Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:3872

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
17-05-2018
Datum publicatie
25-05-2018
Zaaknummer
6342088 CV EXPL 17-6987
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Inbreuk auteursrechten. Ziekenhuis gebruikt illustraties op website en in patientenfolders. Auteursrechthebbende vordert schadevergoeding. Bewijsopdracht hoogte schade.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 6342088 CV EXPL 17-6987

uitspraak: 17 mei 2018

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,

in de zaak van

[eiser] , t.h.o.d.n [handelsnaam] ,

wonende te [plaatsnaam] ,

eiser,

gemachtigde: mr.dr. B. Sujecki,

tegen

de stichting

Stichting Albert Schweitzer Ziekenhuis,

gevestigd te Dordrecht,:

gedaagde,

gemachtigde: mr. N. van den Burg.

Partijen worden hierna aangeduid als “ [eiser] ” respectievelijk “het ASZ”.

1 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:

  • -

    de dagvaarding van 18 september 2017;

  • -

    de conclusie van antwoord;

  • -

    de conclusie van repliek;

  • -

    de conclusie van dupliek;

  • -

    de overgelegde producties.

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis nader bepaald op vandaag.

2 De vaststaande feiten

2.1.

De heer [J.] (hierna: [J.] ), wonende te Duitsland, is tekenaar van medische illustraties. [J.] heeft vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw diverse illustraties gemaakt voor de zogeheten Mardeno Patiënten Atlas KNO (hierna: de Patiënten Atlas) die gebruikt is voor patiëntenvoorlichting. De Patiënten Atlas is in Nederland uitgebracht door Mardeno Medical Systems B.V. (hierna: Mardeno), behorende tot het internationale Mardeno-concern (voorheen Advest Medical geheten).

2.2.

Onderaan de facturen van [J.] aan Mardeno is opgenomen dat met de betaling daarvan, het eenvoudige gebruiksrecht van de illustraties wordt verkregen voor alle “Advest/Mardeno-Patientenaufklärungssysteme”.

2.3.

Tussen [J.] en Mardeno is op enig moment een conflict ontstaan over de betaling van aan [J.] toekomende vergoedingen. Op 28 augustus 2013 hebben [J.] en [eiser] een overeenkomst naar Duits recht gesloten (productie 4 bij dagvaarding). In de preambule van deze overeenkomst staat opgenomen dat [J.] “die einfachen Nutzungs- und Verwertungsrechte” van een veelheid van door hem ontworpen illustraties heeft afgestaan aan (onder andere) Mardeno, dat de hiervoor verschuldigde vergoedingen niet geheel zijn voldaan en dat Mardeno daarom de verleende rechten heeft verloren. Partijen hebben voorts in de overeenkomst opgenomen dat [J.] aan [eiser] overdraagt “das ausschlieẞliche, zeitlich und örtlich unbeschränkte, übertragbare Nutzungs- und Verwertungsrecht van – samengevat – de verveelvoudiging en verspreiding van de door [J.] gemaakte illustraties, opgenomen in bijlagen 1 tot en met 29.

2.4.

[J.] heeft [eiser] tevens een onbeperkte en onherroepelijke volmacht (productie 5 bij dagvaarding) gegeven om hem in het kader van zijn auteursrechten te vertegenwoordigen.

2.5.

Het ASZ heeft informatie over verschillende ziekten op het gebied van keel-, neus- en oorheelkunde (hierna: KNO) en de behandelingen daarvan op haar website geplaatst. Het ASZ heeft daarbij de volgende twee illustraties (hierna: illustraties 1 en 2) van [J.] , uit de Patiënten Atlas, gebruikt (productie 8 bij dagvaarding):

illustratie 1 illustratie 2

Voorts heeft het ASZ beide illustraties gebruikt in haar patiëntenfolders “Keelamandelen verwijderen” (productie 9 bij dagvaarding), “Neus- en keelamandelen verwijderen” (productie 11 bij dagvaarding) en “Neusamandel verwijderen” (productie 12 bij dagvaarding) en illustratie 1 in de patiëntenfolder “Neus- en keelamandelen verwijderen en plaatsen van trommelvliesbuisjes” (productie 10 bij dagvaarding).

2.6.

[eiser] heeft het ASZ bij brief van 4 oktober 2016 gesommeerd om het openbaar maken van bovenstaande illustraties op haar websites en in de patiëntenfolders te staken en gestaakt te houden en een schadevergoeding te betalen. Het ASZ heeft het gebruik van de illustraties hierop gestaakt.

2.7.

[J.] heeft op 24 oktober 2017 ten overstaan van een notaris in Duitsland onder meer het volgende onder ede verklaard (productie 25 en 26 bij conclusie van repliek):

“2

[…] Dienovereenkomstig verkregen de Nederlandse Mardeno-vennootschappen, laatstelijk Mardeno Medical Support B.V., een eenvoudig gebruiksrecht met betrekking tot de door mij vervaardigde illustraties, pictogrammen en layout.

3

De Nederlandse Mardeno-vennootschappen waren bevoegd tot het gebruik van de illustraties uitsluitend in de door henzelf, resp. een van haar buitenlandse vennootschappen, als drukwerk uitgegeven Mardeno/Advest patiëntenadviessystemen (patiëntenatlas met kop-aan-kop geplaatste arts- en patiëntenpagina’s, Mardeno/ Advest patiëntengids, verkoopdocumentatie voor Mardeno/Advest atlassen). Daarbuiten had geen der Mardeno-vennootschappen toestemming om de rechten op de illustraties zonder mijn toestemming over te dragen aan derden (farmaceutische bedrijven, beroepsorganisaties, patiëntenorganisaties, artsen, klinieken/ziekenhuizen, uitgeverijen). Deze dienden telkens afzonderlijk bij mij te worden aangevraagd voor een eenmalig gebruiksdoel en door mij conform offerte te worden afgerekend, […].

4

[…] Op geen enkel moment heb ik een uitsluitend, exclusief recht tot gebruik van de illustraties, in het bijzonder tot overdracht aan derden, verleend aan de Mardeno-vennootschappen […]

5

Vanwege mijn leeftijd heb ik alle rechten op het gebruik en de exploitatie van de illustraties overgedragen aan de heer [eiser] , [handelsnaam] . Hij heeft van mij tevens het recht verkregen om alle vorderingen die zijn ontstaan als gevolg van de schending van auteursrechten en/of exclusieve gebruiks- en exploitatierechten met betrekking tot de illustraties, zelfstandig op eigen naam of namens mij in te stellen en in rechte af te dwingen. Dit recht omvat tevens vorderingen op grond van het schenden van een persoonlijkheidsrecht van de auteur.

6

Bij de overeenkomst tussen mij en [eiser] werd een groot aantal pagina’s met de illustraties uitgeprint. Ik bevestig dat ik de auteur ben van alle door mij ondertekende illustraties. Mijn handtekening is op de ondertekende pagina’s gemakshalve boven de illustraties geplaatst. De door mij ondertekende pagina’s vervangen de in de overeenkomst genoemde bijlagen 1 tot en met 29. De in de ondertekende pagina’s opgenomen illustraties zijn de door mij sinds 1982 voor de Mardeno atlassen ontworpen illustraties en maken deel uit van de overeenkomst.”

3 De vordering

3.1.

[eiser] heeft, na wijziging van eis, (samengevat) gevorderd het ASZ, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot:

primair:

  • -

    betaling van € 5.280,- wegens inbreuk op de auteursrechten van [J.] in de periode 2010 tot 28 augustus 2013;

  • -

    € 4.800,- wegens inbreuk op de exclusieve gebruiks- en exploitatierechten van [eiser] vanaf 28 augustus 2013 tot het verwijderen van de illustraties;

  • -

    € 5.040,- voor vergoeding van (immateriële) schade wegens inbreuk op de persoonlijkheidsrechten van [J.] ;

  • -

    de wettelijke rente;

subsidiair:

  • -

    € 624,- exclusief btw wegens inbreuk op de auteursrechten van [J.] en inbreuk op de exclusieve gebruiks- en exploitatierechten van [eiser] ;

  • -

    € 1.872,- voor vergoeding van (immateriële) schade wegens inbreuk op de persoonlijkheidsrechten van [J.] ;

  • -

    de wettelijke rente;

meer subsidiair:

- schriftelijke, door een registeraccountant gecontroleerde en gewaarmerkte opgaven van:

- het tijdstip sinds wanneer het ASZ de illustraties van [J.] heeft gebruikt op haar websites en in haar patiëntenfolders;

- het aantal bezoekers van de websites van het ASZ;

- de oplage van de patiëntenfolders;

- alle relevante op de inbreuk betrekking hebbende informatie;

onder verbeurte van een dwangsom van € 250,- per dag;

nog meer subsidiair:

- een redelijke schadevergoeding voor de inbreukmakende handelingen;

en voorts de proceskosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 1019h Rv, inclusief nakosten.

3.2.

[eiser] baseert zijn vordering op onrechtmatig handelen door het ASZ, bestaande uit het zonder toestemming openbaar maken van illustraties op haar website, waardoor zij inbreuk heeft gemaakt op de exclusieve rechten van [eiser] en de auteursrechten van [J.] .

4 Het verweer

4.1.

Het ASZ heeft betwist dat [eiser] de exclusieve rechten op de illustraties van [J.] heeft verkregen en heeft aangevoerd dat het Mardeno is die de auteursrechten heeft verkregen voor Nederland. Voor zover Mardeno slechts een gebruiksrecht op de illustraties heeft verkregen, was Mardeno gerechtigd om de illustraties aan niet commerciële partijen ter beschikking te stellen ten behoeve van patiëntenvoorlichting. Voor zover Mardeno niet gerechtigd was om de illustraties aan derden te verstrekken, is sprake van inbreuk door Mardeno.

Het ASZ heeft voorts betwist dat [eiser] op basis van de met [J.] gesloten overeenkomst de auteursrechten op de illustraties op haar website heeft verkregen, aangezien uit de overeenkomst volgt dat [J.] [eiser] alleen de gebruiks- en exploitatierechten heeft verstrekt op de illustraties waarvoor hij van Mardeno geen vergoeding heeft ontvangen. Illustraties 1 en 2 vallen hier niet onder.

Meer subsidiair heeft het ASZ aangevoerd dat de vordering van [eiser] in strijd is met de eisen van redelijkheid en billijkheid, aangezien het ASZ erop mocht vertrouwen dat Mardeno de auteursrechten bezat en de illustraties in licentie aan derden mocht verstrekken. Door niet op te treden tegen de gepretendeerde inbreuk heeft [eiser] zijn rechten verwerkt, althans is sprake van verjaring. Het ASZ was te goeder trouw.

Het ASZ heeft voorts betwist dat [eiser] schadevergoeding of winstafdracht mag vorderen op eigen naam, gelet op de inhoud van de overgelegde volmacht van [J.] . Voor zover [eiser] dit gebrek heeft hersteld met de aanvullende verklaring van [J.] (productie 25 en 26 bij conclusie van repliek), dient hiermee rekening te worden gehouden bij het bepalen van de hoogte van de schade.

Tot slot heeft het ASZ de (hoogte van de) gestelde schade betwist, heeft zij aangevoerd dat de gevorderde schadevergoeding disproportioneel is en heeft zij een beroep gedaan op matiging.

5 De beoordeling

5.1.

Het ASZ heeft bij dupliek nog een aantal producties overgelegd. [eiser] heeft hierop nog niet kunnen reageren, hetgeen volgens de beginselen van hoor en wederhoor in beginsel wel vereist is. [eiser] zal alsnog in de gelegenheid worden gesteld te reageren op de overgelegde producties, voor zover dit relevant is, gelet op het navolgende.

5.2.

Aangezien [eiser] in het buitenland woont en de vordering daarom een internationaal karakter draagt, dient allereerst de vraag te worden beantwoord of de Nederlandse rechter bevoegd is van de vordering kennis te nemen. Op grond van artikel 4 van de Verordening (EU) Nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van
12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (Brussel Ibis) is de Nederlandse rechter, in het bijzonder de kantonrechter in Dordrecht, bevoegd, aangezien het ASZ in Nederland, in het bijzonder in Dordrecht, gevestigd is.

5.3.

De bepaling van het toepasselijke recht dient plaats te vinden aan de hand van de Verordening (EG) nr. 864/2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (hierna: Rome II). [eiser] heeft zijn vordering gebaseerd op een inbreuk op intellectuele eigendomsrechten. Op grond van artikel 8 van Rome II is Nederlands recht daarop van toepassing.

5.4.

Tussen partijen staat vast dat illustraties 1 en 2 auteursrechtelijk beschermd werk zijn en dat [J.] de maker is van deze illustraties, zodat [J.] in beginsel de auteursrechthebbende is.

5.5.

Het is in beginsel aan de auteursrechthebbende om te beslissen of zijn werk wordt verveelvoudigd en/of openbaar wordt gemaakt. Een rechthebbende kan aan een derde toestemming geven om gebruik te maken van zijn werk. Het ASZ heeft niet betwist dat volgens Duits recht overdracht van het auteursrecht niet mogelijk is, maar slechts gebruiksrechten kunnen worden verleend aan derden. Het ASZ heeft gesteld dat op de afspraken tussen [J.] en Mardeno mogelijk Nederlands recht van toepassing is, maar heeft dit niet nader onderbouwd. Voor zover Nederlands recht al van toepassing zou zijn, heeft het ASZ bovendien niet gesteld dat sprake is van een akte tot overdracht, hetgeen volgens Nederlands recht vereist is voor de overdracht van auteursrechten. Gelet op het voorgaande staat dan ook vast dat [J.] de auteursrechthebbende is van illustraties 1 en 2 en slechts gebruiks- en exploitatierechten kon verlenen aan derden.

5.6.

Uit de inhoud van de overeenkomst tussen [J.] en [eiser] , in combinatie met [J.] verklaring van 24 oktober 2017, kan worden afgeleid dat [J.] [eiser] het exclusieve gebruiks- en exploitatierecht van – onder meer – illustraties 1 en 2 heeft gegeven. Dat de overeenkomst alleen de illustraties zou betreffen die nog niet waren betaald door Mardeno, is, mede gelet op de tekst van de overeenkomst en de verklaring van [J.] , onvoldoende onderbouwd.

5.7.

Het ASZ heeft in dit kader aangevoerd dat de exclusieve rechten al bij Mardeno lagen, zodat [J.] deze niet meer kon overdragen aan [eiser] , althans dat Mardeno toestemming had om de aan haar ter beschikking gestelde illustraties ook aan (niet commerciële) derden te verstrekken.

5.8.

[J.] heeft Mardeno toestemming gegeven illustraties 1 en 2 op te nemen in de Patiënten Atlas. Dat [J.] Mardeno het exclusieve gebruiksrecht op deze illustraties heeft gegeven en/of het recht heeft gegeven om deze zonder [J.] aparte toestemming aan derden te verstrekken, is onvoldoende onderbouwd. Gelet op de zinsnede onderaan de facturen van [J.] aan Mardeno, zowel de factuur uit 1985 (productie 27 bij conclusie van dupliek), als de factuur uit 1988 (productie 2 bij dagvaarding) als de latere facturen uit de periode 2003 tot en met 2011 (productie 28 bij conclusie van dupliek) die zijn overgelegd, mochten de illustraties alleen worden gebruikt in alle “Advest/Mardeno-Patientenaufklärungssysteme” en was voor gebruik door anderen aparte toestemming en betaling noodzakelijk. [J.] heeft dit ook zo bevestigd in zijn verklaring van 24 oktober 2017. Op grond waarvan Schönau zich volgens zijn verklaring van 1 februari 2018 (productie 26 bij conclusie van dupliek) op het standpunt stelt dat uit de tekst op de latere facturen kan worden afgeleid dat in de jaren negentig expliciet is overeengekomen dat alleen voor commercieel gebruik door andere bedrijven toestemming moest worden verleend, is onvoldoende onderbouwd, gelet op de inhoud van deze tekst. Ook overigens heeft het ASZ geen feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit kan worden afgeleid dat [J.] en Mardeno en/of Schönau op enig moment zijn overeengekomen dat de illustraties van [J.] aan (niet commerciële) derden ter beschikking mochten worden gesteld zonder nadere toestemming van [J.] .

5.9.

Uit het voorgaande volgt dat Mardeno slechts het eenvoudige gebruiksrecht had op illustraties 1 en 2 en dat zij zonder toestemming van [J.] geen gebruiksrechten aan derden kon verlenen. Het ASZ kan zich dan ook niet beroepen op toestemming van Mardeno, al dan niet door tussenkomst van beroepsorganisaties en/of artsen, om illustraties 1 en 2 op haar websites en in patiëntenfolders te gebruiken. Voor zover Mardeno inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht van [J.] en/of rechten van [eiser] , disculpeert dit het ASZ niet.

5.10.

Aangezien het ASZ illustraties 1 en 2 op haar websites en in haar patiëntenfolders heeft geplaatst zonder toestemming van [J.] en/of [eiser] , is sprake van auteursrechtinbreuk door het ASZ. Daarnaast heeft het ASZ in strijd met artikel 25 Auteurswet nagelaten de naam van [J.] bij de illustraties te vermelden, zodat het ASZ ook op dit punt onrechtmatig heeft gehandeld jegens [J.] . Voor inbreuk is op grond van de Auteurswet overigens geen opzet of kwade trouw vereist, zodat aan de stellingen van het ASZ op dit punt voorbij wordt gegaan.

5.11.

De hiervoor vastgestelde inbreuk kan ook aan het ASZ worden toegerekend. Niet gesteld is dat het ASZ op enige wijze onderzoek heeft gedaan naar de herkomst van de illustraties en dat is nagegaan of op de illustraties auteursrechtelijke bescherming rustte. Dit lag wel op de weg van het ASZ. Indien het ASZ onderzoek had gedaan, was duidelijk geworden dat de illustraties afkomstig waren uit de Patiënten Atlas, waarin [J.] staat vermeld als degene die hiervoor de illustraties heeft verzorgd. Het ASZ had bij hem navraag kunnen (en dienen) doen omtrent de eventuele rechten die op de illustraties rustten.

5.12.

Het ASZ heeft voorts een beroep gedaan op verjaring, maar heeft dit niet verder onderbouwd. Meer in het bijzonder heeft het ASZ zich niet uitgelaten over het moment waarop [eiser] en/of [J.] bekend zijn geworden met de schade en de schadeveroorzaker, zodat niet kan worden vastgesteld op welke moment de – vijfjarige – verjaringstermijn volgens het ASZ is aangevangen. Het beroep op verjaring wordt dan ook verworpen.

5.13.

Ook heeft het ASZ betoogd dat sprake is van rechtsverwerking. Het ASZ heeft hiervoor weliswaar gesteld dat [J.] al vijftien jaar op de hoogte was van het feit dat Mardeno de illustraties gratis aan derden, waaronder aan ziekenhuizen, ter beschikking stelde, maar heeft niet, althans onvoldoende onderbouwd dat [J.] en/of [eiser] wisten dat dit gebeurde, anders dan via de Patiënten Atlas. Meer in het bijzonder heeft het ASZ niet onderbouwd dat [J.] en/of [eiser] al langere tijd wisten dat het ASZ illustraties 1 en 2 gebruikte, zonder dat zij hierop actie hebben ondernomen. Andere feiten en/of omstandigheden heeft het ASZ ter onderbouwing van haar beroep op rechtsverwerking niet aangevoerd, zodat dit beroep wordt verworpen.

Schade

5.14.

Aangezien vast staat dat het ASZ inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht en de rechten van [eiser] ten aanzien van illustraties 1 en 2, dient het ASZ de schade die hieruit voortvloeit te vergoeden. Voor wat betreft de schadevergoeding voor de inbreuken op de rechten van [J.] , is [eiser] gerechtigd dit namens [J.] te doen, op basis van de hem gegeven volmacht. Het ASZ heeft voorts, na overlegging van de verklaring van [J.] , niet langer betwist dat [eiser] ook uit eigen naam schadevergoeding kan vorderen, zodat dit als vaststaand feit kan worden aangenomen.

5.15.

Aangezien de schade niet exact kan worden vastgesteld, moet deze worden begroot op een wijze die het meest in overeenstemming is met de aard van de geleden schade. Het ASZ heeft niet, althans onvoldoende gemotiveerd betwist dat zij illustraties 1 en 2 sinds 2010 heeft gebruikt op zijn internetsite en/of in de KNO-patiëntenfolders. Gelet op zijn (primaire) berekening van de schade gaat [eiser] bij zijn vordering uit van een inbreukmakende periode van 2010 tot en met 2016, zodat dit de periode is waarover de schade dient te worden berekend.

5.16.

De tarieven van Pictoright, waarop [eiser] zijn vordering primair heeft gebaseerd, zijn niet tussen partijen overeengekomen, zodat deze geen rechtstreekse grondslag voor de vordering kunnen vormen. Ook overigens heeft [eiser] onvoldoende onderbouwd waarom deze tarieven, althans de tarieven van Fotoanoniem, een gerechtvaardigd uitgangspunt zijn voor de vaststelling van de schade. Er wordt aanleiding gezien voor de begroting van de schade aan te knopen bij de vergoeding die [J.] zou hebben bedongen, als hem toestemming voor het gebruik van de illustraties zou zijn gevraagd. Partijen verschillen van mening over de hoogte van deze vergoeding. De stelplicht en de bewijslast hiervan rusten op [eiser] . [eiser] heeft nog niet kunnen reageren op de door het ASZ overgelegde facturen (productie 28 bij conclusie van dupliek) op grond waarvan het ASZ zich op het standpunt stelt dat [J.] een gemiddelde, eenmalige vergoeding van € 95,- per illustratie ontving. [eiser] zal hiertoe alsnog in de gelegenheid worden gesteld. Uit proceseconomische overwegingen zal [eiser] tegelijkertijd worden opgedragen te bewijzen wat de gemiddeld door [J.] bedongen vergoeding per illustratie is in de periode 2010 tot en met 2016 en of deze vergoeding door gebruikers ieder jaar dient te worden betaald.

5.17.

Bij het uiteindelijk vaststellen van de schade zal er voorts rekening mee worden gehouden dat het niet aantrekkelijk gemaakt moet worden voor gebruikers van auteursrechtelijk beschermd werk om een inbreuk te herstellen door achteraf alsnog te betalen en dan niet slechter af te zijn dan als zij tevoren toestemming zouden hebben gevraagd. Een dergelijk gebruik van zijn werk levert de (auteursrecht)hebbende immers ook schade op. Dat geldt ook voor het weglaten van de naamsvermelding bij de illustraties 1 en 2 zoals deze zijn geplaatst op de websites en patiëntenfolders van het ASZ. De beslissing over het toepassen van een eventuele verhoging over de door het ASZ te betalen gebruiksvergoeding zal worden aangehouden tot het eindvonnis. Hetzelfde geldt voor de beslissing over de proceskosten en de gevorderde uitvoerbaar bij voorraadverklaring.

6 De beslissing

De kantonrechter:

stelt [eiser] in de gelegenheid te reageren op de door het ASZ als productie 27 en 28 bij conclusie van dupliek overgelegde facturen;

en

draagt [eiser] op te bewijzen wat de gemiddeld door [J.] bedongen vergoeding per illustratie is in de periode 2010 tot en met 2016 en of deze vergoeding door gebruikers ieder jaar dient te worden betaald;

bepaalt dat [eiser] ter rolzitting van de kantonrechter van deze rechtbank op
donderdag 14 juni 2018 schriftelijk moet meedelen of, en zo ja, op welke wijze van de bewijsmogelijkheid gebruik zal worden gemaakt;

bepaalt dat [eiser] , indien hij getuigen wenst te horen, bij die gelegenheid het aantal en de namen van eventueel te horen getuigen zal mogen opgeven – in welk geval hij tevens opgave dient te doen van zijn verhinderdata alsmede die van de wederpartij en de getuigen voor de maanden juli tot en met oktober 2018 –

en/of op het bewijsthema betrekking hebbende bescheiden in het geding mag brengen;

[eiser] wordt erop gewezen dat namen en woonplaatsen van eventueel voor te brengen getuigen tenminste zeven dagen vóór het te houden getuigenverhoor schriftelijk aan de kantonrechter en de wederpartij moeten worden aangezegd;

bepaalt dat een eventueel getuigenverhoor zal worden gehouden in het gerechtsgebouw aan het adres Steegoversloot 36 in Dordrecht, ten overstaan van de hierna genoemde kantonrechter.

houdt iedere verdere beslissing aan;

Dit vonnis is gewezen door mr. R.R. Roukema en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

424