Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:3883

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
17-05-2018
Datum publicatie
18-05-2018
Zaaknummer
10/750286-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte wordt veroordeeld voor mensensmokkel uit winstbejag. Er is sprake van medeplegen nu sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en zijn medeverdachte, die in de kern heeft bestaan uit een gezamenlijke uitvoering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/750286-16

Datum uitspraak: 17 mei 2018

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. W.B.M. Bos, advocaat te Oud-Beijerland.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzittingen van 27 september 2017, 17 april 2018,

18 april 2018 en 8 mei 2018.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting van 27 september 2017 overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. M. Blom heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaar, met aftrek van voorarrest.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering

4.1.1.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. De verdachte ontkent iedere betrokkenheid bij de mensensmokkel. De getuigen die aanvankelijk belastend hebben verklaard over de verdachte, [naam medeverdachte 1] en de chauffeur [naam medeverdachte 2] , hebben hun verklaringen toen zij bij de rechter-commissaris werden gehoord, grotendeels ingetrokken. Hier komt bij dat zij allebei medeverdachten zijn in deze zaak. Zij hebben de verdachte in verband met deze zaak gebracht om hun eigen hachje te redden. In hun verklaringen spreken zij elkaar ook tegen. Alles bij elkaar zijn de verklaringen onvoldoende betrouwbaar om bij te kunnen dragen aan het bewijs. Aan de herkenning van de verdachte door [naam medeverdachte 2] aan de hand van de foto van de verdachte kan evenmin waarde worden gehecht. Het betrof een enkelvoudige fotoconfrontatie en de verdachte heeft erkend regelmatig in het garagebedrijf van medeverdachte [naam medeverdachte 1] te zijn geweest. Mogelijk heeft de chauffeur hem daar gezien en herkent hij de verdachte daarvan. Daarnaast lijkt de herkenning met twijfels gepaard gegaan te zijn.

Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat de feitelijke handelingen van de verdachte, zo die bewezen worden geacht, niet wijzen op een nauwe en bewuste samenwerking gericht op mensensmokkel. De verdachte kan daarom niet als medepleger worden aangemerkt van het ten laste gelegde feit.

4.1.2.

Beoordeling

De volgende feiten en omstandigheden kunnen op grond van de inhoud van de

bewijsmiddelen als vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten hebben op de terechtzitting niet ter discussie gestaan en kunnen zonder nadere motivering dienen als vertrekpunt voor de beoordeling van de bewijsvraag.

Op 20 februari 2016, omstreeks 13:00 uur kreeg een medewerker van de Koninklijke Marechaussee, die in Hoek van Holland bezig was met de uitreiscontrole van vrachtwagens die aan boord gaan van de Stena Line ferry naar Harwich te Groot-Brittannië, de melding dat zich een persoon bij het vrachtkantoor had gemeld die de overtocht per ferry naar Harwich met contant geld betaald heeft. Het ging om een bestelauto voorzien van het Nederlandse kenteken [kentekennummer] . Tijdens de daarop volgende vrachtcontrole van een witte Nissan Atleon, voorzien van het voornoemde kenteken, werd waargenomen dat de lading bestond uit lege aardappelkisten en dat deze tot aan het plafond waren opgestapeld. Achter de lading werden negen vreemdelingen aangetroffen met de Afghaanse nationaliteit. De aardappelkisten bleken zodanig te zijn geladen dat de vreemdelingen hulp gehad moeten hebben om zich daartussen te verstoppen.

De verklaring van de chauffeur [naam medeverdachte 2] en de zendmastgegevens van de telefoon van de verdachte

De Roemeense chauffeur is na zijn aanhouding meerdere malen gehoord en heeft daarbij wisselend en inconsistent verklaard over zijn reis van Roemenië naar Nederland en zijn reisbewegingen in de dagen voorafgaande aan zijn aanhouding. Eerst in zijn vierde en vijfde verhoor heeft hij verklaringen afgelegd die op onderdelen worden ondersteund door objectieve gegevens en bewijsmiddelen. De rechtbank acht deze verklaringen van de chauffeur om die reden op die onderdelen geloofwaardig en zal deze voor het bewijs gebruiken. Daar waar de chauffeur in dezelfde verklaringen heeft verklaard over zijn eigen aandeel acht de rechtbank dit niet geloofwaardig omdat hij op dit punt wisselend en inconsistent heeft verklaard en de objectieve ondersteuning voor zijn verklaring over zijn eigen aandeel, ontbreekt.

De chauffeur heeft verklaard dat hij op 15 februari 2016 vanuit Roemenië is vertrokken met een lading eieren, in gezelschap van een Roemeen die hij voordien niet kende. Op

16 februari 2016 zijn zij in de avond aangekomen in Nederland en hebben verbleven in een hotel in Roosendaal, waar een tweede Roemeen verbleef. In de ochtend van 17 februari 2016 is de chauffeur met de Roemenen bij een garagebedrijf geweest. Daar hebben de Roemenen gesproken met de eigenaar, medeverdachte [naam medeverdachte 1] . Op 18 februari 2016 is de chauffeur nogmaals bij het autobedrijf geweest.

Volgens zijn verklaring is hij op 18 februari 2016 naar Groot-Brittannië gereisd om de eieren af te leveren. Bij het afleveren van de eieren werd hem verzocht om aansluitend nog een rit te doen van Nederland naar Engeland, met een andere vrachtwagen. De chauffeur heeft verklaard dat hij dit aanvankelijk heeft geweigerd omdat hij voelde dat er iets niet klopte. Desondanks is hij op 19 februari 2016, in de avond teruggekeerd naar het hotel in Roosendaal waar hij daags daarvoor ook had verbleven.

De chauffeur heeft voorts verklaard dat hij ’s ochtends vanaf de parkeerplaats van het hotel is opgehaald door een man met een baard in een grijze Mercedes. Deze heeft hem naar het autobedrijf gebracht. De chauffeur heeft de man met de Mercedes later aan de hand van een foto aangewezen als de verdachte. Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte ten tijde van het ten laste gelegde de eigenaar was van een grijze Mercedes.

Volgens de verklaring van de chauffeur heeft de medeverdachte [naam medeverdachte 1] bij aankomst bij het garagebedrijf de papieren geregeld. De verdachte is hierbij aanwezig geweest. Tegen de chauffeur is gezegd dat de lading bestond uit kisten met appels. De vrachtwagen was al geladen toen de chauffeur aankwam bij het autobedrijf. Hij heeft niet in de laadruimte gekeken maar hij zag wel dat de vrachtwagen zwaar beladen was.

De chauffeur heeft verder verklaard dat de eigenaar van het autobedrijf – die hij later aan de hand van een foto heeft aangewezen als de medeverdachte [naam medeverdachte 1] – samen met de man van de Mercedes voor hem uit is gereden naar Hoek van Holland in de Volkswagen Passat van de garage-eigenaar. Toen de chauffeur dreigde fout te rijden hebben zij hem met handgebaren de juiste weg naar het terrein van de Stena Line gewezen en zij hebben daarna hun auto geparkeerd langs het spoor. De verklaring van de chauffeur vindt ondersteuning in een proces-verbaal van een medewerker van de Koninklijke Marechaussee die heeft gerelateerd dat er twee mannen met een niet-Nederlands uiterlijk, op de dijk met opvallende belangstelling naar de controleplaats stonden te kijken, tijdens de controle en aanhouding.

Ook de zendmastgegevens met betrekking tot het telefoonnummer dat is afgegeven op naam van de verdachte en met betrekking tot het telefoonnummer van de medeverdachte [naam medeverdachte 1] , ondersteunen die verklaring van de chauffeur op dit punt. Hieruit volgt namelijk dat de telefoons van de verdachte en zijn medeverdachte [naam medeverdachte 1] , in het tijdvak tussen 10:44 uur en 14:52 uur, rond dezelfde tijdstippen aanstralen op dezelfde mastlocaties op de route tussen Roosendaal en Hoek van Holland v.v. en dat de beide telefoons rond het tijdstip van de aanhouding van de chauffeur aanstralen op een zendmast in Hoek van Holland.

Uit onderzoek op de telefoon van de verdachte blijkt voorts dat er om 12:33:34 uur een uitgaande belbeweging is geweest naar een nummer dat vaker voorkwam in de belhistorie van de telefoon van de verdachte, hetgeen het vermoeden oplevert dat het de verdachte is geweest die daar toen met zijn telefoon heeft gebeld.

De verklaring van de verdachte

De verdachte heeft, geconfronteerd met bovenstaande onderzoeksbevindingen die wijzen op een significante bijdrage aan het smokkelincident, zich aanvankelijk beroepen op zijn zwijgrecht. Later, nadat hij bekend was met de inhoud van het dossier, heeft de verdachte alsnog een inhoudelijke verklaring afgelegd waarbij hij iedere betrokkenheid bij mensensmokkel heeft ontkend. Hij heeft verklaard – kort samengevat en zakelijk weergegeven - dat hij wel vaker in het pand kwam waar garagebedrijf [naam medeverdachte 1] was gevestigd. Hij bezocht dan een vriend die daar een autopoetsbedrijf had. De verdachte heeft ontkend in de ochtend van 20 februari 2016 de chauffeur [naam medeverdachte 2] te hebben opgehaald in zijn Mercedes en hij is die dag niet in Hoek van Holland geweest.

De verdachte heeft geen verklaring voor de onderzoeksbevindingen ten aanzien van zijn telefoon en de zendmastgegevens.

De rechtbank stelt hiermee vast dat de verdachte voor een omstandigheid die op zichzelf en samen met andere bewijsmiddelen zoals de herkenning van de verdachte door de chauffeur van het transport, redengevend voor het bewijs moet worden geacht, geen redelijke, die redengevendheid ontzenuwende, verklaring heeft gegeven.

Is er sprake van een betrouwbare herkenning van de verdachte?

De verdediging heeft voorts aangevoerd dat ‘aan de herkenning van de verdachte enkele kritiekpunten kleven’. Voor zover de verdediging daarmee bedoeld heeft te stellen dat de enkelvoudige fotoconfrontatie niet tot het bewijs mag worden gebezigd omdat het mogelijk is geweest dat de chauffeur de verdachte van een eerdere ontmoeting in het garagebedrijf heeft herkend, overweegt de rechtbank het navolgende.

Aan een meervoudige fotoconfrontatie wordt doorgaans een hogere bewijswaarde toegekend dan aan een enkelvoudige. Dit betekent echter niet dat daarmee elke enkelvoudige fotoconfrontatie (per definitie) onvoldoende betrouwbaar is en daarmee onbruikbaar is voor het bewijs. Een enkelvoudige fotoconfrontatie zal wel kritisch en met de nodige voorzichtigheid dienen te worden beoordeeld.

Uit de verklaring van de chauffeur begrijpt de rechtbank dat er geen sprake is geweest van een vluchtige ontmoeting tussen beiden. De verdachte zou hem bij het hotel hebben opgehaald en ook bij het ondertekenen van het huurcontract en het vertrek uit Roosendaal aanwezig zijn geweest. Een langere duur van contact verhoogt in het algemeen de betrouwbaarheid van een herkenning.

Nu de herkenning voorts niet op zichzelf staat, maar aansluit bij het signalement dat de chauffeur eerder had gegeven van de verdachte en diens auto en bovendien is vastgesteld dat de verdachte ten tijde van het ten laste gelegde feit reed in een grijze Mercedes, acht de rechtbank bedoelde fotoconfrontatie betrouwbaar en als zodanig bruikbaar voor het bewijs. De rechtbank verwerpt het verweer.

Is sprake van medeplegen?

De volgende vraag die aan de rechtbank voorligt, is of verdachte deze mensensmokkel tezamen en in vereniging met zijn medeverdachten heeft gepleegd. Medeplegen vereist een bewuste en nauwe samenwerking gericht op het voltooien van het delict. Bij de vorming van haar oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechtbank rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte in de ochtend van 20 februari 2016 de chauffeur heeft opgehaald bij diens hotel en naar het garagebedrijf heeft gebracht. Aldaar aangekomen zijn papieren aan de chauffeur verstrekt, waaronder het huurcontract van de vrachtauto en een valse factuur met betrekking tot de deklading. De verdachte is hierbij aanwezig geweest. De chauffeur is vervolgens naar Hoek van Holland gereden in de vrachtauto waarin negen Afghaanse vreemdelingen zonder verblijfsdocumenten zaten verstopt tussen de deklading. De verdachte is met de medeverdachte [naam medeverdachte 1] voor de vrachtauto uitgereden in de auto van [naam medeverdachte 1] . Onderweg hebben zij de chauffeur de weg gewezen waar hij dreigde fout te rijden. Vlak voor de aankomst bij het vrachtkantoor van de Stena Line zijn zij gestopt en hebben het transport vanaf een dijk langs het spoor geobserveerd.

Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en zijn medeverdachte, die in de kern heeft bestaan uit een gezamenlijke uitvoering. Daarmee acht de rechtbank het ten laste gelegde medeplegen bewezen.

Winstbejag

De rechtbank acht eveneens bewezen dat de verdachte uit winstbejag heeft gehandeld.

Van winstbejag is sprake indien het handelen van de dader is ingegeven door een gerichtheid op verrijking, waarbij het niet noodzakelijk hoeft te gaan om een op geld waardeerbaar voordeel en evenmin bepalend is of het beoogde voordeel daadwerkelijk is behaald. Voldoende is dat de dader op de verrijking uit is geweest. De term winstbejag strekt ertoe om handelen met zuiver ideële motieven uit de werkingssfeer van artikel 197a, lid 2 van het Wetboek van Strafrecht te houden. Een van de vreemdelingen uit de vrachtwagen heeft verklaard dat hij 20.000 dollar heeft betaald voor zijn gezin om naar Engeland te kunnen. Nu van ideële motieven aan de zijde van de verdachte in ieder geval niet is gebleken acht de rechtbank bewezen dat de verdachte uit winstbejag heeft gehandeld.

4.1.3.

Conclusie

Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen van mensensmokkel in de periode van 17 tot en met 20 februari 2016.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij in de periode van 17 tot en met 20 februari 2016 in Nederland, tezamen

en in vereniging met anderen, 9 (negen), personen met de Afghaanse nationaliteit,

- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis

door, en

- uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf

in Nederland en een andere lidstaat van de Europese Unie, of

die personen met de Afghaanse nationaliteit daartoe

gelegenheid en middelen heeft/hebben verschaft terwijl hij,

verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen

had(den) te vermoeden dat die toegang of die doorreis en/of dat verblijf

wederrechtelijk was, immers heeft hij, verdachte, tezamen en in vereniging met zijn mededaders,

-contacten gelegd en/of onderhouden met de chauffeur en/of andere bij deze

smokkel betrokken, tot op heden onbekend gebleven, personen, en

- de chauffeur vervoerd van zijn hotel naar het garagebedrijf en het

voertuig waar voornoemde personen mee gesmokkeld zouden worden, en

-valse documenten opgesteld en verstrekt, te weten een

huurcontract voor het voertuig en een factuur voor de deklading (kistjes),

en

- bovengenoemde personen in een vrachtwagen vervoerd, door Nederland, en

- het vervoer van die personen in die vrachtwagen gevolgd en in de gaten

gehouden, en

- een ticket aangeschaft voor de ferry (Stena Line) naar Groot-Brittannië

en (aldus) het verblijf in en het transport en de doorreis door Nederland en een andere lidstaat van de Europese Unie van die bovengenoemde personen georganiseerd en

gecoördineerd en gefaciliteerd.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

de voortgezette handeling van

mensensmokkel, terwijl het feit in vereniging wordt begaan door meerdere personen, meermalen gepleegd

en

een ander uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland en een andere lidstaat van de Europese Unie, en die ander daartoe gelegenheid en middelen verschaffen, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk is, terwijl het feit in vereniging wordt begaan door meerdere personen, meermalen gepleegd

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feit waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft samen met anderen 9 personen met de Afghaanse nationaliteit door Nederland gesmokkeld met bestemming Groot-Brittannië. De rol van de verdachte in deze smokkel is van organisatorische en coördinerende aard geweest. Zo heeft hij de chauffeur die de vrachtauto met de daarin verborgen vreemdelingen naar Groot-Brittannië vervoerde van zijn hotel naar de vrachtauto gebracht, is hij erbij geweest toen de nodige papieren werden verstrekt aan de chauffeur en heeft hij de vrachtauto begeleid naar Hoek van Holland om ervoor te zorgen dat de smokkel van de Afghanen goed zou verlopen.

Door mensensmokkel wordt niet alleen het overheidsbeleid inzake bestrijding van illegaal verblijf in en illegale toegang tot Nederland en andere landen van de Europese Unie doorkruist, maar wordt ook bijgedragen aan het in stand houden van een illegaal circuit. De verdachte is als organisator en coördinator te beschouwen als een onmisbare schakel in het mensensmokkelproces. Door zijn handelen heeft de verdachte bijgedragen aan het in stand houden van het illegale circuit. De verdachte heeft dit uit winstbejag gedaan om zelf financieel voordeel te behalen. Hij is daarbij voorbijgegaan aan het ontwrichtende karakter van mensensmokkel en de risico’s die de vreemdelingen liepen tijdens het vervoer. De rechtbank neemt dit de verdachte kwalijk.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van

11 augustus 2017, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op het aantal vreemdelingen dat is gesmokkeld, de strafverzwarende elementen van medeplegen, de omstandigheid dat is gehandeld uit winstbejag en op de straffen die in mensensmokkelzaken plegen te worden opgelegd.

Alles afwegende acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 56, 57 en 197a van het Wetboek van Strafrecht.

9 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.A.M.J. Janssen-Timmermans, voorzitter,

mr. K. Bakker en mr S.N. Abdoelkadir, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.Y. de Lange, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij in of omstreeks de periode van 17 tot en met 20 februari 2016 te Hoek van

Holland, gemeente Rotterdam en/of te Roosendaal althans in Nederland, tezamen

en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, 9 (negen), althans één

of meer perso(o)n(en) met de Afghaanse nationaliteit, althans van buitenlandse

afkomst,

- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis

door, en/of

- uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf

in Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of

Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te

New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land,

over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New

York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, of

die perso(o)n(en) met de Afghaanse nationaliteit (telkens) daartoe

gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft/hebben verschaft terwijl hij,

verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) of ernstige redenen

had(den) te vermoeden dat die toegang of die doorreis en/of dat verblijf

wederrechtelijk was,

immers heeft hij, verdachte, tezamen en in vereniging met één of meer van zijn mededaders, althans alleen,

-contacten gelegd en/of onderhouden met de chauffeur en/of andere bij deze

smokkel betrokken, tot op heden onbekend gebleven, personen, en/of

- de chauffeur vervoerd van zijn hotel naar het garagebedrijf en/of het

voertuig waar voornoemde perso(o)n(en) mee gesmokkeld zouden worden, en/of

-valse en/of vervalste documenten opgesteld en verstrekt, te weten een

huurcontract voor het voertuig en/of een factuur voor de deklading (kistjes),

en/of

- bovengenoemde personen in een vrachtwagen vervoerd, althans laten vervoeren

door Nederland, en/of

- het vervoer van die personen in die vrachtwagen gevolgd en/of in de gaten

gehouden, en/of

- een ticket aangeschaft en/of aan laten schaffen voor de ferry (Stena Line)

naar Groot-Brittannië

(aldus) het verblijf in en/of het transport en de doorreis door Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie van die bovengenoemde pers(o)n(en) georganiseerd en/of

gecoördineerd en/of gefaciliteerd.