Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:3004

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
01-03-2018
Datum publicatie
16-04-2018
Zaaknummer
Parketnummers 10/230834-17, 10176121-17, 10/107966-17, 10126379-17, 10/168044-17, 10/007724-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf van 4 jaar, waarvan 1 jaar voorwaardelijk, voor overval fastfoodzaak en Chinees restaurant, inbraken, andere vermogensdelicten en bedreiging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummers: 10/230834-17, 10/176121-17, 10/107966-17, 10/126379-17, 10/168044-17, 10/007724-18

Datum uitspraak: 1 maart 2018

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Rotterdam, locatie Hoogvliet,

raadsman mr. G. Özveren, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 15 februari 2018.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen.

De tenlastelegging op de dagvaarding met parketnummer 10/176121-17 is op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie gewijzigd.

De teksten van de tenlasteleggingen zijn als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. C.J. Kroon heeft gevorderd:

  • -

    ten aanzien van parketnummer 10/230834-17: vrijspraak van het onder 3 primair en 4 primair tenlastegelegde en bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3 subsidiair (schuldheling), 4 subsidiair en 5 tenlastegelegde;

  • -

    ten aanzien van parketnummer 10/176121-17: bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde;

  • -

    ten aanzien van parketnummer 10/107966-17: bewezenverklaring van het onder 1 en 2 tenlastegelegde;

  • -

    ten aanzien van parketnummer 10/126379-17: bewezenverklaring van het tenlastegelegde;

  • -

    ten aanzien van parketnummer 10/168044-17: bewezenverklaring van het onder 1 en 2 (schuldheling) tenlastegelegde;

  • -

    ten aanzien van parketnummer 10/007724-18: bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde, met uitzondering van het kwalificerende bestanddeel, en van het onder 2 en 3 tenlastegelegde, voor zover gepleegd tegen aangeefster [naam slachtoffer 1] en vrijspraak voor zover gepleegd tegen getuige [naam getuige] ;

  • -

    veroordeling van de verdachte (primair) tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar en 6 maanden met aftrek van voorarrest en (subsidiair) tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar, waarvan 1 jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en met de bijzondere voorwaarden zoals vermeld in het rapport van Bouman GGZ, afdeling reclassering van 12 februari 2018.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

De onder 2 (diefstal uit buitenkeuken) en 3 (poging inbraak schuur) tenlastegelegde feiten van parketnummer 10/176121-17 en het onder 1 (amfetamine) tenlastegelegde feit van parketnummer 10/107966-17 zijn door de verdachte bekend en de raadsman heeft ten aanzien van deze feiten geen vrijspraak bepleit. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.2.

Vrijspraak

4.2.1.

Standpunten officier van justitie

Ten aanzien van feit 3 van parketnummer 10/230834-17

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot vrijspraak van de primair tenlastegelegde diefstal en van de subsidiair tenlastegelegde opzetheling en bewezenverklaring van de subsidiair tenlastegelegde schuldheling.

Ten aanzien van feit 2 van parketnummer 10/107966-17

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde voorhanden hebben van een stroomstootwapen.

4.2.2.

Beoordeling

Ten aanzien feit 3 van parketnummer 10/230834-17 (bestelbus)

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de primair ten laste gelegde diefstal en de subsidiair tenlastegelegde opzetheling niet wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.

Anders dan de officier van justitie en met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de verdachte eveneens voor de subsidiair tenlastegelegde schuldheling dient te worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hiertoe dat het voor bewezenverklaring van dit feit vereiste redelijke vermoeden bij verdachte dat de bestelbus van misdrijf afkomstig was, niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. Hiervan blijkt namelijk noch uit enige verklaring van de verdachte, noch uit de staat van de bestelbus.

Ten aanzien van feit 2 van parketnummer 10/107966-17 (bezit stroomstootwapen)

Anders dan de officier van justitie en anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat dit feit niet wettig en overtuigend kan worden bewezen.

De rechtbank overweegt hiertoe, overeenkomstig vaste rechtspraak van de Hoge Raad, dat voor een veroordeling ter zake van artikel 26 van de Wet wapens en munitie is vereist dat sprake is geweest van een meer of mindere mate van bewustheid bij de verdachte omtrent de aanwezigheid van het wapen.

De verdachte heeft verklaard dat hij het lampje eerder had gekregen op een feest en dat hij niet wist dat het een stroomstootwapen betrof.

Uit de inhoud van het proces-verbaal onderzoek wapen blijkt dat de stroomstootfunctie middels een schuifknopje diende te worden geactiveerd. Alsmede dat het wapen het uiterlijk heeft van een zaklamp en ook als zodanig functioneert. Op de bij dit proces-verbaal gevoegde foto is ook te zien dat het stroomstootwapen het uiterlijk heeft van een zaklamp. De verklaring van de verdachte dat hij het voorwerp in de hand gedrukt kreeg om als feestverlichting te gebruiken, wordt niet door enig ander bewijsmiddel weerlegd en evenmin blijkt dat de zaklamp zodanig onderscheidend is van andere zaklampen dat voor de verdachte direct zichtbaar moet zijn geweest dat het hier een stroomstootwapen betrof, zodat vrijspraak dient te volgen.

4.2.3.

Conclusie

Het onder feit 3 van parketnummer 10/230834-17 en onder feit 2 van parketnummer 10/107966-17 tenlastegelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

4.3.

Bewijswaardering

4.3.1.

Standpunten verdediging/officier van justitie

Ten aanzien van de feiten 1 en 2 van parketnummer 10/230834-17

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder 1 en 2 tenlastegelegde en heeft daartoe aangevoerd dat de verdachte op de camerabeelden niet valt te herkennen. Via Opsporing Verzocht is de verdachte herkend door een drietal personen uit zijn omgeving, waarvan hij er met één een zakelijk probleem heeft terwijl de andere twee bij die persoon horen, en door zijn ex-partner die hem op straat heeft gezet en een hekel aan hem heeft. Dit maakt de herkenningen onbetrouwbaar en niet bruikbaar voor het bewijs.

Ten aanzien van feit 4 van parketnummer 10/230834-17

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd en de raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder 4 primair tenlastegelegde, omdat er sprake is geweest van continu toezicht door een werknemer, terwijl de verdachte de goederen wegnam. Hierdoor zou geen sprake zijn geweest van een voltooide diefstal, maar slechts van een poging.

Ten aanzien van feit 4 van parketnummer 10/176121-17

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder 4 primair tenlastegelegde, omdat de verdachte daar op heterdaad is betrapt.

Ten aanzien van parketnummer 10/126379-17

De raadsman heeft vrijspraak bepleit voor de tenlastegelegde diefstallen uit de Volvo en de Mercedes en heeft daartoe aangevoerd dat deze inbraken zijn gepleegd door verdachtes medeverdachte met wie hij op pad was, terwijl er onvoldoende bewijs is voor medeplegen.

Ten aanzien van feit 2 van parketnummer 10/168044-17

De raadsman heeft vrijspraak bepleit voor de onder 2 ten laste gelegde opzet-/schuldheling en heeft daartoe aangevoerd dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte wist of had moeten weten dat de bromfiets die hij had geleend, van enig misdrijf afkomstig was.

Ten aanzien van feit 3 van parketnummer 10/007724-18

De raadsman heeft vrijspraak bepleit. De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van bedreiging van [naam slachtoffer 2] , omdat is vereist dat de bedreigde zich in enige mate bedreigd heeft gevoeld of zou kunnen voelen.

De officier van justitie heeft, voor zover hierboven niet anders vermeld, geconcludeerd tot bewezenverklaring van voornoemde feiten.

4.3.2.

Beoordeling

Ten aanzien van de feiten 1 (overval fast food) en 2 (overval Chinees restaurant) van parketnummer 10/230834-17

De rechtbank is van oordeel dat de ten aanzien van deze feiten gedane herkenningen voldoende specifiek en onderscheidend zijn om, in samenhang met de overige bewijsmiddelen, voor het bewijs te kunnen worden gebezigd. De rechtbank heeft, gelet op de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen, geen enkele reden om te twijfelen aan deze verklaringen. Dat verdachte wellicht – daartoe heeft de verdediging immers niets aangedragen dan de enkele verklaring van de verdachte – in slechte verhouding stond met één van de drie personen die hem op Opsporing Verzocht hebben herkend, doet daar niet aan af. De verdachte is naar aanleiding van de bij Opsporing Verzocht getoonde beelden door drie personen – voormalig werkgever, collega en klasgenoot – onafhankelijk van elkaar geïdentificeerd met ieder voor zich een gedetailleerde omschrijving van de kenmerken op grond waarvan zij dat deden. Een van hen verklaart nog te hopen dat de verdachte het niet is en een ander verklaart niet te zeggen dat de verdachte het is, maar dat hij het zou kunnen zijn. De ex-partner van de verdachte, die 28 jaar met hem samen was, heeft uit vrees voor de verdachte haar herkenning van de op Opsporing Verzocht vertoonde beelden niet willen melden. Zij wilde hem niet verlinken. Uiteindelijk heeft zij wel over haar herkenning, maar in zeer terughoudende zin en in een gesprek dat op initiatief van de politie plaatsvindt, verklaard. Ook deze herkenning acht de rechtbank authentiek en geloofwaardig.

Ten aanzien van feit 4 van parketnummer 10/230834-17

De rechtbank is van oordeel dat de verdachte zich een zodanige feitelijke heerschappij over de goederen van de supermarkt heeft verschaft dan wel deze zodanig aan de feitelijke heerschappij van de rechthebbende heeft onttrokken, dat de wegneming ervan als voltooid kan gelden. Uit de gebezigde bewijsmiddelen blijkt immers dat de verdachte deze goederen in zijn rugtas heeft gestopt. Toen hij daarop werd aangesproken, heeft de verdachte zich verzet en is langs de kassa gegaan zonder te betalen. Bij de strubbeling na de kassa heeft hij de rugtas met de producten laten staan. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verdachte hiermee tijdelijk als heer en meester over die goederen beschikt. Daarmee is die diefstal voltooid en komt de rechtbank, anders dan de officier van justitie en de raadsman, niet tot een beoordeling van de subsidiair ten laste gelegde poging daartoe. Dat er zicht van een werknemer is geweest op de verdachte doet daaraan niet af. Nog daargelaten dat de bewijsmiddelen niet onderbouwen dat dit zicht niet continu is geweest. Zo verklaart de werknemer immers dat hij de verdachte een paar keer is gepasseerd.

Ten aanzien van feit 4 van parketnummer 10/176121-17 (inbraak tuinvereniging)

De rechtbank is van oordeel dat de verdachte zich een zodanige feitelijke heerschappij over de sleutels van de tuinvereniging heeft verschaft dan wel deze zodanig aan de feitelijke heerschappij van de rechthebbende heeft onttrokken, dat de wegneming ervan als voltooid kan gelden. Uit de gebezigde bewijsmiddelen blijkt immers dat bij onderzoek aan de kleding van de verdachte sleutels zijn aangetroffen van de tuinvereniging. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verdachte hiermee tijdelijk als heer en meester over die sleutels beschikt. Daarmee is die diefstal voltooid en komt de rechtbank, anders dan de raadsman, niet tot een beoordeling van de subsidiair ten laste gelegde poging daartoe.

Ten aanzien van parketnummer 10/126379-17 (auto-inbraken)

De rechtbank overweegt dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet is gebleken dat de verdachte ten tijde van de auto-inbraken samen was met een ander. Onder de auto’s waarin is ingebroken, bevond zich een lokauto van de politie uitgerust met een camerasysteem. Op de beelden is alleen de verdachte te zien, terwijl de verdachte ook daar oorspronkelijk over verklaarde dat er een mededader was, maar later verklaarde dat hij alleen was. Ten tijde van zijn aanhouding op heterdaad was de verdachte tevens alleen en bij hem werden goederen aangetroffen uit alle vier de auto’s. Onder de weggenomen goederen uit de lokauto bevonden zich een navigatiesysteem en een klopboormachine voorzien van een GPS-tracker. Bij het uitlezen van deze trackers blijkt dat de verdachte op de plaatsen waar de Volvo en de Mercedes stonden geparkeerd zeer kort na de inbraak in de lokauto enige tijd heeft stilgestaan. Gelet op voorgaande is de rechtbank van oordeel dat van betrokkenheid van een medeverdachte geen sprake is geweest en dat de verdachte de auto-inbraken alleen heeft gepleegd.

Ten aanzien van feit 2 van parketnummer 10/168044-17 (heling bromfiets)

De verdachte heeft verklaard dat hij de bromfiets had geleend van ene “ [naam] ”. Hij wist niet dat de bromfiets van misdrijf afkomstig was en hoefde dit volgens hem ook niet te vermoeden omdat hij die [naam] reeds weken daarvoor op de bromfiets had zien rijden.

Deze verklaring acht de rechtbank ongeloofwaardig nu uit de gebezigde bewijsmiddelen blijkt dat ten aanzien van deze bromfiets één dag voordat de verdachte hierop werd aangetroffen aangifte van diefstal was gedaan. Gelet hierop neemt de rechtbank aan dat de verdachte minstens redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de bromfiets die hij voorhanden had, van misdrijf afkomstig was.

Ten aanzien van feit 3 van parketnummer 10/007724-18 (bedreiging [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] )

De rechtbank overweegt, overeenkomstig vaste rechtspraak van de Hoge Raad, dat voor een veroordeling ter zake van artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht is vereist dat een bedreiging van dien aard en onder zodanige omstandigheden is gedaan dat bij de bedreigde in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen. Niet is vereist dat de bedreiging in het concrete geval op de bedreigde een zodanige indruk heeft gemaakt dat er werkelijk vrees is opgewekt en de bedreigde zich in zijn vrijheid belemmerd achtte. De rechtbank is, anders dan de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat van strafbare bedreiging ook ten aanzien van [naam slachtoffer 2] sprake is. Dit gelet op de woorden die zijn geuit door de verdachte, die de ex-vriend is van de vrouw met wie [naam slachtoffer 2] op dat moment op straat liep en van wie hij een kennis is.

4.3.3.

Conclusie

De rechtbank acht het onder 1 en 2 van parketnummer 10/230834-17 tenlastegelegde, het tenlastegelegde onder 4, primair, van parketnummer 10/176121-17, het tenlastegelegde onder parketnummer 10/126379-17 (zonder medeplegen) en het onder 2 van parketnummer 10/168044-17 (schuldheling) tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

4.4.

Bewezenverklaring

In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het hieronder tenlastegelegde heeft begaan op die wijze dat:

parketnummer 10/176121-17:

2.

hij op 7 september 2017 te Rotterdam,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een buitenkeuken van een woning, gelegen aan de [adres delict 1] ,

heeft weggenomen flessen wijn en een fles bier (Desperados), toebehorende aan [naam slachtoffer 3] ;

3.

hij op 7 september 2017 te Rotterdam,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een schuur horende bij een woning gelegen aan de [adres delict 2] weg te nemen goederen,

toebehorende aan [naam slachtoffer 4] ,

en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braakhet slot van die schuur heeft geforceerd terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.;

parketnummer 10/107966-17:

1.

hij op 11 juni 2017 te Rotterdam,

opzettelijk aanwezig heeft gehad (netto) ongeveer 3,75 gram van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I .

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het hieronder tenlastegelegde heeft begaan op die wijze dat:

parketnummer 10/230834-17:

1.

hij op 27 oktober 2017 te Rotterdam,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een kassa en daarin geld (een bedrag van 500 euro of daaromtrent),

toebehorende aan [naam slachtoffer 5] en/of

[naam horeca-gelegenheid 1] ,

welke diefstal werd voorafgegaan van bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 5] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden,

welke bedreiging met geweld bestond uit het

- op dreigende toon aan die [naam slachtoffer 5] toevoegen van de woorden: "Geef je kankergeld!", en

- daarbij dreigend tonen van een mes aan die [naam slachtoffer 5] en daarbij met dat mes stekende bewegingen in de richting van die [naam slachtoffer 5] maken;

2.

hij op 29 oktober 2017 te Rotterdam,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een kassa en daarin geld (een bedrag van 150 euro of daaromtrent),

toebehorende aan [naam slachtoffer 6] en/of [naam horeca-gelegenheid 2] ,

welke diefstal werd voorafgegaan van bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 6] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden,

welke bedreiging met geweld bestond uit het

- bedekt houden van zijn, verdachtes, gezicht met een bivakmuts en

- meermalen telkens op dreigende toon aan die [naam slachtoffer 6] toevoegen van de woorden: "Nu, geld, geld, nu!" en "fuck jou, fuck jou", en

- daarbij dreigend tonen van een mes aan die [naam slachtoffer 6] en daarbij met dat mes in de richting van die [naam slachtoffer 6] wijzen;

4.

hij op 20 augustus 2017 te Rotterdam,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

etenswaren en drinkwarentoebehorende aan [naam supermarkt] , welke diefstal werd gevolgd van geweld tegen [naam slachtoffer 7] ,

gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld bestond uit het

- met kracht bij de keel grijpen van die [naam slachtoffer 7] en

- vervolgens met krachtduwen tegen de keel vandie [naam slachtoffer 7] en

- die [naam slachtoffer 7] tegen een winkelschap duwen ;

5.

hij op 20 augustus 2017 te Rotterdam,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening ineen winkelpand, gelegen aan de [adres delict 3] heeft weggenomen

een PDA (bestelcomputer)

toebehorende aan [naam supermarkt] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak ;

parketnummer 10/176121-17:

1.

hij op 4 september 2017 te Rotterdam.

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een snackbar ( [naam horeca-gelegenheid 3] ), gelegen aan de [adres delict 4] heeft weggenomen

- tweelaptops (Acer en Samsung) en

- een iPhone 4S (Apple) en

- een geldbedrag en

- etenswaren (een doos vlammetjes en goulash en ijsjes) en drinkwaren (bier),

geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 8] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak ;

4.

hij op 2 oktober 2017 te Rotterdam,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een kantine van een tuinvereniging, gelegen aan de [adres delict 5] ,

heeft weggenomen (een doosje met) sleutels, toebehorende aan [naam slachtoffer 9] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak .

parketnummer 10/126379-17:

hij op 7 juli 2017 te Rotterdam, meermalen telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen de

hierna te noemen goederen toebehorende aan de hierna te noemen rechthebbenden,

- uit een auto, een Mercedes-Benz 639 Vito 111 Cd voorzien van kenteken [kentekennummer 1] , een portemonnee met inhoud, toebehorende aan [naam bedrijf 1] en/of [naam slachtoffer 10] en

- uit een auto, een Audi A3 Limousine voorzien van kenteken [kentekennummer 2] , een Mont Blanc kaarthouder, althans een portemonnee en een telefoonoplader, toebehorende aan [naam slachtoffer 13] en

- uit een auto, een Fiat Doblo voorzien van kenteken [kentekennummer 3] , een TomTom en een klopboormachine (merk DeWalt) toebehorende aan Politie Eenheid Rotterdam en

- uit een auto, een Volvo XC90, een Dell laptoptas en 2 dvd schermen en een dvd hoesje met diverse dvd's, toebehorende aan een persoon,

waarbij verdachte de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak ;

parketnummer 10/168044-17:

1.

hij op 27 augustus 2017 te Rotterdam

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een bedrijfspand, gelegen aan de [adres delict 6] ,

heeft weggenomen een computer, merk: Lenovo, toebehorende aan [naam bedrijf 2] ,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak ;

2.

hij in de periode van 27 augustus 2017 tot en met 28 augustus 2017 te Rotterdam,

een goed te weten een bromfiets, merk: Hero Majestic Cityflex, kenteken: [kentekennummer 4] heeft voorhanden gehad,

terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

parketnummer 10/007724-18:

1.

hij op 14 oktober 2017 te Rotterdam,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

heeft weggenomen een (elektrische) fiets (merk/type Gazelle Orange) en de aan/op die fiets bevindende goederen,

toebehorende aan [naam slachtoffer 11] ,

2.

hij op 23 oktober 2017 te Rotterdam,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in een pand, gelegen aan de [adres delict 7] heeft weggenomen

- geld (93,95 euro of daaromtrent) en

- fototoestellen en

- een oplader en

- tassen en

- etenswaren en/of drinkwaren,

toebehorende aan [naam slachtoffer 12] ,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik had gebracht door middel van braak;

3.

hij op 19 juni 2017 te Rotterdam,

[naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door die [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen "Homo, hoer, jullie gaan eraan", .

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet (ook) daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

Parketnummer 10/230834-17

1.

Diefstal, voorafgegaan van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken.

2.

Diefstal, voorafgegaan van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken.

4.

Diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken.

5.

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Parketnummer 10/176121-17

1.

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

2.

Diefstal.

3.

Poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

4.

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Parketnummer 10/107966-17

1.

Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Parketnummer 10/126379-17

Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd.

Parketnummer 10/168044-17

1.

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

2.

Schuldheling.

Parketnummer 10/007724-18

1.

Diefstal.

2.

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

3.

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich in relatief korte tijd schuldig gemaakt aan een reeks van in ernst toenemende strafbare feiten te weten aan het voorhanden hebben van 3,75 gram speed, een bedreiging, een viertal auto-inbraken, een drietal diefstallen en een poging tot diefstal, een drietal bedrijfsinbraken, een heling, een tweetal diefstallen met braak en een tweetal gewapende overvallen. Hij heeft daarbij grote schade aangericht aan de eigendommen van anderen, mensen ernstig bedreigd en zich niet laten weerhouden van het plegen van nieuwe feiten, ondanks aanhoudingen en schorsing van zijn gevangenhouding.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van

19 februari 2018, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportage

Bouman GGZ, afdeling reclassering heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 12 februari 2018. Dit rapport houdt het volgende in.

Uit het onderzoek door de reclassering wordt duidelijk dat er -sinds de breuk met zijn partner in april 2017- sprake is van een algehele teloorgang van de verdachte. Zo heeft de verdachte sindsdien geen vaste woon- of verblijfplaats, is hij gestopt met werken, heeft hij geen (legaal) inkomen, is zijn middelengebruik toegenomen en is er sprake van een crimineel sociaal netwerk waarin middelengebruik normaal wordt geacht. Het lukt de verdachte niet om deze negatieve spiraal te doorbreken en zijn leven weer op de rit te krijgen. Er lijkt sprake te zijn van een gebrekkig zelfinzicht, de verdachte schiet tekort in zijn coping vaardigheden.

De reclassering acht het wenselijk dat er wordt ingezet op stabilisatie en

resocialisatie. Ook het vergroten van verdachtes zelfinzicht en coping vaardigheden behoeven aandacht om de kans op recidive te doen verminderen.

Geadviseerd wordt een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met de volgende bijzondere voorwaarden: meldplicht bij de reclassering, opname in een zorginstelling, ambulante behandeling (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname), begeleid wonen of maatschappelijke opvang en een locatieverbod (elektronische controle).

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij zich binnen zo’n korte tijd heeft schuldig gemaakt aan meerdere delicten.

Met name de twee gewapende overvallen, het sluitstuk van de reeks strafbare feiten, zijn zeer ernstige strafbare feiten die een grove inbreuk vormen op de persoonlijke integriteit van de slachtoffers. Ook in de samenleving in het algemeen veroorzaken dit soort feiten gevoelens van angst en onveiligheid.

De door de verdachte gepleegde diefstallen, al dan niet met braak, acht de rechtbank eveneens zeer kwalijk. Verdachte toont daarmee aan geen enkel respect te hebben voor andermans goederen en eigendommen en uitsluitend oog te hebben gehad voor zijn eigen financieel gewin. Ter zitting is uit de toelichting die enkele benadeelde partijen gaven op hun verzoek om schadevergoeding, gebleken hoe veel overlast de verdachte heeft veroorzaakt door deze feiten.

De verdachte heeft door de bedreigingen zijn ex-partner en diens kennis angst aangejaagd.

De bij de verdachte aangetroffen drugs zijn gevaarlijk voor de gezondheid van personen. Bovendien lijdt de maatschappij schade doordat drugsgebruikers vaak overgaan tot het plegen van strafbare feiten om in hun verslaving te kunnen voorzien.

De verdachte heeft een groot aantal van de feiten gepleegd, zo stelt hij, uit wrok over de breuk met zijn levenspartner en onder invloed van drank en drugs. Die omstandigheden, voor zover aanwezig, zijn geheel aan verdachte zelf te wijten en leveren geen straf verminderende factoren op. De rechtbank houdt er wel rekening mee dat verdachte niet eerder is veroordeeld tot een langdurige vrijheidsstraf. Tot aan de breuk met zijn partner leek hij zijn leven op orde te hebben, stond hij bij zijn werkgever bekend als een harde werker die mensen aan kon sturen. Om weer in het reine te kunnen komen met de samenleving en zijn leven weer op te kunnen pakken moet er wel eerst worden afgerekend.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.

Nu de rechtbank in navolging van de reclassering begeleiding en bijzondere voorwaarden noodzakelijk acht, zal de rechtbank een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Het voorgestelde locatieverbod is niet nader gespecificeerd en voor zover het overvallocaties zou betreffen, vindt de rechtbank het ook niet opportuun om daartoe nu over te gaan, gelet op de duur van de gevangenisstraf die de verdachte nog zal moeten ondergaan. De rechtbank hecht er wel aan zelf de andere geadviseerde voorwaarden aan een voorwaardelijk strafdeel op te nemen en dit niet over te laten aan het openbaar ministerie in de fase van eventuele voorwaardelijke invrijheidstelling. Mocht te zijner tijd blijken dat de opgelegde voorwaarden niet meer nodig zijn of niet voldoen, dan kunnen zij hetzij niet worden ingevuld, hetzij kan de rechtbank worden benaderd om de voorwaarden te wijzigen. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8 Vorderingen benadeelde partijen/schadevergoedingsmaatregelen

8.1.

Ten aanzien van parketnummer 10/230834-17, feit 1

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [naam benadeelde 1] .

De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 500,- aan materiële schade (eigen risico verzekering), vermeerderd met de wettelijke rente.

8.1.1.

Standpunten officier van justitie/verdediging

De officier van justitie heeft geconcludeerd de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit en subsidiair het standpunt ingenomen dat de vordering toewijsbaar is indien het feit bewijsbaar is en de vordering redelijk en billijk is te achten.

8.1.2.

Beoordeling

De rechtbank zal de vordering afwijzen, aangezien de bewijsstukken ter onderbouwing van de vordering ontbreken. De rechtbank is daardoor niet in staat deze vordering te toetsen aan de wettelijke vereisten.

8.1.3.

Conclusie

De verdachte hoeft geen schadevergoeding te betalen aan de benadeelde partij [naam benadeelde 1] .

8.2.

Ten aanzien van parketnummer 10/230834-17, feit 2

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [naam benadeelde 2] / [naam horeca-gelegenheid 2] .

De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 150,- aan materiële schade (kas, contant geld) en een vergoeding van € 300,- aan immateriële schade (smartengeld), vermeerderd met de wettelijke rente.

8.2.1.

Standpunten officier van justitie/verdediging

De officier van justitie heeft geconcludeerd de vordering toe te wijzen.

De raadsman heeft het standpunt ingenomen dat de vordering toewijsbaar is indien het feit bewijsbaar is en de vordering redelijk en billijk is te achten. De raadsman heeft vrijspraak bepleit.

8.2.2.

Beoordeling

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële en immateriële schade is toegebracht. Nu de gevorderde schadevergoeding de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt en door of namens de verdachte als zodanig niet is weersproken, zal de vordering worden toegewezen.

8.2.3.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij [naam benadeelde 2] / [naam horeca-gelegenheid 2] een schadevergoeding betalen van € 450,- vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

8.3.

Ten aanzien van parketnummer 10/176121-17, feit 4

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [naam benadeelde 3] namens [naam slachtoffer 9] .

De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 3.507,- aan materiële schade (3 deuren beschadigd € 110,-, kassa ontvreemd € 400,-, 1 dubbelglas ruit vernield € 2.250,-, snoep en frikandellen ontvreemd € 400,- en onderdelen alarminstallatie vernield € 347,-), vermeerderd met de wettelijke rente.

8.3.1.

Standpunten officier van justitie/verdediging

De officier van justitie heeft geconcludeerd de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering, omdat de benadeelde partij niet rechtsgeldig is vertegenwoordigd.

De raadsman heeft het standpunt ingenomen dat de vordering toewijsbaar is indien het feit bewijsbaar is en de vordering redelijk en billijk is te achten. De raadsman acht het (subsidiair tenlastegelegde) feit bewijsbaar.

8.3.2.

Beoordeling

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. Nu de gevorderde schadevergoeding de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt en door of namens de verdachte niet is weersproken, zal de vordering worden toegewezen.

8.3.3.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij [naam benadeelde 3] een schadevergoeding betalen van € 3.507,- vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

8.4.

Ten aanzien van parketnummer 10/126379-17 (Fiat Doblo)

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [naam benadeelde 4] namens Politie Eenheid Rotterdam.

De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 234,10 aan materiële schade (herstellen bedrading, inbraakschade eigen risico), vermeerderd met de wettelijke rente.

8.4.1.

Standpunten officier van justitie/verdediging

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij in de vordering, omdat de benadeelde partij niet rechtsgeldig is vertegenwoordigd.

De raadsman heeft het standpunt ingenomen dat de vordering toewijsbaar is indien het feit bewijsbaar is en de vordering redelijk en billijk is te achten. De raadsman acht het feit bewijsbaar.

8.4.2.

Beoordeling

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. Nu de gevorderde schadevergoeding de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt en door of namens de verdachte niet is weersproken, zal de vordering worden toegewezen.

8.4.3.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij Politie Eenheid Rotterdam een schadevergoeding betalen van € 234,10, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

8.5.

Ten aanzien van parketnummer 10/168044-17, feit 2

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [naam benadeelde 5] .

De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 130,- aan materiële schade (kapot achterlicht € 20,-, motorproblemen € 60,- en kapot stuurslot € 50,-), vermeerderd met de wettelijke rente.

8.5.1.

Standpunten officier van justitie/verdediging

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij in de vordering.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit. De raadsman heeft subsidiair het standpunt ingenomen dat de vordering toewijsbaar is indien het feit bewijsbaar is en de vordering redelijk en billijk is te achten.

8.5.2.

Beoordeling

Nu niet is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit (heling) rechtstreeks materiële schade is toegebracht, zal de vordering worden afgewezen.

8.5.3.

Conclusie

De verdachte hoeft geen schadevergoeding te betalen aan de benadeelde partij [naam benadeelde 5] .

8.6.

Ten aanzien van parketnummer 10/007724-18, feit 1

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [naam benadeelde 6] . De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 2.563,98 aan materiële schade (Gazelle Orange € 2.399,- recyclingbijdrage € 14,-, Axa kettingslot € 42,99, fietstas € 57,99, colbert € 30,- en regenjas € 20,-), vermeerderd met de wettelijke rente.

8.6.1.

Standpunten officier van justitie/verdediging

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij met aftrek van 12,5 % afschrijving.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit. De raadsman heeft subsidiair het standpunt ingenomen dat de vordering toewijsbaar is indien het feit bewijsbaar is en de vordering redelijk en billijk is te achten.

8.6.2.

Beoordeling

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. Nu de gevorderde schadevergoeding de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt en door of namens de verdachte niet is weersproken, zal de vordering worden toegewezen.

8.6.3.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij [naam benadeelde 6] een schadevergoeding betalen van € 2.563,98, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

8.7.

Ten aanzien van parketnummer 10/007724-18, feit 2

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [naam benadeelde 7] namens [naam slachtoffer 12] .

De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 500,- aan materiële schade (eigen risico), vermeerderd met de wettelijke rente.

8.7.1.

Standpunten officier van justitie/verdediging

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit. De raadsman heeft subsidiair het standpunt ingenomen dat de vordering toewijsbaar is indien het feit bewijsbaar is en de vordering redelijk en billijk is te achten.

8.7.2.

Beoordeling

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij – zoals door haar wettelijke vertegenwoordiger is gesteld en zoals is gebleken – door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. Nu de gevorderde schadevergoeding de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt en door of namens de verdachte als zodanig niet is weersproken, zal de vordering worden toegewezen.

8.7.3.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij [naam benadeelde 7] een schadevergoeding betalen van € 500,-, vermeerderd met de en als hieronderd nn de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van dehierna noemen regel bedoeld in artikel 36f van van Wetboek van Strafrecht passend Strafrecht passend en gebodenebodenht

9 Toepasselijke wettelijkewettelijkevoorschriften

Gelet is op d artikelen 14a, 14b, ,, 36f, 57, 285,10310, 311 312 en 417bis van het Wetboek van Strafrecht en artikel 11 van de Opiumwet.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 3 van parketnummer 10/230834-17 en

onder 2 van parketnummer 10/107966-17 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2, 4 en 5 van parketnummer 10/230834-17,

1, 2, 3 en 4 van parketnummer 10/176121-17, onder 1 van parketnummer 10/107966-17,

parketnummer 10/126379-17, onder 1 en 2 van parketnummer 10/168044-17, en onder

1, 2 en 3 van parketnummer 10/007724-18 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot één jaar niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 jaar, na te melden algemene voorwaarden overtreedt dan wel gedurende die proeftijd na te melden bijzondere voorwaarden overtreedt;

stelt als algemene voorwaarden:

  • -

    de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

  • -

    de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

  • -

    de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

stelt als bijzondere voorwaarden:

- de veroordeelde zal zich melden bij Bouman GGZ, afdeling reclassering, zolang en frequent als die reclasseringsinstelling noodzakelijk vindt;

- de veroordeelde zal zich voor behandeling van zijn verslavingsproblematiek klinisch laten opnemen in een zorginstelling, te bepalen door de instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing (DIZ), en zal zich houden aan de aanwijzingen die door of namens de (geneesheer-)directeur van die instelling worden gegeven, gedurende de proeftijd, of zoveel korter als de (geneesheer-) directeur van die instelling verantwoord vindt;

- de veroordeelde zal zich onder ambulante behandeling stellen van een forensische polikliniek of een soortgelijke dienstverlener, voor zijn verslavingsproblematiek, gedurende proeftijd, of zoveel korter als de reclassering in overleg met de zorgverlener verantwoord vindt, met de mogelijkheid voor de reclassering om, in geval van een terugval een middelengebruik, een indicatiestelling aan te vragen voor een kortdurende klinische opname voor een detoxificatie;

- de veroordeelde zal verblijven in een nader door de reclassering te bepalen instelling voor begeleid wonen/maatschappelijke opvang indien de veroordeelde niet in staat blijkt om zelfstandig huisvesting te vinden, en zal zich houden aan de aanwijzingen die door of namens de directeur van die instelling worden gegeven, gedurende de proeftijd, of zoveel korter als de directeur van die instelling verantwoord vindt;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;


veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 2] / [naam horeca-gelegenheid 2] , te betalen een bedrag van € 450,- (zegge: vier honderd vijftig euro), bestaande uit € 150,- aan materiële schade en € 300,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 29 oktober 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 2] / [naam horeca-gelegenheid 2] te betalen € 450,- (zegge: vier honderd vijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 450,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 9 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 3] , te betalen een bedrag van € 3.507,- (zegge: drie duizend vijf honderd en zeven euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 2 oktober 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 3] te betalen € 3.507,- (zegge: drie duizend vijf honderd en zeven euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 oktober 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 3.507,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 45 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij Politie Eenheid Rotterdam, te betalen een bedrag van € 234,10 (zegge: twee honderd zeven en dertig euro en tien eurocent), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 7 juli 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij Politie Eenheid Rotterdam te betalen € 234,10 (zegge: twee honderd zeven en dertig euro en tien eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 juli 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 234,10 vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 4 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 6] , te betalen een bedrag van € 2.563,98 (zegge: twee duizend vijf honderd drie en zestig euro en acht en negentig eurocent), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 14 oktober 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 6] te betalen € 2.563,98 (zegge: twee duizend vijf honderd drie en zestig euro en acht en negentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 oktober 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 2.563,98 vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 35 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 7] , te betalen een bedrag van € 500,- (zegge: vijf honderd euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 23 oktober 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 7] te betalen € 500,- (zegge: vijf honderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 oktober 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 500,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 10 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. P. van Dijken, voorzitter,

en mrs. J. Fransen en F. van Laanen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.G. Kuijs, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De voorzitter en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

Parketnummer 10/230834-17

1.

Hij op of omstreeks 27 oktober 2017 te Rotterdam

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

een kassa en/of (daarin) geld (een bedrag van 500 euro of daaromtrent),

in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 5] en /of [naam horeca-gelegenheid 1] ,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan en / of vergezeld en / of gevolgd van geweld en / of bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 5] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en / of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- meermalen, althans éénmaal, (telkens) (op dreigende toon) aan die [naam slachtoffer 5] toevoegen van de woorden: "Geef je kankergeld!", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- ( daarbij) (dreigend) tonen en/of voorhouden van een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, aan die [naam slachtoffer 5] en /of (daarbij) met dat mes/voorwerp één of meer stekende beweging(en) in de richting van die [naam slachtoffer 5] maken ;

(art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

2.

Hij op of omstreeks 29 oktober 2017 te Rotterdam

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

een kassa en/of (daarin) geld (een bedrag van 150 euro of daaromtrent),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 6] en /of [naam horeca-gelegenheid 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan en / of vergezeld en / of gevolgd van geweld en / of bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 6] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en / of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- bedekt houden van (een deel van) zijn, verdachtes, gezicht met een bivakmuts en/of

- meermalen, althans éénmaal, (telkens) (op dreigende toon) aan die [naam slachtoffer 6] toevoegen van de woorden: "Nu, geld, geld, nu!" en/of "fuck jou, fuck jou", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- ( daarbij) (dreigend) tonen en/of voorhouden van een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, aan die [naam slachtoffer 6] en /of (daarbij) met dat mes/voorwerp in de richting van die [naam slachtoffer 6] wijzen ;

(art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

3.

Hij op of omstreeks 12 november 2017 te Rotterdam

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

een personenauto/bestelbus (merk/type Nissan Kubistar) en/of de/het zich in die auto/bus bevindende goed(eren),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 14] en/of [naam bedrijf 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

waarbij verdachte de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van het gebruik van een valse sleutel, te weten een sleutel tot het gebruik waarvan verdachte niet gerechtigd was,

(art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht)

subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 12 november 2017 tot en met 15 november

2017 te Rotterdam, althans in Nederland,

een goed te weten een personenauto/bestelbus (merk/type Nissan Kubistar)

heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen,

terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

(art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht)

4.

Hij op of omstreeks 20 augustus 2017 te Rotterdam

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

één of meer stuk(s) etenswa(a)r(en) en/of drinkwa(a)r(en), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [naam supermarkt] ,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [naam slachtoffer 7] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond uit het

- ( met kracht) bij de keel/hals grijpen/vastpakken van die [naam slachtoffer 7] en /of

- ( vervolgens) (met kracht) duwen tegen (de keel/hals van) die [naam slachtoffer 7] en /of die [naam slachtoffer 7] tegen een winkelschap duwen en/of geduwd houden;

(art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

subsidiair

hij op of omstreeks 20 augustus 2017 te Rotterdam

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen één of meer stuk(s) etenswa(a)r(en) en/of drinkwa(a)r(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam supermarkt] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [naam slachtoffer 7] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

- die [naam slachtoffer 7] ( met kracht) bij de keel/hals heeft gegrepen en/of vastgepakt en/of

- ( vervolgens) die [naam slachtoffer 7] ( met kracht) tegen (de keel/hals) heeft geduwd en/of die [naam slachtoffer 7] tegen een winkelschap heeft geduwd en/of geduwd heeft gehouden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(art 310 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

5.

Hij op of omstreeks 20 augustus 2017 te Rotterdam

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening

in/uit een winkelpand, gelegen aan de [adres delict 3] heeft weggenomen

een PDA (bestelcomputer) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam supermarkt] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn bereik had gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

(art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht)

Parketnummer 10/176121-17

1

hij op of omstreeks 4 september 2017 te Rotterdam

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een snackbar

( [naam horeca-gelegenheid 3] ) , gelegen op/aan [adres delict 4] heeft weggenomen

- twee, althans 1 laptop(s) (Acer en/of Samsung) en/of

- een iphone 4S (Apple) en/of

- een geldbedrag (220 euro) en/of

- een of meer etenswaren (een doos vlammetjes en/of goulash en/of ijsjes) en/of drinkwaren (bier),

in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 8] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

(art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van

Strafrecht)

2.

hij op of omstreeks 7 september 2017 te Rotterdam

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een buitenkeuken

van een woning, gelegen op/aan de [adres delict 1]

heeft weggenomen een of meer flessen wijn (pinot grigio) en/of een of meer

flessen bier (Desperado's) in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

(art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van

Strafrecht)

3.

hij op of omstreeks 7 september 2017 te Rotterdam

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een schuur horende bij een woning gelegen op/aan de [adres delict 2]

weg te nemen goederen/geld, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 4] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen/geld onder zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking,

met een breekijzer, althans een hard voorwerp het slot van die schuur heeft geforceerd en/of open gebroken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

4.

hij op of omstreeks 2 oktober 2017 te Rotterdam

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een kantine van een tuinvereniging, gelegen op/aan de [adres delict 5]

heeft weggenomen een lifehammer en/of (een doosje met) sleutels, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 9] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

(art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van

Strafrecht)

Subsidiair

hij op of omstreeks 2 oktober 2017 te Rotterdam

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een kantine van een tuinvereniging,

gelegen aan de [adres delict 5] , weg te nemen goederen/geld, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 9] ,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen/geld onder zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking,

met een breekijzer, althans een hard voorwerp een zijdeur heeft geforceerd en de kantine heeft betreden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Parketnummer 10/107966-17

1.

hij op of omstreeks 11 juni 2017 te Rotterdam

opzettelijk aanwezig heeft gehad (netto) ongeveer 3,75 gram, in elk geval

een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine

een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

(art 2 ahf/ond C Opiumwet)

2.

hij op of omstreeks 11 juni 2017 te Rotterdam (een) wapen(s) van categorie

II onder 5°, te weten een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden heeft gehad;

(art 26 lid 1 Wet wapens en munitie)

Parketnummer 10/126379-17

hij op één of meer tijdstippen op of omstreeks 7 juli 2017 te Rotterdam, althans te Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen de hierna te noemen goederen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan de hierna te noemen rechthebbenden, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s):

- in/uit een auto, een Mercedes-Benz 639 Vito 111 Cd voorzien van kenteken [kentekennummer 1] , een portemonnee met inhoud, geheel of ten dele toebehorende aan [naam bedrijf 1] en /of [naam slachtoffer 10] en /of

- in/uit een auto, een Audi A3 Limousine voorzien van kenteken [kentekennummer 2] , een Mont Blanc kaarthouder, althans een portemonnee en/of een telefoonoplader, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 13] en /of

- in/uit een auto, een Fiat Doblo voorzien van kenteken [kentekennummer 3] , een TomTom en/of een klopboormachine (merk DeWalt) geheel of ten dele toebehorende aan Politie Eenheid Rotterdam en/of

- in/uit een auto, een Volvo XC90, een Dell laptoptas en/of 2 dvd schermen en/of een dvd hoesje met diverse dvd's, geheel of ten dele toebehorende aan een tot nu toe onbekend gebleven persoon,

waarbij verdachte en /of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

(art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht)

Parketnummer 168044-17

1

hij op of omstreeks 27 augustus 2017 te Rotterdam

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijfspand,

gelegen op/aan de [adres delict 6] heeft weggenomen

een computer, merk: Lenovo, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [naam bedrijf 2] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen computer onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

(art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van

Strafrecht)

2.

hij in of omstreeks de periode van 27 augustus 2017 tot en met 28 augustus

2017 te Rotterdam,

een goed te weten een bromfiets, merk: Hero Majestic Cityflex, kenteken:

[kentekennummer 4] heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen,

terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

(art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht)

Parketnummer 10/007724-18

1.

Hij op of omstreeks 14 oktober 2017 te Rotterdam

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

een (elektrische) fiets (merk/type Gazelle Orange) en/of de/het zich aan/op die fiets bevindende goed(eren),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 11] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

waarbij verdachte de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of het gebruik van een valse sleutel, te weten een sleutel tot welk gebruik verdachte niet gerechtigd was;

(art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van

Strafrecht)

2.

Hij op of omstreeks 23 oktober 2017 te Rotterdam,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een pand, gelegen aan de [adres delict 7] heeft weggenomen

- geld (93,95 euro of daaromtrent) en/of

- één of meer fototoestel(len) en/of

- een oplader en/of

- één of meer tas(sen) en/of

- één of meer stuk(s) etenswa(a)r(en) en/of drinkwa(a)r(en),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 12] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik had gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming;

(art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van

Strafrecht)

3.

Hij op of omstreeks 19 juni 2017 te Rotterdam

[naam slachtoffer 1] en /of [naam slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [naam slachtoffer 1] en /of [naam slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen "Homo, hoer, jullie gaan eraan", althans woorden van gelijke dreigende aard of

strekking;

(art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht)