Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:487

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
19-01-2018
Datum publicatie
24-01-2018
Zaaknummer
10/189438-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vijf inbraken in personenauto’s en vier pogingen daartoe. Hiertoe heeft de verdachte binnen korte tijd op een parkeerplaats de ruiten van negen auto’s op soortgelijke herkenbare wijze ingeslagen. De rechtbank heeft in dit vonnis voor de bewezenverklaring van de pogingen gebruik gemaakt van ketenbewijs.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/189438-17

Datum uitspraak: 19 januari 2018

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] te [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. W.J. van Bel, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 5 januari 2018.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. M. Goudzwaard heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 150 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 77 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich zal gedragen naar de aanwijzingen van de reclassering, hetgeen mede kan inhouden een meldplicht, een ambulante behandel-verplichting en andere voorwaarden het gedrag betreffende;

  • -

    opheffing geschorste bevel voorlopige hechtenis.

4 Waardering van het bewijs

De verdachte heeft ter zitting aangegeven vanwege zijn dronkenschap zich het allemaal niet

meer te kunnen herinneren. De raadsman heeft aangegeven zich te refereren aan het oordeel

van de rechtbank.

De volgende (uit de bewijsmiddelen blijkende) feiten en omstandigheden hebben ter zitting

niet ter discussie gestaan en kunnen zonder nadere motivering dienen als vertrekpunt voor

de beoordeling van de bewijsvraag.

In de vroege ochtend van 23 september 2017 werd getuige [naam getuige] wakker van harde knallen. Toen hij uit het raam van zijn woning keek zag hij een in het donker geklede jongen met een rugzak op de voor het NS-station Schiedam gelegen parkeerplaats de achterruit van een witte auto kapot slaan. Daarop heeft [naam getuige] de politie gewaarschuwd. De ter plaatse gekomen politie heeft deze jongen, die later de verdachte bleek te zijn, vervolgens opgepakt. De verdachte had handschoenen aan en er stak een schroevendraaier uit zijn broekzak. Bij zijn aanhouding droeg de verdachte twee rugzakken en twee donkerkleurige jassen over elkaar, waarvan één jas met de ‘wafer’ er nog op. In de jaszakken van deze jas en op de schoenen van de verdachte bevonden zich kleine stukjes glas.

De witte auto waar [naam getuige] het in zijn verklaring over had, bleek een op de Singel geparkeerd staande Peugeot 208 met kenteken [kentekennummer 1] te zijn. Bij nader onderzoek door de politie bleek op een parkeerterrein van Q-Park gelegen aan de Parallelweg te Schiedam (aan de andere zijde van het station) dat bij de overige acht in de tenlastelegging genoemde personenauto’s eveneens sprake was van één of meer op eenzelfde wijze vernielde ruiten. Op het dak van de auto met kenteken [kentekennummer 2] vond de politie twee lifehammers. In de auto met kenteken [kentekennummer 3] werden meerdere geopende blikken bier van het merk Brand aangetroffen en op het dak van de auto met kenteken [kentekennummer 4] werden door de politie nog vijf blikjes bier van het merk Brand aangetroffen. De door de aangevers [naam slachtoffer 1] ,

[naam slachtoffer 2] , [naam slachtoffer 3] , [naam slachtoffer 4] en [naam slachtoffer 5] opgegeven gestolen goederen zijn door de politie bij de verdachte aangetroffen, dan wel op of in de directe omgeving van de plaats delict aangetroffen.

Conform vaste jurisprudentie van de Hoge Raad is het gebruik van aan andere bewezen geachte, soortgelijke, feiten ten grondslag liggende bewijsmiddelen als ondersteunend bewijs (schakel-, ketting- of ketenbewijs) toegelaten. Daarbij moet het gaan om bewijs-materiaal van die andere feiten dat op essentiële punten belangrijke overeenkomsten vertoont met het bewijsmateriaal van de ook te bewijzen feiten en dat duidt op een specifiek patroon, welk patroon herkenbaar aanwezig is in de voor het te bewijzen feit voorhanden bewijsmiddelen. De rechtbank is van oordeel dat hiervan in de tenlastelegging genoemde gevallen sprake is. Binnen korte tijd zijn van de in de directe omgeving van elkaar geparkeerd staande auto’s meerdere ruiten ingeslagen op een soortgelijke herkenbare wijze.

Al het voorgaande, in onderling verband en samenhang beschouwd, maakt dat voldoende wettig en overtuigend bewijs voor handen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde. Daarbij is ook in aanmerking genomen dat de onder 2 ten laste gelegde pogingen op dezelfde parkeerplaats hebben plaatsgevonden als de vijf voltooide diefstallen en dat steeds op dezelfde wijze braakschade is veroorzaakt.

Voor een alternatief scenario is geen enkele aanwijzing te vinden in de stukken.

5 Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij op 23 september 2017 te Schiedam, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

- in een auto (Peugeot 208 met kenteken [kentekennummer 1] ), staande aan de Singel

heeft weggenomen diverse goederen (voetbalschoenen van het merk Nike en een voetbal van het merk Nike), toebehorende aan [naam slachtoffer 1] en

- in een auto (Kia Picanto met kenteken [kentekennummer 5] ), staande aan de Parallelweg (parkeerplaats Q-park) heeft weggenomen diverse goederen (onder andere een groene rugzak van het merk Dakine met inhoud), toebehorende aan [naam slachtoffer 2] en

- in een auto (Opel Astra met kenteken [kentekennummer 2] ), staande aan de Parallelweg (parkeerplaats Q-park) heeft weggenomen diverse goederen (onder andere een zwarte rugzak met het NS-logo met inhoud), toebehorende aan [naam slachtoffer 3] en

- in een auto (Toyota met kenteken [kentekennummer 6]), staande aan de Parallelweg (parkeerplaats Q-park) heeft weggenomen een jas en een blikjes bier, toebehorende aan [naam slachtoffer 4] en

- in een auto (Peugeot met kenteken [kentekennummer 7] ), staande aan de Parallelweg (parkeerplaats Q-park) heeft weggenomen startkabels en een veiligheidshesje toebehorende aan [naam slachtoffer 5] en/of [naam slachtoffer 6] , waarbij verdachte telkens zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

2. primair

hij op 23 september 2017 te Schiedam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in meerdere voertuigen (te weten een Volkswagen Crafter met kenteken [kentekennummer 3] en een Volkswagen Transporter met kenteken [kentekennummer 8] en Lancia met kenteken [kentekennummer 9] en een Fiat met kenteken

[kentekennummer 10] ), staande aan/nabij de Parallelweg (parkeerplaats Q-park), weg te nemen enig goed van zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan (respectievelijk) [naam slachtoffer 7] en [naam slachtoffer 8] en/of [naam slachtoffer 9] en [naam slachtoffer 10] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte, en telkens zich daarbij de toegang tot de plaatsen van het misdrijf te

verschaffen door middel van braak, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

6 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1.

diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd;

2.

poging diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van

de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

7 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

8 Motivering straf

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten,

de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vijf inbraken in personenauto’s en vier pogingen daartoe. In een zeer kort tijdsbestek heeft de verdachte ongekend veel schade en overlast veroorzaakt door de ruiten van de auto’s in te slaan en waardevolle spullen uit vijf auto’s te stelen. Voor de gedupeerden heeft dit veel overlast veroorzaakt en daarmee de nodige irritatie en frustratie. De verdachte heeft door zijn handelen geen enkel respect getoond voor hun bezittingen. Dergelijke misdrijven zorgen daarnaast ook voor gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving.

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van

14 december 2017, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor vermogens- en geweldsdelicten.

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 12 oktober 2017. In dit rapport wordt geconcludeerd dat het middelengebruik van de verdachte vermoedelijk leidend is geweest bij de totstandkoming van de door hem gepleegde delicten. Daarnaast zijn de leefomstandigheden van de verdachte zorgelijk. Hij is dakloos, heeft problematische schulden en heeft slechts af en toe werk via een uitzendbureau. In het verleden is de verdachte gediagnosticeerd met ADHD en er zijn bij de reclassering vermoedens dat er bij de verdachte sprake is van een forse persoonlijkheidsproblematiek.

Ter zitting heeft de verdachte zich tegenover de rechtbank akkoord verklaard met het doen laten opmaken van rapportage omtrent een hem betreffend persoonlijkheidsonderzoek.

Geadviseerd wordt een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen aan de verdachte met verplicht reclasseringscontact, hetgeen mede kan inhouden een meldplicht, een ambulante behandelverplichting en andere door de reclassering op te leggen voorwaarden betreffende het gedrag.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank houdt echter rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder de zorgwekkende persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de mogelijk ernstige persoonlijkheids-problematiek. Ook wordt in aanmerking genomen dat de verdachte na de schorsing van de voorlopige hechtenis geen nieuwe strafbare feiten heeft begaan en de opgelegde bijzondere voorwaarden goed heeft nageleefd.

De rechtbank zal daarom een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Gelet op de bij de verdachte spelende problematiek zal de rechtbank aan het voorwaardelijk op te leggen strafdeel een langere proeftijd verbinden dan gebruikelijk.

Alles afwegend wordt na te noemen straf passend en geboden geacht.

9 Vordering benadeelde partij

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde] ter zake van het onder 1 ten laste gelegde feit, dat ziet op de inbraak in de Opel Astra met kenteken [kentekennummer 2] . De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 950,00 aan materiële schade en € 1.750,00 aan immateriële schade.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vordering van de benadeelde partij voor wat betreft de gevorderde materiële schade toewijsbaar is en dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het overige gedeelte van de vordering.

Ook heeft zij verzocht om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering.

Beoordeling

De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu de gevorderde materiële schade onvoldoende is onderbouwd en voor wat betreft de gevorderde immateriële schade niet is komen vast te staan dat die schade rechtstreeks verband houdt met het onder 1 bewezen verklaarde feit, waar de vordering op ziet en waarmee bij de strafoplegging rekening is gehouden. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 45, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

11 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

12 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 primair ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 150 (honderdvijftig) dagen;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 77 (zevenenzeventig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 3 jaar, na te melden voorwaarden overtreedt;

stelt als algemene voorwaarden:

  • -

    de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

  • -

    de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

  • -

    de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

stelt als bijzondere voorwaarden:

1. de veroordeelde zal zich houden aan de aanwijzingen van de reclassering en zal zich melden bij de reclassering, gedurende 36 maanden, of zoveel korter als de reclassering noodzakelijk vindt;

2. de veroordeelde zal zich onder ambulante behandeling stellen bij Bouman GGZ of een soortgelijke instelling voor zijn problematiek, gedurende 36 maanden, of zoveel korter als de reclassering in overleg met de instelling verantwoord vindt;

3. de veroordeelde zal zich houden aan de aanwijzingen die door of namens de reclassering worden gegeven ten aanzien van het verkrijgen van woonruimte en het op orde krijgen van zijn financiën, gedurende 36 maanden, of zoveel korter als de reclassering noodzakelijk vindt;

4. de veroordeelde zal zijn medewerking verlenen aan een persoonlijkheidsonderzoek, indien de reclassering dat noodzakelijk vindt;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst;

verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt

dat de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. V.F. Milders, voorzitter,

en mrs. C.G. van de Grampel en G.P. van Beek, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H.C. Fraaij, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 januari 2018.

De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij in de periode van 23 september 2017 tot en met 24 september 2017 te Schiedam, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

- in/uit een auto (Peugeot 208 met kenteken [kentekennummer 1] ), staande aan de Singel

heeft weggenomen diverse goederen (voetbalschoenen van het merk Nike en/of een voetbal van het merk Nike), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

- in/uit een auto (Kia Picanto met kenteken [kentekennummer 5] ), staande aan de Parallelweg (parkeerplaats Q-park) heeft weggenomen diverse goederen (onder andere een groene rugzak van het merk Dakine met inhoud), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

in/uit een auto (Opel Astra met kenteken [kentekennummer 2] ), staande aan de Parallelweg (parkeerplaats Q-park) heeft weggenomen diverse goederen (onder andere een zwarte rugzak met het NS-logo met inhoud), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

in/uit een auto (Toyota met kenteken [kentekennummer 6]), staande aan de

Parallelweg (parkeerplaats Q-park) heeft weggenomen een jas en/of een

blikjes bier, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 4]

, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of

in/uit een auto (Peugeot met kenteken [kentekennummer 7] ), staande aan de Parallelweg (parkeerplaats Q-park) heeft weggenomen startkabel(s) en/of een veiligheidshesje, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 5] en/of [naam slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte waarbij verdachte (telkens) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben/heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik hebben/heeft gebracht door middel van braak,

verbreking en/of inklimming;

(art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij in of omstreeks de periode van 23 september 2017 tot en met 24 september 2017 te Schiedam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een of meerdere voertuigen (te weten een Volkswagen Crafter met kenteken [kentekennummer 3] en/of een Volkswagen Transporter met kenteken [kentekennummer 8] en/of Lancia met kenteken [kentekennummer 9] en/of een Fiat met kenteken

[kentekennummer 10] ), staande aan/nabij de Parallelweg (parkeerplaats Q-park), weg te nemen enig goed van zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan (respectievelijk) [naam slachtoffer 7] en/of [naam slachtoffer 8] en/of [naam slachtoffer 9] en/of [naam slachtoffer 10] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en (telkens) zich daarbij de toegang tot de plaats(en) van het misdrijf te

verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, (telkens) één of meerdere ruiten van voornoemde auto's heeft vernield, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 23 september 2017 tot en met 24 september 2017 te Schiedam opzettelijk en wederrechtelijk één of meerdere ruiten van één of meerdere voertuigen (te weten een Volkswagen Crafter met kenteken [kentekennummer 3] en/of

een Volkswagen Transporter met het kenteken [kentekennummer 8] en/of een Lancia met kenteken

[kentekennummer 9] en/of een Fiat met kenteken [kentekennummer 10] ), staande aan/nabij de Parallelweg (parkeerplaats Q-park), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten

(respectievelijk) aan [naam slachtoffer 7] en/of [naam slachtoffer 8] en/of [naam slachtoffer 9] en/of [naam slachtoffer 10] , toebehoorde, heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

( art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht )