Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:3884

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
17-05-2018
Datum publicatie
28-05-2018
Zaaknummer
10/750179-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte wordt veoordeeld voor medeplichtigheid aan mensensmokkel uit winstbejag

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/750179-16

Datum uitspraak: 17 mei 2018

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

gemachtigd raadsvrouw mr. K.M.S. Bal, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzittingen van 27 september 2017, 17 april 2018,

18 april 2018 en 8 mei 2018.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting van 27 september 2017 overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. M. Blom heeft gevorderd:

  • -

    vrijspraak van het primair ten laste gelegde;

  • -

    bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden, met aftrek van voorarrest, alsmede een geldboete van € 334,59.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Vrijspraak zonder nadere motivering

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

4.2.

Bewijswaardering subsidiair ten laste gelegde

4.2.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte medeplichtig is geweest aan het behulpzaam zijn van vier Afghanen bij de doorreis door Nederland, bij het zich verschaffen van toegang tot Groot-Brittannië en bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland en Groot-Brittannië en dat hij daarbij handelde uit winstbejag. Er is 9 maal telefonisch contact geweest tussen het telefoonnummer van de verdachte en van de chauffeur op de dag vóór het transport. Zijn vingerafdruk is gevonden op het isolatiemateriaal waarachter de vreemdelingen waren verstopt in de bestelauto. Tot slot blijkt de betrokkenheid van de verdachte bij mensensmokkel uit een OVC-gesprek tussen de verdachte en de medeverdachte [naam medeverdachte 1] op

7 juli 2016. De verklaring van de verdachte dat het niet zijn telefoon was en dat zijn vingerafdruk door zijn werk op de isolatieplaat terecht is gekomen, is volgens de officier van justitie volstrekt ongeloofwaardig.

4.2.2.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde, nu niet kan worden bewezen dat de verdachte betrokken is geweest bij het plegen van het strafbare feit. Aangevoerd is dat de verdachte een geverifieerde en aannemelijke verklaring heeft afgelegd voor het aantreffen van zijn vingerafdruk op de isolatieplaat, waarachter de vreemdelingen waren geplaatst. Voorts staat ten aanzien van de geregistreerde belcontacten tussen het telefoonnummer van medeverdachte [naam medeverdachte 2] en het nummer eindigend op - [nummer] , niet vast dat dit telefoonnummer aan de verdachte toebehoort. Tot slot blijkt uit het OVC-gesprek tussen de verdachte en de medeverdachte [naam medeverdachte 1] niets belastends over de betrokkenheid van de verdachte bij het transport, aldus de verdediging.

4.2.3.

Beoordeling

De volgende feiten en omstandigheden kunnen op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen als vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten hebben op de terechtzitting niet ter discussie gestaan en kunnen zonder nadere motivering dienen als vertrekpunt voor de beoordeling van de bewijsvraag.

  • -

    Op 17 februari 2016 om 19.47 uur controleerde een medewerker van de Koninklijke Marechaussee bij de grensdoorlaatpost te Hoek van Holland de bestelauto die door de medeverdachte [naam medeverdachte 2] werd bestuurd. De medeverdachte [naam medeverdachte 2] wilde op dat moment met deze bestelauto aan boord gaan van de ferry Stena Brittanica vanuit Hoek van Holland naar Harwich in Groot-Brittannië. De medewerker was kort hiervoor telefonisch geïnformeerd door een medewerker van Stena Line over een persoon die zojuist met contant geld een ticket bij haar had betaald, terwijl deze persoon zenuwachtig op haar overkwam. Het zou gaan om het voertuig dat op dat moment bij het controlestation stond. Het bleek om voornoemde bestelauto te gaan. Tijdens de controle door de medewerker van de Koninklijke Marechaussee kwam de medeverdachte [naam medeverdachte 2] zenuwachtig en verward over.

  • -

    Achterin de laadruimte stond een op maat gemaakte isolatieplaat die het verdere zicht ontnam op de laadruimte achter de plaat. De medewerker vroeg de medeverdachte [naam medeverdachte 2] wat zich achter de isolatieplaat bevond, waarop hij antwoordde “niks, gewoon wat spullen”. Achter deze isolatieplaatplaat zag de medewerker vervolgens vier personen gehurkt zitten. Dit bleken vier vreemdelingen met de Afghaanse nationaliteit te zijn, die onrechtmatig in Nederland verbleven.

  • -

    Eén van de vreemdelingen heeft verklaard vanuit Afghanistan op weg te zijn naar Groot-Brittannië en voor de reis voor het hele gezin een bedrag van 30.000 dollar te hebben betaald aan hun reisagent.

  • -

    In de cabine van de bestelauto is een reservering gevonden voor de overtocht naar Groot-Brittannië, met de verwachte aankomsttijd in Harwich op 18 februari 2016 om 6.30 uur en de vertrekdatum vanuit Harwich naar Hoek van Holland op 19 februari 2016 om 9.00 uur.

  • -

    Na onderzoek naar de sporen op de isolatieplaat is een vingerafdruk gevonden die afkomstig is van de verdachte.

Naar het oordeel van de rechtbank wijst de omstandigheid dat een chauffeur vreemdelingen in zijn lading aanwezig heeft in beginsel op betrokkenheid en wetenschap van de chauffeur. Onder deze omstandigheden mag van de chauffeur worden verlangd dat hij inzicht geeft in zijn reisdoel en -bewegingen. Nu de medeverdachte [naam medeverdachte 2] hieromtrent geen consistente, plausibele en verifieerbare verklaring heeft gegeven, alsmede gelet op de omstandigheden waaronder de vreemdelingen in de bestelauto zijn aangetroffen en het feit dat hij zenuwachtig was bij de controle door de Koninklijke Marechaussee, is vast komen te staan dat de medeverdachte [naam medeverdachte 2] opzettelijk deze vier personen heeft gesmokkeld in de door hem bestuurde bestelauto.

De vraag waar de rechtbank zich thans voor gesteld ziet is of de verdachte opzettelijk behulpzaam is geweest bij deze mensensmokkel in de zin dat hij de op maat gemaakte isolatieplaat heeft verstrekt waarachter de vreemdelingen zich hebben verborgen.

De verdachte heeft de aanwezigheid van zijn vingerafdruk op de isolatieplaat verklaard uit het feit dat hij zo nu en dan werkzaamheden verricht in een bedrijf van een vriend in Oudenbosch waarbij hij dan isolatieplaten op maat zaagt. Volgens de verdediging wijst de aangetroffen vingerafdruk van de verdachte daarom niet op strafbare betrokkenheid bij het ten laste gelegde feit.

Behalve de aangetroffen vingerafdruk draagt echter ook bij aan het bewijs dat op 16 februari 2016, één dag voor de mensensmokkel, medeverdachte [naam medeverdachte 2] negen keer telefonisch contact heeft met een telefoonnummer eindigend op - [nummer] .

De rechtbank stelt vast dat dit telefoonnummer ten tijde van de strafbare feiten in gebruik is bij de verdachte. Weliswaar heeft de verdachte verklaard dat hij dat nummer niet kent, maar uit onderzoek is gebleken dat dit nummer frequent contact heeft met het telefoonnummer van een zus van de verdachte die hij zegt vrijwel dagelijks te bellen. Bovendien heeft een andere zus van de verdachte dit nummer desgevraagd aan de Koninklijke Marechaussee verstrekt als nummer van de verdachte.

Voor het feit dat op de dag vóór het transport van de vreemdelingen over en weer gebeld is tussen de medeverdachte [naam medeverdachte 2] en de verdachte - het betroffen 4 inkomende en 5 uitgaande gesprekken – heeft de verdachte, evenmin als medeverdachte [naam medeverdachte 2] een verklaring gegeven. Hun simpele verklaring, over en weer, dat zij elkaar in het geheel niet kennen, kan immers niet als een redelijke die redengevendheid ontzenuwende verklaring worden aangemerkt. Hier komt bij dat [naam medeverdachte 2] op diezelfde dag de bestelbus heeft gehuurd waarmee het transport is uitgevoerd en waarin de op maat gemaakte isolatieplaat moest worden ingebouwd. De verklaring van de verdachte over de wijze waarop zijn vingerafdruk op de isolatieplaat terecht zou kunnen zijn gekomen, weerlegt daarom het voorgaande niet.

Op grond van voornoemde feiten en omstandigheden - in onderling verband en samenhang bezien – is de rechtbank van oordeel dat de verdachte betrokken is geweest bij het vervoer van de vreemdelingen door Nederland naar Groot-Brittannië. De verklaring van de verdachte, dat hij geen betrokkenheid heeft gehad acht de rechtbank ongeloofwaardig. De rechtbank acht zich in dit oordeel gesteund door de uitlatingen van de verdachte tegen de medeverdachte [naam medeverdachte 1] tijdens het vervoer op 7 juli 2016 in het kader van de toetsing van de voorlopige hechtenis. Uit de opname van het OVC-gesprek blijkt dat de beide verdachten spraken over de zaak waarvoor zij vast zaten. De verdachte wilde weten wat de medeverdachte [naam medeverdachte 1] over hem had gezegd. De medeverdachte [naam medeverdachte 1] antwoordde dat hij niets over de verdachte had verklaard en dat zijn chauffeur ‘het heeft verneukt’. De verdachte draagt de medeverdachte [naam medeverdachte 1] op te doen alsof zij elkaar niet kennen en niet te praten op dat moment omdat dat ‘gevaarlijk’ is en de medeverdachte [naam medeverdachte 1] spreekt het vermoeden uit dat ‘ze het weten’, omdat ze zijn telefoon hebben en daarop films met [naam verdachte] te zien zijn. De inhoud van dit gesprek is niet te rijmen met het door de verdachte geschetste scenario dat hij geen enkele betrokkenheid heeft bij mensenmokkel.

Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat de verdachte degene is geweest die contacten met de medeverdachte [naam medeverdachte 2] heeft onderhouden en de isolatieplaat heeft verstrekt waarachter de vreemdelingen tijdens het vervoer op 17 februari 2016 verborgen zaten.

4.2.4.

Conclusie

Bewezen is dat de verdachte medeplichtig is geweest aan mensensmokkel.

4.3.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

(subsidiair)

[naam medeverdachte 2] op 17 februari 2016 te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam

4 ( vier), personen met de Afghaanse nationaliteit

- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door, en

- uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf

in Nederland en een andere lidstaat van de Europese Unie,

of die personen met de Afghaanse nationaliteit daartoe gelegenheid en middelen heeft verschaft terwijl die [naam medeverdachte 2] wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die toegang of die doorreis en/of dat verblijf wederrechtelijk was, immers heeft hij, die [naam medeverdachte 2] ,

- bovengenoemde personen in (de laadruimte van) een bestelauto (Ford type Transit) achter een isolatieplaat vervoerd door Nederland, en

- een ticket aangeschaft voor de ferry (Stena Line) naar Groot-Brittannië,

en (aldus) het verblijf in en het transport en de doorreis door Nederland en een andere lidstaat van de Europese Unie van die bovengenoemde personen gefaciliteerd bij en/of tot het plegen van voornoemd misdrijf hij, verdachte, op of omstreeks 1 tot en met 17 februari 2016 in Nederland opzettelijk behulpzaam is geweest door middelen te verschaffen, door (isolatie) materiaal te verstrekken waarachter voornoemde personen verborgen zaten.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

de voortgezette handeling van

medeplichtigheid aan mensensmokkel, meermalen gepleegd

en

medeplichtigheid aan een ander uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland en een andere lidstaat van de Europese Unie, en die ander daartoe gelegenheid en middelen verschaffen, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk is, meermalen gepleegd

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feitent waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan mensensmokkel door het onderhouden van contact met de chauffeur van de bestelbus waarin de vreemdelingen werden vervoerd en het verstrekken van een isolatieplaat waarachter de vreemdelingen waren verstopt tijdens het vervoer met als bestemming Groot-Brittannië. Door mensensmokkel wordt niet alleen het overheidsbeleid inzake bestrijding van illegaal verblijf in en illegale toegang tot Nederland en andere landen van de Europese Unie doorkruist, maar wordt ook bijgedragen aan een illegaal circuit. Hoewel niet is gebleken dat de verdachte initiator was van de mensensmokkel, heeft hij hieraan wel een bijdrage geleverd. De verdachte heeft door zijn handelen bijgedragen aan het in stand houden van een illegaal circuit. De verdachte heeft dit uit winstbejag gedaan, namelijk om financieel voordeel te verkrijgen. De rechtbank verwijt de verdachte dat hij niet heeft stilgestaan bij het ontwrichtende karakter van mensensmokkel en evenmin welke risico’s de gesmokkelden tijdens het vervoer liepen.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van

11 augustus 2017, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportages

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd

8 september 2016. Dit rapport houdt het volgende in. Het recidiverisico wordt ingeschat als matig, omdat de verdachte geen vast inkomen en zinvolle dagbesteding heeft. Hoewel er aanwijzingen zijn voor psychische en praktische problemen is de verdachte niet ontvankelijk voor begeleiding vanuit de reclassering. Om deze redenen wordt geen meerwaarde gezien in het opleggen van een toezicht. De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van het feit, het aantal gesmokkelde vreemdelingen en gelet op de straffen die doorgaans worden opgelegd voor mensensmokkel kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank zal echter vanwege de beperkte rol van de verdachte (als medeplichtige) de op te leggen gevangenisstraf in duur gelijk stellen aan het ondergane voorarrest en daarnaast een taakstraf opleggen.

De door de officier van justitie geëiste geldboete (naast een gevangenisstraf van aanzienlijke duur), is ongebruikelijk bij een feit als het onderhavige en naar het oordeel van de rechtbank niet passend en geboden naast de al op te leggen gevangenisstraf en taakstraf. In het feit dat er (conservatoir) beslag is gelegd op het bij de verdachte inbeslaggenomen geldbedrag van
€ 334,59 ziet de rechtbank geen aanleiding om af te wijken van hetgeen gebruikelijk is.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op artikel 9, 22c, 22d, 48, 56, 57 en 197a van het Wetboek van Strafrecht.

9 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte de subsidiair ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 28 (achtentwintig) dagen;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;


veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 (honderdentwintig) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 dagen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.A.M.J. Janssen-Timmermans, voorzitter,

mr. K. Bakker en mr. S.N. Abdoelkadir, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.Y. de Lange, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

primair

hij op of omstreeks 17 februari 2016 te Hoek van Holland, gemeente

Rotterdam, althans in Nederland tezamen en in vereniging met (een) ander(en),

althans alleen, 4 (vier), althans één of meer perso(o)n(en) met de Afghaanse

nationaliteit, althans van buitenlandse afkomst,

- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis

door, en/of

- uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf

in Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of

Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te

New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land,

over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New

York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, of

die perso(o)n(en) met de Afghaanse nationaliteit (telkens) daartoe

gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft/hebben verschaft terwijl hij,

verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) of ernstige redenen

had(den) te vermoeden dat die toegang of die doorreis en/of dat verblijf

wederrechtelijk was,

immers heeft hij, verdachte, tezamen en in vereniging met één of meer van zijn mededaders, althans alleen,

- bovengenoemde personen in (de laadruimte van) een bestelauto (Ford type

Transit) achter een isolatieplaat, vervoerd door Nederland, en/of

- materiaal verstrekt waaronder/waarachter voornoemde pers(o)n(en) verborgen

zaten, (aldus) het verblijf in en/of het transport en de doorreis door Nederland en/of

een andere lidstaat van de Europese Unie van die bovengenoemde pers(o)n(en) georganiseerd en/of gecoördineerd en/of gefaciliteerd

subsidiair

[naam medeverdachte 2] op 17 februari 2016 te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam

althans in Nederland tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans

alleen, 4 (vier), althans één of meer perso(o)n(en) met de Afghaanse

nationaliteit, althans van buitenlandse afkomst,

- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis

door, en/of

- uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf

in Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of

Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te

New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land,

over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New

York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad,

of die perso(o)n(en) met de Afghaanse nationaliteit (telkens) daartoe

gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft/hebben verschaft terwijl die [naam medeverdachte 2] en/of

zijn mededader(s) (telkens) wist(en) of ernstige redenen

had(den) te vermoeden dat die toegang of die doorreis en/of dat verblijf

wederrechtelijk was,

immers heeft hij, die [naam medeverdachte 2] , tezamen en in vereniging met één of meer van zijn mededaders, althans alleen,

- bovengenoemde personen in (de laadruimte van) een bestelauto (Ford type

Transit) achter een isolatieplaat vervoerd door Nederland, en/of

- een ticket aangeschaft voor de ferry (Stena Line) naar Groot-Brittannië,

en/of (aldus) het verblijf in en/of het transport en de doorreis door Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie van die bovengenoemde pers(o)n(en) georganiseerd en/of gecoördineerd en/of gefaciliteerd

bij en/of tot het plegen van voornoemd misdrijf hij, verdachte, op of

omstreeks 1 tot en met 17 februari 2016 te Hoek van Holland, gemeente

Rotterdam en/of te Oudenbosch althans in Nederland

opzettelijk behulpzaam is geweest door gelegenheid, middelen of inlichtingen

te verschaffen, door (isolatie) materiaal te verstrekken waaronder/waarachter voornoemde

pers(o)n(en) verborgen zat(en).