Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:3747

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
09-05-2018
Datum publicatie
16-05-2018
Zaaknummer
C/10/536806 / HA ZA 17-967
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bestuursverbod door de curator gevorderd. Op grond van artikel 106c Fw worden de rechtspersonen waarvan betrokkene bestuurder of commissaris is in de gelegenheid gesteld om hun zienswijze over het bestuursverbod en de mogelijke gevolgen ervan naar voren te brengen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOR 2018/177 met annotatie van mr. W.J.B. van Nielen
JONDR 2018/608
INS-Updates.nl 2018-0193
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/536806 / HA ZA 17-967

Vonnis van 9 mei 2018

in de zaak van

[curator] ,

in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van CSH Uitzendbureau B.V.,

kantoorhoudende te Rotterdam ,

eiser,

advocaat: mr. J.J. Linker te Rotterdam,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat: mr. R. Sinke te Rotterdam .

Partijen zullen hierna de curator en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 28 september 2017 met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord met producties;

  • -

    de brief van 21 februari 2018 waarin de comparitie van partijen is bepaald;

  • -

    het proces-verbaal van de comparitie van partijen gehouden op 23 maart 2018.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 27 september 2016 is CSH Uitzendbureau B.V. (hierna: CSH Uitzendbureau) in staat van faillissement verklaard met benoeming van [curator] als curator. Ten tijde van het faillissement was [gedaagde] de enige bestuurder van CSH Uitzendbureau.

2.2.

[gedaagde] is als bestuurder ook betrokken bij [bedrijfsnaam], Cleaning Service Rijnmond B.V. en CSH Detachering B.V. Cleaning Service Rijnmond B.V. en CSH Detachering B.V. zijn op 21 april 2015 respectievelijk 4 augustus 2015 failliet verklaard met benoeming van mr. [persoon] als curator.

3 Het geschil

3.1.

De curator vordert samengevat uitvoerbaar bij voorraad:

  • -

    een verklaring voor recht dat [gedaagde] zijn taak als bestuurder onbehoorlijk heeft vervuld of (subsidiair) onrechtmatig heeft gehandeld jegens de gezamenlijke crediteuren van CSH Uitzendbureau, dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement van CSH Uitzendbureau is en dat [gedaagde] daarom aansprakelijk is voor het faillissementstekort;

  • -

    een veroordeling voor de hierdoor ontstane schade nader op te maken bij staat;

  • -

    een veroordeling tot een bestuursverbod op grond van artikel 106a Fw voor de duur van 5 jaar vanaf de datum van het vonnis gedurende welke periode [gedaagde] niet benoemd kan worden tot bestuurder en/of commissaris van een rechtspersoon en niet mag optreden als feitelijk beleidsbepaler van een rechtspersoon, onder opleggen van een dwangsom van
    € 1.000,- per dag waarop [gedaagde] niet aan dit verbod voldoet;

met een veroordeling van [gedaagde] in de kosten en nakosten van dit geding.

3.2.

De curator legt hieraan ten grondslag dat [gedaagde] de jaarrekeningen van CSH Uitzendbureau over 2013, 2014 en 2015 te laat heeft gepubliceerd. Hierdoor staat vast dat [gedaagde] zijn taak als bestuurder onbehoorlijk heeft vervuld en wordt vermoed dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement van CSH Uitzendbureau is. Verder heeft [gedaagde] geweigerd om medewerking te verlenen aan de curator doordat [gedaagde] de administratie van CSH Uitzendbureau niet heeft overgelegd.

3.3.

[gedaagde] betwist dat de onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak van het faillissement is. Hij voert aan dat het faillissement is veroorzaakt door de wereldwijde crisis, door opdrachtgevers die de samenwerking beëindigden en door het aflossen van een schikking met de curator in het faillissement van andere vennootschappen van [gedaagde] . [gedaagde] betwist verder dat hij tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichting om mee te werken met de curator. Tot slot acht [gedaagde] een bestuursverbod voor de duur van 5 jaar niet proportioneel omdat dit een dubbele straf zou zijn en omdat hij geen professionele faillissementsfraudeur is.

4 De beoordeling

4.1.

De curator vordert naast de veroordeling op grond van onbehoorlijk bestuur ook een civielrechtelijk bestuursverbod. Op grond van artikel 106c Fw moet de rechtbank de rechtspersonen waarvan [gedaagde] bestuurder of commissaris is, in de gelegenheid stellen hun zienswijze te geven over het gevraagde bestuursverbod en de mogelijke gevolgen daarvan.

4.2.

De curator heeft een overzicht met rechtspersonen waarvan [gedaagde] bestuurder of commissaris is in het geding gebracht. Uit dit overzicht blijkt dat [gedaagde] bestuurder is bij [bedrijfsnaam], C.S.H. Detachering B.V. en Cleaning Service Rijnmond B.V. Deze vennootschappen zullen door de rechtbank om een zienswijze als bedoeld in artikel 106c Fw worden gevraagd.

4.3.

C.S.H. Detachering B.V. en Cleaning Service Rijnmond B.V. zijn in staat van faillissement verklaard. Bij deze vennootschappen zal aan de betrokken curator om een zienswijze worden gevraagd omdat de mogelijkheid van een doorstart van de vennootschap, bijvoorbeeld door het aanbieden van een akkoord, nog bestaat.

4.4.

Partijen zullen vervolgens in de gelegenheid worden gesteld om op de ontvangen zienswijzen te reageren.

4.5.

Elke verdere beslissing zal worden aangehouden.

5 De beslissing

De rechtbank

- draagt de griffier op om, met een afschrift naar partijen, de onder r.o. 4.2 genoemde vennootschappen schriftelijk te vragen om binnen 14 dagen na dagtekening van de brief van de griffier bij brief aan de rechtbank Rotterdam, Administratie handel en haven, afdeling planningsadministratie, kamer W09.02, Postbus 50954, 3007 BR Rotterdam, faxnummer 088 3610555 een zienswijze te geven over het gevraagde bestuursverbod en de mogelijke gevolgen daarvan, met dien verstande dat bij de vennootschappen die in staat van faillissement verkeren de zienswijze aan de betrokken curator wordt gevraagd,

- draagt de griffier op om uiterlijk op 6 juni 2018 de ontvangen stukken in kopie aan partijen toe te sturen,

- verwijst de zaak naar de rol van 20 juni 2018 voor akte uitlating, eerst aan de zijde van de curator,

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Eerdhuijzen en in het openbaar uitgesproken door mr. B. Krijnen op 9 mei 2018.

2294/3048