Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:3013

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
05-04-2018
Datum publicatie
16-04-2018
Zaaknummer
14.1510 ea
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ambtshalve verkorting door de rechtbank van de looptijd wegens het vervallen van de grond van de verlenging en afwijzing voordracht tussentijdse beëindiging.

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 349a
Faillissementswet 350
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

weigering tussentijdse beëindiging en wijziging van de termijn

insolventienummer: [nummer]

uitspraakdatum: 5 april 2018

Bij vonnis van deze rechtbank van 8 augustus 2014 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:

[naam]

[adres]

[woonplaats]

schuldenares,

bewindvoerder: N. Pavljasevic.

1 De procedure

De rechter-commissaris heeft op 11 december 2017 een voordracht gedaan om de toepassing van de schuldsaneringsregeling te beëindigen.

De bewindvoerder en schuldenares zijn gehoord ter terechtzitting van 30 januari 2018. Bij tussenvonnis van 5 februari 2018, waarnaar de rechtbank verwijst, is de behandeling aangehouden tot 2 april 2018 om schuldenares in de gelegenheid te stellen zich te laten keuren door GGD.

De bewindvoerder heeft de rechtbank bij brieven van 5 maart 2018 en 26 maart 2018 bericht over de stand van zaken op dat moment.

De uitspraak is bepaald op heden.

Voor de gronden voor tussentijdse beëindiging verwijst de rechtbank naar de voordracht van de rechter-commissaris.

2 De standpunten

Bij brief van 5 maart 2018 heeft de bewindvoerder de rechtbank het keuringsrapport van de Gemeente Rotterdam van 2 maart 2018 doen toekomen. Hieruit blijkt dat schuldenares vanaf toelating tot de schuldsaneringsregeling volledig arbeidsongeschikt wordt geacht. De verwachting van de keuringsarts is dat de arbeidsongeschiktheid van schuldenares nog zeker zes maanden zal voortduren. De tekortkomingen in de nakoming van de informatieverplichting kunnen volgens de keuringsarts aan het ziektebeeld van schuldenares worden toegeschreven.

Op 7 maart 2018 heeft de rechter-commissaris schuldenares vrijgesteld van de sollicitatieverplichting vanaf 15 oktober 2015 tot en met 27 augustus 2018.

Bij brief van 26 maart 2018 heeft de bewindvoerder de rechtbank bericht dat geen sprake meer is van een tekortkoming in de sollicitatieverplichting. Ten aanzien van de tekortkomingen in de nakoming van de informatieverplichting stelt de bewindvoerder zich op het standpunt dat die schuldenares niet kunnen worden toegerekend. De bewindvoerder beschikt niet over de informatieformulieren en uitkeringsspecificaties vanaf september 2017, de huurspecificatie juli 2017, toeslagbeschikkingen 2018, noch over de polis zorgverzekering 2018. Schuldenares heeft onvoldoende afgedragen aan de boedelrekening, waardoor een achterstand is ontstaan van € 21,31. De budgetbeheerder heeft de bewindvoerder bericht dat schuldenares geen uitkering Participatiewet meer ontvangt, omdat zij sinds januari 2018 inkomsten uit dienstverband ontvangt. Deze inkomsten worden echter niet gestort op de beheerrekening, waardoor de budgetbeheerder vanaf januari 2018 de vaste lasten niet heeft kunnen voldoen. De bewindvoerder heeft de rechtbank verzocht om de behandeling opnieuw ter terechtzitting voort te zetten.

3 De beoordeling

De rechtbank stelt vast dat nu schuldenares met terugwerkende kracht door de rechter-commissaris is ontheven van de sollicitatieverplichting, de grond voor de verlenging van de schuldsaneringsregeling met 17 maanden – zoals bepaald in het vonnis van de rechtbank van 17 februari 2017 – is komen te vervallen.

De rechtbank zal om die reden de termijn van de schuldsaneringsregeling opnieuw wijzigen, in die zin dat deze drie jaar bedraagt en daarmee is geëindigd op 8 augustus 2017.

De rechtbank stelt vast dat de tekortkomingen in de nakoming van de verplichtingen, die de bewindvoerder noemt in zijn brief van 26 maart 2018, en die schuldenares zijn toe te rekenen, met uitzondering van de huurspecificatie 2017 dateren van na de verkorte looptijd.

Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat er geen aanleiding bestaat om de toepassing van de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen.

De rechtbank verzoekt de bewindvoerder haar binnen twee weken, te weten uiterlijk 20 april 2018, een eindverslag te doen toekomen, waarna zij op 26 april 2018 zal beslissen of aan schuldenares de schone lei kan worden verleend of dat de beëindiging ter terechtzitting zal worden behandeld. Schuldenares en de bewindvoerder kunnen op deze dag na 10.00 uur telefonisch informeren naar de beslissing.

4 De beslissing

De rechtbank:

  • -

    wijzigt de termijn van de schuldsaneringsregeling, in die zin dat deze drie jaar bedraagt en daarmee is geëindigd op 8 augustus 2017;

  • -

    weigert de toepassing van de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen;

  • -

    ontvangt uiterlijk 20 april 2018 van de bewindvoerder het eindverslag;

- beslist op 26 april 2018 of aan schuldenares de schone lei wordt verleend.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Roos-van Toor, rechter, en in aanwezigheid van

R.I. Buitenwerf-Don, griffier, uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 april 2018.1

1 Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.