Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:4498

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
05-04-2018
Datum publicatie
08-06-2018
Zaaknummer
6461841 CV EXPL 17-8303
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aansprakelijkheid bewindvoerder. Maclou-norm. Onrechtmatig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2018/404
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 6461841 CV EXPL 17-8303

uitspraak: 5 april 2018

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Next Finance B.V.,

gevestigd te Lunteren,

eiseres,

gemachtigde: Pleitmeesters B.V.,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Modus Vivendi Wettelijk Traject B.V.,

gevestigd te Zwijndrecht,

gedaagde,

gemachtigde: I.P. van Rossen, directeur.

Partijen worden hierna aangeduid als Next Finance en Modus Vivendi.

Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  1. de dagvaarding van 7 november 2017;

  2. de conclusie van antwoord;

  3. het tussenvonnis van 21 december 2017, waarbij een comparitie van partijen is bepaald;

  4. de aantekening van de griffier dat de comparitie is gehouden op 7 maart 2018;

  5. de overgelegde producties.

Omschrijving van het geschil

De feiten

1. Op 5 maart 2012 is op de heer [K.] (hierna: [K.]) de Wet schuldsanering natuurlijke personen van toepassing verklaard. De bewindvoerder was laatstelijk de heer [B.], destijds werkzaam bij Modus Vivendi (hierna: de bewindvoerder).

2. Wehkamp heeft een krediet aan [K.] verstrekt. Wehkamp heeft haar vordering op [K.] overgedragen aan Intrum Justitia en Intrum Justitia heeft op haar beurt de vordering overgedragen aan Next Finance.

3. Op 5 oktober 2012 heeft Intrum Justitia haar vordering op [K.] ad € 4.739,79 bij de bewindvoerder aangemeld. Bij brief van 22 oktober 2012 heeft de bewindvoerder Intrum Justitia bericht dat die vordering op de lijst van voorlopig erkende concurrente crediteuren is geplaatst.

4. Bij brief van 27 februari 2015 heeft Modus Vivendi Next Finance bericht dat de beëindigingszitting zal plaatsvinden op 19 maart 2015. In die brief heeft zij onder andere vermeld: ‘Inzake de schuldsaneringsregeling van de heer [K.] komt u voor op de lijst van crediteuren. (…)’

5. Bij brief van 7 september 2015 heeft de bewindvoerder het volgende aan Next Finance bericht: ‘Bij deze meld ik u dat de verificatievergadering van deze schuldsaneringsregeling zal plaatsvinden op 17 september 2015 (…) Ik meld u dat uw vordering in de voorlopige vorderingenlijst ex art. 112 Fw voor een bedrag van € 4.739,79 als voorlopig erkende concurrente crediteur staat vermeld. (…)’

6. Bij brief van 21 april 2016 heeft de rechtbank Den Haag de bewindvoerder als volgt bericht:

‘(…) Op vrijdag 20 mei 2016 zal worden gepubliceerd op www.rechtspraak.nl dat deze uitdelingslijst ter griffie van deze rechtbank ter inzage ligt met ingang van maandag 23 mei 2016 en derhalve – behoudends verzet – verbindend wordt per donderdag 2 juni 2016.

Ik verzoek u de schuldeisers schriftelijk in kennis te stellen van bovengenoemde data, alsmede van de hoogte van het bedrag dat de betreffende schuldeisers afzonderlijk toekomt. (…)’

7. Bij e-mail van 29 juni 2016 heeft Next Finance de bewindvoerder gevraagd wanneer zij een uitdeling tegemoet mag zien. Bij e-mail van dezelfde dag heeft de bewindvoerder Next Finance het volgende bericht: ‘(…) Omdat inmiddels wel een slotuitdelingslijst verbindend is, zal spoedig de uitbetaling plaatsvinden. (…)’

8. Bij e-mail van 7 augustus 2017 heeft een medewerker van de rechtbank Den Haag het volgende aan Next Finance bericht: ‘(…) Op grond van de stukken (…) kan ik geen andere conclusie trekken dan dat de vordering van Next Finance wel ter verificatie is ingediend, doch niet – en zonder enige aanwijsbare reden – bij de slotuitdeling is betrokken. (…)’

9. Next Finance heeft geen uitdeling ontvangen in de schuldsaneringsregeling van [K.].

De vordering

10. Next Finance vordert veroordeling van Modus Vivendi bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad tot betaling van:

een bedrag van € 2.037,64 aan schade;

een bedrag van € 369,83 aan buitengerechtelijke incassokosten;

de wettelijke rente over het schadebedrag vanaf 2 juni 2016 tot de dag van algehele betaling;

de proceskosten, te vermeerderen met de nakosten, te voldoen binnen 14 dagen na de datum van het vonnis en indien voldoening niet binnen deze termijn plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag voor voldoening.

11. Next Finance stelt daartoe – samengevat – het volgende.

Haar vordering is ten onrechte niet in de uitdeling meegenomen. De bewindvoerder heeft daarmee onzorgvuldig gehandeld. Dat is onrechtmatig en daarom is Modus Vivendi jegens Next Finance aansprakelijk voor de schade. Subsidiair geldt dat Modus Vivendi ex artikel 6:170 BW aansprakelijk is voor de door de bewindvoerder veroorzaakte schade. Meer subsidiair geldt dat Modus Vivendi aansprakelijk is op grond van artikel 6:171 BW.

Het verweer

12. Modus Vivendi voert – samengevat – als verweer het volgende aan.

De bewindvoerder heeft zijn taken overeenkomstig de regels vervuld. Het was de verantwoordelijkheid van Next Finance om de lopende termijnen in de gaten te houden. Zij had verzet kunnen en moeten aantekenen tegen de slotuitdelingslijst.

Na de melding van de bewindvoerder dat de concept slotuitdelingslijst naar de rechtbank was verzonden, hoefde de bewindvoerder geen meldingen meer te doen. Alleen crediteuren die zijn vermeld op de slotuitdelingslijst krijgen nog bericht en daar hoorde Next Finance niet bij. Omdat de bewindvoerder niet onzorgvuldig heeft gehandeld, kan er ook geen sprake zijn van aansprakelijkheid van Modus Vivendi. Van onrechtmatig handelen is evenmin sprake.

Als Next Finance wel op de slotuitdelingslijst had gestaan, had het uitdelingspercentage bovendien 39,69% geweest en niet 42,99%. Dat zou een uitdeling inhouden van € 1.881,22.

Beoordeling van het geschil

13. Vooropgesteld wordt dat Modus Vivendi als werkgever van de bewindvoerder aansprakelijk kan zijn voor een door hem gemaakte fout in de uitvoering van zijn werkzaamheden. Daartoe is dus van belang of de bewindvoerder een fout heeft gemaakt waarvoor hij – en op haar beurt Modus Vivendi – aansprakelijk is.

14. Voor de beantwoording van deze vraag wordt aansluiting gezocht bij de maatstaf voor aansprakelijkheid van de faillissementscurator zoals in de rechtspraak is ontwikkeld. De bewindvoerder is persoonlijk aansprakelijk als hij niet de zorgvuldigheid in acht heeft genomen die in redelijkheid mag worden verlangd van een over voldoende inzicht en ervaring beschikkende bewindvoerder die zijn taak met nauwgezetheid en inzet verricht (Maclou-norm). De aansprakelijkheid van de bewindvoerder in zijn hoedanigheid van bewindvoerder dient te worden beoordeeld aan de hand van artikel 6:162 BW. Algemeen wordt aangenomen dat het voor de hand ligt daarbij aansluiting te zoeken bij de Maclou-norm. In deze zaak gaat het om eventuele aansprakelijkheid van de bewindvoerder in die hoedanigheid.

15. Uit de stukken en stellingen van partijen volgt dat de vordering van Next Finance op de slotuitdelingslijst had moeten staan. Dat is ter zitting namens Modus Vivendi ook erkend. Zij acht zich evenwel niet aansprakelijk voor schade die Next Finance heeft geleden doordat de vordering niet is meegenomen in de uitdeling, omdat zij meent dat Next Finance een eigen verantwoordelijkheid had. Modus Vivendi wordt gelet op het volgende niet gevolgd in die stelling.

16. De bewindvoerder heeft bij brieven van 22 oktober 2012, 27 februari 2015 en

7 september 2015 aan Next Finance bericht dat haar vordering op de lijst van voorlopig erkende crediteuren stond. Bij laatstgenoemde brief heeft de bewindvoerder tevens bericht dat de verificatievergadering zou plaatsvinden. Op grond hiervan mocht Next Finance ervan uitgaan dat haar vordering ook zou worden meegenomen op de slotuitdelingslijst, althans hoefde zij er niet op bedacht te zijn dat dat niet zo zou zijn. De bewindvoerder heeft Next Finance voorts op 29 juni 2016 bericht dat de slotuitdelingslijst verbindend was geworden en dat uitbetaling spoedig zou plaatsvinden. Ook daar mocht Next Finance verwachtingen aan ontlenen. De stelling van Modus Vivendi dat het gaat om een algemeen bericht aan crediteuren kan dat niet anders maken. Bij het opstellen van de slotuitdelingslijst is kennelijk niet bemerkt dat sprake was van een verschil met de lijst met geverifieerde schuldeisers, waar de vordering van Next Finance nog wel op stond vermeld. Dat kan de bewindvoerder worden aangerekend. Daar komt nog bij dat de bewindvoerder gelet op de brief van de rechtbank van 21 april 2016 Next Finance had moeten berichten over de datum dat de uitdelingslijst ter inzage zou liggen en de datum dat de uitdelingslijst – behoudens verzet – verbindend zou worden. Dat heeft hij niet gedaan. De stelling van Modus Vivendi dat de bewindvoerder dat alleen hoefde te doen voor schuldeisers die op de slotuitdelingslijst stonden kan haar niet baten. Next Finance was immers slechts door toedoen van de bewindvoerder niet meer vermeld op de slotuitdelingslijst.

17. Gelet op het voorgaande geldt dat de bewindvoerder niet de zorgvuldigheid in acht heeft genomen die in redelijkheid mag worden verlangd van een over voldoende inzicht en ervaring beschikkende bewindvoerder die zijn taak met nauwgezetheid en inzet verricht. Daarmee heeft hij onrechtmatig gehandeld jegens Next Finance en daarvoor is Modus Vivendi aansprakelijk.

18. Als Next Finance wel in de slotuitdeling was betrokken, had zij recht gehad op betaling van 39,69% van haar vordering en dus € 1.881,22. Dat bedrag zal worden toegewezen, onder afwijzing van het meer gevorderde.

19. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen eveneens worden toegewezen, maar deze worden herberekend over de toewijsbare hoofdsom van € 1.881,22. Er zal dan ook een bedrag worden toegewezen van € 341,44, onder afwijzing van het meer gevorderde.

20. De gevorderde wettelijke rente zal eveneens worden toegewezen over het toewijsbare bedrag aan hoofdsom. Nu de bewindvoerder vanaf het verbindend worden van de slotuitdelingslijst gehouden was (althans: zou zijn geweest) om de betalingen te verrichten, zal die datum – 2 juni 2016 – als verzuimdatum worden aangemerkt. De stellingen van Next Finance op dit punt heeft Modus Vivendi ook overigens niet weersproken.

21. Modus Vivendi zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. De apart gevorderde nakosten worden toegewezen als hierna vermeld, nu de proceskostenveroordeling hiervoor reeds een executoriale titel geeft en de kantonrechter van oordeel is dat de nakosten zich reeds vooraf laten begroten.

Beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt Modus Vivendi tot betaling aan Next Finance van een bedrag van € 2.222,66, vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 1.881,22 vanaf 2 juni 2016 tot de dag van algehele voldoening;

veroordeelt Modus Vivendi in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van Next Finance begroot op:

aan explootkosten

97,31

aan informatiekosten

7,64

aan griffierecht

470,00

aan salaris gemachtigde

300,00

totale kosten

874,95

te vermeerderen met de wettelijke rente daarover indien deze kosten niet binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis zijn voldaan en de nakosten indien Modus Vivendi niet binnen

14 dagen na de datum van dit vonnis vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, begroot op

€ 75,-- aan nasalaris, te verhogen met een bedrag van € 68,00 aan betekeningskosten onder de voorwaarde dat betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.A.F.M. Wouters en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

773