Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:5365

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
20-07-2018
Datum publicatie
05-08-2018
Zaaknummer
6613290
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

nakoming afspraken gemaakt tijdens comparitie / overeenkomst, filmpjes geplaatst op youtube

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 6613290 \ CV EXPL 18-2987

uitspraak: 20 juli 2018

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

[eiser], h.o.d.n. [handelsnaam],

woonplaats: Utrecht,

eiser in conventie, verweerder in reconventie,

gemachtigde: Invorderingsbedrijf B.V.,

tegen

1. de vennootschap onder firma

[naam VOF].,

gevestigd te [plaatsnaam];

2. [vennoot1],

wonende te [plaatsnaam],

vennoot van gedaagde sub 1,

3. [vennoot 2],

wonende te [plaatsnaam],

vennoot van gedaagde sub 1,

gedaagden in conventie, eiseressen in reconventie,

vertegenwoordigd door gedaagden sub 2 en 3.

Partijen worden hierna aangeduid als “[eiser]” en “[VOF]”.

1 Het verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:

  • -

    het exploot van dagvaarding van 8 januari 2018 met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie, met producties;

  • -

    het tussenvonnis van 27 februari 2018 waarin een comparitie van partijen is bepaald;

  • -

    het proces-verbaal van de op 10 april 2018 gehouden comparitie van partijen;

  • -

    het schrijven van [eiser] met producties, en

  • -

    het schrijven van [VOF] van 18 mei 2018 met producties.

1.2

De datum voor de uitspraak van dit vonnis is bepaald op heden

2 De vaststaande feiten

2.1

[eiser] drijft het organisatie-advies bureau [handelsnaam].

2.2

[VOF] is een reclamebureau/markt-en opninieonderzoeksbureau.

2.3

Op 9 juni 2017 hebben beide partijen een opdrachtbevestiging ondertekend. [eiser] geeft daarin opdracht aan [VOF] voor het volgende:

‘package deal:

2 ANIMATIE VIDEO’s

1 van 60 sec en 1 van 30 sec

€ 1.500,- EX. BTW

Inclusief:

  • -

    vragenlijst

  • -

    scriptwriting

  • -

    revisie script

  • -

    voice-over

  • -

    muziek (rechtenvrij)

  • -

    video creatie

  • -

    revisies (maximaal 2 revisierondes)

  • -

    definitieve oplevering’

Overeengekomen is dat er in twee fases wordt gefactureerd, 75% bij aanvang en 25% direct na definitieve oplevering, waarbij is opgemerkt dat alles meer dan 30 respectievelijk 60 seconden evenredig wordt vermeerderd met het aantal seconden en in de nacalculatie als meerwerk in rekening wordt gebracht.

Op de overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van [VOF] van toepassing.

2.4

Op 9 juni 2017 heeft [VOF] bij factuurnummer 2017-0047 een voorschotbedrag van 75% van € 1.500,00 exclusief btw, te weten € 1.125,-, vermeerderd met € 236,25 aan btw, aldus totaal € 1.361,25, aan AssesMIJ gefactureerd. Dat bedrag is direct door [eiser] aan [VOF] betaald.

2.5

Op 17 augustus 2017 heeft [VOF] met de factuur met nummer 2017-0063 van

€ 1.361,25, bestaande uit € 375,00 ter zake de tweede betaling van 25% van € 1.500,00 exclusief btw en € 750,00 ter zake van meerwerk voor 45 seconden, in totaal € 1.361,25 inclusief btw aan [eiser] in rekening gebracht.

2.6

In het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 10 april 2018 is op pagina twee, onderaan de pagina, het volgende opgenomen:

‘De kantonrechter bespreekt met partijen de mogelijkheden van een minnelijke regeling. Afgesproken wordt dat [VOF] nog deze avond de video online zal plaatsen. Dhr. [eiser] mag hierop reageren en aanpassingen of wijzigingen voorstellen welke hij zal doen toekomen aan zijn gemachtigde mr. Boeters, die ervoor zal zorg dragen dat deze binnen drie dagen daarna in het bezit worden gesteld van [VOF]. Op basis van de eventuele op- en aanmerkingen van dhr. [eiser] gaat [VOF] vervolgens aan de slag, teneinde binnen twee weken daarna twee deugdelijke video’s op te leveren die naar de wensen van dhr. [eiser] zijn aangepast. Na goedkeuring van het definitieve video krijgt dhr. [eiser] de bronbestanden. Daarna [VOF] haar restant factuur, waaronder tevens, de factuur voor opgedragen meerwerk aan dhr. [eiser] doen toekomen. Dhr. [eiser] zorgt vervolgens voor betaling aan [VOF] binnen de overeenkomst gemelde termijn.’

3 De vordering in conventie

3.1

[eiser] heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

primair

[VOF] hoofdelijk te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen € 1.678,20, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van algehele voldoening, met verklaring voor recht dat de overeenkomst tussen partijen is ontbonden;

subsidiair

de overeenkomst in zijn geheel te ontbinden en [VOF] hoofdelijk te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen € 1.678,20, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van algehele voldoening,

primair en subsidiair

met veroordeling van [VOF] in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW vanaf de vijftiende dag na betekening van het te wijzen vonnis tot de dag van algehele voldoening, alsmede vermeerderd met de nakosten van
€ 131,00 zonder en € 199,00 met betekening en rente daarover zoals gevorderd.

De vordering is als volgt opgebouwd: € 1.361,25 ter zake van de factuur van 9 juni 2017 met nummer 2017-0047 die [eiser] als gevolg van de ontbinding onverschuldigd heeft betaald, € 40,00 aan interne invorderingskosten op grond van artikel 6:96 lid 1 BW,

€ 255,47 aan externe incassokosten inclusief btw en € 21,48 aan verschenen rente berekend tot de dag van dagvaarding.

3.2

Aan zijn vordering legt [eiser] - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - ten grondslag dat [VOF] tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen voortvloeiend uit de tussen partijen op 9 juni 2017 gesloten overeenkomst. Primair beroept [VOF] zich op buitengerechtelijke ontbinding. [eiser] licht zijn ontevredenheid als volgt toe. Het niveau van de scripts naar aanleiding van de door hem ingevulde vragenlijst was slecht, knullig en kinderachtig geschreven. [eiser] zag zich genoodzaakt om de tekst zelf te herschrijven. Na een toezegging van [VOF] om de tekst in te korten werd die alleen maar langer en als [eiser] daar naar vroeg werd dat blasé afgedaan met ‘ach, het is een proces he’, en ‘dat komt wel’. Alle versies werden door [eiser] voorzien van kritiek en aandachtspunten; van de naam verkeerd uitspreken tot aan het echt verkeerd gebruik van de klemtoon waarop [eiser] [VOF] telkens moest wijzen, als gevolg waarvan hij zijn vertrouwen in [VOF] is verloren. Na uitvoerige correspondentie hierover heeft [VOF] nagelaten om de filmpjes conform de opdracht op te leveren, zodat zowel de tekortkoming als het verzuim per 21 november 2017 (e-mail van [VOF] waaruit [eiser] mocht afleiden dat [VOF] blijvend in de nakoming van de overeenkomst zou tekortschieten) aan de zijde van [VOF] vast staat.

3.3

[VOF] betwist de vordering. Daartoe verwijst zij naar haar stellingen in reconventie.

4 De vordering in reconventie

4.1

[VOF] heeft gevorderd, bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [eiser] te veroordelen om binnen vijf dagen na betekening van het te wijzen vonnis aan [VOF] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen € 1.361,25, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum opeisbaarheid tot aan de dag van algehele voldoening, alsmede vermeerderd met de buitengerechtelijke kosten met veroordeling van [eiser] in de kosten van de procedure in reconventie.

4.2

Aan haar vordering legt [VOF] ten grondslag dat [eiser] ondanks diverse aanmaningen in gebreke is gebleven met volledige, tijdige, voldoende van de factuur met nummer 2017-0063 van 17 augustus 2017 van € 1.361,25, bestaande uit € 375,00 ter zake de tweede betaling van 25% van € 1.500,- exclusief btw en € 750,00 ter zake van meerwerk voor 45 sec, in totaal € 1.361,25 inclusief btw. [VOF] vordert betaling van deze factuur op grond van nakoming van de overeenkomst van 9 juni 2017. [VOF] betwist dat de video’s niet voldoen aan de overeenkomst.

4.3

Jansen betwist de vordering onder verwijzing naar hetgeen hij in conventie heeft gesteld.

5 De beoordeling

5.1

Tijdens de comparitie van partijen hebben partijen afspraken gemaakt over het vervolg van de procedure. Die afspraken zijn vastgelegd in het proces-verbaal. Overeengekomen is dat [VOF] nog diezelfde avond de video’s online zal plaatsen en dat [eiser] daar op mag reageren en aanpassingen en/of wijzigingen mag voorstellen. Op 18 mei 2018 heeft [eiser] de kantonrechter bericht dat er geen sprake is van oplevering van de video’s. Hij voert daartoe aan dat de door [VOF] aan hem toegestuurde links de melding opleveren van ‘Deze video is door de gebruiker verwijderd.’ [VOF] voert aan in haar brief aan de kantonrechter van 25 april 2018 dat zij reeds in de e-mail correspondentie met [eiser] heeft toegelicht dat zij, conform de ter zitting gemaakte afspraken, direct op 10 april 2018 de twee video’s online heeft geplaatst. Na de besproken aanpassingen (in video 1 een fout, in video 2 een nieuwe voice-over) heeft zij de twee nieuwe (versies van de) video’s op 11 april 2018 online geplaatst. [VOF] wijst in dit verband op haar email van 11 april 2018 aan de gemachtigde van [eiser], waarin ook is aangegeven dat de eerst twee video’s door [VOF] zijn verwijderd (omdat YouTube het volgens [VOF] niet toelaat om twee dezelfde video’s online te hebben). Ondanks deze nadere toelichting blijft [eiser] zich, zonder nadere onderbouwing, op het standpunt stellen dat er geen sprake is van oplevering van de video’s. Ter onderbouwing van zijn stelling op dit punt wijst hij naar printscreens waarop de melding te zien is dat de video door de gebruiker is verwijderd. In de internetbalk op die printscreens staan echter andere links dan in de e-mail van [VOF] aan [eiser] van 11 april 2018. [VOF] heeft ter onderbouwing van haar stelling dat zij de video’s wel heeft geleverd verwezen naar de in die e-mail door haar opgenomen links. De kantonrechter heeft vastgesteld dat beide video’s door gebruikmaking van de betreffende links online te bekijken zijn. Op de betreffende internetpagina’s staat vermeld dat de video’s op 11 april 2018 zijn geplaatst. Dat is in lijn met voornoemde lezing van de gang van zaken door [VOF]. Een en ander leidt tot het oordeel dat [VOF] heeft voldaan aan haar verplichting, op grond van de tussen partijen vastgelegde afspraken, om de twee video’s online te plaatsen.

5.2

[eiser] heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om nadere aanpassingen en/of wijzigingen voor te stellen. Dat komt onder de gegeven omstandigheden voor zijn risico. Dat geldt ook voor de omstandigheid dat een goedkeuring van [eiser] van de (definitieve) video’s ontbreekt. Dat laat onverlet dat [VOF] de bereidheid heeft uitgesproken om aanpassingen in ontvangst te nemen en door te voeren en de kantonrechter wijst [VOF] erop dat die verplichting ook onverminderd bestaat op grond van de gemaakte afspraken. Ook de verplichting van [VOF] om de bronbestanden aan [eiser] te doen toekomen blijft uiteraard in stand. Gelet op de hiervoor genoemde vaststelling van de online plaatsing van de video’s op 10 april 2018, ziet de kantonrechter geen aanleiding om [eiser] in deze procedure alsnog toe te laten tot het doen van een voorstel tot aanpassing/wijziging.

5.3

Nu [VOF] heeft voldaan aan haar verplichtingen op grond van de in deze procedure tussen partijen gemaakte afspraken - voor zover zij daartoe zelfstandig en zonder inbreng/medewerking van [eiser], die hij niet heeft gegeven, in staat was - dient ook [eiser] zijn deel van de afspraak na te komen, te weten nakoming van de overeenkomst van 9 juni 2017. Dat betekent dat er geen grond is voor toewijzing van de door [eiser] gevorderde ontbinding van de overeenkomst, zodat zijn vordering in conventie wordt afgewezen.

5.4

[eiser] wordt in conventie als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van de procedure.

5.5

De vordering van [VOF] in reconventie ziet op de restantbetaling van het overeengekomen basisbedrag en een bedrag ter zake van meerwerk voor 45 seconden extra. In de opdrachtbevestiging is een prijs overeengekomen van € 1.500,00 voor in totaal 90 seconden aan film. De video’s die door [VOF] op 11 april 2018 online zijn geplaats hebben een lengte van respectievelijk 77 seconden (video 1) en 59 seconden (video 2), derhalve opgeteld 46 seconden langer dan overeengekomen. Gelet op het ontbreken van een voldoende gemotiveerde betwisting van [eiser] ten aanzien van de tijdsduur en inhoud van de video’s, wordt geoordeeld dat [VOF] terecht - conform de overeenkomst van

9 juni 2017 - het bedrag van € 1.361,25 inclusief btw bij de onder 2.5 genoemde factuur van 17 augustus 2017 aan [eiser] in rekening heeft gebracht en dat [eiser] dus verplicht is om dat bedrag aan [VOF] te betalen. Daartoe wordt hij veroordeeld. Dat betekent dat de vordering in reconventie van [VOF] wordt toegewezen, zoals hierna bepaald.

5.6

De rente wordt toegewezen vanaf veertien dagen na de datum van dit vonnis, omdat [VOF] heeft nagelaten een specifieke datum van opeisbaarheid te noemen terwijl dat wel van haar mocht worden verwacht, en de kantonrechter een betalingstermijn van veertien dagen redelijk acht.

5.7

De vordering tot betaling van buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen. [VOF] heeft niet voldaan aan haar stelplicht op dit punt en bovendien heeft zij nagelaten om een bepaald geldelijk belang aan deze vordering te verbinden.

5.8

[eiser] wordt in reconventie als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van de procedure.

6 De beslissing

De kantonrechter:

in conventie

wijst de vordering af;

veroordeelt [eiser] in de kosten van de procedure, tot aan de datum van deze uitspraak aan de zijde van [VOF] vastgesteld op € 300,00 aan salaris voor de gemachtigde;

in reconventie

veroordeelt [eiser] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [VOF] te betalen

€ 1.361,25 inclusief btw, vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf veertien dagen na heden tot de dag van algehele voldoening;

veroordeelt [eiser] in de kosten van de procedure, tot aan de datum van deze uitspraak vastgesteld op € 100,00 aan salaris voor de gemachtigde;

in conventie en in reconventie

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.M. van de Ven en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

703