Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:3736

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
08-03-2018
Datum publicatie
14-05-2018
Zaaknummer
10/661277-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

JMK jeugdstrafzaak

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd

Parketnummer: 10/661277-17

Datum uitspraak: 8 maart 2018

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] ,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de

Hartelborgt Opvang te Spijkenisse (nachtdetentie), Borgtweg 1, 3202 LJ Spijkenisse,

raadsvrouw mr. I. Stas, advocaat te Almere.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de openbare terechtzitting van 8 maart 2018.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. H.J. du Croix heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • -

    toepassing van het jeugdstrafrecht;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 144 dagen met aftrek
    van voorarrest, waarvan 50 dagenvoorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar;

  • -

    schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte tot aan de uitspraak.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op 11 oktober 2017 te Rotterdam, aan de openbare weg te weten, de [plaats delict] , tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een rugtas met daarin onder andere een tablet (merk/type Apple Ipad en twee telefoons (merken Windows en Samsung), toebehorende aan [naam slachtoffer] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestonden uit het

- vastpakken van de keel/nek van die [naam slachtoffer] en

- vastpakken van en/of trekken aan de rugtas van die [naam slachtoffer] (terwijl die rugtas over de schouder van die [naam slachtoffer] hing) en

- laten struikelen van die [naam slachtoffer] (ten gevolge waarvan die [naam slachtoffer] op de grond is gevallen) en

- richten van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [naam slachtoffer] en

- aan die [naam slachtoffer] toevoegen van de (dreigende) woorden: "Broer, beter geef me je tas anders schieten we je".

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het feit is dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feit waarop de straf is gebaseerd

De verdachte was ten tijde van het gepleegde feit 18 jaar. Hij heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan een straatroof, waarbij geweld jegens het slachtoffer is gebruikt en het slachtoffer met een nepvuurwapen is bedreigd. Dit is een ernstig feit. De ervaring leert dat de slachtoffers van een dergelijke feit nog lange tijd nadelige psychische gevolgen kunnen ondervinden van hetgeen hen is overkomen. Dit blijkt ook uit de toelichting op de ingediende vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer. Het slachtoffer heeft aangegeven dat hij nog steeds klachten ondervindt bestaande uit angst, concentratieproblemen en herbelevingen. Het slachtoffer heeft zich als gevolg van dit feit onder behandeling moeten stellen voor een vastgestelde posttraumatisch stressstoornis. Bovendien maakt dit soort strafbare feiten een grove inbreuk op de rechtsorde en versterkt en bevestigt de in de samenleving levende gevoelens van angst en onveiligheid, te meer nu het feit is gepleegd op de openbare weg.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 8 februari 2018, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Ter terechtzitting is gebleken dat de verdachte door een andere rechtbank is veroordeeld voor een mishandeling op 22 december 2016 te Sassenheim.

7.3.2.

Rapportages en verklaringen van deskundigen op de terechtzitting

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 5 maart 2018. Dit rapport houdt het volgende in.

De marginale sociaalmaatschappelijke situatie (dakloos, geen inkomen, geen dagbesteding en een overwegend negatief sociaal netwerk), alsook een gebrekkige gewetensfunctie en probleemoplossend vermogen (vermoedelijk samenhangend met de normoverschrijdende gedragsstoornis) lijken de voornaamste risicofactoren bij de verdachte te zijn. De verdachte is een man die een negatieve levensgeschiedenis kent. Deze wordt gekenmerkt door een aantal ingrijpende gebeurtenissen zoals het verlies van zijn moeder, afwezigheid van vader, plaatsing in internaten, slachtoffer van mishandelingen binnen het internaat en het hebben van een weinig liefdevolle jeugd. Gedurende zijn puberteit ontwikkelde hij steeds meer probleemgedrag en gleed hij af in crimineel en oppositioneel gedrag. Zijn belaste voorgeschiedenis lijkt hem te belemmeren in het maken van constructieve ontwikkelingen. Positief is dat hij ondanks alles gemotiveerd is om een positieve wending aan zijn leven te geven en hulp daarbij wil accepteren. Zijn intelligentie en motivatie om wat van zijn leven te maken, alsook het contact met zijn oma zijn beschermende factoren. Het recidiverisico wordt ingeschat als matig. Geadviseerd wordt het jeugdstrafrecht toe te passen en een (deels) voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen.

Ter terechtzitting heeft de heer [naam] namens “De Nieuwe Kans” nog toegelicht dat de verdachte het traject inmiddels zonder problemen doorloopt en een talentvolle jongeman is, die goed zijn best doet. De Nieuwe Kans heeft woningen bij Perspectief. Via “Perspectief” kan woonbegeleiding worden geboden. Verdachte kan vanaf 9 maart 2018 een woning van Perspectief betrekken. De Nieuwe Kans zal verdachte begeleiden richting school.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Toepassing van het jeugdstrafrecht

Krachtens artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht, kan de rechtbank – ten aanzien van een verdachte die ten tijde van het begaan van een strafbaar feit de leeftijd van 18 jaren doch niet die van 23 jaren heeft bereikt – recht doen overeenkomstig de artikelen 77g tot en met 77gg, indien de rechtbank daartoe grond vindt in de persoonlijkheid van de dader of in de omstandigheden waaronder het feit is begaan.

De rechtbank stelt vast dat de verdachte het bewezenverklaarde feit heeft gepleegd toen hij de leeftijd van 18 jaren had bereikt. Gelet op genoemd rapport, het gegeven advies en de geschetste persoonlijkheid van de verdachte, zal de rechtbank ten aanzien van het bewezenverklaarde op grond van artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht het jeugdstrafrecht toepassen.

Straf

Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.

De rechtbank zal een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Algemene afsluiting

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8 Vordering benadeelde partij/ schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde] , wonende te Rotterdam, ter zake van het onder 1 tenlastegelegde feit.

De benadeelde partij vordert een bedrag van € 54,95 aan materiële schade en een bedrag van € 2.500,-- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, zoals verzocht, vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.2.

Standpunt verdediging

De raadsvrouw heeft het materiele deel van de vordering van de benadeelde partij niet betwist. Ten aanzien van het immateriële deel heeft de raadsvrouw verzocht het bedrag te matigen en naar billijkheid te verdelen met de mededader.

8.3.

Beoordeling

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door bewezen verklaarde strafbare feit, rechtstreeks materiële schade is toegebracht en de gevorderde schadevergoeding door de verdachte niet is weersproken, zal de vordering voor wat betreft de materiële schade worden toegewezen.

Voorts is vast komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit, rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Die schade zal op dit moment op basis van de thans gebleken feiten en omstandigheden naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 2.000,--. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan derhalve slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Nu de verdachte het bewezen verklaarde feit, ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededader de benadeelde partij betaalt is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 11 oktober 2017.

Nu de vordering van de benadeelde partij in overwegende mate zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

8.4.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 2054,95.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht, met dien verstande dat in dit geval geen vervangende jeugddetentie wordt toegepast indien niet aan de betalingsverplichting wordt voldaan.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36f, 77a, 77c, 77g, 77h, 77i, 77x, 77y, 77z en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 145 (honderdvijfenveertig) dagen,

bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot 50 (vijftig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden;

stelt de proeftijd vast op twee jaren onder de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

- zijn medewerking zal verlenen aan het door de jeugdreclassering te houden toezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van 9 maart 2018 te 09.00 uur;

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde] , te betalen een bedrag van

€ 2.054,95 (zegge: tweeduizendvierenvijftig euro en vijfennegentig eurocent), bestaande uit € 54,95 aan materiële schade en € 2.000,-- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 11 oktober 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededader van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 2.054,95 (zegge: tweeduizendvierenvijftig euro en vijfennegentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 oktober 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van dit bedrag geen vervangende jeugddetentie zal worden toegepast;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededader, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M. van Kuilenburg, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. A.M.T.A. Verhagen en F.W.H. van den Emster, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. K. Kandemir-Akkal, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 maart 2018 .

De oudste en jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 11 oktober 2017 te Rotterdam, op of aan de openbare weg te weten, de [plaats delict] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een rugtas met daarin onder andere een tablet (merk/type Apple Ipad

en/of twee, althans één, telefoon(s) (merk(en) Windows en/of Samsung), in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- vastpakken van de keel/nek van die [naam slachtoffer] en/of

- vastpakken van en/of trekken aan de rugtas van die [naam slachtoffer] (terwijl die rugtas over de schouder van die [naam slachtoffer] hing) en/of

- laten struikelen van die [naam slachtoffer] (tengevolge waarvan die [naam slachtoffer] op de grond is gevallen) en/of

- tonen en/of voorhouden en/of richten van een (op een) (vuur)wapen (gelijkend voorwerp) aan/op die [naam slachtoffer] en/of

- aan die [naam slachtoffer] toevoegen van de (dreigende) woorden: "Broer, beter geef me je tas anders schieten we je" althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- schoppen en/of trappen tegen/op het lichaam van die [naam slachtoffer] (terwijl die [naam slachtoffer] op de grond lag);

(art 312 lid 1, 317 lid 1, 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)