Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:4689

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
21-03-2018
Datum publicatie
15-06-2018
Zaaknummer
10/650072-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Belaging en handelen in strijd met een gedragsaanwijzing. Aan de verdachte wordt een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf opgelegd. Hij wordt in verminderde mate toerekeningsvatbaar geacht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/650072-16

Datum uitspraak: 21 maart 2018

Tegenspraak

Verkort vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren op [geboortedatum verdachte] te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ),

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] .

raadsvrouw mr. C.A. Lucardie advocaat te ‘s-Gravenhage.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 7 maart 2018.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. E. Baars heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden met aftrek van voorarrest, met een proeftijd van twee jaar en als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij GGZ Palier, een ambulante behandelverplichting bij Palier of een soortgelijke instelling en een verplichting om medewerking te verlenen aan urinecontroles;

  • -

    de dadelijk uitvoerbaarheid van de gestelde bijzondere voorwaarden;

  • -

    oplegging van een taakstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen vervangende hechtenis.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering feit 1

4.1.1.

Standpunt verdediging

De raadsvrouw heeft partiële vrijspraak bepleit. De verdachte heeft alleen op 9 oktober 2015 bij de woning van aangeefster aangebeld zodat ten aanzien van het eerste gedachtestreepje geen sprake is van een stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de aangeefster.

Daarnaast heeft de verdachte de sms-berichten in een emotionele opwelling verstuurd. Hij was boos. De inhoud van de berichten was niet serieus bedoeld. Aangeefster heeft zich in haar contacten met de verdachte ook niet onbetuigd gelaten.

4.1.2.

Beoordeling

Onbetwist is dat de verdachte aangeefster in de ten laste gelegde periode van ruim negen maanden veelvuldig heeft gebeld, dat hij haar bedreigende sms- en WhatsApp-berichten heeft gestuurd en dat hij bij haar woning is geweest en daar meermalen heeft aangebeld. Gelet op de veelal dreigende inhoud van de berichten, alsmede de frequentie en intensiteit van het gezochte contact heeft de verdachte naar het oordeel van de rechtbank in die tijd stelselmatig inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster. Dat de verdachte slechts eenmaal bij de woning van aangeefster is geweest betekent niet dat deze gedraging niet (mede) redengevend is voor de bewezenverklaarde stelselmatigheid. De tenlastegelegde gedragingen dienen immers in onderling verband en samenhang te worden beoordeeld.

Uit de inhoud van de berichten leidt de rechtbank af dat de verdachte het oogmerk had om aangeefster vrees aan te jagen. Dat de berichten uit boosheid of in een opwelling zijn verstuurd doet daaraan niet af. Evenmin is van belang of de aangeefster zich in haar berichten aan de verdachte eveneens beledigend of kwetsend zou hebben uitgelaten.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan.

Het verweer van de raadsvrouw wordt verworpen.

Verdachte heeft feit 2 op de dagvaarding bekend, het handelen in strijd met de gedragsaanwijzing van de officier van justitie. Omdat ook nadien geen vrijspraak is bepleit, zal dit feit zonder nadere overweging bewezen worden verklaard.

4.2.

Bewezenverklaring

Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij in de periode van 24 augustus 2015 tot en met 31 mei 2016 te Vlaardingen en/of 's-Gravenhage, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [naam slachtoffer] , met het oogmerk die [naam slachtoffer] , te dwingen iets te doen, te dulden en vrees aan te jagen, door

- zich op te houden bij de woning van die [naam slachtoffer] en (vervolgens) meermalen bij de woning van die [naam slachtoffer] aan te bellen en

- die [naam slachtoffer] met grote regelmaat, en vaak meerdere malen op een dag te bellen en daarbij op 1 september 2015 te zeggen "Hoe zou je het vinden als ik je twee kinderen af pak (...) Als ze kogels krijgen (...) jouw twee kinderen" en daarbij op 23 april 2016 te zeggen "Ik ga je dood schieten met jouw twee kinderen erbij", en

- die [naam slachtoffer] met grote regelmaat, althans meermalen, en vaak meerdere malen op een dag berichten te verzenden (SMS en via WhatsApp), waaronder berichten met de tekst(en):

* 'Bel of druk voor politie jij want ik kom laterz [naam 1] you' en

* 'Hij moet weg bij jou en alle 3 ga ik voor' en

* 'jou ga ik op straat of in jou huis als vroeger verrot slaan' en

* 'Jij heb tot nu al 1 jaar lang mij kapot gemaakt nu jij en…….' en

* 'jij moet in rolstoel of dood hoer' en

* 'kill tha Colombiana bitch' en

* 'mijn wens dat jullie 2 jij en junk san de pijp uit gaan' en

* 'ik hoop dat je gaat verotten en dood gaat hoer' en

* 'jij heb mij genoeg laten lijden nu mijn fucking beurt' en

* 'ik heb bij ggz en andere hulpverleners verteld dat ik in staat ben om jullie 2 te kille (...)' en

* '(...) ik moet jou kill' en

* 'de beste optie is jullie alle 4 meenemen met mij' en

* 'GGZ is ook op de hoogte dat ik iemand ga kille' en

* 'Of ik maak hem en jou kapot' en

* 'Is ik jou zie maak ik jou ook tandeloos [naam 2] ' en* 'Jij gaat naar mij toe kruipen dan ga ik jou trappe' en

* 'Als ik begin te lachen dan is het afgelopen met ju' en

* 'Ik wacht niet op een positief uitspraak van de rechter' en

* 'kanker vloek voor jou niet doodgaan maar in rolstoel jij' en

* 'ik wil dat [naam 3] ziet hoe ik 2 ga klaren' en

* 'de dag dat ik jullie begin te klappen (…)’;

2.

hij op 8 juni 2016 te Vlaardingen en/of 's-Gravenhage, opzettelijk heeft gehandeld in strijd met de gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing d.d. 2 juni 2016 gegeven door de officier van justitie, immers heeft verdachte opzettelijk zich niet gehouden aan het contactverbod (inhoudende dat hij zich zal onthouden van ieder contact met [naam slachtoffer] ) dat hem is opgelegd, door telefonisch contact op te nemen met [naam slachtoffer] .

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op de redengevende inhoud van het voorgaande en op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende tot bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1 belaging;

2. opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing, gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich gedurende een periode van ruim negen maanden schuldig gemaakt aan belaging van zijn ex-partner. In de ten laste gelegde periode heeft de verdachte haar veelvuldig gebeld, haar meermalen (bedreigende) berichten gestuurd en zich bij haar woning opgehouden. Daarnaast heeft de verdachte op 8 juni 2016 het door middel van een gedragsaanwijzing gegeven contactverbod overtreden, door telefonisch contact op te nemen met aangeefster. Zijn gedrag heeft grote invloed gehad op het leven van aangeefster. Zij voelde zich door zijn handelen genoodzaakt om gebruik te maken van het AWARE-systeem, een alarmeringssysteem dat gebruikt wordt tegen dreigend geweld van

(ex-)partners. Ook heeft zij bij de politie verklaard dat zij bang was voor de verdachte en vreesde voor haar leven en dat van haar kinderen. Verdachte heeft door zijn handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de psychische integriteit en de persoonlijke levenssfeer van aangeefster en haar gedwongen die inbreuk te dulden. Het opgelegde contactverbod, dat gold van 2 juni 2016 tot en met 31 augustus 2016, heeft hem van dit gedrag bovendien niet weerhouden.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van
9 februari 2018, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

Ook heeft de rechtbank gelet op het rapport van de klinisch psycholoog dr. R.A.R. Bullens van 26 april 2017. In dit rapport wordt geconcludeerd dat er bij de verdachte ten tijde van de feiten in de ten laste gelegde periode sprake was van stoornissen in middelengebruik, van gebrekkige copingsvaardigheden en van zwakbegaafdheid. De zwakbegaafdheid en de waarschijnlijk daarmee samenhangende inadequate coping strategieën hebben een duidelijke doorwerking in de belaging gehad. De verdachte is niet in staat geweest te bedenken hoe hij zijn probleem - namelijk dat hij zijn zoontje miste en wilde zien - op taakgerichte wijze kon oplossen. De psycholoog adviseert het ten laste gelegde de verdachte in verminderde mate toe te rekenen.

De rechtbank neemt de bevindingen en conclusie van de psycholoog over. De verdachte wordt voor het bewezen verklaarde handelen in verminderde mate toerekeningsvatbaar geacht.

Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op het reclasseringsadvies van 28 september 2017. De reclassering constateert dat sprake is van een zorgelijk patroon van het plegen van geweldsdelicten, waaronder huiselijk geweld. Er is sprake van diverse problemen en risicofactoren, waaronder een depressieve stoornis, zwakbegaafdheid, ontbrekende adequate coping vaardigheden, impulsiviteit, emotionele instabiliteit en middelenmisbruik.

De reclassering is van mening dat een intensieve behandeling en begeleiding nodig is om het patroon van geweld en middelenmisbruik te doorbreken. Geadviseerd wordt de verdachte een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met een proeftijd van twee jaren. Daarbij dienen de volgende bijzondere voorwaarden te worden opgelegd: een meldplicht bij GGZ Palier Den Haag, een ambulante behandelverplichting bij Palier Den Haag of een soortgelijke instelling en de verplichting medewerking te verlenen aan urinecontroles.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, met daarbij de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd en een taakstraf voor de duur van 80 uren passend en geboden. Bij de bepaling van de straf weegt de rechtbank in het voordeel van de verdachte mee dat hij blijk heeft gegeven het verkeerde van zijn gedrag in te zien, zijn medewerking wil verlenen aan de reclassering en dat er sinds de ten laste gelegde periode geen klachten van aangeefster meer zijn ontvangen.

De rechtbank zal, in tegenstelling tot de vordering van de officier van justitie, de bijzondere voorwaarden niet dadelijk uitvoerbaar verklaren. Nog daargelaten de vraag of in deze strafzaak gesproken kan worden van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, biedt het dossier onvoldoende grond voor de conclusie dat er ook nu nog ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan. Daarbij wordt met name in aanmerking genomen dat er sinds de aanhouding van de verdachte, dus meer dan een jaar geleden, geen nieuwe meldingen door de aangeefster zijn gedaan.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 184a en 285b van het Wetboek van Strafrecht.

9 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

10 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (zegge: drie) maanden;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 jaar, na te melden voorwaarden overtreedt;

stelt als algemene voorwaarden:

  • -

    de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

  • -

    de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

stelt als bijzondere voorwaarden:

  1. de veroordeelde zal zich melden bij GGZ Palier Den Haag, afdeling reclassering, zolang en frequent als die reclasseringsinstelling noodzakelijk vindt;

  2. de veroordeelde zal zich onder ambulante behandeling stellen van GGZ Palier Den Haag of een soortgelijke instelling, gedurende de proeftijd, of zoveel korter als deze instelling dit noodzakelijk acht;

  3. de veroordeelde zal zijn medewerking verlenen aan urinecontroles, gedurende de proeftijd, of zoveel korter als de reclassering dit noodzakelijk acht;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 80 (zegge: tachtig) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 74 (zegge: vierenzeventig) uren te verrichten taakstraf resteert;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 37 dagen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. W.A.F. Damen, voorzitter,

en mrs. J. van Dort en J. de Lange, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S. Salah-Hashim, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 21 maart 2018.

Bijlage

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 24 augustus 2005 tot en met 31 mei 2016 te Vlaardingen en/of 's-Gravenhage, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [naam slachtoffer] , in elk geval van een ander, met het oogmerk die [naam slachtoffer] , in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, door

- zich op te houden bij de woning van die [naam slachtoffer] en/of (vervolgens) meermalen bij de woning van die [naam slachtoffer] aan te bellen en/of

- die [naam slachtoffer] met grote regelmaat, althans meermalen, en vaak meerdere malen op een dag te bellen en/of daarbij op 1 september 2015 te zeggen "Hoe zou je het vinden als ik je twee kinderen af pak (...) Als ze kogels krijgen (...) jouw twee kinderen" en/of daarbij op 23 april 2016 te zeggen "Ik ga je dood schieten met jouw twee kinderen erbij", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- die [naam slachtoffer] met grote regelmaat, althans meermalen, en vaak meerdere malen op een dag berichten te verzenden (SMS en/of via WhatsApp), waaronder berichten met de tekst(en):

* 'Bel of druk voor politie jij want ik kom laterz [naam 1] you' en/of

* 'Hij moet weg bij jou en alle 3 ga ik voor' en/of

* 'jou ga ik op straat of in jou huis als vroeger verrot slaan' en/of

* 'Jij heb tot nu al 1 jaar lang mij kapot gemaakt nu jij en' en/of

* 'jij moet in rolstoel of dood hoer' en/of

* 'kill tha Colombicuia bitch' en/of

* 'mijn wens dat jullie 2 jij en jouw san de pijp uit gaan' en/of

* 'ik hoop dat je gaat verotten en dood gaat hoer' en/of

* 'jij heb mij genoeg laten lijden nu mijn fucking beurt' en/of

* 'ik heb bij ggz en andere hulpverleners verteld dat ik in staat ben om jullie 2 te kille (...)' en/of

* '(...) ik moet jou kill' en/of

* 'de beste optie is jullie alle 4 meenemen met mij' en/of

* 'GGZ is ook op de hoogte dat ik iemand ga kille' en/of

* 'Of ik maak hem en jou kapot' en/of

* 'Is ik jou zie maak ik jou ook tandeloos [naam 2] ' en/of

* 'Jij gaat naar mij toe kruipen dan ga ik jou trappe' en/of

* 'Als ik begin te lachen dan is het afgelopen met ju' en/of

* 'Ik wacht niet op een positief uitspraak van de rechter' en/of

* 'kanker vloek voor jou niet doodgaan maar in rolstoel jij' en/of

* 'ik wil dat [naam 3] ziet hoe ik 2 ga klaren' en/of

* 'de dag dat ik jullie begin te klappen (…)’;

2.

(parketnummer 10/123052-16)

hij op of omstreeks 8 juni 2016 te Vlaardingen en/of 's-Gravcnhage, in elk geval in Nederland, opzettelijk heeft gehandeld in strijd met de gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing d.d. 2 juni 2016 gegeven door de officier van justitie te immers heeft verdachte opzettelijk zich niet gehouden aan het contactverbod (inhoudende dat hij zich zal onthouden van ieder contact met [naam slachtoffer] ) dat hem is opgelegd, door telefonisch contact op te nemen met [naam slachtoffer] .