Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:4769

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
29-03-2018
Datum publicatie
18-06-2018
Zaaknummer
10/682150-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bewezenverklaring van 9 maal diefstal in vereniging van geldbedragen door middel van een gestolen bankpas en afgekeken pincode. Gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/682150-16

Datum uitspraak: 29 maart 2018

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting uit anderen hoofde

gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Lelystad,

raadsman mr. C.J.M. Jansen, advocaat te Tilburg.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 15 maart 2018.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. W.L. van Prooijen heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van de onder 1 tot en met 9 ten laste gelegde feiten;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met een proeftijd van twee jaar en als bijzondere voorwaarden een meldplicht en medewerking aan (ambulante) begeleiding door Jans Arends of een soortgelijke instelling.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 tot en met 9 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij op 12 januari 2013 te Zwijndrecht

tezamen en in vereniging met een ander,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een geldautomaat heeft

weggenomen een geldbedrag (250,- euro), geheel toebehorende aan [naam slachtoffer 1] ,

waarbij verdachte het weg te nemen goed onder

zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te

weten een bankpas tot welk gebruik hij, verdachte niet

gerechtigd/gemachtigd/bevoegd was;

2.

hij op 10 mei 2013 te Tilburg

tezamen en in vereniging met een ander ,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een geldautomaat heeft

weggenomen geldbedragen (in totaal 2.014,- euro), geheel toebehorende aan [naam slachtoffer 2] , waarbij verdachte de weg te nemen goederen onder

zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te

weten een bankpas tot welk gebruik hij, verdachte niet

gerechtigd/gemachtigd/bevoegd was;

3.

hij op 15 november 2013 te Veldhoven

tezamen en in vereniging met een ander,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een geldautomaat heeft

weggenomen geldbedragen (in totaal ongeveer 1.860,- euro), geheel toebehorende aan [naam slachtoffer 3] , waarbij verdachte de/ weg te nemen goederen onder

zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te

weten een bankpas tot welk gebruik hij, verdachte niet

gerechtigd/gemachtigd/bevoegd was;

4.

hij op 12 oktober 2013 te Waalwijk

tezamen en in vereniging met een ander ,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een geldautomaat heeft

weggenomen een geldbedrag (1.000,- euro), geheel toebehorende aan [naam slachtoffer 4] ,

waarbij verdachte het weg te nemen goed onder

zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te

weten een bankpas tot welk gebruik hij, verdachte niet

gerechtigd/gemachtigd/bevoegd was;

5.

hij op 14 november 2013 te Boxmeer en Nijmegen,

tezamen en in vereniging met een ander ,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een geldautomaat heeft

weggenomen geldbedragen (in totaal 14.311,- euro), geheel toebehorende aan [naam slachtoffer 5] ,

waarbij verdachte de weg te nemen goederen onder

zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te

weten een bankpas tot welk gebruik hij, verdachte niet

gerechtigd/gemachtigd/bevoegd was;

6.

hij op 27 september 2013 te Roosendaal

tezamen en in vereniging met een ander,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een geldautomaat heeft

weggenomen een geldbedrag (1.250,- euro), geheel toebehorende aan [naam slachtoffer 6] ,

waarbij verdachte het weg te nemen goed onder

zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te

weten een bankpas tot welk gebruik hij, verdachte niet

gerechtigd/gemachtigd/bevoegd was;

7.

hij op of 05 oktober 2013 te 's-Hertogenbosch

tezamen en in vereniging met een ander,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een geldautomaat heeft

weggenomen een geldbedrag (1.000,- euro), geheel toebehorende aan [naam slachtoffer 7] ,

waarbij verdachte het weg te nemen goed onder

zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te

weten een bankpas tot welk gebruik hij, verdachte niet

gerechtigd/gemachtigd/bevoegd was;

8.

hij op 10 december 2013 te Veenendaal

tezamen en in vereniging met een ander ,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een geldautomaat heeft

weggenomen geldbedragen (in totaal ongeveer 6.275,- euro), geheel toebehorende aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte de weg te nemen goederen onder

hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te

weten een bankpas tot welk gebruik hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet

gerechtigd/gemachtigd/bevoegd waren;

9.

hij op 27 september 2013 te Roosendaal

tezamen en in vereniging met een ander,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een geldautomaat heeft

weggenomen een geldbedrag (1.100,- euro), geheel toebehorende aan [naam slachtoffer 8] ,

waarbij verdachte het weg te nemen goed onder

zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te

weten een bankpas tot welk gebruik hij, verdachte niet

gerechtigd/gemachtigd/bevoegd was;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

5 Strafbaarheid feit

De bewezen feiten leveren op:

medeplegen van diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich met een ander of anderen een groot aantal keren schuldig gemaakt aan het pinnen met een gestolen bankpas. Deze passen waren door zakkenrollerij verkregen. De slachtoffers werden gevolgd terwijl zij geld pinden of bij een kassa afrekenden, de pincode werd afgekeken en vervolgens werd de bankpas gestolen. Daarna werden in een kort tijdsbestek de rekeningen van de slachtoffers geplunderd bij pinautomaten. Met deze modus operandi, die keer op keer werd toegepast in verschillende steden, kan er naar het oordeel van de rechtbank gesproken worden van een landelijk actieve organisatie.

De slachtoffers waren personen op leeftijd. Er is kennelijk bewust gezocht en samengewerkt om een persoon, waarvan (bijvoorbeeld) de verwachting was dat die minder snel de pincode intoetst en niet voldoende alert was en makkelijk af te leiden was te bestelen. De wijze van het plegen van de feiten werd gekenmerkt door een doortrapte voorbereiding en berekenende sluwheid. De verdachte heeft op geen enkele wijze respect getoond voor andermans bezittingen, maar was slechts uit op financieel gewin. Deze diefstallen leveren, naast ongemak en ergernis voor de directe slachtoffers, aanzienlijke schadeposten op, terwijl dit soort feiten tevens bijdraagt aan de gevoelens van onveiligheid bij de slachtoffers en in de samenleving.

De verdachte heeft bij de politie en ter zitting verklaard dat hij het geld heeft gepind, maar dat medeverdachte [naam medeverdachte] verantwoordelijk was voor het stelen van de pas en het afkijken van de pincode. Hij moest pinnen omdat zij niet zichtbaar wilde zijn op de camerabeelden van de pinautomaten. De rechtbank zal rekening houden met deze ondergeschikte rol die de verdachte in het geheel heeft aangenomen. De verklaring van de verdachte sluit aan bij de betrokkenheid van medeverdachte [naam medeverdachte] bij de feiten 6, 7 en 9.

De verdachte heeft verantwoordelijkheid genomen voor de ten laste gelegde feiten. Uit het dossier is gebleken dat hij zich zelf bij de politie heeft gemeld om ‘schoon schip’ te maken en in dat kader heeft hij uit eigen beweging een groot aantal feiten bekend waarbij hij (nog) niet in beeld was als verdachte. De rechtbank kent aan deze omstandigheid een straf verminderend effect toe.

Door de raadsman van de verdachte is aangevoerd dat sprake is van veel tijdsverloop tussen de pleegdata en de zittingsdatum. De rechtbank constateert dat de verdachte zich in januari 2015 heeft gemeld bij de politie en reeds toen de feiten heeft bekend. In oktober 2016 heeft hij een verklaring heeft afgelegd over de betrokkenheid van de medeverdachte. De verdachte heeft na het afleggen van zijn (bekennende) verklaring in redelijkheid de verwachting kunnen hebben dat het openbaar ministerie een strafvervolging tegen hem in zou stellen. Sinds zijn bekennende verklaringen en het eindvonnis is een periode van langer dan twee jaren verstreken. In onderhavige zaak is daarom sprake van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoel in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Nu deze overschrijding niet is toe te rekenen aan de verdachte, zal dit gecompenseerd worden door te kiezen voor een andere strafmodaliteit.

In het geval de redelijke termijn niet zou zijn overschreden, zou de rechtbank aanleiding hebben gezien een deel van de gevangenisstraf onvoorwaardelijk op te leggen. Gelet op het voorgaande zal de gehele straf voorwaardelijk worden opgelegd.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 26 februari 2018, waaruit blijkt dat de verdachte eenmaal eerder is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit.

7.3.2.

Rapportages

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 6 april 2017. Dit rapport houdt het volgende in.

Vanuit zijn achtergrond heeft de verdachte onvoldoende geleerd wat goed en fout is. Eigen belang en winstbejag stonden altijd voorop.

Ondanks zijn sterke en oprecht lijkende wil om te veranderen, heeft de reclassering zorgen om de invloed van bepaalde familieleden op de verdachte. Daarnaast is sprake van afwijkende waarden en normenbesef, wat een gevolg is van zijn opvoeding. Om die reden wordt de kans op herhaling momenteel ingeschaald op gemiddeld.

Ingeschat wordt een laag tot gemiddeld risico op een onttrekking aan voorwaarden. Tussen oktober 2016 en januari 2017 heeft de verdachte in het kader van een schorsing toezicht gehad van de reclassering en in die periode hield hij zich aan de afspraken. In het verleden heeft hij zich wel onttrokken aan toezicht en interventies.

De reclassering adviseert een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met daarbij de volgende bijzondere voorwaarden:

- meldplicht;

- de verplichting medewerking te verlenen aan (ambulante) begeleiding door Jan Arends of soortgelijke instelling.

De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd.

Omdat de rechtbank van oordeel is dat de redelijke termijn is overschreden, en gelet op het feit dat de verdachte zijn verantwoordelijkheid heeft genomen voor de ten laste gelegde feiten en sinds de onderhavige feiten geen strafbaar feit meer heeft gepleegd, zal de rechtbank deze gevangenisstraf geheel voorwaardelijk opleggen. Aan deze voorwaardelijke straf zullen de hierna te noemen, en door de reclassering geadviseerde, voorwaarden worden verbonden.

Deze voorwaardelijke straf dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8 Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [naam benadeelde] ter zake van het onder 1 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 210,00 aan materiële schade.

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie vordert een toewijzing van €150,00. De officier vordert de € 60,00
voor de schadepost ‘blokkeren geldgleuf’ niet-ontvankelijk te verklaren, vanwege een onvoldoende onderbouwing.

8.2.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft verzocht de schadepost ‘blokkeren geldgleuf’ niet-ontvankelijk te verklaren. Voor de overige € 150,00 refereert hij zich aan het oordeel van de rechtbank.

8.3.

Beoordeling

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het onder 1 bewezen verklaarde strafbare feit, rechtstreeks materiële schade is toegebracht en de gevorderde € 150,00 van de schadepost ‘misbruik pinpas’ de rechtbank ook overigens niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt en door de verdachte niet is weersproken, zal dit deel van de vordering worden toegewezen.

Het deel van de vordering van de benadeelde partij dat betrekking heeft op het blokkeren van de geldgleuf is niet onderbouwd en daarmee onvoldoende duidelijk. De benadeelde partij zal in zoverre niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 12 januari 2013.

Nu de vordering van de benadeelde partij (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt tot op heden begroot op nihil.

8.4.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 150,00, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 47, 57, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 tot en met 9 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden;

bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 jaar, na te melden voorwaarden overtreedt;

stelt als algemene voorwaarden:

  • -

    de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

  • -

    de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

  • -

    de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

stelt als bijzondere voorwaarden:

  1. de veroordeelde moet zich binnen drie dagen volgend op het vonnis melden bij Reclassering Nederland op het volgende adres: Allenhouderstraat 25 te Tilburg, tussen 09:00 en 12:00 uur. Hierna moet de veroordeelde zich blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

  2. De veroordeelde wordt verplicht om medewerking te verlenen aan (ambulante) begeleiding door Jan Arends of een soortgelijke instelling, zulks ter beoordeling van de reclassering, en zich te houden aan de aanwijzingen, afspraken en interventies die deze instelling/voorziening in overleg met de reclassering heeft opgesteld, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde] , te betalen een bedrag van € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 12 januari 2013 tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde] te betalen € 150,00 (hoofdsom, zegge: honderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 januari 2013 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 150,00 vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 3 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.A.M.J. Janssen-Timmermans, voorzitter,

en mrs. A.A.T. Werner en W.J. Loorbach, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. drs. M.R. Moraal, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 12 januari 2013 te Zwijndrecht

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een geldautomaat heeft

weggenomen een (of meer) geldbedrag(en) (in totaal ongeveer 250,- euro), in

elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 1] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te

weten een bankpas tot welk gebruik hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet

gerechtigd/gemachtigd/bevoegd was/waren;

2.

hij op of omstreeks 10 mei 2013 te Tilburg

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een geldautomaat heeft

weggenomen een (of meer) geldbedrag(en) (in totaal ongeveer 2.014,- euro), in

elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 2] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te

weten een bankpas tot welk gebruik hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet

gerechtigd/gemachtigd/bevoegd was/waren;

3.

hij op of omstreeks 15 november 2013 te Veldhoven

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een geldautomaat heeft

weggenomen een (of meer) geldbedrag(en) (in totaal ongeveer 1.860,- euro), in

elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 3] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te

weten een bankpas tot welk gebruik hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet

gerechtigd/gemachtigd/bevoegd was/waren;

4.

hij op of omstreeks 12 oktober 2013 te Waalwijk

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een geldautomaat heeft

weggenomen een (of meer) geldbedrag(en) (in totaal ongeveer 1.000,- euro), in

elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 4] , in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te

weten een bankpas tot welk gebruik hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet

gerechtigd/gemachtigd/bevoegd was/waren;

5.

hij op of omstreeks 14 november 2013 te Boxmeer en/of Nijmegen, in elk geval

in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een geldautomaat heeft

weggenomen een (of meer) geldbedrag(en) (in totaal ongeveer 14.311,- euro), in

elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 5] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te

weten een bankpas tot welk gebruik hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet

gerechtigd/gemachtigd/bevoegd was/waren;

6.

hij op of omstreeks 27 september 2013 te Roosendaal

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een geldautomaat heeft

weggenomen een (of meer) geldbedrag(en) (in totaal ongeveer 1.250,- euro), in

elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 6] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te

weten een bankpas tot welk gebruik hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet

gerechtigd/gemachtigd/bevoegd was/waren;

7.

hij op of omstreeks 05 oktober 2013 te 's-Hertogenbosch

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een geldautomaat heeft

weggenomen een (of meer) geldbedrag(en) (in totaal ongeveer 1.000,- euro), in

elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 7] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te

weten een bankpas tot welk gebruik hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet

gerechtigd/gemachtigd/bevoegd was/waren;

8.

hij op of omstreeks 10 december 2013 te Veenendaal

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een geldautomaat heeft

weggenomen een (of meer) geldbedrag(en) (in totaal ongeveer 6.275,- euro), in

elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 9] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te

weten een bankpas tot welk gebruik hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet

gerechtigd/gemachtigd/bevoegd was/waren;

9.

hij op of omstreeks 27 september 2013 te Roosendaal

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een geldautomaat heeft

weggenomen een (of meer) geldbedrag(en) (in totaal ongeveer 1.100,- euro), in

elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 8] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te

weten een bankpas tot welk gebruik hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet

gerechtigd/gemachtigd/bevoegd was/waren;