Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:2731

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
21-02-2018
Datum publicatie
06-04-2018
Zaaknummer
10/660552-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan wederrechtelijke vrijheidsberoving.

Er kan niet met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid worden vastgesteld dat deze vrijheidsberoving in nauwe en bewuste samenwerking met de verdachte is gepleegd, in die zin dat zij daaraan een significante bijdrage heeft geleverd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/660552-17

Datum uitspraak: 21 februari 2018

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. D.C.E. Timmermans, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 7 februari 2018.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. E.M. Harbers heeft vrijspraak van het ten laste gelegde gevorderd.

4 Waardering van het bewijs

Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen de verdachte ten laste is gelegd, zodat de verdachte hiervan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hieromtrent dat uit de stukken van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting is gebleken dat [naam slachtoffer] op 14 oktober 2017 op enig moment wederrechtelijk van haar vrijheid is beroofd, maar dat niet met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat deze vrijheidsberoving in nauwe en bewuste samenwerking met de verdachte is gepleegd, in die zin dat zij daaraan een significante bijdrage heeft geleverd.

5 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

6 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. V.F. Milders, voorzitter,

en mrs. C.G. van de Grampel en M. Smit, rechters,

in tegenwoordigheid van S. Wongsokerto, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

zij op of omstreeks 14 oktober 2017 te Capelle aan den IJssel, althans in

Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk [naam slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd

en/of beroofd gehouden, door

- met de auto, waarin die [naam slachtoffer] als passagier zat, tegen de wil van die [naam slachtoffer]

met hoge snelheid weg te rijden en/of

- (voorafgaande aan het rijden) die [naam slachtoffer] meermalen (met kracht) te stompen en/of te slaan en/of

- die [naam slachtoffer] op te dragen weer in de auto te stappen, omdat die [naam slachtoffer] anders in de kofferbak ging en/of

- tegen die [naam slachtoffer] de woorden toe te voegen “Ik wil nog niet stoppen en ik ben er nog niet klaar mee”, althans woorden van gelijke strekking en/of aard.

(artikel 282/47 Wetboek van Strafrecht)