Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:491

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
17-01-2018
Datum publicatie
24-01-2018
Zaaknummer
C/10/491486 / HA ZA 15-1269
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Onrechtmatige daad. Werknemer en voormalige werknemer in uitzendbranche. Kopiëren database met gegevens van kandidaten. Uitkomst onderzoek naar in bewijsbeslag genomen database. Aan dat onderzoek te stellen eisen. Toerekenbaarheid onrechtmatige daad aan vennootschap. Schade nader op te maken bij staat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2018-0141
AR 2018/462

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/491486 / HA ZA 15-1269

Vonnis van 17 januari 2018

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VAN ROOSENDAAL TECHNISCH UITZENDBUREAU B.V.,

gevestigd te Sliedrecht,

eiseres,

advocaat mr. M.A.D. Bol te Rotterdam,

tegen

1 [gedaagde 1] ,

wonende te Dalem, gemeente Gorinchem,

gedaagde,

advocaat mr. S. Meeuwsen te Gorinchem,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde 2] ,

gevestigd te Gorinchem,

gedaagde,

advocaat mr. S. Meeuwsen te Gorinchem,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AJW GROUP B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. T.V. Haster te Dordrecht,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AJW TECHNISCH UITZENDBUREAU B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. T.V. Haster te Dordrecht,

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PAYTRA B.V.,

gevestigd te Papendrecht,

gedaagde,

advocaat mr. T.V. Haster te Dordrecht.

Eiseres zal hierna VRTU genoemd worden. Gedaagden 1 t/m 5 zullen hierna gezamenlijk [gedaagden] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 23 november 2016 en de daarin genoemde stukken;

  • -

    de conclusie na tussenvonnis tevens akte aanvulling/vermeerdering eis, met producties, zijdens VRTU;

  • -

    de antwoordconclusie na tussenvonnis alsmede conclusie na akte vermeerdering eis, zijdens gedaagden 1 en 2;

  • -

    de antwoordconclusie na tussenvonnis tevens bezwaar tegen aanvulling/vermeerdering van eis, zijdens gedaagden 3 t/m 5.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1.

Deze procedure gaat om het volgende. VRTU vordert bij dagvaarding onder meer een verklaring voor recht dat [gedaagde 1] (gedaagde sub 1) tekort is geschoten in zijn verplichting uit hoofde van de arbeidsovereenkomst met VRTU en dat hij en de gedaagden sub 2 tot en met 4 onrechtmatig jegens VRTU hebben gehandeld. VRTU verwijt [gedaagde 1] dat hij een door VRTU opgebouwde database met technisch geschoolde medewerkers en kandidaten heeft gekopieerd en meegenomen bij het einde van het dienstverband, en dat hij die database in handen van derden (in elk geval de andere gedaagden) heeft laten komen.

2.2.

VRTU heeft een aantal aan [gedaagden] toebehorende gegevensdragers in (bewijs)beslag laten nemen.

2.3.

Bij tussenvonnis van 12 oktober 2016 heeft de rechtbank op grond van artikel 22 Rv [gedaagden] bevolen medewerking te verlenen aan inzage door VRTU in de in (bewijs)beslag genomen gegevensdragers. Deze inzage diende plaats te vinden door een opdracht van VRTU aan een hiervoor uitgerust onderzoeksbureau om

a. a) de in beslag genomen gegevensdragers (uitsluitend) te onderzoeken op aanwezigheid van een bestand, te weten een database (met circa 2900 technisch geschoolde personen met bijkomende informatie per persoon),

b) met – indien dat bestand wordt aangetroffen – nauwkeurige beschrijving van de aard, omvang en inhoud van dat bestand, en om

c) zo mogelijk, toe te lichten hoe dat bestand – indien het wordt aangetroffen – op de in beslag genomen gegevensdrager(s) is terecht gekomen (bijvoorbeeld door middel van een e-mail, een usb-stick, of op andere wijze).

2.4.

VRTU heeft bij conclusie na tussenvonnis haar eis vermeerderd/aangevuld in die zin dat zij onder meer ook een verklaring voor recht vordert dat gedaagde sub 5, Paytra B.V. (hierna: Paytra), onrechtmatig jegens VRTU heeft gehandeld. Paytra heeft bezwaar gemaakt tegen deze vermeerdering/aanvulling van eis. Daartoe heeft zij gesteld dat geen sprake is van een vermeerdering/aanvulling van eis, omdat tegen Paytra bij dagvaarding geen eis is ingesteld. Nu de wet en jurisprudentie geen grondslag bieden voor het instellen van een eis bij conclusie na tussenvonnis, dient VRTU in haar vordering jegens Paytra niet-ontvankelijk te worden verklaard, aldus Paytra. Voor zover het toch gaat om een vermeerdering/aanvulling van eis meent Paytra dat deze vermeerdering/aanvulling in strijd is met de eisen van goede procesorde, omdat deze eerst anderhalf jaar na dagvaarding is ingesteld. Paytra verzoekt om een termijn om op de eiswijziging/aanvulling te reageren.

2.5.

De rechtbank oordeelt als volgt. De rechtbank beschouwt de vordering jegens Paytra als een eisvermeerdering.

VRTU is in deze eisvermeerdering ontvankelijk. Paytra is bij dagvaarding in het geding betrokken. Derhalve is VRTU in beginsel gerechtigd haar eis jegens haar te vermeerderen. De rechtbank acht deze eisvermeerdering niet in strijd met de eisen van een goede procesorde. De feitelijke of juridische grondslag van de vordering is niet gewijzigd. VRTU heeft op de comparitie van partijen (gehouden op 30 augustus 2016) reeds toegelicht op welke gronden ook Paytra is gedagvaard. Op grond daarvan wist Paytra dat de vordering uit onrechtmatige daad ook jegens haar gericht was en had zij rekening kunnen houden met een eisvermeerdering. VRTU heeft die eisvermeerdering vervolgens ook ingesteld. Paytra heeft bij haar antwoordconclusie na tussenvonnis op de vermeerderde eis kunnen reageren, zodat daarvoor niet nogmaals de gelegenheid behoeft te worden geboden. De rechtbank zal dus op de vermeerderde eis recht doen.

2.6.

VRTU heeft Digital Investigation B.V. te Hilversum (hierna: DI) de opdracht gegeven om het door de rechtbank bevolen onderzoek uit te voeren. DI heeft op 25 januari 2017 een onderzoeksrapport (hierna: het onderzoeksrapport) uitgebracht. In dit onderzoeksrapport is onder meer opgenomen:

“5 Onderzoeksplan

Hieronder worden de specifieke onderzoeksstappen beschreven die zijn uitgevoerd voor het beantwoorden van de gestelde vragen.

Onderzoeksstap l: Keywords

Tijdens de eerste fase van het onderzoek worden de keywords bepaald. De keywords

worden vastgesteld aan de hand van een selectie in twee door de opdrachtgever

aangeleverde brondocumenten. Na de selectie van de keywords, worden deze ingevoerd in de forensische onderzoekssoftware EnCase Forensic 6.19.7.2 en wordt de zoekopdracht

gestart.

(...)

Onderzoeksstap 2: Analyse

Zodra de zoekopdracht is afgerond, worden de zoekresultaten geselecteerd op relevantie. De relevante zoekresultaten worden gedetailleerd geanalyseerd en vergeleken met een door VRTU aangeleverd brondocument.

(...)

6 Onderzoek

6.1

Brondocumenten

Voor het uitvoeren van het onderzoek heeft de opdrachtgever twee brondocumenten ter beschikking gesteld. Het eerste document bevat een overzicht van uitzendkrachten welke bij VRTU zijn ingeschreven. Het tweede document bevat een overzicht van klanten van VRTU.

6.1.1

Werknemers

(...)

Het aangeleverde brondocument voor uitzendkrachten, met bestandsnaam "Overzicht van 28-11-2016 ( [werknemer eiseres] -28-11-2016 133036).xlsx, bevat v.l.n.r. de kolommen

(...)

Dit document bevat 2077 rijen met persoonsgegevens van inschrijvingen en uitzendkrachten. Het document is voor het laatst gewijzigd op 28 november 2016 om 13.32 (UTC+l) en als laatste opgeslagen door een gebruiker met de gebruikersnaam " [werknemer eiseres] ".

(...)

7 Beantwoording onderzoeksvragen

7.1

Vraag 1

(...)

7.1.1

Beantwoording

Na afronding van de zoekopdracht zijn er tijdens de analyse vier (4) bestanden geselecteerd welke relevant zijn aan de onderzoeksvraag. Onderstaand staat per document de bestandskenmerken.

"\Downloads\back up home.xls"

Kenmerken bestand 1

Bestandsnaam back up home.xls

(...)

Aangemaakt 10/09/13 19:35:21

(...)

Dit bestand is aangetroffen op de persoonlijke laptop van de partner van betrokkene, merk Toshiba, type Satellite L670-10K en met het serienummer 6A478347K. Deze laptop is op 25 november 2015 veiliggesteld in een woning gelegen aan de [adres en woonplaats] .

"\Desktop\back up home.xls"

Kenmerken bestand 2

Bestandsnaam back up home.xls

(...)

Aangemaakt 10/09/13 19:52:40

(...)

Dit bestand is aangetroffen op de persoonlijke laptop van de partner van betrokkene, merk Toshiba, type Satellite L670-10K en met het serienummer 6A478347K. Deze laptop is op 25 november 2015 veiliggesteld in een woning gelegen aan de [adres en woonplaats] .

(...)

"werknemers ajw 25-11-1.5.csv"

Kenmerken bestand 4

Bestandsnaam werknemers ajw 25-11-15.csv

(...)

Dit bestand betreft een extractie van de UBplus Paytra database in rapportvorm, gefilterd op vestiging “AJ”. Er is gebruik gemaakt van filtering, omdat in de Paytra database ook gegevens van andere Paytra klanten zijn opgenomen. De extractie van de database heeft plaatsgevonden op 25 november 2015, ten kantore Paytra B.V. gevestigd te Buitendijks 57 te Papendrecht.

(...)

8 Conclusie

Na uitvoering van de hierboven beschreven onderzoeksstappen kunnen de onderzoeksvragen als volgt worden beantwoord:

1. Is er op de in beslag genomen gegevensdragers een bestand aanwezig met een door VRTU opgebouwde database van technisch geschoolde medewerkers en kandidaten?

Ja. Op de veiliggestelde gegevensdragers zijn twee documenten aangetroffen met een database van technisch geschoolde medewerkers en kandidaten van VRTU. Daarnaast is er één document aangetroffen met een database van klanten van VRTU. Tot slot is de database ook aangetroffen in de extractie van de Paytra UBplus database.

2. Indien dat bestand wordt aangetroffen, geef een nauwkeurige beschrijving van de aard, omvang en inhoud van dat bestand.

Bestand l -"\Downloads\back up home.xls"

Dit document bevat 2071 rijen met persoonsgegevens van inschrijvingen en uitzendkrachten. Drie van deze rijen zijn, buiten de velden voor Nummer, Administratietype, Status en Accountmanager, lege rijen. Buiten een verschil in opmaak is dit bestand identiek aan het bestand aangetroffen op het bureaublad. Van de 2017 rijen zijn er 1958 rijen identiek aan het door VRTU aangeleverde bestand. Verder is er van 108 rijen het adres gewijzigd. Vijf rijen komen niet (meer) voor in het aangeleverde bestand.

Bestand 2 -"\Desktop\back up home.xls"

Dit document bevat 2071 rijen met persoonsgegevens van inschrijvingen en uitzendkrachten. Drie van deze rijen zijn, buiten de velden voor Nummer, Administratietype, Status en Accountmanager, lege rijen. Buiten een verschil in opmaak is dit bestand identiek aan het bestand aangetroffen in de map Downloads. Van de 2017 rijen zijn er 1958 rijen identiek aan het door VRTU aangeleverde bestand. Verder is er van 108 rijen het adres gewijzigd. Dit komt mogelijk doordat het door VRTU aangeleverde document recenter is.

Vijf rijen komen niet (meer) voor in het aangeleverde bestand. Wellicht dat deze personen VRTU hebben verzocht hun persoonsgegevens te verwijderen.

(...)

Bestand 4 -"werknemers ajw 25-11-15.csv"

Dit document bevat 2253 rijen met persoonsgegevens van inschrijvingen en uitzendkrachten. Van deze rijen komen er 2065 overeen met het aangetroffen document "back up home.xls". Deze rijen zijn in meerdere gevallen aangevuld met o.a. een postcode, bankgegevens, identiteitsdocument informatie, etc. Drie rijen komen niet voor in het .csv bestand. Tot slot zijn ook de drie lege rijen niet aangetroffen. Het betreft hier een door Paytra geëxporteerde database van het UBplus systeem.

3.Indien het bestand wordt aangetroffen en zo mogelijk, geef een toelichting op hoe het bestand op de in beslag genomen gegevensdrager(s) terecht is gekomen.

Bestand 1 -"\Downloads\back up home.xls"

Bestanden welke via een webbrowser worden opgeslagen worden, indien gewijzigd, standaard opgeslagen in de "Downloads" folder van de betreffende gebruiker. In dit geval is het de gebruiker " [gebruikersnaam] ". Het is aannemelijk dat het in de Downloads folder aangetroffen bestand middels een webbrowser is gedownload van bijvoorbeeld een webmail. Dit is echter niet met zekerheid te zeggen, doordat de hiervoor benodigde informatie niet kon worden veiliggesteld.

Bestand 2 -"\Desktop\back up home.xls"

Het bureaublad is niet een locatie waar documenten stadaard worden opgeslagen. De onderzoeker vermoedt dan ook dat de gebruiker, ingelogd op het account met gebruikersnaam " [gebruikersnaam] ", bewust het bestand vanuit de map "Downloads" heeft gekopieerd naar het bureaublad.

(...)

Bestand 4 -"werknemers ajw 25-11-1.5.csv"

Bestand 4 betreft een extractie van de database van het UBplus systeem waarin medewerker gegevens staan opgeslagen. In de extractie is het veld "Ingevoerd door" voor de relevante velden in de meeste gevallen leeg. Door DI is meermaals contact opgenomen met (de directie) Paytra om meer informatie te verkrijgen. Tot op het moment van schrijven is hier geen enkele reactie op gekomen. Als gevolg hiervan kan DI niet zeggen welke partij of wie deze gegevens in de database heeft ingevoerd. Paytra heeft tijdens het veiligstellen op 25 november 2015 aangegeven dat AJW Technisch Uitzendbureau B.V. zelf het systeem vult met data.”

2.7.

De rechtbank stelt bij de beoordeling het volgende voorop. De partij die een vordering instelt is gehouden die feiten en omstandigheden te stellen, en bij gemotiveerde betwisting te bewijzen, die tot toewijzing van de vordering kunnen leiden. De rechter kan ingevolge artikel 22 Rv partijen in elke stand van de procedure bevelen de ingenomen stellingen toe te lichten of bepaalde, op de zaak betrekking hebbende, bescheiden over te leggen.

VRTU heeft ter onderbouwing van haar vordering gesteld dat [gedaagde 1] een door VRTU opgebouwde database heeft gekopieerd en meegenomen en dat hij die database in handen van derden heeft laten komen. De rechtbank heeft VRTU op basis van artikel 22 Rv in de gelegenheid gesteld deze stellingen nader te adstrueren (zie tussenvonnis van 12 oktober 2016 onder 2.3 en 2.4) doordat een onderzoeksbureau inzage krijgt in de in beslag genomen gegevensdragers. De procedure bevindt zich derhalve nog in het stadium van (gemotiveerd) stellen en betwisten en niet, zoals partijen blijkens hun processtukken mogelijk voor ogen hebben, in het stadium van de bewijslevering.

2.8.

Uit het onderzoeksrapport volgt dat op de computer van de partner van [gedaagde 1] , op twee verschillende plaatsen, een database met werknemers (back up home) is aangetroffen met 2071 rijen, waarvan 1958 rijen identiek zijn aan het door VRTU aangeleverde bestand. Uit dit rapport volgt voorts dat als onderdeel van de UBplus database van Paytra, gefilterd op vestiging AJ, een database met werknemers (werknemers ajw 25-11-15) is aangetroffen met 2253 rijen, waarvan er 2065 overeenkomen met het document back up home.

2.9.

Op grond van deze conclusies in het onderzoeksrapport acht de rechtbank de stelling van VRTU dat [gedaagde 1] een door VRTU opgebouwde database heeft gekopieerd en meegenomen en in handen van derden (in elk geval Paytra) heeft laten komen voldoende onderbouwd.

2.10.

Het is vervolgens aan [gedaagden] om deze stelling gemotiveerd te betwisten. Dit hebben [gedaagden] naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende gedaan. Gelet op de onderbouwde stellingen van VRTU lag het op de weg van [gedaagden] om een plausibele verklaring te geven voor het feit dat op de computer van de partner van [gedaagde 1] en in de UBplus database van Paytra een database met werknemers is aangetroffen die in hoge mate gelijk is aan de door VRTU aangeleverde database. Deze verklaring hebben [gedaagden] niet gegeven. Gelet daarop doet niet meer ter zake op welke wijze die databases op de computer van de partner van [gedaagde 1] en in de UBplus database van Paytra terecht zijn gekomen.

2.11.

[gedaagden] hebben aangevoerd dat DI, tegen de onderzoeksinstructies van de rechtbank in, bij haar onderzoek gebruik heeft gemaakt van een door VRTU aangeleverd bestand (ook wel brondocument genoemd) en voor [gedaagden] noch het bestand noch de herkomst hiervan te verifiëren is. De rechtbank volgt [gedaagden] hierin niet. Inzet van deze procedure is of [gedaagde 1] een door VRTU opgebouwde database heeft gekopieerd en meegenomen. Teneinde de vordering te kunnen beoordelen is noodzakelijk dat op enig moment de door VRTU opgebouwde database wordt vergeleken met, mits aanwezig, de database met werknemers van [gedaagde 1] . Beide databases bevatten bedrijfsgevoelige informatie. VRTU zal dus [gedaagden] geen inzage wensen te geven in haar database en omgekeerd geldt hetzelfde voor [gedaagden] Onder deze omstandigheden is in het kader van een onderzoek geen andere oplossing mogelijk dan dat een derde de databases vergelijkt en zijn bevindingen rapporteert zonder dat de inhoud van die databases (dat wil zeggen de namen en gegevens van medewerkers en kandidaten) bekend wordt. Er zijn voorts geen feiten of omstandigheden gesteld die de suggestie van [gedaagden] dat het brondocument is gemanipuleerd, ondersteunen. Daarbij komt dat VRTU niet wist of kon weten op welke wijze [gedaagde 1] zijn database van medewerkers en kandidaten heeft georganiseerd en zodoende ook geen daarop afgestemd brondocument aan DI ter beschikking kon stellen. Tot slot wijst de rechtbank erop dat niet zonder meer aannemelijk is dat een onafhankelijk onderzoeksbureau aan de gesuggereerde beïnvloeding van haar onderzoek wenst mee te werken.

2.12.

[gedaagden] hebben voorts aangevoerd dat de door DI bij de partner van [gedaagde 1] en Paytra aangetroffen databases niet 2900 medewerkers en kandidaten bevatten, zoals door VRTU is gesteld. Anders dan [gedaagden] lijken te veronderstellen, was het niet aan VRTU om met het onderzoek door DI aannemelijk te maken of zelfs te bewijzen (vgl. onder 2.7) dat [gedaagde 1] een (uniek) bestand van vrijwel precies 2900 medewerkers en kandidaten in zijn bezit had. Het getal van 2900 is door VRTU genoemd als illustratie dat het ging om een database van aanzienlijke omvang. Met het onderzoek door DI diende VRTU (enkel) haar stelling te onderbouwen dat [gedaagde 1] een door VRTU opgebouwde database heeft gekopieerd en meegenomen door aan te tonen dat sprake is van sterk overeenkomende databases bij VRTU en [gedaagden] De precieze omvang van de database is daarbij, mits het gaat om een database van enige omvang, niet relevant.

2.13.

Terecht hebben [gedaagden] aangevoerd dat DI zonder grond ook onderzoek heeft uitgevoerd naar hun klantenbestand. [gedaagden] hebben echter niet aangegeven welke juridische consequenties aan die constatering dienen te worden verbonden. De rechtbank is van oordeel dat [gedaagden] hiermee niet in hun (proces)belangen zijn geschaad. Deze omstandigheid kan echter wel een rol spelen voor zover VRTU zich in rechte op deze gegevens zou willen beroepen. Dit is echter niet gebleken.

2.14.

Doordat [gedaagde 1] zonder toestemming een door VRTU opgebouwde database met medewerkers en kandidaten heeft gekopieerd en meegenomen, kennelijk om deze te gebruiken om medewerkers en kandidaten te benaderen, en deze databases in handen van derden (in elk geval Paytra) heeft laten komen, heeft hij onrechtmatig jegens VRTU gehandeld. Immers heeft hij een inbreuk gemaakt op een recht van VRTU, althans heeft hij in strijd gehandeld met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Die onrechtmatige daad kan hem ook worden toegerekend. Deze is immers te wijten aan zijn schuld.

2.15.

Ter zake het antwoord op de vraag of ook gedaagden sub 2 tot en met 5 onrechtmatig jegens VRTU hebben gehandeld, stelt de rechtbank het volgende voorop. [gedaagde 1] is sinds 3 september 2013 enig aandeelhouder en bestuurder van [gedaagde 2] Laatstgenoemde vennootschap heeft, eveneens op 3 september 2013, tezamen met twee andere persoonlijke holdingvennootschappen, te weten [holdingvennootschap] en [holdingvennootschap] , de besloten vennootschap AJW Group B.V. opgericht. Deze drie vennootschappen waren nadien (tot 16 oktober 2015) gezamenlijk bestuurder van AJW Group B.V. Laatstgenoemde vennootschap heeft, eveneens op 3 september 2013, op haar beurt AJW Technisch Uitzendbureau B.V. opgericht en is sindsdien enig aandeelhouder en bestuurder van deze vennootschap. Vanaf 16 oktober 2015 is Flexxcompany B.V. enig aandeelhouder van AJW Group B.V. en is [gedaagde 1] in dienst bij AJW Technisch Uitzendbureau B.V. Flexxcompany B.V. is tevens enig aandeelhouder van Paytra, een payrollbedrijf waarvan AJW Technisch Uitzendbureau B.V. reeds gebruik maakte toen [gedaagde 1] nog (indirect) bestuurder van deze vennootschap was (zie onder meer productie 12 bij dagvaarding).

2.16.

Naar het oordeel van de rechtbank kan onder deze omstandigheden, waarbij geldt dat alle vennootschappen nauw met elkaar zijn verweven en [gedaagde 1] ten tijde van zijn onrechtmatige gedraging een belangrijke rol had binnen deze structuur van vennootschappen die gezamenlijk als uitzendbureau opereren ten behoeve waarvan [gedaagde 1] de database heeft gekopieerd en meegenomen, de onrechtmatige gedraging van [gedaagde 1] als gedraging van de vennootschappen worden aangemerkt. Dat de vennootschappen ook daadwerkelijk de beschikking hebben gehad over de database leidt de rechtbank af uit het onderzoekrapport en de gestelde en niet betwiste benaderingen van uitzendkrachten uit de database door “AJW Uitzendbureau”.

2.17.

AJW Group B.V. en AJW Technisch Uitzendbureau B.V. hebben aangevoerd dat de onrechtmatige daad van [gedaagde 1] niet aan hen kan worden toegerekend. Daartoe hebben zij gesteld dat zij geen weet hadden dat de door [gedaagde 1] ingebrachte databases onrechtmatig zouden kunnen zijn verkregen of een vermeend gebruik hiervan een onrechtmatige daad jegens VRTU zou opleveren. De rechtbank verwerpt dit verweer. Zoals volgt uit het voorgaande werden AJW Group B.V. en AJW Technisch Uitzendbureau B.V. ten tijde van de onrechtmatige gedraging van [gedaagde 1] (indirect) bestuurd door [gedaagde 1] , [bestuurder gedaagde 3 en 4] en [bestuurder gedaagde 3 en 4] . De rechtbank acht onaannemelijk dat de andere twee directieleden niet wisten van de handelingen van het derde directielid [gedaagde 1] . Daarnaast acht de rechtbank onaannemelijk dat AJW Group B.V. en AJW Technisch Uitzendbureau B.V, althans hun (indirecte) bestuurders, zich niet hebben afgevraagd hoe de onderneming gelijk bij de start daarvan al beschikte over een dergelijke grote database van kandidaten, die de kern van de onderneming vormde en die normaal gesproken over een veel langere tijd wordt opgebouwd.

2.18.

Uit het voorgaande volgt dat [gedaagde 1] door het meenemen en kopiëren van een door VRTU opgebouwd bestand en het aan derden ter beschikking stellen daarvan onrechtmatig jegens VRTU heeft gehandeld en aansprakelijk is voor de schade die VRTU dientengevolge lijdt. Uit doelmatigheidsoverwegingen zal de rechtbank in het midden laten of [gedaagde 1] daardoor ook tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichting uit de arbeidsovereenkomst, zoals VRTU (primair) stelt. Voor de omvang en de hoogte van de door VRTU geleden schade doet niet ter zake of deze wordt gebaseerd op tekortschieten uit hoofde van de arbeidsovereenkomst of op onrechtmatige daad, terwijl aldus de – mogelijk met bewijslevering gepaard gaande – vraag of in de arbeidsovereenkomst een verbodsbeding met betrekking tot het meenemen van documenten is opgenomen (hetgeen [gedaagde 1] betwist) geen behandeling meer behoeft.

2.19.

[gedaagden] zijn verplicht de schade die VRTU lijdt als gevolg van het onrechtmatig handelen door [gedaagden] te vergoeden. VRTU heeft vergoeding van schade op te maken bij staat gevorderd. Voor toewijzing van deze vordering is voldoende dat de mogelijkheid van schade aannemelijk is.

VRTU heeft daartoe onder meer gesteld dat zij schade heeft geleden doordat bedrijfsgeheime informatie in handen van derden is gekomen. Verder bestaat haar schade uit omzetderving omdat haar personeelsbestand van actieve medewerkers onder de 150 is gezakt en [gedaagden] medewerkers hebben gecontracteerd die voorheen bij VRTU werkzaam waren. De rechtbank acht dit voldoende voor het aannemen van de mogelijkheid van schade en zal de vordering daarom toewijzen. In de schadestaatprocedure kan aan de orde komen in hoeverre de database van VRTU uniek is en in hoeverre het onrechtmatig handelen van [gedaagden] dienaangaande tot schade voor VRTU heeft geleid.

2.20.

[gedaagden] zullen derhalve hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van de door VRTU als gevolg van het hiervoor beschreven onrechtmatige handelen van [gedaagden] geleden en nog te lijden schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet. Gelet hierop bestaat er geen belang bij de gevorderde verklaring voor recht. De verklaring voor recht zal derhalve om die reden niet worden toegewezen.

2.21.

[gedaagden] zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van VRTU worden begroot op:

- dagvaarding € 77,84

- griffierecht 613,00

- salaris advocaat 1.356,00 (3,0 punten × tarief € 452,00)

Totaal € 2.046,84

2.22.

VRTU vordert [gedaagden] te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in art. 706 Rv toewijsbaar. De beslagkosten worden begroot op in totaal € 4.703,17 (€ 4.251,17 voor verschotten en € 452,00 voor salaris advocaat).

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk, des de één betalende de anderen zullen zijn gekweten, tot vergoeding van de door VRTU als gevolg van het onrechtmatig handelen van [gedaagden] geleden en nog te lijden schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet,

3.2.

veroordeelt [gedaagden] in de proceskosten, aan de zijde van VRTU tot op heden begroot op € 2.046,84,

3.3.

veroordeelt [gedaagden] in de beslagkosten, tot op heden begroot op € 4.703,17,

3.4.

veroordeelt [gedaagden] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [gedaagden] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

3.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Koekebakker en in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2018.

2111/1582