Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:4150

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
30-05-2018
Datum publicatie
18-06-2018
Zaaknummer
C/10/539668 / HA ZA 17-1109
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek herroeping vonnis afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/539668 / HA ZA 17-1109

Vonnis van 30 mei 2018

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BARKARIS B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

advocaat mr. J.H. Tonino te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

S.M.E.S. 2 B.V.,

gevestigd te Bergschenhoek,

gedaagde,

advocaat mr. J.W.G. van der Wallen te Voorburg.

Partijen zullen hierna Barkaris en S.M.E.S. 2 genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding d.d. 31 oktober 2017 van Barkaris met producties 1 tot en met 10

  • -

    de conclusie van antwoord van S.M.E.S. 2 met producties 1 tot en met 55

  • -

    de brief van 21 maart 2018 waarin een comparitie van partijen is bepaald

  • -

    een brief d.d. 23 maart 2018 van S.M.E.S. 2 met 2 producties ( niet genummerd maar 56 en 57)

  • -

    een brief van 5 april 2018 van S.M.E.S. 2 met producties 58 en 59

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 12 april 2018.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Bij verstekvonnis d.d. 2 november 2016 in combinatie met de uitspraak tot verbetering van dit vonnis d.d. 4 januari 2017 is Barkaris veroordeeld tot betaling van € 36.300,00 aan S.M.E.S. 2 vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf de vervaldata van de facturen en tot betaling van € 1.376,98 aan buitengerechtelijke kosten vermeerderd met de wettelijke rente en tot betaling van de proceskosten.

2.2.

Het vonnis heeft betrekking op twee facturen voor werk dat door S.M.E.S. 2 is uitgevoerd in Loosdrecht. In de procedure is betaling van de navolgende facturen gevorderd:

  • -

    [factuurnummer ] augustus 2015, €24.200,00 “Aangenomen werk 1e termijn Fase 2 Project [persoon 2] ” op naam van Bural B.V.

  • -

    [factuurnummer ] augustus 2015, €12.100,00 “ Aangenomen werk 2e termijn Fase 2, Project [persoon 2] ” op naam van Bural B.V.

2.3.

Barkaris is een onderneming die onder andere een jachthaven exploiteert en maakt deel uit van een groep van ondernemingen waarvan Boegbeeld B.V. de holdingvennootschap is. De heer [persoon 1] is aandeelhouder van Boegbeeld B.V. Boegbeeld B.V. houdt onder meer de aandelen in Barkaris en Bural B.V.

3 Het geschil

3.1.

De vordering van Barkaris luidt als volgt:

“Dat het de rechtbank moge behagen bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad gedaagde te veroordelen in de kosten van deze procedure inclusief de nakosten alsmede

I het verstekvonnis van de enkelvoudige kamer van de Rechtbank Rotterdam van 2 november 2016 en zoals verbeterd bij uitspraak van 4 januari 2017 te herroepen;

II het geding tussen partijen geheel te heropenen;

(en zo nodig in reconventie)

III te verklaren voor recht dat al hetgeen door of namens S.M.E.S. 2 heeft ontvangen of zal ontvangen bij gelegenheid van de invordering van voornoemd (verbeterd) verstekvonnis aan Barkaris terugbetaald dient te worden en iedere verdere executie van dit vonnis te staken en gestaakt te houden;

IV S.M.E.S. 2 te veroordelen tot betaling van de (ten onrechte) reeds geïncasseerde bedragen zijnde EUR 25.272,58 en EUR 25.000 dan wel enig ander in goede justitie te bepalen bedrag, alsmede de wettelijke rente vanaf het moment van betaling als hiervoor in alinea 21 vermeld dan wel enige andere in goede justitie te bepalen moment, tot de dag der algehele voldoening van dit vonnis.”

3.2.

Barkaris beroept zich op bedrog ex artikel 382 onder a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RV). Doordat S.M.E.S. 2 in het geding onvermeld heeft gelaten dat eerder verzonden facturen bestaan voor dezelfde werkzaamheden welke facturen reeds door Barkaris waren betaald, heeft Barkaris feiten verzwegen die voor Barkaris tot een gunstiger afloop van de procedure kunnen leiden. De rechtbank heeft geen rekening kunnen houden met de reeds door Barkaris betaalde facturen. S.M.E.S. 2 heeft eerder verzonden facturen achtergehouden die van beslissende aard zijn.

3.3.

S.M.E.S. 2 voert verweer en voert aan de Barkaris niet ontvankelijk is in haar vorderingen omdat er geen sprake is van bedrog of verzwijging aan de zijde van S.M.E.S. 2. Er zijn geen valse stukken in het geding gebracht, er zijn geen nieuwe stukken die van beslissende aard zijn en S.M.E.S. 2 heeft geen relevante stukken achtergehouden. Alle stukken waren bij Bakaris bekend. De herroeping heeft niet binnen 3 maanden plaatsgevonden.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Tussen partijen is allereerst in geschil of de procedure tot herroeping wel tijdig is ingesteld. Op grond van de wet dient de procedure tot herroeping immers aanhangig te worden gemaakt binnen drie maanden nadat de grond voor herroeping is ontstaan en de eiser daarmee bekend is geworden. S.M.E.S. 2 voert aan dat Barkaris al in april 2017 op de hoogte was van het vonnis en toen een overzicht van openstaande facturen heeft ontvangen. Barkaris voert aan dat zij pas in de zomer van 2017 op de hoogte was van het feit dat dat de gevorderde facturen al waren voldaan. Gelet op het feit dat de vordering tot herroeping op de hiernavolgende gronden wordt afgewezen, behoeft dit punt geen nadere bespreking.

4.2.

Voorop wordt gesteld dat het rechtsmiddel van herroeping kan worden aangewend indien er sprake is van door de wederpartij in de procedure gepleegd bedrog, dan wel indien de partij die herroeping vordert, na de uitspraak stukken van beslissende aard in handen heeft gekregen die door toedoen van de wederpartij waren achtergehouden.

4.3.

Barkaris heeft gesteld dat S.M.E.S. 2 bedrog heeft gepleegd, danwel beslissende stukken heeft achtergehouden, nu zij niet in de verstekprocedure heeft aangegeven dat de facturen al waren betaald. Bakaris had voor het project al eerder twee facturen betaald. Het gaat om de twee navolgende facturen:

I 20 mei 2015 [factuurnummer ] op naam van Bural BV voor €18.150 met kenmerk “aangenomen werk [persoon 2] ”.

Deze factuur is op 22 mei 2015 betaald door Pervasco.

II 1 juli 2015 [factuurnummer ] op naam van Bural BV ten bedrage van € 18.150 met kenmerk “aangenomen werk [persoon 2] 2e fase en eindfase.

De factuur is in twee termijnen betaald door Bural B.V. € 15.000,- op 31 juli 2015 en € 3.150, - op 11 november 2015.

4.4.

S.M.E.S. 2 heeft betwist dat de twee facturen onder I en II zien op de werkzaamheden waarvan in de verstekprocedure betaling wordt gevorderd. S.M.E.S. 2 voert daartoe het volgende aan. S.M.E.S. 2 heeft in opdracht van Barkaris sloop- en grondwerkzaamheden uitgevoerd in Loosdrecht aan een jachthavencomplex. S.M.E.S. 2 heeft daartoe een offerte uitgebracht waarin staat dat de totaalprijs, indien het werk in twee fasen zou worden uitgevoerd, € 72.600,00 inclusief BTW bedraagt. Het werk is op verzoek van Barkaris in twee fasen uitgevoerd. De eerste fase van de werkzaamheden is in mei 2015 uitgevoerd. De facturen voor de eerste fase zijn in mei 2015 betaald. De facturen zijn op naam gesteld van Bural B.V, zulks op verzoek van Barkaris. Dit betreffen de facturen zoals hiervoor genoemd onder 4.3.

De werkzaamheden ten behoeve van de tweede fase zijn uitgevoerd in augustus 2015. De facturen die zien op die werkzaamheden zijn niet betaald en daarvan is betaling gevorderd in de verstekprocedure.

4.5.

S.M.E.S. 2 heeft ter onderbouwing van hetgeen zij heeft aangevoerd facturen overgelegd en luchtfoto’s waaruit kan worden afgeleid dat de werkzaamheden in twee fasen zijn uitgevoerd, zowel in mei 2015 als in augustus 2015. Gelet op het voorgaande heeft Barkaris onvoldoende gesteld om toegelaten te worden tot het bewijs dat er bedrog is gepleegd door S.M.E.S. 2 in de procedure of dat zij beslissende stukken heeft achtergehouden. Barkaris is niet meer op de uitgebreide en gemotiveerde betwisting van S.M.E.S. 2 ingegaan. De vordering van Barkaris tot herroeping van het vonnis wordt dan ook afgewezen.

4.6.

Volgens S.M.E.S. 2 heeft Barkaris haar onnodig op kosten gejaagd door haar in deze procedure te betrekken die nodeloos is ingesteld en is S.M.E.S. 2 de dupe geworden van de malversaties van de heer [persoon 1] . Zo is S.M.E.S. 2 herhaaldelijk misleid bij haar pogingen het verstekvonnis te executeren. Wat daarvan zij, hetgeen Barkaris heeft ondernomen om de executie van het vonnis te voorkomen, leidt niet tot het oordeel dat Barkaris misbruik heeft gemaakt van het procesrecht door onderhavige procedure te beginnen. Kennelijk heeft Barkaris gemeend te moeten stellen dat het verstekvonnis onjuist was en dat zij reeds betaald heeft. Zonder relevante bijkomende omstandigheden maakt, nu de stellingen van Bakaris onjuist blijken te zijn niet dat er sprake is van misbruik van procesrecht.

4.7.

Barkaris zal als de in het ongelijk gestelde partij evenwel in de forfaitaire proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van S.M.E.S. 2 worden begroot op € 3.010,-.( € 1.924 aan griffierecht en 2 punten volgens tarief II ad € 543).

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst af het verzoek om herroeping van de vonnissen van deze rechtbank te Rotterdam d.d. 2 november 2016 en 4 januari 2017,

5.2.

veroordeelt Barkaris in de proceskosten, aan de zijde van S.M.E.S. 2 tot op heden begroot op € 3.010,-,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Boer en in het openbaar uitgesproken op 30 mei 2018.

1629/2872