Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:4569

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
29-03-2018
Datum publicatie
12-06-2018
Zaaknummer
10/711027-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Medeplegen van een woninginbraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/711027-17

Datum uitspraak: 29 maart 2018

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. J.P.R. Broers, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 29 maart 2018.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. W.L. van Prooijen heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 120 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 117 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich zal gedragen naar de aanwijzingen van de reclassering, een ambulante behandeling zal volgen bij De Waag of een soortgelijke instelling, zich zal inspannen voor het vinden en behouden van een zinvolle dagbesteding en zal meewerken aan een budget- en schuldeninventarisatie;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 uur subsidiair 60 dagen hechtenis.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering

De verdachte heeft verklaard dat hij samen met een medeverdachte in de woning is geweest met het doel het op een inbraak te laten lijken en dat hij een laptop heeft meegenomen uit de woning nadat zijn medeverdachte hem deze had aangereikt. De bewoners zouden aangifte doen, de schade claimen bij de verzekeraar en de verdachten zouden daarna de weggenomen goederen teruggeven en meedelen in de opbrengst.
De rechtbank volgt deze lezing van verdachte niet omdat daarvoor in het dossier geen aanknopingspunten te vinden zijn. Het had op de weg van verdachte gelegen om zijn lezing voldoende aannemelijk te maken. Dat heeft hij niet gedaan. Verdachte heeft ook de naam van de medeverdachte niet genoemd.
Bewezen is dat de verdachte een diefstal in vereniging heeft gepleegd. Gelet op de verklaring van de aangeefster en de overige bevindingen in het dossier kan niet zonder twijfel worden vastgesteld dat de woning is betreden door middel van braak, verbreking of gebruik van een valse sleutel. De verdachte zal daar partieel van worden vrijgesproken.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op 10 maart 2017 te Barendrecht tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een laptop (merk Hewlett Packard), toebehorende aan [naam slachtoffer] .

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

5 Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feit waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal in vereniging uit een woning, terwijl de verdachte net twee dagen daarvoor was veroordeeld door het gerechtshof in Den Haag. Diefstallen, en zeker ook diefstallen uit woningen, zijn buitengewoon ergerlijke feiten, die niet alleen overlast en financiële schade met zich mee brengen, maar ook gevoelens van angst en onveiligheid bij de slachtoffers en de maatschappij in het algemeen veroorzaken. De verdachte heeft zich van deze mogelijke gevolgen kennelijk geen rekenschap gegeven en slechts oog gehad voor zijn eigen gewin.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van

14 maart 2018, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor vermogensdelicten.

7.3.2.

Rapportage

Reclassering Nederland heeft een voortgangsverslag over de verdachte opgemaakt, gedateerd 11 maart 2018. Dit rapport houdt – onder meer en voor zover van belang – het volgende in. Naarmate het toezicht vanaf november 2016 vorderde heeft de verdachte getoond afsprakentrouw te zijn. De verdachte heeft op 15 maart 2017 een baan gevonden. Sinds het vinden van die baan en mogelijk ook sinds zijn aanhouding voor het onderhavige feit in maart 2017 lijkt de verdachte bewuste keuzes te maken met betrekking tot sociale contacten en vraagt hij de reclassering ook nadrukkelijk om advies in het omgaan met sociale contacten. De verdachte lijkt steeds beter stil te staan bij de consequenties van zijn delictgedrag. Er zal een budget- en schuldinventarisatie worden opgemaakt nadat de verdachte zijn rijbewijs heeft behaald. Vanwege de meewerkende houding van de verdachte moeten de gestelde doelen binnen de toezichtstermijn kunnen worden behaald. De reclassering adviseert een (gedeeltelijk) voorwaardelijke werk- of gevangenisstraf op te leggen met instandhouding van de reeds opgelegde bijzondere voorwaarden.

De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van het feit kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. De rechtbank zal echter afzien van het opleggen van een langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf dan het reeds ondergane voorarrest, omdat de verdachte zich in het jaar sinds het strafbare feit positief heeft ontwikkeld. In plaats daarvan wordt een taakstraf opgelegd en een grotendeels voorwaardelijke gevangenisstraf. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Het voorwaardelijke strafdeel valt lager uit dan door de officier van justitie is geëist omdat de ten laste gelegde braak, verbreking of gebruik van een valse sleutel bij de diefstal niet is bewezen.

Anders dan is gevorderd door de officier van justitie, ziet de rechtbank geen aanleiding de verdachte te verplichten om zich opnieuw aan bijzondere voorwaarden te houden. De reeds opgelegde bijzondere voorwaarden gelden op grond van zijn eerdere veroordeling nog een jaar. De rechtbank acht dit voldoende omdat de reclassering de verwachting heeft dat de doelen binnen de al lopende proeftijd behaald zullen worden.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen passend en geboden.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

9 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 90 (negentig) dagen;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 87 (zevenentachtig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 jaar, na te melden voorwaarden overtreedt;

stelt als algemene voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;


veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 dagen;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.M.H. Geerars, voorzitter,

en mrs. K. Bakker en W.J. Loorbach, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.G. Polke, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. 

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 10 maart 2017 te Barendrecht tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een laptop (merk Hewlett Packard), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), zulks nadat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), die weg te nemen laptop onder zijn/hun bereik had(den) gebracht door braak en/of verbreking en/of een valse sleutel (het onbevoegd gebruik van een sleutel).