Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:509

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
24-01-2018
Datum publicatie
25-01-2018
Zaaknummer
10/960108-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor aanwezig hebben van een XTC en voorbereidingshandelingen, hennep, vuurwapens, diefstal van elektriciteit en witwassen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Omgevingsvergunning in de praktijk 2018/7800
JAF 2018/780 met annotatie van Van der Meijden
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/960108-17

Datum uitspraak: 24 januari 2018

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de penitentiaire inrichting Rotterdam, locatie Hoogvliet,

raadsman mr. S. Weening, advocaat te Maastricht.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 10 januari 2018.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze eerder op de terechtzitting van 13 oktober 2017 overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. E. van Doorn heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3, 4, 5, en 6 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaar met aftrek van voorarrest.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Start van het onderzoek

De raadsman heeft aangevoerd dat de start van het onderzoek onrechtmatig was, dat er sprake is van een vormverzuim, maar dat dit vormverzuim op dit moment niet kan leiden tot bewijsuitsluiting. De raadsman verzoekt de rechtbank in het vonnis vast te stellen dat er sprake is van een vormverzuim.

De rechtbank ziet in hetgeen de raadsman heeft aangevoerd geen argumenten om af te wijken van de beslissing die de rechtbank op de pro forma zitting van 13 oktober 2017 op dit punt heeft genomen, en die inhoudt dat er geen sprake is van een vormverzuim.

4.2.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het onder 3 en 6 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.3.

Bewijswaardering feiten 1 en 2

4.3.1.

Standpunt verdediging

Ten aanzien van feit 1 heeft de verdachte heeft verklaard dat hij de loods bij zijn woning in ruil voor 2500 euro voor een week beschikbaar heeft gesteld aan kennissen die daar pillen zouden produceren. Alles wat door de verbalisanten in die loods werd aangetroffen is door deze personen daar neergezet.

Aangevoerd is dat de verdachte geen beschikkingsmacht had over de spullen en ook geen wetenschap had van wat er in de smeerput werd aangetroffen. De verdachte dient daarom van dit feit te worden vrijgesproken. De verdediging heeft verder bepleit dat de verdachte niets wist van de aangetroffen MDMA. Hij wist alleen van de amfetamine. Ook om die reden moet de verdachte worden vrijgesproken van het aanwezig hebben van de MDMA.

Ten aanzien van feit 2, de voorbereidingshandelingen, is aangevoerd dat de verdachte alleen wist dat er in zijn loods pillen geproduceerd zouden gaan worden. De ten laste gelegde voorwerpen waren niet van hem en daar had hij ook geen beschikkingsmacht over. De enige concrete voorbereidingshandeling die de verdachte heeft gedaan, is de aanschaf van voorwerpen op 5 april 2017, zoals de stofzuiger. Ten aanzien van dit feit refereert de verdediging zich verder aan het oordeel van de rechtbank.

4.3.2.

Beoordeling

Feit 1

De rechtbank komt ten aanzien van feit 1 tot bewezenverklaring van het opzettelijk aanwezig hebben van 54 kilo amfetamine en 17,5 kg MDMA.

Vast staat immers dat de verdachte aan onbekend gebleven personen zijn loods ter beschikking heeft gesteld voor de productie van (amfetamine)pillen. Voor een bewezenverklaring van het aanwezig hebben van de amfetamine is voldoende dat deze goederen zich binnen de machtssfeer van de verdachte bevonden. Niet is vereist dat de verdachte daarover ook de beschikkingsmacht heeft gehad. Aangezien de amfetamine is aangetroffen in de loods bij de woning van de verdachte en uit de eigen verklaring van de verdachte is gebleken dat de verdachte toegang tot die loods heeft gehad en de verdachte naar eigen zeggen ook kennis droeg van de aanwezigheid van de pillen, staat vast dat deze goederen zich binnen de machtssfeer van de verdachte bevonden.

Met de officier van justitie is de rechtbank verder van oordeel dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat er ook andere soorten drugs zoals de aangetroffen MDMA in zijn loods zouden worden opgeslagen/geproduceerd, dan wel dat hij die kans op de koop toe heeft genomen. Hij heeft zelf verklaard dat hij met de personen aan wie hij de loods te beschikking heeft gesteld in de loods is geweest, zodat de rechtbank ervan uitgaat dat hij in de mogelijkheid verkeerde om te controleren wat er werd opgeslagen of geproduceerd in zijn loods. De verdachte heeft naar eigen zeggen wel gezien dat er allerlei spullen in en buiten de loods stonden, maar heeft daar (terwijl hij zelf geen kennis had waarvoor die spullen allemaal dienden) geen navraag naar gedaan. Om die reden kent de rechtbank geen waarde toe aan de stelling van de verdachte dat hij niet heeft ingestemd met het aanwezig hebben van de MDMA.

Feit 2

De rechtbank acht op grond van het bovenstaande bewezen dat de verdachte samen met anderen voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 10a van de Opiumwet heeft verricht.

Vast staat dat de ten laste gelegde voorwerpen in en om de loods van de verdachte zijn aangetroffen en dat die goederen zich binnen zijn machtssfeer bevonden. Niet ter discussie staat dat dat de aangetroffen en inbeslaggenomen goederen waren bestemd voor de productie van synthetische drugs nu de verdachte heeft bekend dat hij zijn loods voor de productie daarvan ter beschikking heeft gesteld.

4.4.

Bewijswaardering feit 4

4.4.1.

Standpunt verdediging

De verdachte bekent dat hij de wapens, zoals ten laste gelegd, voorhanden heeft gehad. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, met uitzondering van de drie busjes pepperspray. Er heeft geen onderzoek plaatsgevonden naar de inhoud van deze busjes en derhalve dient de verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging te worden vrijgesproken.

4.4.2.

Beoordeling

De rechtbank komt, gelet op de inhoud van het dossier en de verklaring van de verdachte tot veroordeling van dit feit, ook ten aanzien van de drie busjes pepperspray.

Er ligt een rapport van onderzoek van de politie en de verdachte heeft zelf verklaard dat hij deze busjes heeft aangeschaft en dat het om busjes traangas/pepperspray gaat.

4.5.

Bewijswaardering feit 5

4.5.1.

Standpunt verdediging

Aangevoerd is dat de verdachte van dit feit dient te worden vrijgesproken. De cashbetalingen en cashstortingen hebben geen criminele herkomst. De verdachte heeft altijd gewerkt voor zijn geld.

4.5.2.

Beoordeling

De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het in de delictsomschrijving van artikel 420bis/420quater, eerste lid, Strafrecht opgenomen bestanddeel "afkomstig uit enig misdrijf", niet is vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is voor een veroordeling ter zake van dit wetsartikel vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf.

Als uit het door het openbaar ministerie aangedragen bewijs feiten en omstandigheden kunnen worden afgeleid die van dien aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het voorwerp.

Indien de verdachte een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft gegeven over de herkomst van het voorwerp, dan ligt het vervolgens op de weg van het openbaar ministerie om nader onderzoek te doen naar de, uit de verklaringen van de verdachte blijkende, alternatieve herkomst van het voorwerp.

De rechtbank leidt uit de beschikbare bewijsmiddelen de volgende feiten en omstandigheden af.

Op de ondernemingsrekening en de privérekening van de verdachte zijn contante bedragen gestort. Ook blijkt uit de administratie van de verdachte dat hij facturen cash heeft betaald, de huur van een loods cash heeft betaald en twee auto’s contant heeft aangeschaft. In totaal gaat het in een periode van ongeveer vijf jaar om een bedrag van ruim 200.000 euro.

Gelet op het feit dat uit de administratie blijkt dat de onderneming van de verdachte dit bedrag niet kan verantwoorden en dit bedrag in geen verhouding staat tot de inkomsten zoals bekend bij de belastingdienst, alsmede gelet op de in de woning en loods van de verdachte aangetroffen drugs en wapens, is de rechtbank van oordeel dat het vermoeden gerechtvaardigd is dat het geld uit enig misdrijf afkomstig is en dat derhalve van de verdachte mag worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het voorwerp.

De verdachte heeft eerst op de terechtzitting verklaard over de herkomst van het geld en onder meer gezegd dat hij voor zijn werkzaamheden vaak contant werd betaald, auto’s heeft doorverkocht met winst, en een erfenis heeft gehad, een en ander zonder dit te onderbouwen met stukken of anderszins met min of meer verifieerbare gegevens.

De rechtbank stelt vast dat de verklaring van de verdachte zo laat en zo weinig specifiek is, dat deze geen enkel aanknopingspunt biedt voor nader onderzoek door het openbaar ministerie naar de mogelijke alternatieve herkomst van het voorwerp. Dat leidt tot de vaststelling dat het vermoeden van witwassen niet is ontzenuwd en op grond hiervan acht de rechtbank geen andere conclusie mogelijk dan dat het ten laste gelegde voorwerp onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig is. Nu dit witwassen over een lange periode heeft plaatsgevonden, heeft de verdachte hiervan kennelijk een gewoonte gemaakt.

Voor zover de tenlastelegging ziet op gelden die in een damestas in de woning van de verdachte zijn aangetroffen, acht de rechtbank niet bewezen dat de verdachte deze voorhanden heeft gehad. In zoverre zal de verdachte daarvan worden vrijgesproken.

4.6.

Bewijswaardering feit 6

4.6.1.

Standpunt verdediging

De verdediging betwist de hoeveelheid gas die is weggenomen. Aangevoerd is dat de gasmeter niet op nul stond toen de verdachte deze ging gebruiken.

4.6.2.

Beoordeling

De verdachte heeft verklaard dat hij zelf een gasmeter heeft geïnstalleerd die hij van iemand anders had gekregen en dat dit geen nieuwe meter was. De verdachte erkent dat hij hierdoor illegaal gas heeft afgenomen. De verdachte wil niet zeggen van wie hij die gasmeter heeft ontvangen en kan ook niet zeggen hoeveel er op die meter stond voordat hij hem installeerde.

[naam netbeheerder] heeft een berekening gemaakt van de hoeveelheid gas die zou zijn weggenomen. De rechtbank heeft geen reden te twijfelen aan deze berekening.

Onder deze omstandigheden kan wettig en overtuigend bewezen worden verklaard dat de verdachte een hoeveelheid gas heeft wederrechtelijk heeft weggenomen. Niet kan worden bewezen verklaard dat de verdachte dit feit samen met een ander heeft medegepleegd.

4.7.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 4 en 5 laste gelegde heeft begaan.

In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 3 en 6 ten laste gelegde heeft begaan.

1.

hij op 5 april 2017 te Brunssum, tezamen en in vereniging met anderen,

opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 54 kilogram amfetamine, en ongeveer 17,5 kilogram methyleendioxymethamfetamine (MDMA),

zijnde amfetamine en methyleendioxymethamfetamine (MDMA) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende Lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij op 5 april 2017 te Brunssum, tezamen en in vereniging met anderen,

om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden en/of bewerken en/of verwerken van (een) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende amfetamine en/of methyleendioxymethamfetamine (MDMA), zijnde amfetamine en/of methyleendioxymethamfetamine (MDMA), een middel als vermeld op de bij de Opiumwet behorende Lijst 1, voor te bereiden en/of te bevorderen, voorhanden heeft gehad voorwerpen en/of stoffen, te weten (onder andere):

- een tabletteermachine;

- feeders ten behoeve van de tabletteermachine;

- een stofzuiger aan te sluiten op de tabletteermachine;

- diverse stempelstations en stempelkoppen;

- sealapparaten en een doos met sealzakken;

- Jerrycans met vloeistoffen;

- poederschudder(s), poedercrusher(s), weegscha(a)l(en), vloeistofpomp(en), destillatieketel(s), gripzak(ken), maatbeker(s), speciekuip(en), handschoen(en), mondkapje(s), een drukreductievat en een compressor;

waarvan verdachte en/of zijn mededaders wisten dat zij bestemd waren tot het plegen van die feiten;

3.

hij in de periode 1 januari 2017 tot en met 5 april 2017 te Brunssum, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt 136 hennepplanten, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van 1980 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

4.

hij op 5 april 2017 te Brunssum (vuur)wapens als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1 in de zin van artikel 1 onder 3 van de Wet wapens en munitie, te weten:

- een (vuur)wapen van het merk Reck / Double Eagle mini 9 P.A.,

- een (vuur)wapen van het merk Kahr,

- een (vuur)wapen van het merk Glock Austria.45,

en

patroonmagazijnen als bedoeld in artikel 2 lid 2 Categorie III in de zin van artikel 1 onder 3 van de Wet wapens en munitie, te weten:

- een patroonmagazijn van het merk Reck / Double Eagle mini 9 P.A, kaliber 9 mm P.A. Knall,

- 2 patroonmagazijn(en) van het merk Glock/.45 Gap,

- 2 patroonmagazijn(en) van het merk Kahr/P9,

en

munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 Categorie III in de zin van artikel 1 onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten:

- 84 kogelpatronen van het merk Pretoria Metal Pressing, kaliber 9mm Luger,

- 41 kogelpatronen van het merk CBC, kaliber .45GAP,

- 10 kogelpatronen van het merk CBC, kaliber 9mm Luger,

- 5 kogelpatronen van het merk Pretoria Metal Pressing, kaliber 9mm Luger,

- 6 knalpatronen van het merk RWS, kaliber 9 mm P.A. Knall,

- 4 gaspatronen van het merk PTS, caliber 9mm P.A. CS,

- 9 kogelpatronen van het merk CBS, kaliber .45 GAP,

en

meerdere wapen(s) als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie 1 onder 3 van de Wet wapens en munitie, te weten

- een boksbeugel,

- een vilmes als bedoeld in artikel 2 onder D van de Regeling wapens en munitie,

en

een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie II onder 6 van de Wet wapens en munitie, te weten drie, busjes pepperspray, zijnde voorwerpen bestemd voor het treffen van personen met een giftige en/of verstrikkende en/of weerloosmakende en/of traanverwekkende stof, voorhanden heeft gehad;

5.

hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode 1 januari 2012 tot en met 1 mei 2017 te Brunssum, althans in Nederland,

(telkens) meermalen,

van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte voorwerpen te weten:

- 300 euro (cash geld aangetroffen in woning) en

- 92.165 euro (cash stortingen op ondernemingsrekening) en

- 63.230 euro (cash stortingen op privérekening [naam verdachte] ) en

- 6.300 euro (cash betalingen huur loods) en

- 11.653,87 euro (cash betalingen facturen aangetroffen in woning) en

- 567,25 euro (cash betalingen facturen Hornbach en Cranenbroek) en

- 21.750 euro (cash betaling auto VW Transporter) en

- 16.500 euro (cash betaling auto VW Polo),

(telkens) de werkelijke aard en/of herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld, althans verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op voornoemde geldbedragen was/is

en

(telkens) deze geldbedragen verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of van deze geldbedragen gebruik gemaakt, terwijl verdachte en/of zijn mededaders wisten, dat voornoemde geldbedragen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;

6.

hij in of omstreeks de periode 1 januari 2017 tot en met 5 april 2017 te Brunssum, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning (aan de [adres delict] ) heeft weggenomen een hoeveelheid stroom/elektriciteit en gas toebehorende aan [naam slachtoffer] , waarbij verdachte de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door verbreking van de door [naam slachtoffer] aangebrachte verzegelingen op de elektriciteitsmeter.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1. medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

2. medeplegen van een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10, voorbereiden of bevorderen door voorwerpen en/of stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;

3. opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B en C van de Opiumwet gegeven verbod;

4 (wapens)
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie terwijl het feit wordt begaan met betrekking tot een vuurwapen van Categorie III, meermalen gepleegd;

(patroonmagazijnen munitie)
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;

(boksbeugel en vilmes)
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;

(busjes pepperspray)
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;

5 een gewoonte maken van witwassen;

6. diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich op 5 april 2017 met anderen schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van een grote hoeveelheid synthetische drugs en het voorhanden hebben van voorwerpen ter voorbereiding van de productie daarvan. In de loods behorende bij de woning van de verdachte werd een complete tabletteerinstallatie, grote hoeveelheden grondstoffen en tabletten XTC aangetroffen.

Daarnaast heeft de verdachte meerdere wapens, bijbehorende patroonmagazijnen en veel munitie voorhanden gehad. Ook heeft hij hennep gekweekt en voorhanden gehad en gas en elektriciteit weggenomen doordat hij de meters heeft geknoeid.

Tenslotte heeft de verdachte geldbedragen witgewassen.

Dit zijn ernstige feiten. De verdachte heeft zich kennelijk ingelaten met deze criminele activiteiten om inkomsten te verwerven zonder daarbij rekening te houden met de mogelijk negatieve gevolgen voor anderen. Algemeen bekend is dat synthetische drugs grote gezondheidsrisico’s meebrengen voor de gebruikers, waaronder de mogelijkheid van blijvende schade aan het centrale zenuwstelsel en psychiatrische stoornissen. Verder brengt de productie van XTC schade aan het milieu toe, veroorzaakt door dumpingen van de bij de productie vrijkomende chemische afvalstoffen in het riool of elders. Ook is er sprake van gevaar voor brand, ontploffing en het vrijkomen van giftige stoffen. Dit gevaar doet zich in het bijzonder gelden bij laboratoria, zoals ook hier het geval is. Daarbij leiden de productie van synthetische drugs in de regel ook tot andere vormen van (kleine en grote) criminaliteit die veel overlast en gevaar opleveren voor de samenleving. De productie van synthetische drugs moet dan ook krachtig worden bestreden. Dit geldt eveneens voor het wapenbezit.

Bij de strafbepaling houdt de rechtbank rekening met het feit dat er geen aanwijzingen zijn dat de rol van de verdachte in het aanwezig hebben van de MDMA en de voorbereidingshandelingen, uit meer heeft bestaan dan het ter beschikking stellen van de locatie en het aanschaffen van een paar voorwerpen. Voorts wordt rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Uit het uittreksel uit de justitiële documentatie van 11 december 2017 blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld.

Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van na te melden duur, enigszins lager dan de eis van de officier van justitie, recht doet aan de ernst van de feiten.

8 In beslag genomen voorwerpen

De officier van justitie heeft gevorderd het in beslag genomen geld, de in beslag genomen VW Polo en de VW Transporter, kentekenbewijs en autosleutels verbeurd te verklaren en de

inbeslaggenomen lijst met kentekens van politievoertuigen te onttrekken aan het verkeer

De verdachte heeft bij de politie afstand gedaan van een groot aantal voorwerpen en heeft ter terechtzitting dit standpunt herhaald. Ten aanzien van de overige voorwerpen heeft hij zich niet uitgelaten.

De navolgende voorwerpen zullen worden verbeurd verklaard.

- een geldbedrag van 300 euro;

- een bestelauto, VW Transporter, kenteken [kentekennummer 1] kleur wit;

- een geldtelmachine;

- sleutel VW.

De voorwerpen behoren aan de verdachte toe. De bewezen feiten zijn met betrekking tot deze voorwerpen begaan.

De in beslag genomen lijst met kentekens van politievoertuigen zal worden onttrokken aan het verkeer.

Ten aanzien van de navolgende voorwerpen zal een last worden gegeven tot teruggave aan [naam ex-partner verdachte] , zijnde degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.

- een geldbedrag van 555 euro;

- een geldbedrag van 555 euro;

- een geldbedrag van 2500 euro.

Omdat de rechtbank in een samenhangende zaak tegen [naam ex-partner verdachte] is gekomen tot vrijspraak van het witwassen van de VW Polo met kenteken [kentekennummer 2] , zal eveneens een last worden gegeven tot teruggave aan [naam ex-partner verdachte] , zijnde degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt van:

- een kentekenbewijs VW Polo [kentekennummer 2] ;

- een autosleutel VW Polo [kentekennummer 2] .

9 Vordering benadeelde partij

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [naam benadeelde] , [adres benadeelde] , [woonplaats benadeelde] ter zake van het onder 6 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 4.092,60 aan materiële schade.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering, met wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De raadsman heeft de hoeveelheid weggenomen elektriciteit niet betwist, maar de hoeveelheid gas wel. Ten aanzien van de opgevoerde kosten heeft de raadsman bepleit dat deze niet kunnen worden toegewezen.

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het onder 6 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht en de gevorderde schadevergoeding genoegzaam is onderbouwd en de rechtbank ook overigens niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt en deze door de verdachte niet voldoende gemotiveerd is weersproken, zal de vordering in zijn geheel worden toegewezen.

De benadeelde partij heeft niet gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. Anders dan gevorderd acht de rechtbank het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel niet passend en geboden en zal dit verzoek afwijzen.

Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 4.092,60, vermeerderd met eventuele kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 57, 300, 311, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 10, 10a en 11 van de Opiumwet en artikel 55 van de Wet wapens en munitie.

11 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

12 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor de feiten 1, 2 en 5:

- een geldbedrag van 300 euro;

- een bestelauto, VW Transporter, kenteken [kentekennummer 1] kleur wit;

- een geldtelmachine;

- sleutel VW.

- verklaart onttrokken aan het verkeer:

- een lijst met kentekens van politievoertuigen;

- gelast de teruggave aan [naam ex-partner verdachte] van:

- een geldbedrag van 555 euro;

- een geldbedrag van 555 euro;

- een geldbedrag van 2500 euro;

- een kentekenbewijs VW Polo [kentekennummer 2] ;

- een autosleutel VW Polo [kentekennummer 2] .

veroordeelt de verdachte aan de benadeelde partij [naam benadeelde] , [adres benadeelde] , [woonplaats benadeelde] , te betalen een bedrag van € 4.092,60 (zegge: vier duizend tweeënnegentig euro en zestig cent), bestaande uit materiële schade;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J. Snitker, voorzitter,

en mrs. V.M. de Winkel en M. Smit, rechters,

in tegenwoordigheid van M.J. Grootendorst, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 5 april 2017 te Brunssum, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of

vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 60 kilogram amfetamine,

en/of

ongeveer 17,5 kilogram methyleendioxymethamfetamine (MDMA),

althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of

methyleendioxymethamfetamine (MDMA), zijnde amfetamine en/of

methyleendioxymethamfetamine (MDMA) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende Lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

(2 onder B/C Opiumwet)

2.

hij op of omstreeks 5 april 2017 te Brunssum, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van (een) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende amfetamine en/of methyleendioxymethamfetamine (MDMA), zijnde amfetamine en/of methyleendioxymethamfetamine (MDMA), een middel als vermeld op de bij de Opiumwet behorende Lijst 1, voor te bereiden en/of te bevorderen, voorhanden heeft gehad voorwerpen en/of stoffen, te weten (onder andere):

- een tabletteermachine;

- feeders ten behoeve van de tabletteermachine;

- een stofzuiger aan te sluiten op de tabletteermachine;

- diverse stempelstations en stempelkoppen;

- sealappara(a)t(en) en een doos met sealzakken;

- Jerrycans met vloeistoffen;

- poederschudder(s), poedercrusher(s), weegscha(a)l(en), vloeistofpomp(en), destillatieketel(s), gripzak(ken), maatbeker(s), speciekuip(en), handschoen(en), mondkapje(s), een drukreductievat en een compressor;

waarvan verdachte en/of zijn mededaders wisten of ernstige redenen hadden te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van die feiten;

(10a Opiumwet)

3.

hij in of omstreeks de periode 1januari 2017 tot en met 5 april 2017 te Brunssum, althans in

Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt ongeveer 1980 gram hennep en/of 136 hennepplanten, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van 1980 gram hennep, althans een grote hoeveelheid hennep en/of

hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

(3 onder B/C Opiumwet)

4.

hij op of omstreeks 5 april 2017 te Brunssum, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(een) (vuur)wapen(s) als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1 in de zin van artikel 1 onder 3 van de Wet wapens en munitie, te weten:

- een (vuur)wapen van het merk Reck / Double Eagle mini 9 P.A.,

- een (vuur)wapen van het merk Kahr,

- een (vuur)wapen van het merk Glock Austria.45,

en/of

een of meer patroonmagazijn(en) als bedoeld in artikel 2 lid 2 Categorie III in de zin van artikel 1 onder 3 van de Wet wapens en munitie, te weten:

- een patroonmagazijn van het merk Reck / Double Eagle mini 9 P.A, kaliber 9 mm P.A. Knall,

- 2 patroonmagazijn(en) van het merk Glock/.45 Gap,

- 2 patroonmagazijn(en) van het merk Kahr/P9,

en/of

munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 Categorie III in de zin van artikel 1 onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten:

- 84 kogelpatronen van het merk Pretoria Metal Pressing, kaliber 9mm Luger,

- 41 kogelpatronen van het merk CBC, kaliber .45GAP,

- 10 kogelpatronen van het merk CBC, kaliber 9mm Luger,

- 5 kogelpatronen van het merk Pretoria Metal Pressing, kaliber 9mm Luger,

- 6 knalpatronen van het merk RWS, kaliber 9 mm P.A. Knall,

- 4 gaspatronen van het merk PTS, caliber 9mm P.A. CS,

- 9 kogelpatronen van het merk CBS, kaliber .45 GAP,

en/of

een of meerdere wapen(s) als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie 1 onder 3 van de Wet wapens en munitie, te weten

- een boksbeugel,

- een vilmes als bedoeld in artikel 2 onder D van de Regeling wapens en munitie,

en/of

een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie II onder 6 van de Wet wapens en munitie, te weten drie, althans een of meerdere busjes pepperspray, zijnde (een) voorwerp(en) bestemd voor het treffen van personen met een giftige en/of verstrikkende en/of weerloosmakende en/of traanverwekkende stof, voorhanden heeft gehad;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

(26 WWM)

5.

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode 1 januari 2012 tot en met 1 mei 2017 te Brunssum, althans in Nederland,

(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen,

van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededaders van (een) voorwerp(en) te weten:

- 3.910 euro (cash geld aangetroffen in woning) en/of

- 92.165 euro (cash stortingen op ondernemingsrekening) en/of

- 63.230 euro (cash stortingen op privérekening [naam verdachte] ) en/of

- 6.300 euro (cash betalingen huur loods) en/of

- 11.653,87 euro (cash betalingen facturen aangetroffen in woning) en/of

- 567,25 euro (cash betalingen facturen Hornbach en Cranenbroek) en/of

- 21.750 euro (cash betaling auto VW Transporter) en/of

- 16.500 euro (cash betaling auto VW Polo),

(telkens) de werkelijke aard en/of herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld, althans verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op voornoemde geldbedragen was/is

en/of

(telkens) deze geldbedragen verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of van deze geldbedragen gebruik gemaakt, terwijl verdachte en/of zijn mededaders wisten, dat voornoemde geldbedragen — onmiddellijk of middellijk — afkomstig waren uit enig misdrijf;

(420 bis/ter/quater Sr)

6.

hij in of omstreeks de periode 1 januari 2017 tot en met 5 april 2017 te Brunssum, althans in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (aan de [adres delict] ) heeft weggenomen een hoeveelheid stroom/elektriciteit (8.374 KWH) en/of gas (10.183 M3), althans enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en/of de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door verbreking van de door [naam slachtoffer] aangebrachte verzegelingen op de elektriciteitsmeter.

(310 jo 311 lid 1 onder5Sv)