Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:534

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
24-01-2018
Datum publicatie
26-01-2018
Zaaknummer
C/10/511047 / HA ZA 16-963
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Op zichzelf heeft Evides de wettelijke bevoegdheid om de door haar gehanteerde voorwaarden te wijzigen. In concreto worden de gewijzigde Tarievenvoorwaarden als discriminerend voor (grotere) recreatiebedrijven beoordeeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2018/506
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/511047 / HA ZA 16-963

Vonnis van 24 januari 2018

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CAMPING JULIANAHOEVE RENESSE B.V.,

gevestigd te Renesse, gemeente Schouwen-Duiveland,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RECREATIEPARK KRUININGER GORS B.V.,

gevestigd te Oostvoorne, gemeente Westvoorne,

3. de stichting

STICHTING RECREATIEPARK PORT GREVE,

gevestigd te Brouwershaven,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HOF DOMBURG B.V.,

gevestigd te Wissenkerke, gemeente Noord-Beveland,

5. de naamloze vennootschap

CENTER PARCS NETHERLANDS N.V.,

gevestigd te Capelle aan den IJssel,

6. de stichting

STICHTING REKREATIECENTRUM AQUA DELTA,

gevestigd te Bruinisse,

7. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

DE VERENIGING VAN RECREATIEONDERNEMERS IN NEDERLAND,

gevestigd te Utrechtse Heuvelrug,

eiseressen,

advocaat mr. R.P.G. Schelvis te Tilburg,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EVIDES DRINKWATER B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. R. Elkerbout te Amsterdam.

Partijen zullen hierna eiseressen en Evides genoemd worden. De eiseressen worden afzonderlijk aangeduid als respectievelijk: Julianahoeve, Kruininger Gors, Port Greve, Hof Domburg, Center Parcs, Aqua Delta en Recron.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 20 september 2016 (met producties)

  • -

    de conclusie van antwoord (met producties)

  • -

    de brief van de rechtbank van 8 februari 2017 waarbij partijen zijn opgeroepen om ter zitting te verschijnen

  • -

    de zittingsagenda van 11 mei 2017

  • -

    de bij brief van 29 mei 2017 toegezonden producties 1 t/m 4 van eiseressen

  • -

    de akte wijziging eis van eiseressen

  • -

    de faxen van de advocaten van alle partijen van 2 juni 2017 en de reactie van de rechtbank van 6 juni 2017

  • -

    het proces-verbaal van de op 12 juni 2017 gehouden comparitie van partijen en de daaraan gehechte spreek- respectievelijk pleitaantekeningen van de advocaten

  • -

    de schriftelijke reacties van beide partijen van 27 juni 2017 op het proces-verbaal

  • -

    de akte houdende uitlating wijziging van eis van Evides.

1.2.

Tenslotte is vonnis bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

Evides N.V. althans haar dochtermaatschappij Evides Drinkwater B.V. is sinds 2004 (als monopolist) voor de provincie Zeeland en gedeeltelijk ook voor de provincies Zuid-Holland en Noord-Brabant verantwoordelijk voor de levering van drinkwater aan consumenten en bedrijven. De drinkwaterlevering wordt in de praktijk verzorgd door Evides Drinkwater B.V. (gemakshalve worden zowel Evides N.V. als Evides Drinkwater B.V. hierna aangeduid als Evides).

2.2.

Julianahoeve, Kruininger Gors, Port Greve, Hof Domburg en Center Parcs zijn recreatie-ondernemingen en houden zich op hun terreinen bezig met - althans doen derden dat met hun instemming - de verhuur van recreatiewoningen, appartementen, cottages, stacaravans/chalets en/of tenthuisjes (hierna gezamenlijk ook aangeduid als recreatiewoningen). Op hun terreinen staan ook sanitair gebouwen en andere (centrale) gebouwen zoals zwembaden. Op de terreinen van Julianahoeve, Kruininger Gors, Hof Domburg en Center Parcs wordt tevens een kampeerterrein geëxploiteerd. Aqua Delta is een stichting die de directie voert over de “openbare” gebieden, de riolering en het waterleidingennet tussen verschillende recreatieparken.

2.3.

Alle onder 2.2. genoemde ondernemingen hebben in het verleden zelf zorggedragen voor de aanleg van een waterleidinginstallatie (en toebehoren) vanaf de hoofdaansluiting (de centrale watermeter) over hun gehele terrein en zij zijn verantwoordelijk voor de instandhouding en het onderhoud van hun eigen waterleidingennet. Evides, althans haar rechtsvoorgangers, waren niet bereid het water verder te leveren dan ‘tot aan de poort’ zijnde het begin van het terrein.

2.4.

Sinds 2004 levert Evides aan de hoofdaansluitingen van de onder 2.2. genoemde ondernemingen drinkwater waarvoor zij maandelijks aan hen facturen stuurt dan wel laat sturen door Delta Comfort B.V. Op deze facturen werd steeds zowel een vast capaciteitstarief als een (grootgebruikers) tarief voor het afnemen van water per kubieke meter aangehouden. Evides heeft geen contracten afgesloten met eigenaren of gebruikers van afzonderlijke recreatiewoningen die zich op de terreinen van deze ondernemingen bevinden.

2.5.

Recron behartigt de belangen van ongeveer 2.000 professionele bedrijven in de gastvrijheidseconomie (recreatie en toerisme), waarvan tussen de 100 en 150 recreatie-bedrijven door Evides van drinkwater worden voorzien.

2.6.

In de periode zomer 2015 tot de zomer 2016 heeft Evides de onder 2.2. genoemde ondernemingen laten weten dat zij haar voorwaarden, zoals vastgelegd in de Tarievenregeling, ging wijzigen c.q. had gewijzigd en dat door hen voortaan een vastrecht per verbruiksadres zou moeten worden betaald. Dit betekent dat de ondernemingen door Evides niet langer als grootverbruiker worden beschouwd en dat in beginsel het aantal BAG-objecten (Wet Basisregistraties Adressen en Gebouwen) op hun recreatieterreinen leidend wordt voor de vaststelling van (de hoogte van) het vastrecht.

2.7.

De genoemde ondernemingen hebben hiertegen bezwaar gemaakt. De conform de nieuwe Tarievenregeling 2016 en 2017 opgestelde facturen zijn door Camping Julianahoeve, Hof Domburg, Center Parcs en Aqua Delta onder protest voldaan met het recht tot terugvordering van hetgeen onverschuldigd is betaald. Kruininger Gors en Port Greve betalen nog immer het (vastrecht)tarief dat voor de wijziging van de Tarievenregeling van toepassing was.

3 Het geschil

3.1.

Na wijziging van eis vorderen eiseressen bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

a. te verklaren voor recht dat Evides geen wettelijke en/of contractuele bevoegdheid toekomt op grond waarvan zij gerechtigd is om eenzijdig te bepalen dat eiseressen 1 t/m 6 niet (langer) als grootverbruikers doch als kleinverbruikers dienen te worden gekwalificeerd en als zodanig voor het vastrecht en/of het gebruik van het water dienen te betalen;

b. te verklaren voor recht dat de algemene voorwaarden van Evides jegens eiseressen 1 t/m 6 niet van toepassing zijn, (subsidiair) voor het geval de rechtbank mocht overwegen dat de

algemene voorwaarden van Evides wel van toepassing zijn, de algemene voorwaarden van

Evides als geheel te vernietigen, althans te verklaren voor recht dat eiseressen 1 t/m 6 zich terecht hebben beroepen op de vernietigbaarheid van deze algemene voorwaarden, bijvoorbeeld omdat deze onredelijk bezwarend zijn en/of niet ter hand zijn gesteld, althans (meer subsidiair) te verklaren voor recht dat de algemene voorwaarden van Evides jegens eiseressen 1 t/m 6 onredelijk bezwarend zijn en op grondslag van artikel 6:233 BW en/of artikel 6:248 BW of enig ander wetsartikel of grondslag te vernietigen c.q. buiten toepassing te verklaren;

c. Evides te verbieden - op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 50.000,-- (zegge:

vijftigduizend euro) per overtreding en € 1.000,-- per dag of dagdeel zolang de overtreding

voortduurt - om ten aanzien van de rechtsverhouding met eiseressen 1 t/m 6 deze eiseressen nu en/of in de toekomst in het kader van de Tarievenregeling en/of Algemene Voorwaarden en/of anderszins te beschouwen als kleinverbruikers en op die grondslag voor het vastrecht en het gebruik van het water aan eiseressen 1 t/m 6 te factureren en mitsdien dat Evides dient te gehengen en gedogen dat eiseressen 1 t/m 6, behoudens het geval partijen in gezamenlijkheid anders overeenkomen, dienen te worden gekwalificeerd als grootverbruikers;

d. Evides te gebieden om voor alle grootverbruikers dezelfde tarieven en voorwaarden te

hanteren en mitsdien Evides te verbieden - op straffe van verbeurte van een dwangsom van

€ 50.000,-- (zegge: vijftigduizend euro) per overtreding en € 1.000,-- per dag of dagdeel

zolang de overtreding voortduurt - om ten aanzien van eiseressen 1 t/m 6 nu en/of in de toekomst verschillende tarieven en voorwaarden te hanteren in vergelijking met andere

grootverbruikers.

Eiseressen 1 t/m 6 vorderen verder dat:

e. Evides wordt veroordeeld om alle facturen, die zij tot de dag tot het wijzen van het eindvonnis heeft verzonden aan eiseressen 1 t/m 6 (waarbij eiseressen 1 t/m 6 door Evides zijn gekwalificeerd als kleinverbruikers) te crediteren en daarvoor in de plaats nieuwe facturen op te stellen waarbij eiseressen 1 t/m 6 worden gekwalificeerd als grootverbruikers;

f. Evides wordt veroordeeld om binnen dertig dagen na het in dezen te wijzen vonnis

respectievelijk binnen een door de rechtbank vast te stellen termijn, de aldus door Evides op

grond van dit vonnis terug te betalen bedragen (nu Evides eiseressen 1 t/m 6 ten onrechte als

kleinverbruikers in plaats van grootverbruikers heeft gekwalificeerd), vast te stellen en een

overzicht daarvan aan eiseressen 1 t/m 6 te verstrekken, op straffe van een dwangsom van

€ 10.000,-- per dag of gedeelte daarvan welke Evides per eiseres zal verbeuren indien zij niet of niet geheel (tijdig) uitvoering geeft aan deze veroordeling;

g. Evides wordt veroordeeld om binnen dertig dagen na akkoordbevinding door eiseressen 1 t/m 6 met de gedane bovengenoemde opgave respectievelijk binnen een door de rechtbank vast te stellen termijn, de aldus berekende en geaccordeerde bedragen aan eiseressen 1 t/m 6, althans aan elke eiseres afzonderlijk, vermeerderd met de wettelijke rente, te rekenen vanaf de betaling van elke factuur afzonderlijk tot aan de dag der algehele voldoening, te restitueren.

En tot slot vorderen alle eiseressen dat

h. Evides wordt veroordeeld in de kosten van de onderhavige procedure, te vermeerderen met de nakosten ad € 131,00, indien het vonnis niet aan haar behoeft te worden betekend,

respectievelijk € 199,00, indien betekening noodzakelijk blijkt te zijn, en verder dat Evides

wordt veroordeeld tot betaling van de wettelijke rente over de proceskosten, indien Evides

deze proceskosten niet binnen veertien dagen na dagtekening van het ten deze te wijzen

vonnis heeft voldaan.

3.2.

Evides concludeert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de vorderingen af te wijzen en eiseressen te veroordelen in de (na)kosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.3.

Op de stellingen van partijen zal, voor zover van belang, hierna worden ingegaan.

4. De beoordeling

voorvragen

4.1.

Evides heeft aangevoerd dat eiseressen in de dagvaarding de verkeerde entiteit als drinkwaterleverancier hebben aangemerkt. Formeel is volgens haar de niet gedagvaarde vennootschap Evides N.V. op grond van de Drinkwaterwet en Drinkwaterregeling daartoe aangewezen en niet de gedaagde Evides Drinkwater B.V. Eiseressen stellen dat Evides Waterbedrijf B.V. de partij is die facturen zendt en “klaarblijkelijk” het water levert. Omdat Evides ter zitting uitdrukkelijk heeft verklaard dat zij geen consequenties aan haar stelling wil verbinden omdat zij alleen inhoudelijk verweer wil voeren zal de rechtbank deze kwestie verder onbesproken laten.

4.2.

Evides heeft aangevoerd dat een groot deel van de recreatieondernemingen waarvan Recron de belangen behartigt niet gebaat is bij een verbod om de Tarievenregeling 2016 toe te passen en dat daarom de vorderingen van Recron dus niet strekken tot bescherming van “gelijksoortige belangen” van de recreatiebranche. Omdat niet voldaan wordt aan de voorwaarde van gelijksoortigheid uit artikel 3:305a, eerste lid Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) concludeert Evides dat Recron niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Bij akte houdende uitlating wijziging van eis heeft Evides nog aangevoerd dat de nieuwe vorderingen uitsluitend betrekking hebben op de rechtsverhouding tussen de zes recreatiebedrijven en Evides.

4.3.

Ook de rechtbank constateert dat na de wijziging van eis alle vorderingen uitsluitend zien op de zes onder 2.2. genoemde ondernemingen en dat geen enkele vordering – de (op zichzelf niet gedifferentieerde) kostenveroordeling uitgezonderd – rechtstreeks betrekking heeft op (de leden van) Recron. Strikt genomen heeft Recron derhalve geen belang meer bij de uitkomst van deze procedure. Uit het vaststaande feit dat zij de belangen behartigt van ongeveer 2.000 professionele bedrijven in de gastvrijheidseconomie (recreatie en toerisme), waarvan tussen de 100 en 150 recreatiebedrijven door Evides van drinkwater worden voorzien, leidt de rechtbank af dat een uitkomst van de onderhavige procedure die ongunstig is voor de onder 2.2. genoemde ondernemingen de rechtspositie van (een deel van) de leden van Recron nadelig kan beïnvloeden. Aldus beschouwt de rechtbank Recron thans als een partij die zich al bij dagvaarding heeft gevoegd aan de zijde van de andere eiseressen (vergelijk ECLI:NL:HR:2008:BC6692).

wijzigingsbevoegdheid / wettelijk

4.4.

Ter zitting hebben eiseressen gesteld dat de rechtsvraag die in deze procedure centraal staat is of Evides – als monopolist – ten opzichte van de recreatiebedrijven eenzijdig de bevoegdheid heeft om na jaren tegen dezelfde voorwaarden drinkwater te hebben geleverd, die voorwaarden te wijzigen (door onder meer de definities in haar Tarievenregelingen te wijzigen, zodat de recreatiebedrijven niet langer als grootverbruikers worden aangemerkt en anders worden gekwalificeerd dan overige grootverbruikende afnemers). Eiseressen hebben expliciet hun aanvankelijke standpunt dat de heffing van een vastrecht per afzonderlijk BAG-object nietig is wegens strijd met de Mededingingswet verlaten.

4.5.

Tussen partijen staat vast dat de tarieven die Evides in rekening brengt voor het leveren van drinkwater worden gereguleerd door specifieke regels in de Drinkwaterwet en het Drinkwaterbesluit. Uitgangspunt daarbij is dat de tarieven kostendekkend, transparant en niet discriminerend zijn (artikel 11 lid 1 Drinkwaterwet). De gehanteerde voorwaarden dienen redelijk, transparant en niet discriminerend te zijn (artikel 8 lid 3 Drinkwaterwet). Partijen zijn het er over eens dat Evides binnen dit wettelijk kader de bevoegdheid heeft om haar tarieven jaarlijks aan te passen en dat deze, anders dan de tarieven van bijvoorbeeld netbeheerders, niet op tariefniveau worden gereguleerd door een onafhankelijk toezichthouder.

4.6.

In geschil is of Evides ook gerechtigd is om de door haar gehanteerde voorwaarden te wijzigen. Volgens eiseressen blijkt op geen enkele wijze uit de Drinkwaterwet (of de daaraan gelieerde regelingen) dat Evides eenzijdig mag bepalen dat een afnemer - wiens watergebruik noch wiens hoedanigheid is gewijzigd - voortaan in een andere verbruiksklasse valt. Evides stelt dat die bevoegdheid volgt uit de Memorie van Toelichting bij artikel 8 van de Drinkwaterwet en uit een arrest van het gerechtshof Den Haag.

4.7.

De rechtbank oordeelt als volgt. Uit het systeem van de Drinkwaterwet en in het bijzonder de tekst van de artikelen 11, 12 en 13 daarvan en artikel 10 van het Drinkwaterbesluit volgt dat de wetgever er van uit gaat dat door een drinkwaterbedrijf jaarlijks een aanpassing van haar tarieven wordt gedaan. Ten aanzien van de daarbij te hanteren voorwaarden ontbreekt een dergelijke aanwijzing. Ook in de parlementaire geschiedenis bij deze regelgeving wordt niet expliciet over een wijzigingsmogelijkheid gesproken. Artikel 8 van de Drinkwaterwet volstaat met de algemene regel dat de eigenaar voorwaarden hanteert die redelijk, transparant en niet discriminerend zijn. Noch in de Drinkwaterwater noch in het Drinkwaterbesluit staat echter dat die gehanteerde voorwaarden gedurende een bepaalde vaste termijn zouden moeten gelden. Het is ook logisch dat tarieven gekoppeld worden aan bepaalde klassen of voorwaarden en dat er goede redenen kunnen zijn om na verloop van tijd aan de voorwaarden en/of de definities daarvan een andere invulling te geven. De rechtbank leidt daaruit af dat Evides de wettelijke bevoegdheid heeft om de voorwaarden tussentijds te wijzigen zonder dat zij gehouden is daarover wilsovereenstemming te bereiken met haar afnemers. Dat zou ook niet te rijmen zijn met haar publiekrechtelijke leveringsplicht die voortvloeit uit artikel 8 lid 1 en lid 2 Drinkwaterwet. Vanzelfsprekend zullen de wijzigingen van de voorwaarden er echter niet toe mogen leiden dat de gehanteerde voorwaarden niet langer redelijk, transparant en niet discriminerend zijn en zullen zij tevoren gepubliceerd moeten worden. In de praktijk publiceert Evides jaarlijks de gewijzigde tarieven en de voorwaarden in één document: de Tarievenregeling.

Ook het gerechtshof Den Haag (ECLI:NL:GHSGR:2008:BC4322) overweegt dat een waterleidingbedrijf een ruime bevoegdheid heeft om niet alleen de hoogte van de tarieven maar ook de structuur ervan te wijzigen. Weliswaar is dit arrest gewezen onder toepasselijkheid van de Waterleidingwet (de voorganger van de Drinkwaterwet) maar het toenmalige artikel 3p lid 3 van de Waterleidingwet stemt vrijwel woordelijk overeen met het huidige artikel 8 lid 3 van de Drinkwaterwet zodat de uitspraak zijn waarde behoudt voor de onderhavige kwestie.

4.8.

Het voorgaande betekent dat het eerste gedeelte van de vordering onder 3.1 sub a. zal worden afgewezen maar ook dat eiseressen geen belang meer hebben bij de beoordeling van het tweede gedeelte van hun onder 3.1. sub a. alsmede sub b. genoemde vorderingen. Ook al zouden er in de verhouding tot één of meer eiseressen geen algemene voorwaarden van toepassing zijn dan wel zouden deze voorwaarden vernietigd worden dan laat dat immers onverlet dat de Drinkwaterwet Evides de bevoegdheid geeft om de leveringsvoorwaarden binnen het aangegeven kader te wijzigen.

wijzigingsbevoegdheid / concreet

4.9.

De rechtbank zal thans beoordelen of na wijziging van de Tarievenregelingen de door Evides gehanteerde voorwaarden redelijk, transparant en niet discriminerend zijn. In diverse Tarievenregelingen vóórafgaand aan 2015 stond als definitie van verbruiksadres:

“Een individueel geadresseerde woning of bedrijf al dan niet behorend tot een gezamenlijk bewoond of gebruikt perceel waarin ongemeten of gemeten (drink)water voor huishoudelijk en/of bedrijfsmatig verbruik wordt geleverd.”

In de Tarievenregeling 2015 werd voor het eerst naast het begrip “verbruiksadres” het begrip “vestiging” geïntroduceerd:

Artikel 1 Definities

De begripsomschrijvingen zoals vermeld in de Algemene Voorwaarden en de Aansluitvoorwaarden van Evides Waterbedrijf zijn van toepassing op deze Tarievenregeling:

Verbruiksadres - een (recreatie)woning of bedrijf al dan niet behorend tot een gezamenlijk bewoond of gebruikt perceel waarin ongemeten of gemeten drinkwater voor huishoudelijk en/of bedrijfsmatig verbruik wordt geleverd.

Voor de vaststelling van een (recreatie) woning of bedrijf is de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) maatgevend.

Vestiging - een aaneengesloten terrein met één of meer verbruiksadressen, die geen woonfunctie hebben, in gebruik door één onderneming of rechtspersoon.

In de Tarievenregeling 2017 is het begrip “vestiging” aangepast:

Vestiging - een aaneengesloten terrein met één of meer verbruiksadressen, die geen (recreatie) woonfunctie hebben, in gebruik door één onderneming of rechtspersoon.”

Verder staan in alle Tarievenregelingen tariefklassen genoemd waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen kleinverbruik en grootverbruik (en soms ook middenverbruik). Ter illustratie luidt de indeling in de Tarievenregeling 2016 als volgt:

Artikel 3 - Levering van drinkwater

De in dit artikel opgenomen bepalingen gelden voor het gehele leveringsgebied van

Evides. Naast deze algemene bepalingen gelden voor het verbruik van (drink) water

specifieke bepalingen per regio zoals weergegeven in artikel 3.1 en 3.2.

1. Tariefklassen:

Kleinverbruik

- Zeeland en Zuid-Holland: verbruik t/m 10.000 m3 per jaar per Verbruiksadres

- West-Brabant: capaciteit t/m 5 m3 per uur per Verbruiksadres

Grootverbruik

- Zeeland en Zuid-Holland: verbruik van meer dan 10.000 m3 per jaar per Vestiging.

- West-Brabant: capaciteit groter dan 5 m3 per uur per Vestiging.

[..]

Artikel 3.1 - Specifiek voor levering in Zeeland en Zuid-Holland

Gemeten levering van drinkwater

1. Voor het beschikken over drinkwater bij Kleinverbruik, is per Verbruiksadres aan Evides een vastrecht verschuldigd van € 59,00 per jaar en voor het verbruik € 0,90 per m3 drinkwater.

2. Voor het beschikken over en verbruik van drinkwater bij Grootverbruik, is per Vestiging aan Evides de volgende vergoeding verschuldigd:

Grootverbruik> 10.000 m3 per jaar Vastrecht per jaar Prijs per m3

Meer dan 10.000 m3 t/m 100.000 m3 per jaar € 119,00 € 0,894

Meer dan 100.000 m3 t/m 1.000.000 m3 per jaar* € 2.019,00 € 0,875

Meer dan 1.000.000 m3 per jaar* € 71.019,00 € 0,806”

4.10.

Partijen zijn het er over eens dat het effect van de wijzingen van de Tarievenregelingen is dat de onder 2.2. genoemde ondernemingen onder de nieuwe Tarievenregelingen niet langer een hoog vastrecht per vestiging maar een op zichzelf lager vastrecht, niet per vestiging maar per verbruiksadres (dat is in beginsel per afzonderlijk BAG-object) betalen. Daarnaast geldt voor deze ondernemingen niet langer het lagere grootverbruiktarief maar het hogere variabele tarief per kubieke meter drinkwater voor kleinverbruik.

4.11.

Als rechtvaardiging voor deze wijzigingen voert Evides aan dat zij sinds 2003 voor ieder verbruiksadres een jaarlijks vastrecht rekent, ongeacht of deze verbruiksadressen zich achter een centrale watermeter bevinden, teneinde de vaste kosten van haar drinkwaternet onder zoveel mogelijk (klein)verbruikers uit te spreiden. Voordat zij besloot deze scheve verdeling van kosten te remediëren kwam de onwenselijke situatie voor dat verbruikers in een eengezinswoning in dezelfde mate bijdroegen aan de kosten van het drinkwaternet als een Vereniging van Eigenaren van een flatgebouw met een groot aantal huishoudens. In de zogenaamde Stadswonen-zaak hield deze redenering tot aan de Hoge Raad (ECLI:NL:PHR:2010:BK4930) stand (Opm. rechtbank: daarbij werd het beroep tegen het hiervoor onder 4.7. genoemde arrest van het gerechtshof Den Haag verworpen). De Wet BAG heeft volgens Evides veel individuele gebruikers achter centrale watermeters zichtbaar gemaakt. Identificatie van verbruiksadressen achter centrale watermeters bij recreatie-bedrijven is voor haar een volgende stap waarbij wordt aangehaakt bij bovenstaande berekeningsmethodiek waardoor er – ook ten opzichte van andere recreatieparken en huizenbezitters – een meer gelijke behandeling van gelijke situaties ontstaat. Evides wijst er op dat de recreatiewoningen op de recreatieparken voor een aanzienlijk deel in eigendom zijn van private eigenaars. Tenslotte stelt zij dat veel meer dan de onder 2.2. genoemde recreatiebedrijven over het jaar 2016 juist minder vast recht zijn gaan betalen.

4.12.

De rechtbank deelt de opvatting van eiseressen dat door de wijziging in de Tarievenregelingen geen sprake (meer) is van voorwaarden die niet discriminerend zijn. Tussen partijen staat immers vast (zie hiervoor onder 2.2.) dat alle daar genoemde ondernemingen in het verleden zelf hebben zorggedragen voor de aanleg van een waterleidinginstallatie (en toebehoren) vanaf de hoofdaansluiting (de centrale watermeter) over hun gehele terrein en dat zij ook verantwoordelijk zijn voor de instandhouding en het onderhoud van hun eigen waterleidingennet. Hoewel partijen twisten over de exacte hoogte van de daarmee gepaard gaande kosten stelt de rechtbank vast dat het daarbij om substantiële bedragen gaat. Ter zitting werd nota bene namens Evides verklaard dat zij niet bereid is “om de infrastructuur van de recreatiebedrijven over te nemen omdat zij geen verantwoordelijkheid wil nemen voor de kwaliteit van die netwerken en de daarmee verband houdende kwaliteit van het drinkwater; dat zou weleens hoge kosten met zich mee kunnen brengen”. Voorts heeft Evides de recreatiebedrijven nodig om een probleemloze en constante aanvoer met voldoende druk te garanderen voor elk object waarvoor zij vastrecht in rekening brengt.

Aldus is er een niet te begrijpen verschil met de situatie van een gemiddeld “verbruiksadres” (door eiseressen een “werkelijke kleinverbruiker genoemd) dat niet tevens aangemerkt wordt als “vestiging” omdat in dat geval geen sprake zal zijn van substantiële kosten voor aanleg en beheer van infrastructuur achter de centrale watermeter. Als gevolg van de gewijzigde voorwaarden worden ongelijke gevallen hier door Evides gelijk behandelt.

Ook heeft Evides bij de comparitie van partijen aangegeven dat zij recent op twee nieuwe recreatieparken de waterleiding heeft aangelegd tot aan de individuele (recreatie) woningen. Ook ten opzichte van deze recreatieparken zou een niet te begrijpen verschil bestaan als eiseressen (genoemd onder 2.2) de kosten van de infrastructuur binnen het park moeten blijven dragen en zij, tot op het niveau van de binnen het park gelegen (recreatie) woningen, tegelijkertijd als kleinverbruiker worden aangemerkt.

4.13.

Dat de recreatiewoningen op de recreatieparken voor een deel in eigendom zijn van private eigenaren, laat onverlet dat ook deze eigenaren via een Vereniging van Eigenaren of andere constructies zullen meebetalen aan centrale parklasten waaronder de infrastructuur achter de centrale watermeter. Ook voor hen geldt dat hun situatie aanzienlijk anders is dan voor een gemiddeld “verbruiksadres” dat niet te maken krijgt met dergelijke kosten.

4.14.

Ook is er sprake van discriminatie van de onder 2.2. genoemde ondernemingen ten opzichte van industriële bedrijven die doorgaans ook substantieel investeren in de aanleg en het beheer van een eigen waterleidingnet. Laatstgenoemde bedrijven vallen wel onder de nieuwste definities van het begrip “vestiging” hoewel ook daar geldt dat er voor Evides meerdere verbruiksadressen achter de centrale watermeter zichtbaar zijn geworden. Als voorbeeld geldt het ter zitting besproken voorbeeld van de portierswoning op het terrein van Shell die door Evides niet als apart verbruiksadres wordt aangemerkt. Als gevolg van de gewijzigde voorwaarden worden gelijke gevallen hier door Evides ongelijk behandeld.

4.15.

Anders dan Evides leest de rechtbank in de rechterlijke uitspraken in de Stadswonen-zaak geen bevestiging van de juistheid van haar standpunt in deze kwestie. In die zaak werd het niet onredelijk bevonden om alle woningen en wooneenheden gelijk te gaan behandelen ongeacht de vraag of sprake is van centrale of individuele bemetering. In deze zaak komt een onredelijk verschil aan het licht tussen grotere vestigingen van ondernemingen/rechtspersonen die een (recreatieve) woonfunctie hebben en grotere vestigingen van ondernemingen/rechtspersonen die dat niet hebben. Dat er – zoals Evides beweert – als gevolg van de wijziging van haar voorwaarden ten opzichte van andere recreatieparken een meer gelijke behandeling van gelijke situaties ontstaat is voor de rechtbank nog maar de vraag. Evides heeft, zoals volgt uit het voorgaande, op enkele recreatieparken recent zelf de waterleiding aangelegd tot aan de woningen terwijl zij heeft aangegeven op de terreinen van de onder 2.2 genoemde bedrijven ook nu niet verder te willen leveren dan tot aan de poort. Eiseressen hebben verder op zichzelf niet betwist dat voor een deel van de recreatieparken, anders dan zijzelf, de gewijzigde voorwaarden van Evides juist voordelig zijn. Aannemelijk is echter dat dat komt omdat het kleinere recreatieparken betreft met weinig verbruiksadressen en een kleinere infrastructuur achter de centrale watermeter. Het is dan ook de vraag of zij ook onder het grootverbruiktarief van Evides vallen. Een verschil in tarieven tussen kleine en grote waterverbruikers wordt door de rechtbank op zichzelf niet discriminerend geacht.

4.16.

De slotsom is dat na wijziging van de Tarievenregelingen de door Evides gehanteerde voorwaarden discriminerend zijn. Bij dagvaarding hebben eiseressen (onder punt 152) gesteld dat de onder 2.2. genoemde bedrijven ieder afzonderlijk jaarlijks vanaf 2004 minimaal 10.000m3 per vestiging verbruiken. Evides heeft dit niet weersproken. Hieruit volgt dat Evides gehouden is om aan deze bedrijven het grootverbruiktarief in rekening te brengen. Of de gewijzigde voorwaarden redelijk en transparant zijn behoeft niet te worden onderzocht omdat eiseressen daar geen belang meer bij hebben.

vorderingen

4.17.

Voor zover het de situatie onder de Tarievenregelingen 2015, 2016 en 2017 betreft zal de vordering zoals weergegeven onder 3.1. c worden toegewezen. Omdat Evides bevoegd is om haar voorwaarden (binnen het aangegeven kader) te wijzigen kan de rechtbank Evides niet zonder meer verbieden om eiseressen ook in de toekomst niet als “kleinverbruikers” te beschouwen. De rechtbank beschouwt onder “kleinverbruiker” overigens niet de in de definitiebepalingen van de Drinkwaterwet aangeduide consument of andere afnemer maar de afnemer voor wie volgens de voorwaarden van Evides de tariefklasse “kleinverbruik” geldt.

4.18.

Ook de vorderingen onder 3.1. sub e, f en g zijn grotendeels voor toewijzing vatbaar. De vordering onder 3.1. sub d is te ruim omdat er voor de rechtbank geen reden is om “alle grootverbruikers”, dat betekent alle vestigingen voor wie de tariefklasse “grootverbruik” geldt, over één kam te scheren. Zoals uit het hiervoor onder 4.9. weergegeven overzicht volgt wordt er door Evides binnen die klasse gedifferentieerd naar mate van verbruik. Of dat terecht of niet terecht is staat in deze procedure niet ter discussie. Deze vordering zal worden afgewezen.

4.19.

Evides heeft de rechtbank ter zitting medegedeeld dat eiseressen de naleving van hun vorderingen niet met dwangsommen hoeven veilig te stellen. Mede gelet op die uitlating zal de rechtbank aan de veroordelingen niet, zoals gevorderd, een dwangsom koppelen. Nog daargelaten de buitensporige hoogte daarvan laat de rechtbank voorts de soepele, niet formele opstelling van Evides in deze procedure meewegen, zoals hiervoor besproken onder 4.1.

4.20.

Eerst bij akte houdende uitlating wijziging van eis heeft Evides aan de rechtbank verzocht om, mocht enige vordering van eiseressen worden toegewezen, dergelijke vorderingen niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Evides stelt dat zij bij toewijzing van de vorderingen zeker hoger beroep zal aantekenen omdat het een zeer complexe en principiële zaak betreft en zij ervan overtuigd is dat haar Tarievenregeling deugt. Volgens haar zou uitvoering geven aan een veroordeling resulteren in een discriminatoire behandeling van overige recreatieparken. Ook zouden de gevolgen van een dergelijke onwenselijke situatie bij vernietiging van het vonnis in hoger beroep niet gemakkelijk meer zijn terug te draaien.

4.21.

Dit verweer kan Evides niet baten. Bij de beoordeling van een vordering op grond van artikel 233 Rv dienen de belangen van partijen te worden afgewogen in het licht van de omstandigheden van het geval. Indien het betreft een vordering tot betaling van een geldsom is het belang bij uitvoerbaar bij voorraadverklaring in beginsel gegeven (vergelijk HR 27 februari 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2602 en HR 20 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:688). Voorts staat de omstandigheid dat een voorlopige tenuitvoerlegging ingrijpende gevolgen kan hebben, die moeilijk ongedaan gemaakt kunnen worden, op zichzelf niet aan uitvoerbaarverklaring bij voorraad in de weg; wel moet dit worden meegewogen bij de belangenafweging (HR 28 mei 1993, ECLI:NL:HR:1993: ZC0976).

4.22.

Eiseressen hebben niet meer kunnen reageren op het verweer van Evides. Echter, de rechtbank wijst erop dat zij hiervoor heeft geoordeeld dat het maar de vraag is of Evides discriminerend zal handelen ten aanzien van andere recreatiegebieden in haar verzorgingsgebied en zij daarentegen zeker discriminerend handelt ten opzichte van andere vestigingen die geen (recreatieve) woonfunctie hebben (ro 4.12 t/m 4.16). Daarnaast geldt dat Evides niet heeft onderbouwd waarom toewijzing van de vorderingen, die in bepaalde gevallen zal resulteren in terugbetaling van teveel betaalde bedragen, moeilijk ongedaan gemaakt kan worden. De vorderingen zullen uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

4.23.

Evides zal - als de overwegend in het ongelijk gestelde partij - in de kosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiseressen worden begroot op:

- dagvaarding € 82,54

- betaald griffierecht € 619,00

- salaris advocaat € 5.160,00 (2,0 punten × factor 1,0 × tarief € 2.580)

Totaal € 5.861,54

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

verbiedt Evides om ten aanzien van de rechtsverhouding met eiseressen 1 t/m 6 deze eiseressen in het kader van de Tarievenregelingen 2015, 2016 en 2017 te beschouwen als “kleinverbruikers” en op die grondslag voor het vastrecht en het gebruik van het water aan eiseressen 1 t/m 6 te factureren en mitsdien dat Evides dient te gehengen en gedogen dat eiseressen 1 t/m 6, behoudens het geval partijen in gezamenlijkheid anders overeenkomen, dienen te worden gekwalificeerd als “grootverbruikers”;

5.2.

veroordeelt Evides om alle facturen, die zij tot de dag van het wijzen van het eindvonnis heeft verzonden aan eiseressen 1 t/m 6 (waarbij eiseressen 1 t/m 6 door Evides zijn gekwalificeerd als “kleinverbruikers”) te crediteren en daarvoor in de plaats nieuwe facturen op te stellen waarbij eiseressen 1 t/m 6 worden gekwalificeerd als “groot-verbruikers”;

5.3.

veroordeelt Evides om binnen dertig dagen na het in dezen te wijzen vonnis de aldus door Evides op grond van dit vonnis terug te betalen bedragen (nu Evides eiseressen 1 t/m 6 ten onrechte als “kleinverbruikers” in plaats van “grootverbruikers” heeft gekwalificeerd), vast te stellen en een overzicht daarvan aan eiseressen 1 t/m 6 te verstrekken;

5.4.

veroordeelt Evides om binnen dertig dagen na akkoordbevinding door eiseressen 1 t/m 6 met de gedane bovengenoemde opgave de aldus berekende en geaccordeerde bedragen aan eiseressen 1 t/m 6, althans aan elke eiseres afzonderlijk, vermeerderd met de wettelijke rente, te rekenen vanaf de betaling van elke factuur afzonderlijk tot aan de dag der algehele voldoening, te restitueren;

5.5.

veroordeelt Evides in de kosten van de onderhavige procedure, aan de zijde van de eiseressen begroot op € 5.861,54, te vermeerderen met de nakosten ad € 131,00, indien het vonnis niet aan haar behoeft te worden betekend, respectievelijk € 199,00, indien betekening noodzakelijk blijkt te zijn;

5.6.

veroordeelt Evides tot betaling van de wettelijke rente over de proceskosten, indien Evides deze proceskosten niet binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis heeft voldaan;

5.7.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.8.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.C. Santema, mr. J.F. Koekebakker en J.A. Moolenburgh en in het openbaar uitgesproken op 24 januari 2018.

32/1582/540