Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:2797

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
28-03-2018
Datum publicatie
06-04-2018
Zaaknummer
C/10/518129 / HA ZA 17-23 + C/10/527543 / HA ZA 17-517
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Hoofdzaak en vrijwaring. Is gedaagde partij aansprakelijk voor schade aan een aan Stedin in eigendom toebehorende kabel? Dat gedaagde partij op de bewuste dag grondwerkzaamheden ter plaatse heeft verricht vormt onvoldoende bewijs voor de stelling dat daarbij de hier bedoelde schade is veroorzaakt. Volgens gedaagde waren dat werkzaamheden waarbij betrekkelijk ondiep de grond is geroerd en waarbij onmogelijk de dieper gelegen kabel kan zijn geraakt. Stedin heeft voldoende onderbouwd dat dat anders was. Geen plaats voor omkering van de bewijslast of het bewijsrisico.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

Vonnis van 28 maart 2018

in de hoofdzaak met zaaknummer / rolnummer: C/10/518129 / HA ZA 17-23 van:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

STEDIN NETBEHEER B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

2. naamloze vennootschap

N.V. STEDIN MIDDEN-HOLLAND,

gevestigd te ROTTERDAM,

eiseressen,

advocaat mr. P.P.J. Elshof te Delft,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AARDINGSBEDRIJF ZUIDHOLLAND B.V.,

gevestigd te Schiedam,

gedaagde,

advocaat mr. B.M. Stroetinga te Eindhoven,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EXTERION MEDIA ( NETHERLANDS ) B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. H.M. Kruitwagen te Arnhem.

en in de vrijwaringszaak met zaak-/rolnummer: C/10/527543 / HA ZA 17-517 van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EXTERION MEDIA ( NETHERLANDS ) B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. H.M. Kruitwagen te Arnhem,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AARDINGSBEDRIJF ZUIDHOLLAND B.V.,

gevestigd te Schiedam,

gedaagde,

advocaat mr. B.M. Stroetinga te Eindhoven,

Partijen zullen hierna Stedin Netbeheer B.V. c.s. en Aardingsbedrijf Zuidholland B.V. c.s. genoemd worden, dan wel (gedaagde in de hoofdzaak) AZL en Exterion.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

in de hoofdzaak:

  • -

    het vonnis in het vrijwaringsincident van 19 april 2017 en de daaraan ten grondslag liggende processtukken;

  • -

    de conclusie van antwoord van Exterion;

  • -

    de akte overlegging producties van Exterion;

  • -

    de brief van 7 september 2017 waarbij door de rechtbank een comparitie van partijen is bepaald;

  • -

    de brief van de advocaat van Stedin van 30 oktober 2017 met producties;

  • -

    de akte overlegging producties van Exterion;

  • -

    het proces-verbaal van de op 14 november 2017 gehouden comparitie van partijen;

  • -

    de ter comparitie door Stedin overgelegde aantekeningen mondelinge behandeling;
    - de ter comparitie door Exterion overgelegde spreekaantekeningen.

in de vrijwaringszaak:

  • -

    het exploot van dagvaarding van 19 mei 2017 waarbij Exterion AZL heeft gedagvaard;

  • -

    de producties van Exterion;

  • -

    de conclusie van antwoord in de vrijwaring van AZL.

1.2.

Tenslotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

in de hoofdzaak

2.1.

Stedin Netbeheer is netbeheerder in de zin van artikel 1 lid 1 sub k jo. artikel 10 lid 9 Elektriciteitswet 1998 van een 25 kv-oliedrukkabel (hierna: de kabel) die ter hoogte van Molenlaan nummer 116 te Rotterdam in de bodem aanwezig is. N.V. Stedin Midden-Holland is eigenaar van deze kabel. De kabel ligt onder 1,40 meter gronddekking.

2.2.

Op 17 maart 2014 is in de buurt van abri 6072 ter hoogte van de Molenlaan 116 te Rotterdam schade ontstaan aan de kabel waarbij olie uit de kabel is gelekt. De kabel is om omstreeks 09.54 uur wegens een aardfout afgeschakeld. Korte tijd later is de oliedruk in de verbinding Ommoord (station Vlasbloem) en Hillegersberg (station Grintweg) gedaald. Na het vrij graven van de kabel bleek deze aan de bovenzijde een gat in de vinyl buitenmantel te vertonen met een diameter van ongeveer 10 millimeter. Via het gat is olie uit de hoogspanningskabel weggevloeid. De bodem is daarbij verontreinigd geraakt.

2.3.

AZL houdt zich bezig met de uitvoering van aardings- en bliksembeveiligingswerkzaamheden.

2.4.

Exterion exploiteert constructies waarop buitenreclame kan worden aangebracht, zoals abri’s.

2.5.

Exterion schakelt met regelmaat AZL in om in de regio Rotterdam de aarding van de abri’s waar haar reclame aanwezig is te controleren.

2.6.

Interlloyd Survey, thans genaamd Dekra B.V. heeft in opdracht van Stedin Netbeheer onderzoek gedaan naar de beschadiging van de kabel. Het voorlopig rapport van expertise van 22 april 2014 luidt, voor zover thans relevant, als volgt:

Nader onderzoek

(…)

Ondersteunend bewijs in de vorm van een (oog)getuigeverklaring zou mogelijk uitkomst kunnen bieden en op die mogelijkheid hebben wij u gewezen. Dat bewijs kan verkregen worden door een oproep in de media of door een buurtonderzoek.

Voorts zou melding van dit voorval gedaan kunnen worden bij de Onderzoeksraad en/of bij Agentschap Telecom, waarvan de onderzoekers en medewerkers beschikken over een opsporingsbevoegdheid, waarbij getuigen kunnen worden opgeroepen om een verklaring af te leggen en beslag gelegd kan worden op de administratie en computerbestanden.
(…)

Samenvatting en conclusie

Op 17 maart 2014 is de 25 Kv oliedrukkabel na een aardfout afgeschakeld, waarna men de foutlocatie aan de Molenlaan 116 te Rotterdam naast de abri van lijn 35 (bus) al snel had gevonden vanwege de uit de kabel vrijkomende olie. Uit ons onderzoek is gebleken dat de kabel aan de bovenzijde tussen 12 en 1 uur een gat in de buitenmantel vertoonde en dat ook de binnenmantel was doorboord, waardoor olie kon uitstromen.

diezelfde dag is door ABZ in opdracht van Exterion Media, de eigenaresse van deze abri’s, een aardspreidingsweerstandsmeting verricht bij de abri. Kennelijk hebben de monteurs van ABZ bij die werkzaamheden naast de abri een aardpen of soortgelijk voorwerp in de bodem gedreven, waaronder de op 1,40 meter gronddekking gelegen kabel is beschadigd.

Schadereserve

Vanwege de duur en omvang van de herstelwerkzaamheden op locatie adviseren wij u om in dit stadium een schadereserve aan te houden van € 350.000,00.”

2.7.

Bij brief van 2 oktober 2014 heeft Stedin Netbeheer AZL aansprakelijk gesteld voor de schade als gevolg van de doorboring van de kabel op 17 maart 2014.

2.8.

Op verzoek van Stedin Netbeheer heeft de rechtbank Rotterdam op 15 juli 2015 twee getuigen gehoord in het kader van een voorlopig getuigenverhoor. Deze getuigen, twee medewerkers van AZL, hebben als volgt verklaard:


[persoon 1] ):

“Ik ben werkzaam bij ABZ, dat wil zeggen Aardingsbedrijf Zuid-Holland B.V. Daar werk ik nu zo’n 2,5 jaar. U vraagt mij hoe ik te werk ga bij het doormeten van de statische elektriciteit bij abri’s. Op de abri zitten stalen onderdelen, daar kunnen wij meten. Bij de abri hoort een aardpen te zitten. Meestal zit die aardpen er als wij gaan meten. Bij de abri’s zit de aardpen meestal aan de achterkant van die abri, ongeveer een halve meter er vandaan. Als wij voor metingen komen hoeven we dus niet opnieuw een aardpen te slaan. Zo’n aardpen kan tussen de 6 en de 30 meter lang zijn. Zo diep gaat hij ook de grond in.

Medio maart 2014 heb ik gewerkt op de Molenlaan, waar ik heb gemeten met een collega, de heer [persoon 2] . Ook daar was de situatie bij de abri waar het vandaag om gaat zo dat wij niet een nieuwe aardpen hebben geslagen, die zat er al. De aardpen zat rechtsachter. Dat is althans altijd zo. Wij hebben daar de zaak niet open gehakt, dus met 100% zekerheid kan ik dat niet zeggen. Nadat er schade was ontstaan aan een kabel en de bewuste abri was weggehaald, zijn wij daar opnieuw geweest. Er is toen niet opnieuw een aardpen geslagen door ons. Om deze reden weet ik wel precies om welke abri het gaat.

Op vragen van mr. Trimbos-Hartman antwoord ik als volgt:

U vraagt mij of ik de eerder door mij afgelegde verklaring ten overstaan van de expert van Achmea nog een keer heb doorgelezen. Dat is inderdaad het geval. Met mijn werkgever heb ik niet inhoudelijk over mijn verhoor van vandaag gesproken. Ik ben ermee bekend dat het vandaag gaat over een bij de abri waar ik zojuist over verklaarde beschadigde kabel van Stedin en dat er daardoor olie is gelekt.

U vraagt mij of een meting iets anders is dan een aarding. Dat klopt. In dit geval hebben wij bij de bewuste abri een meting gedaan. We hadden aan één poging genoeg. Voor deze metingen krijgen wij van ABZ een adreslijst, en de abri’s hebben nummers. De waardes die we meten vullen we met de hand in op de lijst. We beginnen meestal om acht uur. Een meting duurt niet lang, misschien vijf minuten. We kunnen dus wel 40 à 50 metingen per dag doen. De route bepalen we enigszins zelf, de abri’s in de lijst staan niet op volgorde.

Ik hoor u zeggen dat u bij de bewuste abri twee verschillende waardes op een lijst hebt zien staan, onder andere een van 2,93 Ohm, en u vraagt mij om een verklaring daarvoor. Het kan zijn dat het om de tegenoverliggende abri gaat voor wat betreft die twee waardes. U vraagt mij wat de waarde zou moeten zijn en wat de toegestane afwijking is. Boven de 3 Ohm moet er een nieuwe aardpen in. Dat betekent dat deze gewoon goed was.

U vraagt mij ook nader naar mijn eerder afgelegde verklaring. Daarin geef ik aan dat er in de buurt van de tuinen koperen pennen worden geslagen. Dit is niet in de achter de abri liggende voortuinen van bewoners. Achter de abri ligt in dit geval een fietspad en daar weer achter een stukje groen vóór de betreffende tuinen. Volgens mij hebben wij daar in dit geval de koperen pennen geslagen. Eigenlijk kun je die er gewoon met je hand induwen, zo’n 10 centimeter. Die koperen pennen verbinden we via een haspel met de abri. Zo kunnen we de weerstand meten. Het gaat dan inderdaad zoals u aangeeft om een driepuntsmeting waarbij de abri het derde punt is, want we gebruiken twee koperen pennen.

U vraagt mij hoe diep de aardpen hier bij deze abri in de grond zat. Dat weet ik niet. Als gezegd hebben wij de grond daar niet opengehaald en ook geen nieuwe aardpen aangebracht bij de bewuste meting.

U vraagt mij hoe wij te werk gaan als wij een aardpen moeten vervangen. Sowieso zorgen we dan eerst voor een klicmelding zodat we weten waar de kabels zitten. Daarna gaan we graven, zo’n 80 à 90 centimeter diep en prikken we voor met een staaf van zo’n anderhalve meter lang. Dat betekent dat je dus tot ongeveer ruim twee meter diep prikt. Als er niets zit kunnen we verder gaan, kom je wat tegen dan moeten we een andere plek zoeken, dat komt soms voor en hangt er ook vanaf hoe ter plekke de samenstelling van de grond is. De aardpen die er al zit laten wij daar, soms kan die gekoppeld worden, soms moet er een nieuwe aardpen in. Voor het graven moeten wij meestal natuurlijk de bestrating weghalen.

Met het aanbrengen van een nieuwe aardpen zijn we één à anderhalf uur bezig.

Desgevraagd kan ik zeggen dat het inderdaad soms niet lukt om de hele lijst in een dag af te werken, dan gaan we de volgende dag verder. Als het om aardingen gaat doen we er vier à vijf op een dag. Op die bewuste dag waar het vandaag over gaat heb ik zelf geen aardingen gedaan. Ik hoor u zeggen dat u op de planning van mijn werkgever hebt zien staan dat er die dag 13 aardingen waren ingepland. Ik weet dat niet. Het kan zijn dat andere monteurs dat hebben gedaan. Op die bewuste dag heb ik bij de abri niets bijzonders gezien, bijvoorbeeld tegels die weg waren, olie of iets dergelijks.

U vraagt mij nog hoe een aardpen eruit ziet. Het gaat om een koperen aardpen van 25 kwadraat of 50 kwadraat. Welke we gebruiken hangt ervan af waar de aardpen wordt aangebracht. Bij een woonhuis of een abri zal het om een aardpen van 25 kwadraat gaan. Bij een aardpen van 50 kwadraat is dat een pen van een halve centimeter in diameter. De aardpen bestaat eigenlijk uit verschillende staven. Bovenop zit een ‘sokje’, dat wil zeggen een plat stukje met een opening zodat je daar de volgende staaf weer op kunt aanbrengen. Er zijn dus geen puntige delen aan de uiteinden.”

[persoon 2] ):

“Voor het afleggen van mijn verklaring vandaag heb ik mijn destijds voor de expert van de verzekeraar afgelegde verklaring nog een keer doorgelezen, om weer even scherp te krijgen wanneer het ook weer was, waar we het vandaag over hebben. Waar het vandaag om gaat is een aantal metingen die wij hebben verricht aan abri’s op de Molenlaan te Rotterdam op 17 maart 2014. Met ‘we’ bedoel ik mijn collega [persoon 1] , die hier zojuist een verklaring heeft afgelegd, en ikzelf. Die bewuste dag hebben wij alleen metingen gedaan. We hebben volgens mij toen geen nieuwe aardpennen geslagen. We hebben dus ook geen aardpen geslagen bij de abri waar het vandaag over gaat. Nu ik er over nadenk kan het wel zo zijn dat we die dag ergens bij bijvoorbeeld een woonhuis een aardpen hebben geslagen. Bij de bewuste abri was het slaan van een aardpen niet nodig, want we hebben daar gemeten en de weerstandswaarde zat onder de 3 Ohm. Als de waarde boven de 3 Ohm is, moet ik dat doorgeven. Wij schrijven de waardes op een lijst die ik aan het eind van de dag inlever. Is de waarde te hoog, dan moet er eventueel een nieuwe aardpen in. Dat gebeurt dan niet meteen. Officieel mag de waarde maximaal 5 Ohm zijn, maar wij houden 3 Ohm als richtpunt aan. Is de waarde daarboven dan meten we eerst nog een keer nauwkeurig en slaan we niet meteen een nieuwe aardpen. Zo’n aardpen gaat wel 6 of 12 meter de grond in. Het slaan van een aardpen duurt ongeveer een half uur à een uur.

Voor de metingen, waarvan wij er als het lekker loopt wel 50 op een dag kunnen doen, gebruiken we koperen pennen van circa één à anderhalve meter lang. We zetten er daar twee van in de buurt van, in dit geval, een abri op maximaal 20 meter afstand van de abri. Die pennen gaan 20 à 30 centimeter de grond in. In dit geval hebben we die twee pennen volgens mij in twee tuinen van bewoners gezet. Tussen die tuinen en de abri liggen een fietspad en een trottoir.

U vraagt mij nader naar het plannen van de werkzaamheden bij ABZ. Het is niet per se zo dat we op een bepaalde dag alleen maar metingen doen en op een andere dag alleen maar aardingen. Het kan wel dat het zo gepland wordt. Dat hangt ervan af voor hoeveel klanten we aardingen moeten doen. Het loopt dus vaak door elkaar heen. We moeten dan bijvoorbeeld bij een bepaalde klant op een bepaald tijdstip een aarding doen. Dan kunnen we afhankelijk van het tijdstip daarvoor of daarna metingen doen. Wat betreft het aantal metingen is het bij abri’s zo dat er veel meer dan 40 of 50 op onze lijst staan. Vroeger werd de door ons te rijden route voor de metingen wel door het bedrijf bepaald, maar dat was niet handig, we delen dat nu zelf in.

Op vragen van mr. Trimbos-Hartman antwoord ik als volgt:

U vraagt mij hoeveel aardingen wij op een dag kunnen doen. Dat zullen er zo’n 6 à 10 kunnen zijn. U vraagt mij of wij voordat er metingen worden verricht ook een klicmelding vragen. Dat is nooit het geval. Een klicmelding is alleen nodig als er een aardpen wordt geslagen. Bij een meting gebruiken we pennen die tussen de 10 en de 30 centimeter de grond in gaan. Als ik een aardpen sla, graaf ik altijd een put en prikken we voor zodat we zeker weten dat we niets raken. Je weet het immers nooit, ook als er volgens de klic geen kabels liggen.

Desgevraagd verklaar ik dat een aardpen een staaf is van zo’n anderhalve centimeter dik. De staaf heeft een bol, en geen puntig, uiteinde. Voor de metingen gebruiken we een soortgelijke staaf, maar dan van koper en veel korter.

Ik hoor u zeggen dat u een planningslijst van mijn werkgever hebt gezien en dat daar 20 metingen en 13 aardingen op stonden. U vraagt mij nogmaals naar de indeling van de werkzaamheden en of wij de route zelf bepalen. Ik krijg van mijn werkgever een lijst met wel 200 abri’s. Mijn baas geeft mij dan aan waar ik het beste kan beginnen. Ik bepaal inderdaad uiteindelijk zelf de route, wij doen het al heel lang en sommige abri’s heb ik misschien wel al 10 of 15 keer geïnspecteerd. Je weet daardoor hoe de ligging is en hoe je er moet komen en dergelijke.

De lijst die wij krijgen is niet een lijst die alleen maar voor de werkzaamheden op één bewuste dag moeten worden uitgevoerd. Het kan dus zo zijn dat er op die lijst een bepaald aantal metingen en een bepaald aantal aardingen staat, maar dat betekent niet dat die aardingen allemaal op één dag worden uitgevoerd. Het is niet zo dat ik mij wel eens heb vergist, dat wil zeggen door elkaar heb gehaald waar er een meting of een aarding moest worden gedaan.”

2.9.

In het “verslag van expertise” van Dekra d.d. 8 november 2016 luidt is de schade door de beschadiging van de kabel begroot op € 351.323,94.

3 De vordering

3.1.

Op de comparitie van partijen heeft Stedin Midden-Holland haar vordering ingetrokken. De vordering van Stedin Netbeheer luidt als volgt:
1) AZL en Exterion hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan haar van een bedrag van
€ 351.313,94, een bedrag van € 18.970,86 aan expertisekosten en een bedrag van € 5.269,71 aam administratiekosten, vermeerderd met de wettelijke rente over die bedragen vanaf 17 maart 2014 tot aan de dag der algehele voldoening;
2) AZL en Stedin hoofdelijk te veroordelen tot vergoeding van de door Stedin Netbeheer gemaakte buitengerechtelijke kosten ad € 3.531,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening.

3.2.

Stedin Netbeheer heeft aan haar vorderingen het volgende ten grondslag gelegd.

3.2.1.

AZL heeft op maandagochtend 17 maart 2014 voor 09.54 uur als enige partij werkzaamheden verricht nabij de locatie waar de schade aan de kabel is opgetreden. Het kan niet anders dan dat de schade aan de kabel veroorzaakt is door een mechanisch ingeslagen aardpen. Een andere aannemelijke oorzaak is niet voorhanden. De schade moet dan ook veroorzaakt zijn door AZL. De verklaringen van [persoon 1] en [persoon 2] zijn niet betrouwbaar. Zij verklaren voorafgaand aan het inslaan van aardpennen tijdens hun werkzaamheden altijd eerst een KLIC-melding te doen, doch uit onderzoek van Stedin is gebleken dat AZL noch Exterion ooit een KLIC-graafmelding heeft gedaan. Bovendien is gebleken dat de weerstand ter plaatse op de dag van de meting door [persoon 1] en [persoon 2] 2,93 Ohm was, terwijl AZL bij waardes boven 3,00 Ohm een nieuwe aardpen placht aan te brengen. Het is waarschijnlijk dat [persoon 1] en [persoon 2] dat hier ook hebben gedaan, gezien de dicht bij de richtwaarde liggende meetuitslag.

3.2.2.

Door te handelen zoals AZL en Exterion hebben gedaan, te weten een aardpen aan te brengen zonder daaraan voorafgaand een KLIC- c.q. graafmelding te doen en de daarbij behorende verplichtingen na te leven, hebben zij in strijd gehandeld met de Wet Informatie uitwisseling Ondergrondse Netten (WION). Ook de opdrachtgever van de graafwerkzaamheden, hier Exterion, is normadressant in de WION. Door niet aan hun zorgvuldigheidsverplichtingen uit de WION te voldoen, hebben AZL en Exterion onrechtmatig gehandeld jegens Stedin Netbeheer.

3.2.3.

Gelet op de omstandigheden van dit geval rust de bewijslast dat de schade niet door hen is veroorzaakt op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv subsidiair op grond van de omkeringsregel op AZL en Exterion. Voor zover nodig beroept Stedin Netbeheer zich op het bewijsvermoeden dat de aard van het gebeuren en/of de aard van de schade de conclusie wettigt dat AZL de kabel heeft beschadigd.

3.2.4.

AZL en Exterion dienen de schade die Stedin Netbeheer heeft geleden door de beschadiging van de kabel te vergoeden. Deze schade bedraagt € 351.313,94.

4 Het verweer van AZL

4.1.

Het verweer van AZL strekt tot afwijzing van de vorderingen van Stedin Netbeheer, met veroordeling van Stedin Netbeheer in de proceskosten, vermeerderd met nakosten.

4.2.

AZL heeft, kort weergegeven, het volgende verweer gevoerd.
De medewerkers van AZL hebben op 17 maart 2014 in de buurt van de hier bedoelde abri uitsluitend de aardweerstand gemeten. Daartoe hebben zij hulpelektrodes in de grond gestoken. Deze worden met de hand tot 20 à 30 centimeter in de grond gestoken. Dat kan onmogelijk de schade aan de veel dieper gelegen kabel veroorzaakt hebben. Omdat de aardweerstandmeting binnen de marge bleef, hoefde er op de locatie geen nieuwe aardpen te worden aangebracht en dat is ook niet gebeurd. Uit de verklaringen van [persoon 1] en [persoon 2] volgt dat het zo is gegaan. Nu de schade niet is veroorzaakt door medewerkers van AZL, is AZL niet aansprakelijk voor de schade.

5 Het verweer van Exterion

5.1.

Het verweer van Exterion strekt tot niet-ontvankelijk verklaring van Stedin Netbeheer in haar vorderingen, althans tot afwijzing daarvan, met veroordeling van Stedin Netbeheer in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente en nakosten.
5.2. Exterion heeft het volgende verweer gevoerd.
5.2.1. Stedin heeft Exterion pas op 11 oktober 2006 aansprakelijk gesteld terwijl Stedin Netbeheer op 17 maart 2014 bekend is geworden met de schade. Dat is te laat. Exterion is daardoor in haar belangen geschaad. Stedin Netbeheer kan zich op grond van artikel 6:89 BW niet meer beroepen op een tekortkoming van Exterion.
5.2.2. Door AZL is op de ochtend van 17 maart 2014 uitsluitend een meting verricht bij de abri ter hoogte van de Molenlaan 116. Daarbij kan onmogelijk de schade aan de kabel veroorzaakt zijn.

5.2.3.

Anders dan Stedin Netbeheer stelt zijn er alternatieve schadeoorzaken aan te wijzen. Naast de abri staat een informatiebord van de RET. De aarding en elektriciteitsvoorziening van dat bord worden door een andere partij verricht. Niet uit te sluiten valt dat de kabel bij werkzaamheden ter controle van dat RET-bord is beschadigd. Voorts is mogelijk dat een derde partij vanwege problemen met andere, zich ter plaatse bevindende kabels, grondwerkzaamheden heeft verricht.

5.2.4.

Exterion heeft geen verplichtingen geschonden die tot haar aansprakelijkheid kunnen leiden. Zij heeft geen zelfstandige onrechtmatigde daad jegens Stedin Netbeheer gepleegd. Causaal verband tussen de vermeend geschonden zorgvuldigheid en het schadevoorval ontbreekt hoe dan ook.

5.2.5.

Van hoofdelijke aansprakelijkheid van Exterion en AZL is geen sprake.

5.2.6.

De schadeomvang wordt betwist. Stedin Netbeheer heeft niet alle schadeposten onderbouwd. De verschuldigdheid van administratiekosten wordt betwist. De vordering tot vergoeding van expertisekosten is niet gegrond en niet redelijk.

5.2.7.

De wettelijke rente is, als deze al verschuldigd is, niet verschuldigd vanaf 17 maart 2014.

6 De vordering in de vrijwaringszaak

6.1.

Exterion heeft gevorderd AZL bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot betaling aan Exterion van:

1) al hetgeen waartoe Exterion in de hoofdzaak mocht worden veroordeeld jegens Stedin Netbeheer, met inbegrip van rente en kosten;
2) alle aan de zijde van Exterion in de hoofdzaak te maken en nog te maken kosten van rechtskundige bijstand, verhaal en verweer in en buiten rechte, vermeerderd met de wettelijke rente en op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet,
met veroordeling voorts van AZL in de proceskosten van de vrijwaringzaak vermeerderd met wettelijke rente en nakosten.
6.2. Indien in de hoofdzaak mocht blijken dat Exterion (gedeeltelijk) aansprakelijk is voor de gevolgen van de beschadiging van de kabel en schadevergoeding moet betalen aan Stedin Netbeheer, dient AZL op haar beurt Exterion schadeloos te stellen.
AZL is contractueel - op grond van de tussen Exterion en AZL geldende algemene voorwaarden - gehouden Exterion te vrijwaren. Indien vast mochten komen te staan dat AZL de schade heeft veroorzaakt, heeft zij zich voorts niet als goed opdrachtnemer gedragen en is zij ook op die grond aansprakelijk voor de schade die Exterion daardoor lijdt.

Subsidiair is op grond van artikel 6:101 en 6:102 BW sprake van een interne, op AZL rustende draagplicht.

7 Het verweer in de vrijwaring

7.1.

Het verweer van AZL strekt tot afwijzing van de vordering van Exterion.
AZL voert aan dat de bepaling in de algemene voorwaarden waarop Exterion zich beroept ziet op situaties waarin sprake is van een tekortkoming in de nakoming van contractuele verplichtingen door AZL. Daarvan is geen sprake. Zelfs al is de schade door AZL veroorzaakt dan nog is niet zonder meer sprake van wanprestatie van AZL jegens Exterion.
Ten aanzien van de subsidiaire grondslag refereert AZL zich aan het oordeel van de rechtbank.

8 De beoordeling in de hoofdzaak

8.1.

Kern van dit geschil is de vraag of AZL (en Exterion) aansprakelijk is (zijn) voor de op 17 maart 2014 aan de kabel ontstane schade en de gevolgen daarvan.
Voor aansprakelijkheid op grond van onrechtmatig handelen dient (onder meer) vast te staan dat AZL (en/of Exterion) onrechtmatig heeft (hebben) gehandeld jegens Stedin Netbeheer en dat dat handelen tot schade heeft geleid. Het onrechtmatig handelen is volgens Stedin Netbeheer gelegen in het feit dat AZL graaf- of grondroerwerkzaamheden in de zin van de WION heeft verricht en bij die werkzaamheden de kabel heeft geraakt.

8.2.

AZL betwist dat evenwel. AZL erkent dat op de plaats waar de schade aan de kabel is ontstaan werkzaamheden zijn verricht. Zij ontkent evenwel dat daarbij zodanige handelingen zijn verricht dat de met circa 1,40 meter gronddekking gelegen kabel geraakt kan zijn. AZL stelt dat slechts een meting is verricht bij de bewuste abri, waarbij de grond niet dieper is geroerd dan tot circa 10 tot 30 centimeter, terwijl vast staat dat de kabel veel dieper ligt.

8.3.

De rechtbank overweegt dat conform de hoofdregel van 150 Rv het aan de partij die een vordering tot schadevergoeding instelt is om te stellen en bewijzen dat zodanige gedragingen zijn verricht door de andere partij dat schade is ontstaan. Op grond van hetgeen Stedin Netbeheer naar voren heeft gebracht kan niet worden vastgesteld dat AZL de kabel heeft beschadigd. De door Stedin Netbeheer gestelde omstandigheden strekken niet verder dan dat AZL de ochtend waarop de schade is ontstaan ter plaatse is geweest en werkzaamheden heeft verricht. Daarmee is nog niet gegeven dat de schade aan de kabel door AZL is veroorzaakt. Om op voorhand aan te nemen dat de schade door AZL is veroorzaakt, ziet de rechtbank onvoldoende aanknopingspunten. Er zijn andere mogelijke oorzaken van de schade genoemd. De vergelijking die Stedin Netbeheer maakt met de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 9 april 2014 (ECLI:NL:RBDHA:2014:6158) gaat naar het oordeel van de rechtbank niet. Dat vonnis betrof een zaak waarin onbestreden was aangevoerd dat er uitsluitend door de aansprakelijk gestelde partij grondwerkzaamheden waren verricht. Dat is hier niet het geval.

8.4.

Het voorgaande wordt niet anders door hetgeen Stedin Netbeheer overigens heeft aangevoerd. Uit de stellingen van Stedin blijkt dat volgens haar AZL verplicht is een KLIC-melding onder de WION te doen als zij aardpennen aanbrengt. In geschil is juist of aardpennen zijn aangebracht. AZL stelt slechts een meting gedaan te hebben waarbij een niet puntige dunne staaf circa 10 tot maximaal 30 centimeter in de grond is geprikt. Partijen zijn het er kennelijk over eens dat voor het verrichten van zo een meting een KLIC-melding niet nodig was. Dat AZL de laatste jaren nooit KLIC-meldingen zou hebben gedaan, daargelaten of dat klopt, rechtvaardigt nog niet de conclusie dat AZL hier een werkzaamheid heeft verricht waarbij veel dieper de grond in is gegaan. Die stelling is ook onvoldoende om de conclusie te kunnen dragen dat de door de [persoon 1] en [persoon 2] afgelegde getuigenverklaringen, erop neerkomend dat bij het aanbrengen van nieuwe aardpennen altijd KLIC-meldingen worden gedaan, onbetrouwbaar zijn.

8.5.

Voor een omkering van de bewijslast/het bewijsrisico is geen plaats. Dit is een zware ingreep in de bewijslastverdeling, die de positie van de partij ten gunste van wie zij werkt aanzienlijk versterkt. Voor de toepassing ervan is een zwaarwegend belang vereist, bijvoorbeeld de situatie dat de partij die volgens de hoofdregel de bewijslast draagt in een onredelijk zware bewijspositie is geraakt door toedoen van de wederpartij. Van een dergelijk belang is niet gebleken. Stedin Netbeheer had immers nadere mogelijkheden om bewijs te vergaren.

In dat verband is van belang dat Stedin Netbeheer de mogelijkheid had om op de dag van het schadevoorval of kort daarna een buurtonderzoek te doen. Gezien de ligging van de abri, in een woonwijk, dichtbij bij woonhuizen, is goed denkbaar dat dat meer duidelijkheid had kunnen geven over (de aard van) de op die dag verrichte werkzaamheden en de personen (en/of bedrijven) die daarbij aan het werk zijn geweest. De door Stedin Netbeheer ingeschakelde schade-expert heeft in zijn voorlopig rapport van expertise ook gesuggereerd dat dergelijk onderzoek zou worden uitgevoerd (hiervoor onder 2.6). Volgens hem zouden (oog)getuigenverklaringen een uitkomst kunnen bieden, bijvoorbeeld door het uitvoeren van buurtonderzoek of het doen van een melding bij de Onderzoeksraad, hetgeen tot het oproepen van getuigen zou kunnen leiden. Stedin Netbeheer heeft om haar moverende redenen dergelijk onderzoek achterwege gelaten. Dat de exacte schadeoorzaak onzeker is gebleven, komt daarmee voor haar risico.

8.6.

Voor toepassing van de omkeringsregel is evenmin plaats. De in de rechtspraak geformuleerde regel dat indien door een als onrechtmatige daad aan te merken gedraging een risico ter zake van het ontstaan van schade in het leven is geroepen en dit risico zich verwezenlijkt, daarmee het causaal verband tussen de gedraging en de schade in beginsel gegeven is. In dit geval staat evenwel niet vast dat een onrechtmatige gedraging is verricht. Niet vast staat immers dat AZL iets anders heeft gedaan op 17 maart 2014 dan het in tot circa 10 centimeter in de grond steken van koperen pennen. Niet in geschil is dat daarmee de kabel niet kan zijn geraakt.

8.7.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, komt de rechtbank tot de conclusie dat niet vast staat dat de kabel is beschadigd door AZL. Anders dan Stedin Netbeheer ter comparitie heeft aangevoerd, ziet de rechtbank niet in dat een nader gerechtelijk deskundigenonderzoek dat kan veranderen. De enkele vaststelling dat de kabel is beschadigd met een aardpen van het soort dat (ook) door AZL wordt gebruikt, betekent immers nog niet dat het ook daadwerkelijk AZL is geweest die de op de bewuste dag een aardpen in de grond heeft geslagen en daarbij de kabel heeft geraakt. Daar tegenover staan bovendien de onder ede afgelegde verklaringen van [persoon 1] en [persoon 2] dat op die dag ter plaatse geen aardpen is aangebracht.

8.8.

De conclusie van het voorgaande is dat de vorderingen van Stedin Netbeheer tegen AZL worden afgewezen. De vordering tegen Exterion, die is gegrond op de stelling dat AZL de kabel heeft beschadigd, deelt dat lot.

8.9.

Stedin Netbeheer zal worden veroordeeld in de proceskosten. Dat komt zowel voor wat betreft AZL als Exterion neer op € 2.842,- aan salaris voor de advocaat, gebaseerd twee punten van liquidatietarief V, à € 1.421,- per punt.

9 De beoordeling in de vrijwaring

9.1.

Nu de vorderingen in de hoofdzaak wordt afgewezen en Exterion niet wordt veroordeeld tot betaling van enig bedrag aan Stedin Netbeheer, zal ook de vordering in de vrijwaringszaak worden afgewezen.

9.2.

Exterion wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de aan de zijde van AZL gevallen proceskosten, neerkomend op € 452,- aan salaris voor de advocaat, gebaseerd op één punt van liquidatietarief II, desgevorderd vermeerderd met wettelijke rente en nakosten op de wijze als in het dictum bepaald.

10 De beslissing

De rechtbank,

in de hoofdzaak:

wijst de vorderingen van Stedin Netbeheer af;

veroordeelt Stedin Netbeheer in de proceskosten:
- aan de zijde van AZL vastgesteld op € 2.842,- aan salaris voor de advocaat, vermeerderd met de nakosten van € 131,00, te verhogen met een bedrag van € 68,00 aan kosten voor betekening onder de voorwaarde dat betekening van het vonnis plaatsvindt en nodig is geweest;
- aan de zijde van Exterion vastgesteld op € 2.842,- aan salaris voor de advocaat, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na dit vonnis en vermeerderd met de nakosten van € 131,00, te verhogen met een bedrag van € 68,00 aan kosten voor betekening onder de voorwaarde dat betekening van het vonnis plaatsvindt en nodig is geweest;

in de vrijwaringszaak:

wijst de vorderingen van Exterion af;

veroordeelt Exterion in de proceskosten, aan de zijde van AZL vastgesteld op € 452,- aan salaris voor de advocaat;

in de hoofdzaak en in de vrijwaringszaak:

verklaart dit vonnis voor wat betreft de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2018 in tegenwoordigheid van mr. S. Lankhaar, griffier.

1861/106