Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:4686

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
06-03-2018
Datum publicatie
14-06-2018
Zaaknummer
10/229948-17 / parketnummer TUL VV:10/700051-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden voor het plegen van een zestal diefstallen door middel van braak en inklimming en een vernieling. De rechtbank zal aan de verdachte niet een ISD-maatregel opleggen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/229948-17

Parketnummer TUL VV: 10/700051-17

Datum uitspraak: 6 maart 2018

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren op [geboortedatum verdachte] te [geboorteplaats verdachte] ,

niet ingeschreven in de basisregistratie personen,

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Krimpen aan den IJssel,

raadsvrouw mr. Y.H.G. van der Hut, advocaat te Den Haag.

Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 20 februari 2018.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. A.L.M. de L’Isle heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • -

    oplegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaren;

  • -

    primair afwijzing, subsidiair -indien de ISD-maatregel niet wordt opgelegd- toewijzing, van de vordering tot tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 10/700051-17;

  • -

    niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde-partij [naam benadeelde] in zijn vordering.

Waardering van het bewijs

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

De verdachte heeft alle ten laste gelegde feiten bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard. In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1

hij in de periode van 21 juli 2017 tot en met 2 augustus 2017 te

Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een schoolpand

(gelegen aan de [adres delict 1] ) heeft weggenomen een computer (merk: HP, type: Dell) met toetsenbord en beeldscherm, toebehorende aan de [naam school 1] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen computer, beeldscherm en toetsenbord onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en inklimming;

2

hij op 28 oktober 2017 te Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een schoolgebouw (gelegen aan de [adres delict 2] ) heeft weggenomen een printer (merk: HP), toebehorende aan [naam school 2] en/of [naam kinderopvang]

, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/ die weg te nemen printer onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/ inklimming;

3

hij op 16 oktober 2017 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een schoolgebouw (gelegen aan de [adres delict 2] ) heeft weggenomen een (flatscreen-)televisie (merk: Philips), toebehorende aan [naam school 2] , waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die/ weg te nemen (flatscreen-)televisie onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak en inklimming;

4

hij op 16 oktober 2017 te Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pand, genaamd " [naam pand] " (gelegen aan het [adres delict 3] ) heeft weggenomen een magnetron en jenever, toebehorende aan [naam slachtoffer] , en aan een anderwaarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft

verschaft en die goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en inklimming;

5

hij op 16 oktober 2017 te Rotterdam opzettelijk en wederrechtelijk een televisiescherm, aan [naam slachtoffer] toebehoorde, heeft vernield

6

hij op 13 oktober 2017 en/of 14 oktober 2017 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pand van vereniging " [naam vereniging] " (gelegen aan de [adres delict 4] heeft weggenomen (een geldkistje inhoudende) een geldbedrag en bier en advocaat toebehorende aan vereniging " [naam vereniging] ", waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen

geld en goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak en inklimming;

7

hij op 10 oktober 2017 te Rotterdam , met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pand van kinderboerderij [naam kinderboerderij] (gelegen aan de [adres delict 5] ) heeft weggenomen een beeldscherm (merk: HP), toebehorende aan kinderboerderij [naam kinderboerderij] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/ dat weg te nemen beeldscherm onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en inklimming.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet (ook) daarvan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

feiten 1, 2, 4 en 7:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en inklimming;

feiten 3 en 6:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en inklimming, in vereniging gepleegd;

feit 5:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Motivering straf

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich in een korte periode schuldig gemaakt aan een zevental strafbare feiten, te weten een zestal diefstallen door middel van braak en inklimming (waarvan twee in vereniging) en de vernieling van een televisiescherm. Bij deze inbraken heeft de verdachte steeds een ruit ingegooid om zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te komen. Door aldus te handelen heeft de verdachte de betrokkenen veel schade en overlast bezorgd. De verdachte heeft zich hier geen rekenschap van gegeven en blijk gegeven geen respect te hebben voor de eigendomsrechten van anderen.

De rechtbank heeft gelet op het omvangrijke uittreksel uit de justitiële documentatie van 7 februari 2018, waaruit blijkt dat de verdachte eerder veelvuldig is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Daarnaast liep de verdachte in een proeftijd. De eerdere veroordelingen hebben de verdachte er niet van weerhouden opnieuw soortgelijke strafbare feiten te plegen. Hiermee wordt in het nadeel van de verdachte rekening gehouden.

Daarnaast heeft de rechtbank gelet op de reclasseringsrapporten van 15 februari 2018, 17 november 2017 en 11 september 2017. Hieruit blijkt dat de verdachte als een veelpleger wordt beschouwd. Er is sprake van een verband tussen het problematisch alcoholgebruik van de verdachte en het delictgedrag. De verdachte pleegde delicten om te voorzien in gebruik en de alcohol zorgde ervoor dat hij ontremd raakte, waardoor hij gemakkelijker delicten pleegde. De eerder aangereikte hulpverlening in ambulant kader heeft niet tot het gewenste resultaat geleid. De kans op recidive wordt als hoog ingeschat. Ten einde de kans op recidive te verkleinen, adviseert de reclassering de oplegging van een ISD-maatregel.

De psychiater S.J. Roza concludeert in een NIFP-rapport van 15 december 2017 dat er bij de verdachte sprake is van een stoornis in het gebruik van alcohol en dat er aanwijzingen zijn voor antisociale persoonlijkheidstrekken. Op psychiatrische of medische gronden worden geen contra-indicaties gezien voor een ISD-maatregel.

Ook heeft de rechtbank gelet op hetgeen de verdachte en zijn raadsvrouw ter zitting naar voren hebben gebracht omtrent de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De verdachte heeft ter zitting alle ten laste gelegde feiten bekend, omdat hij naar eigen zeggen schoon schip wil maken. Hij heeft deze feiten gepleegd in een moeilijke periode en onder invloed van drank. De verdachte geeft aan te willen werken aan zijn drankprobleem, maar is zeer stellig in zijn standpunt dat hij niet wenst mee te werken aan een ISD-maatregel, omdat hij niet met de reclassering wil werken.

De rechtbank zal aan de verdachte - in tegenstelling tot hetgeen de officier van justitie vordert - niet een ISD-maatregel opleggen. De verdachte verzet zich stellig tegen oplegging van die maatregel en toont hiervoor geen enkele motivatie. Daarnaast heeft de verdachte in het verleden een vergelijkbare (de voorganger van de huidige ISD-) maatregel opgelegd gekregen, hetgeen niet tot vermindering van de recidive heeft geleid. Gelet op die omstandigheden, ziet de rechtbank in dit specifieke geval geen meerwaarde in de oplegging van een ISD-maatregel, maar acht zij het opleggen van een langdurige geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf de meest passende modaliteit.

De rechtbank heeft bij de hoogte van de straf gelet op de landelijke oriëntatiepunten voor de straftoemeting en op straffen die in min of meer vergelijkbare zaken zijn opgelegd.

Gezien al het voorgaande acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden passend en geboden.

Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij heeft zich [naam benadeelde] namens [naam school 2] in het geding gevoegd ter zake van het onder 1 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 500,- aan materiële schade en een vergoeding van € 300,- aan immateriële schade.

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering, nu niet vast is komen te staan dat de benadeelde partij [naam benadeelde] namens [naam school 2] gemachtigd is deze vordering in te dienen. De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Nu de vordering van [naam benadeelde] namens [naam school 2] niet zal worden toegewezen, zal zij worden veroordeeld in de kosten die door de verdachte ter verdediging tegen de vordering zijn gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.

Vordering tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 10/700051-17

Bij vonnis van 24 mei 2017 van de meervoudige kamer van deze rechtbank is de verdachte ter zake van een vijftal diefstallen veroordeeld voor zover van belang tot een gevangenisstraf van zeven maanden, waarvan een gedeelte groot vier maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. De proeftijd is ingegaan op 8 juni 2017.

De hierboven bewezen verklaarde feiten zijn na het wijzen van dit vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de bewezen feiten heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd. Daarom zal de tenuitvoerlegging worden gelast van het voorwaardelijk gedeelte van de bij dat vonnis aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf. De vordering zal worden toegewezen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 57, 310, 311, 350 van het Wetboek van Strafrecht.

Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;

gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 24 mei 2017 van de meervoudige kamer van deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.H. Janssen, voorzitter,

en mrs. B.E. Dijkers en M.J.M. van Beckhoven, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S. Salah-Hashim, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 maart 2018.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1

hij in of omstreeks de periode van 21 juli 2017 tot en met 2 augustus 2017 te

Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een schoolpand

(gelegen aan de [adres delict 1] ) heeft weggenomen een computer (merk: HP, type: Dell) met toetsenbord en beeldscherm, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de [naam school 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen computer, beeldscherm en toetsenbord onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht,

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

2

hij op of omstreeks 28 oktober 2017 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een

schoolgebouw (gelegen aan de [adres delict 2] ) heeft weggenomen een printer (merk: HP), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam school 2] en/of [naam kinderopvang]

, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen printer onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht,

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht,

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3

hij op of omstreeks 16 oktober 2017 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een

schoolgebouw (gelegen aan de [adres delict 2] ) heeft weggenomen een (flatscreen-)televisie (merk: Philips), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam school 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen (flatscreen-)televisie onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht,

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht,

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

4

hij op of omstreeks 16 oktober 2017 te Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pand, genaamd " [naam pand] " (gelegen aan het [adres delict 3] ) heeft weggenomen een magnetron en/of jenever, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft

verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht,

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

5

hij op of omstreeks 16 oktober 2017 te Rotterdam opzettelijk en wederrechtelijk een televisiescherm, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [naam slachtoffer] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht

6

hij op of omstreeks 13 oktober 2017 en/of 14 oktober 2017 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pand van vereniging " [naam vereniging] " (gelegen aan de [adres delict 4] heeft weggenomen (een geldkistje inhoudende) een geldbedrag van in totaal ongeveer zeshonderd euro en/of bier en/of advocaat, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan vereniging " [naam vereniging] ", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen

geld en/of goederen onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht,

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht,

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

7

hij op of omstreeks 10 oktober 2017 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pand van kinderboerderij [naam kinderboerderij] (gelegen aan de [adres delict 5] ) heeft weggenomen

een beeldscherm (merk: HP), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan kinderboerderij [naam kinderboerderij] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen beeldscherm onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming.

art 310 Wetboek van Strafrecht,

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht,

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht