Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:3300

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
18-04-2018
Datum publicatie
24-04-2018
Zaaknummer
C/10/532541 / HA ZA 17-766
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bevoegdheidsincident. Internationale bevoegdheid. Vorderingen van Spirits International tegen FKP op basis van onrechtmatige gedragingen van FKP die zouden bestaan uit het verzwakken van de onderhandelingspositie van Spirits International in haar onderhandelingen met Pernod Ricard over de overname van het wodkamerk Stolichnaya. Die verzwakte onderhandelingspositie is de meest directe, derhalve relevante, schade voor de bevoegdheid. Als ‘Erfolgsort’ (de plaats waar de schade is ingetreden) moet worden aangemerkt de plaats waar Spirits International deze onderhandelingen voerde met Pernod Ricard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/532541 / HA ZA 17-766

Vonnis in incident van 18 april 2018

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SPIRITS INTERNATIONAL B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

2. [eiser sub 2],

wonende in het [woonplaats] ,

eisers in de hoofdzaak,

verweerders in het incident,

advocaat mr. R.P.J. Ribbert te Amsterdam,

tegen

de vennootschap naar buitenlands recht

FKP SOJUZPLODOIMPORT,

gevestigd te Moskou, Russische Federatie,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. O. Heuverling te Naaldwijk.

Eisers zullen hierna Spirits International en [eiser sub 2] genoemd worden, gedaagde FKP.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 4 mei 2017, met producties;

  • -

    de incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid;

  • -

    de conclusie van antwoord in het incident, met producties.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 Het gevorderde in de hoofdzaak

2.1.

Spirits International c.s. vorderen dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

  • -

    i) voor recht verklaart dat FKP onrechtmatig heeft gehandeld jegens Spirits International en [eiser sub 2] ;

  • -

    ii) FKP veroordeelt tot het vergoeden van de door Spirits International en [eiser sub 2] geleden schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

  • -

    iii) FKP veroordeelt in de proceskosten.

2.2.

Hieraan leggen Spirits International c.s. – samengevat – de volgende stellingen ten grondslag:

  • -

    De aandelen in Spirits International worden gehouden door de Franse vennootschap SPI Group Sarl;

  • -

    [eiser sub 2] is grootaandeelhouder van SPI Group Sarl en dus ook van Spirits International;

  • -

    FKP is een in 2002 opgerichte staatsonderneming die eigendom is van de Russische Federatie;

  • -

    De rechtsvoorgangers van Spirits International hebben het wodkamerk Stolichnaya in 1997 verworven door de koop van aandelen in de eigenaar van dit merk, de vennootschap naar Russisch recht VZAO Sojuzplodoimport;

  • -

    Vervolgens heeft Spirits International dit merk door een uitgekiende marketingstrategie en door productinnovatie uitgebouwd tot een wereldberoemd merk;

  • -

    Bij de Franse vennootschap Pernod Ricard S.A. (hierna: Pernod Ricard) is in of omstreeks 2005 het plan ontstaan de merkrechten van Spirits International over te nemen, waaronder het merk Stolichnaya;

  • -

    Vanaf dat moment zijn tussen Spirits International en Pernod Ricard onderhandelingen gevoerd over de overname van de merkrechten van Spirits International; deze onderhandelingen hebben ertoe geleid dat Pernod Ricard (in nog sterkere mate) geïnteresseerd raakte in het verwerven van de merkrechten van Spirits International;

  • -

    Ten tijde van de onderhandelingen tussen Spirits International en Pernod Ricard was Spirits International in een aantal landen verwikkeld in procedures omtrent de vraag of Spirits International dan wel FKP de eigenaar was van het merk Stolichnaya;

  • -

    Een onderdeel van de onderhandelingen tussen Spirits International en Pernod Ricard was dat de overeenkomst tussen hen zou worden gefinaliseerd op het moment dat er een regeling was getroffen met de Russische Federatie en FKP als gevolg waarvan de procedures zouden worden geschikt;

  • -

    Het was FKP erom te doen de verdere onderhandelingen tussen Spirtis International en Pernod Ricard te frustreren; daaraan heeft FKP op diverse manieren uitvoering gegeven, met als gevolg dat de verdere onderhandelingen tussen Spirtis International en Pernod Ricard zijn gestaakt en Pernod Ricard heeft afgezien van de overname van het merk Stolichnaya;

  • -

    Spirits International en [eiser sub 2] als aandeelhouder in Spirits International en ultimate beneficial owner hebben hierdoor schade geleden;

  • -

    De handelwijze van FKP moet dan ook gekwalificeerd worden als onrechtmatig worden jegens Spirits International en [eiser sub 2] ;

  • -

    Als gevolg van deze onrechtmatige gedragingen van FKP hebben Spirits International en [eiser sub 2] schade geleden in Nederland, zodat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft op grond van artikel 6 sub e Rv;

  • -

    Deze rechtbank is relatief bevoegd op grond van artikel 109 Rv.

3 Het geschil in het incident

3.1.

FKP vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart kennis te nemen van de vorderingen van Spirits International c.s., met veroordeling bij uitvoerbaar te verklaren vonnis van Spirits International c.s. in de volledige proceskosten in de zin van artikel 1019h Rv.

3.2.

Hieraan legt FKP – samengevat – ten grondslag dat Spirits International en [eiser sub 2] geen schade in Nederland hebben geleden die tot rechtsmacht van de Nederlandse rechter op grond van artikel 6 sub e Rv kan leiden.

3.3.

Spirits International c.s. voeren verweer en concluderen tot afwijzing van de incidentele vordering, met veroordeling van FKP bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis in de proceskosten en de nakosten.

3.4.

Hiertoe betwisten Spirits International c.s. dat zij geen schade zouden hebben geleden die kan leiden tot rechtsmacht van de Nederlandse rechter op grond van artikel 6 sub e Rv en voeren zij aan dat en waarom de Nederlandse rechter tevens rechtsmacht heeft als forum necessitatis in de zin van artikel 9 sub c Rv.

4 De beoordeling in het incident

4.1.

Hier is sprake van een burgerlijke- of handelszaak in de zin van artikel 1 Brussel Ibis-Vo (Verordening (EU) Nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken). De vorderingen zijn ingesteld na 10 januari 2015 (art. 66 lid 1 Brussel Ibis-Vo). Bijgevolg is deze verordening materieel respectievelijk temporeel van toepassing. Vereist is echter ook dat Brussel Ibis-Vo formeel, dat wil zeggen, in territoriaal opzicht, toepasselijk is. Aangezien gesteld noch gebleken is dat een forumkeuze is uitgebracht die van toepassing is op de onderhavige zaak, kan aan dit vereiste van formele toepasselijkheid van Brussel Ibis-Vo alleen worden voldaan indien de gedaagde woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat in de zin van Brussel Ibis-Vo (art. 4 e.v. Brussel Ibis-Vo). Aan dit vereiste is in het geval van FKP niet voldaan.

Ook andere internationale regelingen op het gebied van de rechterlijke bevoegdheid missen in de onderhavige zaak toepassing. Dat betekent dat de internationale bevoegdheid van deze rechtbank beoordeeld dient te worden aan de hand van de in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) neergelegde regels van Nederlands commuun internationaal bevoegdheidsrecht, zoals de artikelen 1-13 Rv.

4.2.

De artikel 1-13 Rv bevatten een aantal regels waarop de rechtsmacht van de Nederlandse rechter kan worden gebaseerd in zaken met buitenlandse gedaagden. Zo is in artikel 6, aanhef en sub a, Rv en in artikel 6a Rv rechtsmacht in contractuele geschillen geregeld en in artikel 6, aanhef en sub e, Rv rechtsmacht in geschillen inzake onrechtmatige daad.

Spirits International c.s. leggen aan hun vorderingen een onrechtmatige daad ten grondslag. Bovendien volgt uit de feiten en omstandigheden waarop de onderhavige zaak betrekking heeft niet dat tussen Spirits International en/of [eiser sub 2] enerzijds en FKP anderzijds sprake is van enige contractuele rechtsverhouding. De rechtsmacht van de Nederlandse rechter in deze zaak dient dan ook in beginsel te volgen uit de onrechtmatige-daad-bevoegdheidsregel van artikel 6, aanhef en sub e, Rv, die als volgt luidt:

Artikel 6 Rv

De Nederlandse rechter heeft eveneens rechtsmacht in zaken betreffende:

[…]

e. verbintenissen uit onrechtmatige daad, indien het schadebrengende feit zich in Nederland heeft voorgedaan of zich kan voordoen.

4.3.

Voor de rechtsmachtregeling van artikel 6 sub e Rv Rv hebben model gestaan artikel 5 sub 3 van de Brussel I-Verordening en haar voorgangster artikel 5 sub 3 van het EEX-Verdrag. De alternatieve bevoegdheid van artikel 6 sub e Rv berust op het bestaan van een bijzonder nauw verband tussen de vordering en een ander gerecht dan dat van de staat van de woonplaats van de verweerder, zodat de bevoegdheid van dat gerecht gerechtvaardigd is om redenen van goede rechtsbedeling en nuttige procesinrichting. Zie het arrest van het Hof van Justitie EG van 30 november 1976 (zaak 21/76, NJ 1977/494) in de zaak Bier/Mines de Potasse d'Alsace (Kalimijnen), waarin het hof antwoord geeft op prejudiciële vragen met betrekking tot de uitleg van artikel 5 sub 3 EEX-Verdrag. De ‘plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan’ als bedoeld in artikel 5 sub 3 EEX-Verdrag en derhalve ook artikel 6 sub e Rv ziet volgens het hof zowel op de plaats waar de schade is ingetreden (het zgn. ‘Erfolgsort’) als op de plaats waar het schadebrengende feit zijn oorsprong vindt (het zgn. ‘Handlungsort’).

4.4.

Niet in geschil is dat in de onderhavige zaak het Handlungsort (namelijk de plaats waar FKP de verdere onderhandelingen tussen Spirtis International en Pernod Ricard heeft gefrustreerd) buiten Nederland is gelegen. Het Handlungsort kan derhalve niet leiden tot rechtsmacht van de Nederlandse rechter op grond artikel 6 sub e Rv in de onderhavige zaak.

4.5.

Het Erfolgsort kan niet zo ruim worden uitgelegd dat het iedere plaats omvat waar de schadelijke gevolgen voelbaar zijn van een feit dat reeds elders daadwerkelijk ingetreden schade heeft veroorzaakt (HvJEU 10 juni 2004, zaak 168/02, NJ 2006/335 (Kronhofer/Maier) ). Deze plaats ziet niet op de plaats waar de gelaedeerde stelt vermogensschade te hebben geleden als gevolg van een door hem geleden, in een andere lidstaat, althans een ander land, ingetreden initiële schade (HvJEU 19 september 1995, zaak 364/93, NJ 1997/52 (Marinari/Lloyd’s Bank)).

4.6.

Voor zover Spirits International c.s. hun vorderingen baseren op schade die [eiser sub 2] heeft geleden, gaat het om schade die [eiser sub 2] heeft geleden vanwege zijn hoedanigheid van aandeelhouder in Spirits International en ultimate beneficial owner. Het gaat hier dus om schade die is afgeleid van de schade die Spirits International heeft geleden, indirecte schade derhalve. Ook wanneer Spirits International schade heeft geleden in Nederland in de zin van artikel 6, aanhef en sub e, Rv, kan deze bepaling in het onderhavige geval dan ook geen basis vormen voor de rechtsmacht van de Nederlandse rechter om kennis te nemen van de vorderingen in de hoofdzaak voor zover deze zijn ingesteld door [eiser sub 2] .

4.7.

Als de (meest) directe schade voor Spirits International als gevolg van de beweerdelijk onrechtmatige gedragingen van FKP moet worden aangemerkt de verzwakte onderhandelingspositie van Spirits International in haar onderhandelingen met Pernod Ricard over de overname van het merk Stolichnaya. Het Erfolgsort in de zin van artikel 6 sub e Rv is derhalve gelegen in het land waar Spirits International deze onderhandelingen voerde. De stelling van FKP in haar incidentele conclusie dat Spirits International alleen statutair is gevestigd in Nederland en ten tijde van de onderhandelingen met Pernod Ricard kantoor hield op Curaçao en daarna in Luxemburg is door Spirits International c.s. vervolgens in de onderhavige procedure niet betwist, zodat dit in dit incident is komen vast te staan. Spirits International voerde haar onderhandelingen met Pernod Ricard (over de overname van het merk Stolichnaya) derhalve niet in Nederland, nu gesteld noch gebleken is dat Spirits International voor haar onderhandelingen met Pernod Ricard altijd uitweek naar Nederland. Het Erfolgsort in de zin van artikel 6 sub e Rv is derhalve niet gelegen in Nederland, zodat de Nederlandse rechter ook wat betreft de door Spirits International ingestelde vorderingen geen rechtsmacht kan ontlenen aan deze bepaling.

4.8.

Spirits International c.s. baseren de rechtsmacht van de Nederlandse rechter tevens op de regel van artikel 9, aanhef en sub c, Rv, die betrekking heeft op het zogeheten forum necessitatis. Omdat de onderhavige incidentele vordering van FKP ertoe strekt dat deze rechtbank zich onbevoegd verklaart wegens de afwezigheid van rechtsmacht van de Nederlandse rechter, moet FKP geacht worden te betwisten dat de Nederlandse rechter rechtsmacht kan ontlenen aan artikel 9, aanhef en sub c, Rv. Vergelijk artikel 11 Rv.

4.9.

Artikel 9, aanhef en sub c, Rv luidt als volgt:

Artikel 9 Rv

Komt de Nederlandse rechter niet op grond van de artikelen 2 tot en met 8 rechtsmacht toe, dan heeft hij niettemin rechtsmacht indien:

[…]

c. een zaak die bij dagvaarding moet worden ingeleid voldoende met de rechtssfeer van Nederland verbonden is en het onaanvaardbaar is van de eiser te vergen dat hij de zaak aan het oordeel van een rechter van een vreemde staat onderwerpt.

4.10.

Omdat eiseres Spirits International gevestigd is en kantoor houdt in Nederland, is deze zaak voldoende met de Nederlandse rechtssfeer verbonden in de zin van artikel 9 sub c Rv.

4.11.

FKP heeft nog niet kunnen reageren op het in randnummers 27-36 van de incidentele conclusie van antwoord opgenomen standpunt van Spirits International c.s. dat en waarom het onaanvaardbaar zou zijn om van hen te vergen dat zij de zaak aan het oordeel van een gerecht in de Russische Federatie onderwerpen in de zin van artikel 9 sub c Rv. De rechtbank zal de zaak dan ook naar de rol verwijzen voor het nemen van een akte door FKP teneinde op hetgeen is vermeld in deze randnummers te kunnen reageren.

4.12.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5 De beslissing

De rechtbank

verwijst de zaak naar de rol van 16 mei 2018 voor het nemen van een akte door FKP om te kunnen reageren op hetgeen is vermeld in randnummers 27-36 van de incidentele conclusie van antwoord;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bouwman en in het openbaar uitgesproken op 18 april 2018.

901/2066/1729