachtoffer 2] op de billen heeft geslagen.

4.4.2.

Beoordeling en conclusie

De verdachte bekent dat hij zijn ex-vriendin [naam slachtoffer 2] op 14 februari 2016 op de billen heeft geslagen. Hij ontkent echter hetgeen verder ten laste is gelegd. De rechtbank overweegt dat uit de aangifte van [naam slachtoffer 2] volgt dat de verdachte [naam slachtoffer 2] ook heeft meegetrokken, tegen de muur heeft geduwd, een klap in haar gezicht heeft gegeven en heeft geschopt. Voorts heeft getuige [naam getuige] verklaard dat zij heeft gezien dat de verdachte [naam slachtoffer 2] heeft geslagen en geschopt. Door de huisarts is op 15 februari 2016 geconstateerd dat [naam slachtoffer 2] een kneuzing van haar kaakgewricht en een hersenschudding had. Dit letsel komt overeen met het geweld dat door de verdachte tegen [naam slachtoffer 2] is gebruikt.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat er voldoende bewijs voorhanden is om wettig en overtuigend te bewijzen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

4.5.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van de wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 10/681115-16 onder 1 subsidiair, 2, 3 en 4 en het onder parketnummer 10/682202-16 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

Parketnummer 10/681115-16

1 (subsidiair)

hij

op 01 maart 2016 te Dordrecht

tezamen en in vereniging met of anderen,

door geweld en andere feitelijkheden, [naam slachtoffer 1] , heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handeling(en),

namelijk het betasten van de billen en de vagina van die [naam slachtoffer 1] ,

het geweld en andere feitelijkheden hebben bestaan uit het

- meenemen van die [naam slachtoffer 1] naar een schuur en

- op slot doen van de toegangsdeur van die schuur en

- afnemen van haar sleutels en

- uitdoen van het licht in die schuur en

- op de grond gooien van die [naam slachtoffer 1] en

- haar op haar billen slaan en/of aan haar schaamharen trekken en

- ( met geweld) op de grond gooien, althans ten val brengen van die [naam slachtoffer 1] , en/of

- ( gedeeltelijk) uittrekken van de kleding van die [naam slachtoffer 1] , en

- vasthouden van die [naam slachtoffer 1] (met een hand voor haar mond);

2.

hij

op 01 maart 2016 te Dordrecht

tezamen en in vereniging met anderen,

[naam slachtoffer 1] heeft mishandeld door haar

- op de grond te gooien, en

- te slaan op de blote billen of de benen, en

- te trekken aan de schaamharen;

3.

hij

in de periode van 01 maart 2016 tot en met 04 maart 2016 te Dordrecht, afbeeldingen, te weten een filmpje heeft vervaardigd en doorgevoerd en in bezit heeft gehad en

zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

terwijl op die afbeeldingen seksuele gedraging(en) zichtbaar zijn, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedraging(en) - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het slaan tegen de billen en het trekken aan schaamhaar van [naam slachtoffer 1]

(* [geboortedatum slachtoffer 1] 2001) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt

en

het gedeeltelijk naakt (laten) poseren van [naam slachtoffer 1] (* [geboortedatum slachtoffer 1] 2001) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij door het camerastandpunt en de (onnatuurlijke) pose nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht worden

(waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling;

4.

hij

op 14 februari 2016 te Dordrecht

[naam slachtoffer 2] heeft mishandeld door haar

- te duwen tegen het lichaam (waardoor [naam slachtoffer 2] tegen een muur is gekomen en op de grond terecht is gekomen) en

- te slaan op de billen en

- ( met de vuist) te slaan/stompen op het gezicht en

- te schoppen tegen het been;

Parketnummer 10/682202-16

hij

op 01 maart 2016 te Dordrecht

tezamen en in vereniging met anderen,

door geweld en andere feitelijkheden iemand, te weten

[naam slachtoffer 1] , heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden

uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam,

namelijk het zich laten pijpen door die [naam slachtoffer 1] ;

het geweld en andere feitelijkheden hebben bestaan uit het

- op slot doen van de toegangsdeur van die schuur en

- afnemen van haar sleutels en

- uitdoen van het licht in die schuur en

- op de grond gooien van die [naam slachtoffer 1] en

- haar op haar billen slaan en aan haar schaamharen trekken en

- ( met kracht) vastpakken en/of vasthouden van die [naam slachtoffer 1] , en

- weigeren te stoppen ondank het (mondeling) verweer van die [naam slachtoffer 1] , en

- plaatsen en houden van zijn penis in de mond van die [naam slachtoffer 1] en

het daarbij en daartoe vasthouden van haar hoofd.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet (ook) daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

Parketnummer 10/681115-16

1. Feitelijke aanranding van de eerbaarheid, terwijl het feit is gepleegd door twee of meer verenigde personen;

2 Medeplegen van mishandeling;

3. Een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,

vervaardigen, doorvoeren en in bezit hebben;

4 Mishandeling.

Parketnummer 10/682202-16

Verkrachting, terwijl het feit is gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich op 1 maart 2016 samen met anderen schuldig gemaakt aan verkrachting, aanranding en mishandeling van een destijds 14-jarig meisje. Het slachtoffer is door de verdachte en de medeverdachten meegenomen naar de schuur van de verdachte, waar zij hen moest pijpen. Ook is zij op de grond gegooid, geslagen op haar billen en is er aan haar schaamhaar getrokken. Het slachtoffer heeft bij herhaling aangegeven dat zij niet wilde. Zij heeft dat gezegd en zij heeft tegengestribbeld. Op enig moment is er door de verdachte een filmpje gemaakt. Dit filmpje heeft de verdachte vervolgens doorgestuurd en is uiteindelijk op social media beland.

De verdachte en zijn medeverdachten hebben hun eigen lustgevoelens laten prevaleren en het slachtoffer ernstig vernederd en pijn gedaan. Door zijn handelen heeft de verdachte eraan bijgedragen dat de lichamelijke integriteit van het slachtoffer is geschonden. Slachtoffers van dergelijke delicten ondervinden, naar de ervaring leert, veelal langdurig de psychisch nadelige gevolgen.

De rechtbank rekent het de verdachte zeer aan dat hij en zijn mededaders een meisje van

14 jaar hebben gedwongen tot het ondergaan van ernstige seksuele gedragingen, gepleegd door meerdere personen, tegen haar wil. Een dergelijke brute en vernederende (groeps)verkrachting van een jong meisje rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank een flinke vrijheidsstraf.

De rechtbank neemt tevens in aanmerking het feit dat de verdachte op 14 februari 2016 heeft gepleegd, namelijk mishandeling van zijn toenmalige vriendin.

Bij het bepalen van de op te leggen straf is in aanmerking genomen dat de verdachte blijkens het op zijn naam gestelde uittreksel uit de justitiële documentatie van

10 januari 2018 niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Daarnaast houdt de rechtbank er rekening mee dat de verdachte 14 jaar was toen hij de delicten pleegde en dat hierna bijna 2 jaren zijn verstreken.

Door psycholoog B.W. Roelofs-van Bon is een rapport opgemaakt d.d. 8 juli 2016. Uit dit rapport volgt dat er bij de verdachte sprake is van een oppositioneel-opstandige gedragsstoornis en een cognitief niveau op de grens van zwakbegaafd en laag-gemiddeld. Hiervan was ook sprake ten tijde van het ten laste gelegde. Bij de verdachte blijken geen aanwijzingen voor een seksuele stoornis. Wel is hij een jongen met een zwak zelfbeeld, die wanneer het om groepsprocessen gaat slecht nee kan zeggen. Hij vreest in dergelijke situaties hoon en afwijzing. Voorts wordt hij in dergelijke situaties van binnenuit niet weerhouden van grensoverschrijdend gedrag omdat zijn gewetensfunctie de nodige lacunes laat zien. Vanuit gedragskundig oogpunt is sprake geweest van een groepsdelict waarbij de verdachte wegens zijn zwakke zelfbeeld en zwakke gewetensfunctie onvoldoende stevig in zijn schoenen stond om deelname aan het groepsdelict te weigeren. Gesproken kan worden van een verminderde mate van toerekeningsvatbaarheid en van een verhoogd en reëel risico op algemeen grensoverschrijdend gedrag. Geadviseerd wordt een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zal meewerken aan individuele hulpverlening van De Waag. Daarnaast wordt een ITB(achtig)-traject geadviseerd.

Door kinder- en jeugdpsychiater B.G.J. Gunnewijk en psychiater S.J. Roza is een rapport opgemaakt d.d. 6 augustus 2016. Uit dit rapport volgt dat de verdachte lijdende is aan een oppositioneel-opstandige gedragsstoornis en een matige begaafdheid, waarbij hij een beperkte agressieregulatie en een beperkte frustratietolerantie heeft en significante beperkingen ondervindt in het aangaan en onderhouden van sociale relaties door een beperkt begrip van sociale omgangsvormen. Deze problematiek was ook aan de orde ten tijde van de ten laste gelegde feiten. De verdachte is door zijn intellectuele beperkingen, zijn geringe frustratietolerantie en zijn problemen in de sociale omgang niet in staat om de emoties van de ander, ook niet van het benadeelde meisje, op waarde in te schatten en daar naar te handelen. De verdachte geeft in beperkte mate inzicht in zijn gedachten en gevoelens rondom het tenlastegelegde. Hij heeft de neiging om zijn aandeel te bagatelliseren en externaliseert in belangrijke mate hetgeen hem ten laste wordt gelegd. Hij is door zijn cognitieve en sociaal-emotionele beperkingen minder dan een gemiddeld persoon in staat de consequenties van zijn handelen te overzien. Hij is tevens minder dan een gemiddeld persoon in staat om voorafgaand of tijdens zijn daden af te wegen of hij daarmee de grenzen van de ander overschrijdt en hoe de gevoelens van de ander zijn. Door de invloed van zijn intellectuele beperkingen en de bij zijn oppositioneel-opstandige gedragsstoornis behorende frustratietolerantie, zijn externaliserende coping en zijn problemen in de sociale omgang, wordt geadviseerd de verdachte ten aanzien van het tenlastegelegde als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen. Geadviseerd wordt om de verdachte deel te laten nemen aan een ambulant behandeltraject van een forensisch psychiatrische polikliniek. Van belang wordt geacht dat de verdachte samen met zijn moeder vanuit een thuissituatie wordt begeleid om ontwikkelingsstappen te kunnen gaan nemen. Geadviseerd wordt deze behandeling, met controle en toezicht door de jeugdreclassering op te nemen als bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijk strafdeel.

De rechtbank heeft tevens acht geslagen op de rapportage van de gecertificeerde instelling jeugdbescherming west Zuid Holland (hierna: de jeugdreclassering) van

25 januari 2018 waaruit blijkt dat de verdachte sinds de voorlopige hechtenis op 29 augustus 2016 geschorst is een positieve ontwikkeling doormaakt. De verdachte heeft zich aan de afspraken met de moeder en de jeugdreclassering gehouden en goed meegewerkt aan de MST die positief is afgerond. Ook het opgelegde ITB-traject heeft de verdachte goed afgerond. Ook de jeugdreclassering acht een voorwaardelijke straf noodzakelijk met als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zal meewerken aan individuele hulpverlening van De Waag.

De rechtbank overweegt dat uit hetgeen de jeugdreclassering naar voren heeft gebracht volgt dat de verdachte sinds de schorsing van de voorlopige hechtenis een ontwikkeling ten gunste heeft doorgemaakt. De verdachte heeft zowel de MST als de ITB/Harde Kernaanpak met positief resultaat afgerond en lijkt geleerd te hebben van wat er is gebeurd. De rechtbank is van oordeel dat de oplegging van een jeugddetentie die het voorarrest zou overschrijden deze positieve ontwikkeling teniet zal doen en dat acht de rechtbank niet in het belang van de verdachte. Dit oordeel vindt steun in het advies van de jeugdreclassering. Voorts wordt de verdachte ten aanzien van de bewezen verklaarde feiten in verminderde mate toerekeningsvatbaar geacht, nu de psychiaters en de psycholoog daartoe concluderen en de rechtbank die conclusie overneemt en tot de hare maakt.

Alles wegende acht de rechtbank het passend en geboden om aan de verdachte op te leggen een jeugddetentie voor de duur van 12 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich houdt aan de aanwijzingen van de jeugdreclassering, zich zal melden bij de jeugdreclassering en – indien nodig – meewerkt aan een (ambulante) behandeling bij De Waag of een soortgelijke instelling.

Het voorwaardelijke deel van de straf dient voor de verdachte tevens als ‘stok achter de deur’ om hem ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 47, 77a, 77g, 77h, 77i, 77x, 77y, 77z, 77gg, 240b, 242, 246, 248 en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

9 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder parketnummer 10/681115-16 onder 1 primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder parketnummer 10/681115-16 onder 1 subsidiair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten en het onder parketnummer 10/682202-16 ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 12 (twaalf) maanden;

bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot 8 (acht) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden;

stelt de proeftijd vast op 2 (twee) jaren onder de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

- zijn medewerking zal verlenen aan het door de jeugdreclassering te houden toezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

en onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende een door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west (de jeugdreclassering), gevestigd te Dordrecht, te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo frequent en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;

- zich zal houden aan de aanwijzingen die zullen worden gegeven door of namens de jeugdreclassering;

- gedurende de proeftijd - indien dat noodzakelijk wordt geacht – zal meewerken aan een (ambulante) behandeling bij De Waag of een soortgelijk instelling;

geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west Zuid-Holland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis, dat bij eerdere beslissing is geschorst.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. C.N. Melkert, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. M.P. van der Stroom en D. van Putten, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. T. van Loef, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 februari 2018.

De voorzitter, de jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

Parketnummer 10/681115-16

1.

hij

op of omstreeks 01 maart 2016

te Dordrecht

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter

uitvoering van het door hem/hen voorgenomen misdrijf om door geweld en/of(een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of

bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) een persoon, te weten [naam slachtoffer 1] ,

te dwingen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit of mede

bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam,

- mee heeft genomen naar een schuur en/of

- de toegangsdeur van die schuur heeft afgesloten en/of het licht in die schuur heeft uitgedaan en/of

- de sleutels en/of fietssleutels van die [naam slachtoffer 1] heeft afgenomen en/of

- die [naam slachtoffer 1] heeft geslagen tegen haar billen en/of aan haar schaamhaar heeft getrokken en/of

-die [naam slachtoffer 1] heeft gefilmd en/of

- die [naam slachtoffer 1] (met geweld) op de grond heeft geduwd en/of haar

(vervolgens) (liggend op de grond) heeft vastgehouden (met een hand voor haar mond), en/of

-op het lichaam van die [naam slachtoffer 1] is gaan liggen, en/of

- zijn verdachte's penis heeft geduwd tegen de vagina van die (op de grond liggende) [naam slachtoffer 1] ,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij

op of omstreeks 01 maart 2016

te Dordrecht

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld of door bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) iemand, te

weten [naam slachtoffer 1] , heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en),

namelijk het betasten van en/of wrijven over en/of voelen aan en/of knijpen in de billen en/of de vagina van die [naam slachtoffer 1] ,

het geweld en/of een andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld of de bedreiging met andere feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit het

- meenemen van die [naam slachtoffer 1] naar een schuur en/of

- op slot doen van de toegangsdeur van die schuur en/of

- afnemen van haar sleutels en/of fietssleutels en/of

- uitdoen van het licht in die schuur en/of

- op de grond gooien van die [naam slachtoffer 1] en/of

- haar op haar billen slaan en/of aan haar schaamharen trekken en/of - haar filmen en/of

- ( met geweld) op de grond gooien, althans ten val brengen van die [naam slachtoffer 1] , en/of

- ( gedeeltelijk) uittrekken van de kleding van die [naam slachtoffer 1] , en/of

- liggen op het lichaam van die [naam slachtoffer 1] , en/of

- vasthouden van die [naam slachtoffer 1] (met een hand voor haar mond);

meer subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij

op of omstreeks 01 maart 2016

te Dordrecht

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien

jaren had bereikt, te weten met [naam slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 1] 2001), buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het

- zich laten pijpen door die [naam slachtoffer 1] , en/of

- duwen/brengen/houden van zijn verdachtes, penis tegen de vagina van die [naam slachtoffer 1] , en/of

- betasten van en/of voelen aan de vagina, althans het schaamhaar, van die [naam slachtoffer 1] ;

2.

hij

op of omstreeks 01 maart 2016

te Dordrecht

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen

[naam slachtoffer 1] heeft mishandeld door haar

meermalen, althans eenmaal, (telkens) met kracht

- op de grond te gooien, althans ten val te brengen, en/of

- te slaan en/of te stompen op (een)(de) (blote) bil(len) en/of (een)(de) be(e)n(en), in ieder geval het lichaam, en/of

- te trekken aan de schaamharen;

3.

hij

in of omstreeks de periode van 01 maart 2016 tot en met 04 maart 2016 te Dordrecht, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, afbeeldingen, te weten een of meer filmpje(s) en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en)

heeft vervaardigd en/of

doorgevoerd en/of

verworven en/of

in bezit gehad en/of

zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

terwij1 op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedraging(en) - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het slaan tegen de billen en/of het trekken aan schaamhaar van [naam slachtoffer 1] (* [geboortedatum slachtoffer 1] 2001) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van [naam slachtoffer 1] (* [geboortedatum slachtoffer 1] 2001) (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij deze perso(o)n(en) gekleed is/zijn en/of opgemaakt is/zijn en/of poseert/poseren in een omgeving en/of met (een) voorwerp(en) en/of in (een)(erotisch getinte) houding(en) (op een wijze) die niet bij haar/hun leeftijd past/passen

en/of waarbij deze perso(o)n(en) zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar/hun kleding ontdoet/ontdoen

en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze perso(o)n(en) en/of de uitsnede van de afbeelding(en)/film(s) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld gebracht worden

(waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling,

4.

hij

op of omstreeks 14 februari 2016 te Dordrecht

[naam slachtoffer 2] heeft mishandeld door haar één of meerdere malen

- te duwen/trekken tegen/aan het lichaam (waardoor [naam slachtoffer 2] tegen een muur is gekomen en/of op de grond terecht is gekomen) en/of

- te slaan/stompen op/tegen de billen en/of

- ( met de vuist) te slaan/stompen op/tegen/in het gezicht en/of

- te schoppen en/of trappen tegen/op het been en/of de benen;

Parketnummer 10/682202-16

hij

op of omstreeks 01 maart 2016

te Dordrecht

tezamen en in vereniging met oen ander of anderen, althans alleen,

door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met

geweld en/of bedreiging mot (een) andere feitelijkhe(i)den iemand, te weten

[naam slachtoffer 1] , heeft gedwongen tot hot ondergaan van handelingen die bestonden

uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam,

namelijk het zich laten pijpen door die [naam slachtoffer 1] ;

het geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met

geweld en/of de bedreiging mot (een) andere feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben

bestaan uit het

- meenemen van die [naam slachtoffer 1] naar een schuur en/of

- op slot doen van de toegangsdeur van die schuur en/of

- afnemen van haar sleutels en/of fietssleutels en/of

- uitdoen van het licht in die schuur en/of

- op de grond gooien van die [naam slachtoffer 1] en/of

- haar op haar billen slaan en/of aan haar schaamharen trekken en/of

- haar filmen en/of

- ( met kracht) vastpakken en/of vasthouden van die [naam slachtoffer 1] , en/of

- weigeren te stoppen ondank het (mondeling) verweer van die [naam slachtoffer 1]

- plaatsen en/of houden van zijn penis in de mond van die [naam slachtoffer 1] en/of

het daarbij en daartoe vasthouden van haar hoofd.