Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:3967

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
20-04-2018
Datum publicatie
28-06-2018
Zaaknummer
691128-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is na een ruzie in een winkeltje met 2 bijlen en 3 messen teruggegaan en heeft de kassamedeweker bedreigd en vernielingen aangericht in de winkel. De verdachte was door prive-omstandigheden zeer gestresst en had alcohol gedronken. De verdachte is achteraf erg geschrokken van haar reactie. De rechtbank acht de verdachte enigszins verminderd toerekeningsvatbaar omdat zij ten tijde van het delict onder invloed was van een acute aanpassingsstoornis en een stoornis in het alcoholgebruik en een gebrekkige ontwikkeling van de geestesvermogens.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/691128-17

Datum uitspraak: 20 april 2018

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr J.H.S. Vogel, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 20 april 2018.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. K. Pieters heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 uren subsidiair 20 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het onder 2 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.2

Bewijswaardering met betrekking tot feit 1

4.2.1

Standpunt verdediging

Aangevoerd is dat niet bewezen kan worden dat de verdachte aangever heeft bedreigd met de woorden: “Jou moet ik hebben! Kom naar buiten! Ik sla jou dood!” De verdachte bekent dat zij heeft gezegd “Kom naar buiten”, maar ontkent dat zij de overige woorden heeft gebruikt. Er is slechts één getuige die dit heeft verklaard. Aangever [naam slachtoffer] , tegen wie deze bedreiging zou zijn gericht, heeft zelf echter niet verklaard dat de verdachte hem met het woord “dood” heeft bedreigd.

4.2.2

Beoordeling

De volgende feiten en omstandigheden kunnen op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen als vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten hebben op de terechtzitting niet ter discussie gestaan en kunnen zonder nadere motivering dienen als vertrekpunt voor de beoordeling van de bewijsvraag.

  1. De verdachte heeft in de winkel een woordenwisseling gekregen met aangever [naam slachtoffer] . Hierna is de verdachte naar huis gegaan, waarna zij terugkeerde naar de winkel met in elke hand een bijl en drie messen aan haar riem. Zij is de winkel weer in gegaan en is naar de toonbank gelopen waar aangever [naam slachtoffer] achter stond.

  2. De verdachte heeft verklaard dat zij op het moment dat zij terugkeerde naar de winkel boos en gefrustreerd was. Tevens had zij kort voordat zij de eerste keer naar de winkel kwam drie halve liters bier gedronken. Hiernaast was de verdachte door diverse privéomstandigheden zeer gestresst en emotioneel.

  3. Getuige [naam getuige] heeft verklaard dat zij de verdachte onder meer de woorden: “Kom naar buiten! Kom naar buiten!” hoorde schreeuwen naar de man achter de balie.

De rechtbank heeft op de camerabeelden waargenomen dat de verdachte naar de winkel loopt met twee bijlen in haar handen, waarmee zij zwaait. Zij komt de winkel in lopen en slaat met één van deze bijlen direct op de kassa die op de toonbank staat, op zeer korte afstand van een persoon die op de toonbank leunt. Aangever staat achter de toonbank. Hierna laat de verdachte de bijl zakken en wijst richting aangever. Ze zegt iets tegen hem en heeft een boze uitdrukking op haar gezicht.

De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende bewijs voorhanden is dat de verdachte daarbij de woorden “Ik sla jou dood” of soortgelijke bewoordingen heeft gebruikt, nu zij dit ontkent en uit de aangifte niet naar voren komt dat dergelijke woorden zijn gebruikt. Het enkele feit dat daar tegenover staat dat getuige [naam getuige] stelt deze woorden wel te hebben gehoord acht de rechtbank onvoldoende om op dit punt tot een bewezenverklaring te komen.

De rechtbank is echter wel van oordeel dat vast is komen te staan dat de verdachte behalve de woorden “Kom naar buiten”, ook de woorden: ‘Jou moet ik hebben”, heeft gebruikt, nu dit zowel door de aangever als de getuige [naam getuige] wordt verklaard.

Op grond van de camerabeelden waarop zichtbaar is dat verdachte bijlen in haar handen heeft en met de grootste bijl op de toonbank slaat, in combinatie met de daarbij door de verdachte gesproken woorden en de gemoedstoestand waarin de verdachte op dat moment verkeerde, stelt de rechtbank vast dat de verdachte haar woede jegens de aangever in zowel woord als daad duidelijk heeft laten blijken. De rechtbank komt dan ook tot het oordeel dat de gegeven omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, zowel bij aangever als bij de persoon die op de toonbank leunde, de redelijke vrees konden doen ontstaan dat de verdachte hen daadwerkelijk iets zou aan doen en dat zij daarbij het leven zouden kunnen verliezen.

Daarmee acht de rechtbank bewezen dat de verdachte de aangever en een in de winkel aanwezige andere persoon heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht.

4.3

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan.

In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezenverklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan.

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

1.

zij op 23 augustus 2017 te Rotterdam [naam slachtoffer] en een in de winkel aanwezige persoon heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht , door

- hakbijlen te tonen aan en daarmee zwaaiende bewegingen te maken in de richting van de genoemde personen en/of

- die genoemde personen dreigend de woorden toe te voegen "Jou moet ik hebben! Kom naar buiten! ";

2.

zij op 23 augustus 2017 te Rotterdam opzettelijk en wederrechtelijk een stelling en een kassa en een toonbank en diverse levensmiddelen, toebehorende aan de stichting [naam stichting] , heeft vernield door met een (hak)bijl

op/tegen die stelling en kassa en toonbank en levensmiddelen te slaan;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1.

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

2.

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte had in de winkel ruzie gekregen met de verkoper over de prijs van een bakje champignons. Zij is naar huis teruggegaan, heeft twee bijlen en drie messen meegenomen en is daarmee teruggegaan naar de winkel. Zij heeft vervolgens met een bijl op de kassa/toonbank geslagen en met haar handelen de in de winkel aanwezige aangever en een andere persoon met de dood bedreigd. Vervolgens heeft zij ook vernielingen gepleegd aan in de winkel aanwezige goederen, die onder meer ten goede zouden moeten komen aan mensen die het niet zo breed hebben. De verdachte heeft verklaard dat zij op dat moment een erg stressvolle periode doormaakte door een dreigende huisuitzetting, financiële problemen en relationele spanningen. Bovendien had zij alcohol genuttigd.

De verdachte heeft achteraf verklaard dat zij erg geschrokken is van haar reactie, ze heeft spijt en had zeker niet de bedoeling om iemand te verwonden. Zij wilde alleen praten en kan geen verklaring geven waarom zij dan wapens is gaan halen en daarmee is teruggegaan naar de winkel. Zij heeft later met haar raadsman een excuusbrief aan de winkel en de slachtoffers geschreven. Zij komt niet meer in de winkel.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van

27 maart 2018, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.

7.3.2.

Rapportages

Deskundige I.I. Schultze, GZ-psycholoog, heeft een forensisch psychologisch rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 5 december 2017. Dit rapport houdt onder andere het volgende in.

De verdachte is lijdende aan een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de zin van een aanpassingsstoornis, met een gemengde stoornis van emoties en gedrag, aan een stoornis in het alcoholgebruik en aan een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van een ongespecificeerde persoonlijkheidsstoornis. Dit was ook zo ten tijde van het tenlastegelegde en dit beïnvloedde haar gedragskeuzes op dat moment. Er was een reactie op een duidelijk herkenbare stressor, kort voorafgaand aan en ten tijde van het tenlastegelegde. Verder is er sprake van een gebrekkige coping. Structurele diagnostiek wijst op een defect in de persoonlijkheidsstructuur, te weten op een borderline persoonlijkheidsstructuur met daarbij vroege ontwikkelingsproblematiek. Onderzochte is weinig introspectief en gaat om met psychische spanningen door het ontwikkelen van lichamelijke spanningsklachten en/of paniekklachten. De psycholoog adviseert de verdachte het tenlastegelegde in verminderde mate toe te rekenen.

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 29 maart 2017. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.

Voorafgaand aan het tenlastegelegde was er sprake van een acute aanpassingsstoornis, met een gemengde stoornis van emoties en gedrag, die zich uitte in paniekaanvallen en een verminderd functioneren. De dreigende uithuiszetting was een stressor. Daar kwam bij dat betrokkene voorafgaand aan het delict die nacht slechts 2,5 uur had geslapen, drie blikken bier van een halve liter had gedronken en er een gespannen thuissfeer was. Dit alles maakte dat betrokkene in verhoogde emotionele toestand verkeerde ten tijde van het tenlastegelegde. Tevens is er sprake van ongespecificeerde persoonlijkheidsproblematiek, met kenmerken van een borderline persoonlijkheidsstructuur. Hierdoor heeft de verdachte beperkte coping vaardigheden en is het zelfgevoel krenkbaar en kwetsbaar. Zij voelde zich door de medewerker van de winkel gekrenkt. Dit, in combinatie met haar verhoogde emotionele toestand, maakte dat zij ontwrichtte en haar gedrag naar eigen zeggen niet meer onder controle had. Het tenlastegelegde lijkt hiermee een totstandkoming van een samenloop van omstandigheden te zijn geweest.

De verdachte toont beperkt inzicht te hebben in de gevolgen van haar acties voor omstanders van het tenlastegelegde. Zij spreekt voornamelijk over wat haar is aangedaan naar aanleiding van het tenlastegelegde en ziet zichzelf als slachtoffer hiervan. Zij lijkt in mindere mate in te zien dat dit het gevolg is van haar gedrag. Desondanks geeft betrokkene wel aan dat wat zij heeft gedaan, niet had gemogen en dat zij zichzelf er niet in herkent.

Sinds het tenlastegelegde heeft de verdachte stappen ondernomen om haar leefsituatie te verbeteren en te stabiliseren. Zo woont zij nu alleen en heeft steun van het wijkteam op gebied van financiën, waarmee een dreigende uithuiszetting is afgewend.

De rechtbank heeft acht geslagen op deze rapporten.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Nu de conclusies van de psycholoog gedragen worden door diens bevindingen en door hetgeen ook overigens op de terechtzitting is gebleken, neemt de rechtbank die conclusies over en maakt die tot de hare. Bij de verdachte bestond tijdens het begaan van de feiten een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens, in verband waarmee zij in enigszins verminderde mate toerekeningsvatbaar wordt geacht.

Gezien de ernst van de feiten zal de rechtbank een taakstraf van na te noemen duur opleggen. De eis van de officier van justitie doet naar het oordeel van de rechtbank evenwel onvoldoende recht aan de ernst van de bedreiging, waarbij gebruik is gemaakt van een hakbijl en de angst die deze bedreiging bij de slachtoffers teweeg heeft gebracht. Dit is voor de rechtbank derhalve aanleiding om een hogere straf op te leggen dan door de officier van justitie is gevorderd.

De reclassering en de psycholoog schatten de recidivekans laag in en bijzondere voorwaarden zijn dus niet gericht op het verlagen van het recidiverisico. De verdachte wordt bovendien momenteel begeleid door het wijkteam. Dit lijkt op dit moment voldoende. De rechtbank zal de verdachte dan ook geen bijzondere voorwaarden opleggen, als onderdeel van een voorwaardelijk strafdeel.

De rechtbank zal niettemin wel een deel van de op te leggen straf voorwaardelijk opleggen, met de algemene voorwaarde die hierna wordt genoemd. Dit dient er toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op artikelen, is gelet op artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 285 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

9 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 60 uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

bepaalt dat van deze taakstraf een gedeelte, groot 20 uren niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 jaar, na te melden voorwaarden overtreedt;

stelt als algemene voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 56 uren te verrichten taakstraf resteert;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 28 dagen;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, dat bij eerdere beslissing is geschorst;

Dit vonnis is gewezen door:

mr. R.G. de Lange-Tegelaar, voorzitter,

en mrs. R. Brand en A. Hello, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A. van der Drift-Visser, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

zij op of omstreeks 23 augustus 2017 te Rotterdam [naam slachtoffer] en/of een of meerdere in de winkel aanwezige perso(o)n(en) heeft

bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door - (met) (een) hakbijl(en) te tonen aan en/of zwaaiende bewegingen te maken in de richting van/nabij de genoemde perso(o)n(en) en/of - die genoemde perso(o)n(en) dreigend de woorden toe te voegen "Jou moet ik hebben! Kom naar buiten! Ik sla jou dood!", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.

zij op of omstreeks 23 augustus 2017 te Rotterdam opzettelijk en wederrechtelijk een stelling en/of een kassa en/of een toonbank

en/of diverse levensmiddelen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de stichting [naam stichting] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of

beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door met een of meer (hak)bijl(en)

op/tegen die stelling en/of kassa en/of toonbank en/of levensmiddelen te

slaan;