Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:2929

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
12-04-2018
Datum publicatie
24-04-2018
Zaaknummer
NL18.5696
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vreemdelingenbewaring: Zicht op uitzetting naar Libië binnen redelijke termijn. Uit de door verweerder ter zitting verstrekte informatie blijkt dat er in 2017 en 2018 LP’s zijn verstrekt aan vreemdelingen uit Libië. Er bestaat geen grond voor het oordeel dat zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn, bij voldoende medewerking van eiser, ontbreekt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL18.5696


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 april 2018 in de zaak tussen

[eiser]

(gemachtigde: mr. M.M. Polman),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: [a]).

Procesverloop

Verweerder heeft op 17 januari 2018 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 april 2018. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

2. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 8 februari 2018 (in de zaak NL 18.1228) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu, voor zover dat in beroep wordt aangevochten, alleen ter beoordeling of sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek op 2 februari 2018 de maatregel van bewaring rechtmatig is.

3. Eiser voert aan dat er geen zicht op uitzetting naar Libië is. Eiser beroept zich hierbij op de hierna aangehaalde passage uit een email van 15 april 2016 van de Libische autoriteiten aan Vluchtelingenwerk Nederland:

The requirements for obtaining a laissez passer are: proof of

identity /citizenship (proof that the applicant is a Libyan national), two passport pictures, letter from the Dutch authorities that the applicant has lost his passport, personally coming to the Embassy to fill in a request form to acquire a LP”.

Eiser stelt zich op het standpunt dat hij geen enkel document heeft waarmee hij zijn nationaliteit kan onderbouwen, zodat er, gezien de hiervoor genoemde voorwaarden die de Libische autoriteiten stellen aan de afgifte van een laissez passer (LP), geen zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn is.

3.1

Verweerder stelt zich op het standpunt dat er wel zicht op uitzetting naar Libië is. De gemachtigde van verweerder heeft in dit verband ter zitting toegelicht dat de overgelegde - gedateerde - brief van de Libische ambassade zo moet worden gelezen dat, zodra er een bewijs van de Libische nationaliteit is, de autoriteiten het onderzoek naar de afgifte van een laissez-passer starten. Het is hierbij aan eiser om mee te werken aan het verkrijgen van bewijzen omtrent zijn identiteit en nationaliteit, bijvoorbeeld door het overleggen van schoolrapporten of een geboorteakte. De gemachtigde van verweerder heeft daarnaast desgevraagd meegedeeld dat er presentaties plaatsvinden. Ook heeft verweerder desgevraagd meegedeeld dat in 2017 van de 59 LP’s die zijn aangevraagd 2 aanvragen zijn gehonoreerd. Verder is in 1 geval de geldigheidsduur van een paspoort verlengd en heeft in 12 gevallen zelfstandig vertrek plaatsgevonden van vreemdelingen die in het bezit waren van de noodzakelijke documenten. In 2018 zijn er tot 14 maart 2018 17 LP’s aangevraagd waarvan er 2 zijn verstrekt.

3.2

Uit de toelichting van de gemachtigde van verweerder verstrekte nadere inlichtingen blijkt genoegzaam dat er in 2017 en 2018 meerdere geslaagde uitzettingen naar Libië hebben plaatsgevonden. Niet is gebleken dat de Libische autoriteiten geen medewerking verlenen aan gedwongen terugkeer van vreemdelingen. Verweerder wijst er daarbij terecht op dat op eiser de plicht rust mee te werken aan de vaststelling van zijn identiteit en nationaliteit, onder meer door het overleggen van documenten die kunnen dienen ter onderbouwing van zijn identiteit en nationaliteit. Verweerder heeft zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat het zicht op uitzetting naar Libië binnen een redelijke termijn, bij voldoende medewerking van eiser, niet ontbreekt.

4. Verder voert eiser aan dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan de verwijdering.

4.1.

Deze beroepsgrond faalt eveneens. De reden hiervoor is dat uit het dossier blijkt dat verweerder in de ter toetsing voorliggende periode een vertrekgesprek met eiser heeft gevoerd op 20 februari 2018. Daarnaast heeft verweerder op 2 februari 2018, 21 februari 2018 en 15 maart 2018 schriftelijk gerappelleerd naar aanleiding van de lp-aanvraag van 1 februari 2018. Hiermee handelt verweerder voldoende voortvarend.

5. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Wegman, rechter, in aanwezigheid van E.R. Schook, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 april 2018.

griffier

rechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.