Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:5143

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
03-05-2018
Datum publicatie
28-06-2018
Zaaknummer
10/750227-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte vrijgesproken van belaging. De verdachte deed zich via Instagram voor als de partner van aangever. De verdachte heeft de aangevers nooit direct benaderd en gesteld noch gebleken is dat aangevers enige hinder hebben ondervonden. Nadat de verdachte gewaarschuwd werd door aangevers, heeft de verdachte haar Instagram-account vrijwel direct gedeactiveerd. Vanaf dat moment heeft zij zich niet meer voorgedaan als de partner van aangever. De verdachte heeft zich nog wel tegenover haar collega’s op het werk voorgedaan als de partner van aangever. De rechtbank is van oordeel dat de aard van deze gedragingen en vooral ook gelet op de beslotenheid waarin deze plaatsvonden, niet tot een stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van aangevers leiden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/750227-17

Datum uitspraak: 3 mei 2018

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsvrouw mr. E.A. Blok, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 19 april 2018.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. P. Gruppelaar heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van de ten laste gelegde belaging;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een voorwaardelijk gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarden (i) een meldplicht bij de reclassering, (ii) een contactverbod met de heer [naam slachtoffer 1] , mevrouw [naam slachtoffer 2] en hun kinderen, (iii) een locatieverbod voor de stad Rotterdam en (iv) een verbod zich op social media voor te doen als de vriendin van de heer [naam slachtoffer 1] .

4 Vrijspraak

4.1.

Standpunt officier van justitie

Het feit kan wettig en overtuigend worden bewezen. De slachtoffers hebben moeten dulden dat de verdachte zich uitgaf als de partner c.q. verloofde van [naam slachtoffer 1] . Weliswaar stuurde de verdachte geen berichten aan de slachtoffers, zij plaatste wel onwaarheden over haar relatie met hen op het internet. De verdachte heeft een foto op Instagram gepost van [naam slachtoffer 1] die niet op social media is geplaatst of openbaar beschikbaar was. Zeer waarschijnlijk heeft ze zelf de fotograaf benaderd en – zich voordoende als de partner van [naam slachtoffer 1] – om die foto gevraagd. Dat betekent ook dat ze het doen en laten van [naam slachtoffer 1] heel nauwgezet volgde. Het plaatsen van de berichten vond plaats zonder toestemming en ook gedurende een lange periode. De verdachte deed het ook opzettelijk, want na waarschuwingen van verschillende kanten, veranderde ze haar Instagram-account en ging ze verder op een nieuwe account. De aangevers ervaren het handelen van de verdachte als een enorme inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer en ze maken zich voortdurend zorgen over de veiligheid van henzelf en hun kinderen.

De handelingen van de verdachte kunnen dan ook worden gekwalificeerd als belaging in de zin van artikel 285b van het Wetboek van Strafrecht.

4.2.

Beoordeling

Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van belaging als bedoeld in art. 285b, eerste lid, Sr zijn verschillende factoren van belang: de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer (HR 29 juni 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO5710; HR 4 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3095).

De rechtbank stelt op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting de volgende feiten en omstandigheden vast.

De verdachte had een Instagram-account onder de naam [naam Instagram-account 1] , dat later door haar gewijzigd is in [naam Instagram-account 2] . De verdachte had ten minste 500 volgers op deze accounts. Via deze accounts postte de verdachte in ieder geval in 2015 foto’s en teksten en creëerde daarbij doelbewust de indruk dat zij –in strijd met de werkelijkheid- een relatie had met de voetballer [naam slachtoffer 1] .

Op enig moment in 2015 raakt de partner van [naam slachtoffer 1] , mevrouw [naam slachtoffer 2] , op de hoogte van het feit dat de verdachte zich op Instagram voordoet als de partner van [naam slachtoffer 1] . Mevrouw [naam slachtoffer 2] benadert vervolgens de verdachte alsmede drie volgers van haar Instagram-account . Een van hen confronteert de verdachte en haar volgers met de onwaarheden op haar Instagram-account. Kort daarna deactiveert de verdachte dit Instagram-account. Op het nieuwe Instagram-account van de verdachte, [naam Instagram-account 3] vinden geen posts meer plaats met betrekking tot [naam slachtoffer 1] . In 2016 en 2017 doet de verdachte zich tegenover collega’s nog wel voor als de partner van [naam slachtoffer 1] .

Anders dan de officier van justitie voorstaat kan dit alles echter geen belaging opleveren.

Gesteld noch gebleken is dat het gezin van [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] enige hinder heeft ondervonden van de gedragingen van de verdachte in de periode voordat mevrouw [naam slachtoffer 2] geconfronteerd werd met de gedragingen van de verdachte op Instagram. De verdachte heeft nooit op enige wijze de aangevers, hun kinderen, of hun familie direct benaderd. Evenmin is gebleken dat zij door derden, daartoe dan gedreven door het gedrag van de verdachte, zijn benaderd of lastig gevallen. Zij heeft voorts op geen enkel moment de naam en afbeelding van de werkelijke partner van [naam slachtoffer 1] gehanteerd. Van belang is ook dat de vrees van [naam slachtoffer 1] dat een en ander voor hem negatieve financiële gevolgen zou opleveren, niet is uitgekomen. Tot slot is geen enkel bewijs voorhanden dat de verdachte zichzelf tegenover een fotograaf zou hebben voorgedaan als zijnde de partner van [naam slachtoffer 1] .

Hieruit volgt dat in deze periode geen stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van aangevers heeft plaatsgevonden. De verdachte kan aldus geen belaging worden verweten.

Toen mevrouw [naam slachtoffer 2] op de hoogte was geraakt van de door de verdachte verspreidde onwaarheden heeft zij haar gewaarschuwd danwel laten waarschuwen. Die waarschuwing had het gewenste effect. Vrijwel direct daarna had de verdachte haar Instagram-account gedeactiveerd. Vanaf dat moment heeft de verdachte zich niet meer op internet gepresenteerd als zijnde de partner van [naam slachtoffer 1] . Er is dus een korte periode geweest tussen de waarschuwing en het feitelijk verwijderen van de gewraakte posts. Die periode was echter zodanig kort dat het gedrag van de verdachte daarbinnen geen stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van aangevers heeft kunnen opleveren.

Na het staken van haar onwaarheden op het internet heeft de verdachte zich nog wel tegenover haar collega’s op het werk voorgedaan als de partner van [naam slachtoffer 1] . De rechtbank is van oordeel dat de aard van deze gedragingen en vooral ook gelet op de beslotenheid waarin deze plaatsvonden, niet tot een stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van aangevers hebben geleid.

4.3.

Conclusie

De verdachte zal worden vrijgesproken van de aan haar ten laste gelegde belaging.

5 Bijlage

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

6 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. F.W. van Lottum, voorzitter,

en mrs. L. Daum en P.M. van Russen Groen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M. Koek, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 mei 2018.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

zij

in of omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot en met 15 november 2017 te Rotterdam en/of Eindhoven en/of Roermond, althans in Nederland,

meermalen, althans eenmaal (telkens),

wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [naam slachtoffer 2] en/of één of meer van diens gezinsleden, in elk geval van een ander, met het oogmerk die [naam slachtoffer 2] en/of één of meer van diens gezinsleden, in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen,

immers heeft zij, verdachte, (telkens) op verschillende data in voormelde periode

  • -

    op (een) Instagram account(s), te weten [naam Instagram-account 1] en/of [naam Instagram-account 2] en/of [naam Instagram-account 3] , althans (een) account(s) op internet/social media, waartoe zij, verdachte, gerechtigd was:
    één of meer foto's van één of meer gezinsleden van die [naam slachtoffer 2] , al dan niet met begeleidende tekst, gepost en/of geplaatst en/of

  • -

    (veelvuldig) (persoonlijke) gegevens en/of foto's van die [naam slachtoffer 2] en/of één of meer van diens gezinsleden, die waren weergegeven op social media en/of die waren weergegeven op websites van familieleden en/of bekende(n) van die [naam slachtoffer 2] en/of van één of meer van diens gezinsleden, althans waren weergegeven op een website van een derde(n) (niet zijnde verdachte), gekopieerd/overgenomen en/of (vervolgens) die gegevens en/of foto('s) geplaatst en/of gepost (op haar, verdachtes, Instagramaccount(s)), als ware zij, verdachte, de echtgenote/verloofde/vriendin van de partner van die [naam slachtoffer 2] en de moeder/verzorgster van de kinderen van die [naam slachtoffer 2] en/of

  • -

    zich (veelvuldig) tegenover haar, verdachtes, vrienden en/of kennissen en/of collega's, althans bekenden, voorgedaan/uitgegeven alszijnde zij, verdachte, de vriendin/verloofde/echtgenote van de partner van [naam slachtoffer 2] en/of als de moeder/verzorgster van de kinderen van die [naam slachtoffer 2] ;

(Artikel 285b Wetboek van Strafrecht)