Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:3198

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
20-04-2018
Datum publicatie
07-05-2018
Zaaknummer
6397357 CV EXPL 17-36311
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Deelname verkiezingen 'business succes awards'. Ontbinding overeenkomst wegens het niet plaatsvinden van prijsuitreiking. Ongedaanmaking reeds ontvangen prestaties.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Zaaknummer: 6397357 CV EXPL 17-36311

Uitspraak: 20 april 2018

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KEIZER DESIGN B.V.,

gevestigd te Noordhorn, gemeente Zuidhorn,

eiseres bij exploot van dagvaarding van 6 oktober 2017,

gemachtigde: mr. S. Scheltinga te Groningen,

tegen

de stichting

STICHTING NATIONALE BUSINESS SUCCES AWARD INSTITUUT,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

gemachtigde: mr. J.J. Wittekamp te Delft.

Partijen worden hierna ‘Keizer Design’ respectievelijk ‘de Stichting’ genoemd.

1 Het verloop van de procedure

1.1

Het procesverloop blijkt uit de volgende processtukken:

 de dagvaarding, met producties;

 de conclusie van antwoord, met producties;

 het vonnis van 7 december 2017, waarbij een comparitie van partijen is bepaald;

 de brief van 3 januari 2018 van de gemachtigde van Keizer Design, met productie.

1.2

De comparitie van partijen heeft plaatsgehad op 10 januari 2018. Daarbij is namens Keizer Design verschenen haar directeur, de heer [K.], bijgestaan door voornoemde gemachtigde van Keizer Design. Aan de zijde van de Stichting zijn verschenen de heer [Z.], secretaris, en de heer [M.], voormalig beleidsmedewerker, bijgestaan door voornoemde gemachtigde van de Stichting. Van hetgeen ter zitting is verhandeld, heeft de griffier aantekening gehouden.

1.3

Op verzoek van partijen is de zaak aangehouden teneinde hen de mogelijkheid te bieden een minnelijke regeling te beproeven. Bij brief van 31 januari 2018 heeft de gemachtigde van Keizer Design medegedeeld dat geen minnelijke regeling werd bereikt. Daarop is de zaak in staat van wijzen gebracht.

1.4

De datum van deze uitspraak is door de kantonrechter (nader) op heden bepaald.

2 De vaststaande feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten, nu deze enerzijds zijn gesteld danwel uit de overgelegde stukken blijken en anderzijds zijn erkend danwel niet althans onvoldoende gemotiveerd zijn bestreden:

2.1

Keizer Design drijft een onderneming die zich richt op meubelstoffering.

2.2

De Stichting richt zich op het versterken van succes. In dit kader reikt zij ‘Succes Awards’ uit, waaronder een prijs van € 100.000,- aan de meest succesvolle onderneming. De uitreiking daarvan wordt gefaciliteerd door het mediabedrijf ‘TV Media Partners’.

2.3

In november 2016 heeft de Stichting telefonisch contact opgenomen met Keizer Design en daarbij te kennen gegeven dat zij kans maakte binnen haar branche tot branchewinnaar te worden uitgeroepen en, indien dat laatste het geval zou zijn, bij deelneming ook op de ‘Nationale Business Succes Award’, waaraan een geldprijs van € 100.000,- was verbonden.

2.4

In het door de Stichting aan Keizer Design gezonden aanmeldformulier, dat door Keizer Design op 21 november 2016 werd ondertekend, staat onder meer het volgende vermeld:

“(…)

(…) Alléén de branchewinnaar betaalt de eenmalige eigen bijdrage als deelnamekosten. De branchewinnaar krijgt daartoe ook het gehele exposurepakket en strijdt om de hoofdprijs van € 100.000,-. Er komen absoluut geen kosten meer bij voor de branchevertegenwoordiger. De factuur dient te worden betaald na het maken van het draaiboek en altijd vóor de opnames.

Finale Awardshow 2 februari 2017

Alle branchewinnaars strijden onderling voor de jaarlijkse Nationale Business Succes Award. Alle branchewinnaars krijgen aan het einde van het jaar een 2e exposurepakket met vele exposure-momenten en een award-uitreikingsavond. De Finale Awardshow wordt op RTL7 uitgezonden. Alle Award-finalisten en categoriewinnaars – maar ook de bezoekers aan de show – komen in het tv-programma in beeld.

(…)”.

2.5

Op 16 december 2016 heeft Keizer Design een haar door TV Media Partners gezonden factuur ter hoogte van € 15.427,50 inclusief btw (€ 12.500,- exclusief btw) ten behoeve van het onder 2.4 genoemde exposurepakket betaald. TV Media Partners exploiteert een mediabedrijf dat de uitreiking van de ‘succes awards’ faciliteert.

2.6

Op 12 januari 2017 is in een uitzending van het televisieprogramma ‘Rambam’ aandacht besteed aan de Nationale Business Succes Award. Volgens de programmamakers bedenkt de Stichting voor elke deelnemer een branche zodat alle deelnemers branchewinnaar kunnen worden en een bijdrage verschuldigd zijn. RTL(7) heeft naar aanleiding van die uitzending besloten de Finale Awardshow niet uit te zenden.

2.7

Bij brief van 6 maart 2017 heeft de voormalige gemachtigde van Keizer Design de Stichting (in die brief afgekort tot ‘NBSA’) onder meer het volgende geschreven:

“(…)

Op 12 januari 2017 is een persbericht afgegeven, waaruit blijkt dat RTL7 met onmiddellijke ingang stopt met de uitzending van het programma de Succesfactor. Als reden is benoemd dat in het tv-programma Rambam onthuld is dat de NBSA doorgestoken kaart is.

Als gevolg van alle negatieve publiciteit rondom NBSA, heeft cliënte schade geleden en lijdt zij schade. NBSA heeft niets, dan wel onvoldoende gedaan om de aantijgingen te weerspreken. NBSA heeft derhalve haar zorgverplichting jegens de deelnemers geschonden.

Anderzijds is NBSA haar contractuele verplichting jegens cliënte niet nagekomen. Ik geef dat hieronder puntsgewijs weer:

1. De finale awardshow is geannuleerd. Dit deel van de prestatie is dus niet nagekomen en cliënte maakt geen kans meer op de prijs ad € 100.000,-.

2. Er is geen presentatie van cliënte geweest in het Algemeen Dagblad, het Financieel Dagblad, Elsevier en het Managementteam. Alleen het logo van cliënte is weergegeven, maar daarmee is geen sprake van een presentatie.

3. Er is geen persbericht in de Nieuwsbank geweest.

4. Niet alle 6 radiospots zijn uitgezonden via BNR Nieuwsradio.

5. De bedrijfsfilm heeft geen maanden op de website van het programma de Succesfactor gestaan.

6. Het branchewinnaarsbeeld en de beursdisplay voldeed niet aan de verwachting en is nu van generlei waarde meer.

7. De doelstellingen van de social media exposure zijn niet behaald.

8. De doelstellingen van de Facebook booster zijn niet behaald.

9. Het digitale nominatielabel en het marketingmateriaal zijn van generlei waarde.

Het door NBSA geschetste beeld van het versterken stimuleren van succes is niet waargemaakt. Al hetgeen wel door NBSA is uitgevoerd, geeft juist een negatieve uitstraling op de onderneming van cliënte.

Omdat NBSA haar contractuele verplichtingen niet is nagekomen en nakoming blijvend onmogelijk is, is NBSA toerekenbaar tekortgeschoten jegens cliënte. (…)

(…)

Gelet op het voorgaande ontbindt cliënte de overeenkomst met NBSA en vordert zij het door haar betaalde deelnemersbedrag ad € 15.428,50 terug. Cliënte behoudt zich het recht voor om in een later stadium naast de teruggave van dit bedrag, haar schade op NBSA te verhalen.

(…)”.

3 Het geschil

3.1

Keizer Design heeft (na wijziging van de volgorde voor wat betreft het primair en subsidiair gevorderde ter comparitie van partijen, met consent van de Stichting) gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

primair:

  • -

    te verklaren voor recht dat de Stichting jegens Keizer Design tekortgeschoten is en met dien verstande dat de overeenkomst tussen partijen reeds buitengerechtelijk is ontbonden danwel het verzoek de door partijen gesloten overeenkomst in rechte te ontbinden, en

  • -

    de Stichting te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 12.500,- danwel een in goede justitie te bepalen bedrag aan schade;

subsidiair:

  • -

    de door partijen gesloten overeenkomst te vernietigen wegens dwaling, en

  • -

    de Stichting te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 15.428,50 wegens onverschuldigde betaling;

meer subsidiair:

  • -

    te verklaren voor recht dat de Stichting jegens Keizer Design onrechtmatig heeft gehandeld wegens het doen van misleidende mededelingen, en

  • -

    de Stichting te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 12.500,- danwel een in goede justitie te bepalen bedrag aan schade;

zowel primair als (meer) subsidiair:

  • -

    de Stichting te veroordelen aan Keizer Design te betalen de wettelijke handelsrente vanaf 22 maart 2017 althans vanaf een in goede justitie te bepalen datum, tot de dag van algehele voldoening,

  • -

    de Stichting te veroordelen aan Keizer Design te betalen de buitengerechtelijke kosten ten bedrage van € 929,29, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na betekening van het te wijzen vonnis tot de dag van algehele voldoening, en

  • -

    de Stichting te veroordelen in de kosten van de procedure, vermeerderd met wettelijke rente, alsook in de nakosten.

3.2

Op hetgeen Keizer Design ter adstructie van het gevorderde heeft aangevoerd alsook op hetgeen de Stichting, die gemotiveerd heeft geconcludeerd tot afwijzing van het gevorderde, daar tegenover heeft gesteld, wordt hierna, voor zover van belang voor de uitkomst van de procedure, teruggekomen.

4 De beoordeling

4.1

Keizer Design heeft aan de door haar ingeroepen buitengerechtelijke ontbinding van de overeenkomst (zie 2.7) ten grondslag gelegd dat de Stichting jegens haar in de nakoming van de overeenkomst is tekortgeschoten omdat onder meer de Finale Awardshow niet heeft plaatsgevonden.

4.2

De Stichting heeft ter zake aangevoerd dat het niet doorgaan van de Finale Awardshow het gevolg is van een overhaast besluit van RTL in reactie op de uitzending van Rambam en dat zij er van uitgaat dat de Finale Awardshow alsnog doorgang zal vinden en zal worden uitgezonden, primair bij RTL en subsidiair via bijvoorbeeld YouTube. Bovendien is de Stichting niet in gebreke gesteld en daarom ook niet in verzuim komen te verkeren. Mocht zij wel jegens Keizer Design in verzuim zijn komen te verkeren, dan is de tekortkoming te gering om de ontbinding van de overeenkomst te (kunnen) rechtvaardigen, nu de waarde van de finaledag beperkt is. Mocht evenwel geoordeeld worden dat Keizer Design met recht de buitengerechtelijke ontbinding van de overeenkomst heeft ingeroepen, dan dient haar vordering op nihil gesteld te worden omdat het aan haar geleverde exposurepakket een veel hogere waarde heeft dan het door Keizer Design daarvoor betaalde bedrag.

4.3

De kantonrechter stelt voorop dat volgens artikel 6:265 lid 1 BW iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen de wederpartij bevoegd maakt de overeenkomst te ontbinden. De ontbinding vindt dan plaats door middel van een schriftelijke verklaring van de daartoe gerechtigde, maar kan ook op zijn vordering door de rechter worden uitgesproken (artikel 6:267 BW).

4.4

Blijkens het door Keizer Design ondertekende aanmeldformulier (zie 2.4) zouden alle branchewinnaars, onder wie dus Keizer Design, een award-uitreikingsavond krijgen. Deze ‘Finale Awardshow’, waarbij alle Award-finalisten en categoriewinnaars in beeld zouden komen, waarbij de ‘succes awards’ zouden worden uitgereikt en waarbij ook aan één bedrijf de ‘Nationale Business Succes Award’, met daaraan gekoppeld een geldprijs van € 100.000,-, die zou worden uitgereikt door Jan Peter Balkenende, zou op 2 februari 2017 door RTL(7) worden uitgezonden. Vaststaat dat RTL(7) op 12 januari 2017 heeft besloten de ‘Finale Awardshow’ niet uit te zenden als gevolg waarvan de Stichting niet in staat was haar hiervoor bedoelde verplichting jegens Keizer Design na te komen op 2 februari 2017.

4.5

Per die datum is de Stichting op grond van artikel 6:83 sub a BW in verzuim komen te verkeren jegens Keizer Design, zonder dat daarvoor (derhalve) een ingebrekestelling was vereist. Te meer nu gesteld noch gebleken is dat de Stichting in de periode daarna aan Keizer Design heeft aangeboden deze verbintenis alsnog na te komen, al dan niet onder aanbieding van vergoeding van schade en kosten (zie artikel 6:86 BW). Derhalve was Keizer Design wegens het verzuim van de Stichting in beginsel gerechtigd de ontbinding van de overeenkomst in te roepen, zoals haar (voormalige) gemachtigde op 6 maart 2017 ook heeft gedaan. Daarbij is niet van belang of de tekortkoming aan de Stichting kan worden toegerekend. Voor de ontbinding van de overeenkomst op basis van artikel 6:265
lid 1 BW is immers niet vereist dat de tekortkoming toerekenbaar is.

4.6

Voorts wordt de Stichting niet gevolgd in haar standpunt dat de tekortkoming slechts van beperkte waarde is en daarom niet de ontbinding van de overeenkomst rechtvaardigt. De ‘Finale Awardshow’ zou immers worden uitgezonden op landelijke televisie en vormde het belangrijke sluitstuk van de door de Stichting georganiseerde verkiezingen, terwijl dan ook bekend zou worden gemaakt aan welke van de branchewinnaars, onder wie Keizer Design, de hoofdprijs van € 100.000,- toekwam. Dit verweer mist derhalve doel.

4.7

Het voorgaande betekent dat de door Keizer Design primair gevorderde verklaring voor recht toewijsbaar is.

4.8

Ten aanzien van het door haar ook primair gevorderde bedrag gelijk aan het door haar betaalde bedrag zonder btw, derhalve € 12.500,-, wordt vooropgesteld dat een ontbinding op grond van artikel 6:271 BW partijen bevrijdt van de daardoor getroffen verbintenissen. Voor zover deze reeds zijn nagekomen, blijft de rechtsgrond voor deze nakoming in stand, maar ontstaat voor partijen een verbintenis tot ongedaanmaking van de reeds door hen ontvangen prestaties. Artikel 6:272 BW bepaalt verder dat indien de aard van de prestatie uitsluit dat zij ongedaan wordt gemaakt, daarvoor een vergoeding in de plaats treedt ten belope van haar waarde op het tijdstip van ontvangst. Heeft de prestatie niet aan de verbintenis beantwoord, dan wordt de vergoeding beperkt tot het bedrag van de waarde die de prestatie voor de ontvanger op dit tijdstip in de gegeven omstandigheden werkelijk heeft gehad.

4.9

Gegeven dat juridisch kader wordt overwogen dat vaststaat dat Keizer Design een bedrag van € 12.500,- exclusief btw aan TV Media Partners heeft betaald, ter voldoening aan haar betalingsverplichting jegens de Stichting uit hoofde van de overeenkomst. Aangenomen moet worden dat TV Media Partners dat bedrag voor de Stichting in ontvangst heeft genomen. Die prestatie dient op grond van artikel 6:271 BW ongedaan te worden gemaakt.

4.10

Voor wat betreft de door de Stichting verrichte prestatie – het verstrekken van het onderhavige exposurepakket – geldt dat deze naar haar aard niet ongedaan gemaakt kan worden, zodat daarvoor in beginsel een vergoeding in de plaats treedt ten belope van de waarde als bedoeld in artikel 6:272 lid 1 BW. De kantonrechter is evenwel van oordeel dat de waarde van die prestatie op nihil gesteld dient te worden omdat deze niet beantwoord heeft aan de op de Stichting rustende verbintenis positieve publiciteit voor Keizer Design te genereren. Alhoewel een exposurepakket aan Keizer Design is geleverd, bestaande uit publiciteit in bladen en op televisie, radio en social media, moet het ervoor worden gehouden dat dit pakket voor Keizer Design geen werkelijke waarde heeft gehad. Vanwege alle negatieve publiciteit rond de Stichting, onder meer in het tv-programma Rambam, en het feit dat haar naam in verband met het exposurepakket steeds tezamen met die van Keizer Design is genoemd, kan aan dat pakket geen waarde worden toegekend.

4.11

Gelet op het vorenstaande zal het door Keizer Design (primair) gevorderde bedrag van € 12.500,- worden toegewezen.

4.12

De daarover gevorderde wettelijke rente in de zin van artikel 6:119a BW wordt, als op de wet gegrond en door de Stichting ook niet afzonderlijk bestreden, eveneens toegewezen.

4.13

De door Keizer Design jegens de Stichting gevorderde vergoeding voor verrichte buitengerechtelijke werkzaamheden wordt, als op de wet gegrond en door de Stichting niet (afzonderlijk) bestreden, eveneens toegewezen, zij het, gelet op de ter zake geldende tarieven, tot een bedrag van € 900,-. Ook de daarover gevorderde rente is toewijsbaar, zoals hierna vermeld.

4.14

Nu het primair gevorderde wordt toegewezen, wordt niet meer toegekomen aan het (meer) subsidiair gevorderde. Hetgeen partijen in dat verband hebben aangevoerd, wordt daarom onbesproken gelaten.

4.15

De Stichting wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de ter zake gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar.

4.16

De apart gevorderde nakosten zullen worden toegewezen als hierna vermeld, nu de proceskostenveroordeling hiervoor reeds een executoriale titel geeft en de kantonrechter van oordeel is dat de nakosten zich reeds vooraf laten begroten.

5 De beslissing

De kantonrechter:

 verklaart voor recht dat de overeenkomst tussen partijen buitengerechtelijk is ontbonden;

 veroordeelt de Stichting tot betaling aan Keizer Design van een bedrag van € 12.500,- aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119a BW daarover vanaf 22 maart 2017 tot aan de dag van algehele voldoening;

 veroordeelt de Stichting tot betaling aan Keizer Design van een bedrag van € 900,- aan buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW daarover vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van algehele voldoening;

 veroordeelt de Stichting in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Keizer Design vastgesteld op € 939,- aan griffierecht, € 85,21 aan explootkosten en € 600,- aan salaris voor haar gemachtigde, al genoemde bedragen vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW ingaande veertien dagen na betekening van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening, en indien de Stichting niet binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, begroot op € 131,- aan nasalaris, te verhogen met een bedrag van € 68,- aan betekeningskosten onder de voorwaarde dat betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden, één en ander voor zover van toepassing inclusief btw;

 verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J.J. Wetzels en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

654