Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:2624

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
22-02-2018
Datum publicatie
03-04-2018
Zaaknummer
10/680113-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen, meermalen gepleegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/680113-16

Datum uitspraak: 22 februari 2018

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. E. Janse, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 8 februari 2018.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. H.A. van Wijk heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 t/m 8 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een taakstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 weken, met een proeftijd van 2 jaar, onder het opleggen van bijzondere voorwaarden.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering

4.1.1.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de ten laste gelegde feiten omdat de verdachte niet kan worden aangemerkt als “medepleger” nu hij slechts op de uitkijk heeft gestaan en het van tevoren niet duidelijk was wat er precies ging gebeuren.

4.1.2.

Beoordeling

Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank het volgende af.

De drie medeverdachten hebben verklaard dat het de bedoeling was om te gaan inbreken. (pagina’s 107, 129 en 162) De rechtbank leidt hieruit af dat de verdachte zelf dit ook wist. De verdachte was op de hoogte van het plan van een medeverdachte om op pad te gaan om in te breken. De verdachte wist dat medeverdachten gereedschap, waaronder een breekijzer meenamen. Vervolgens zijn zij ‘s-nachts gezamenlijk op pad gegaan en zijn uitgekomen bij een pand aan de [plaats delict] te Dordrecht. De verdachte zag dat een medeverdachte naar de eerste verdieping klom en de deur vervolgens opende. De verdachte en zijn medeverdachten gingen het pand binnen, echter zijn zij weer naar buiten gegaan omdat er iemand aan kwam. Even later is een medeverdachte wederom via de eerste verdieping omhoog geklommen en heeft de deur wederom geopend. De verdachte en zijn medeverdachten zijn het pand weer binnengegaan. Medeverdachten hebben vervolgens een toegangsdeur naar de kelderboxen opengebroken. De verdachte heeft deze deur opengehouden omdat die anders zou dichtvallen, terwijl de anderen meerdere kelderboxen gingen openbreken. Na het verlaten van de kelderboxen zijn ze allemaal nog een keer terug naar binnen gegaan. Door een medeverdachte is aan de verdachte een fiets met achterop diverse gestolen voorwerpen (waaronder een computer) gegeven met de opmerking dat hij deze naar de woning van die medeverdachte moest brengen. De verdachte zag dat de anderen ook diverse voorwerpen uit opengebroken kelderboxen hadden meegenomen. Gezamenlijk hebben zij die spullen naar de woning van een medeverdachte gebracht.

4.1.3.

Conclusie

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachten is komen vast te staan. De verdachte en zijn mededaders zijn voor, tijdens en na de inbraken samen opgetrokken. Hun samenwerking kan worden getypeerd met ‘samen uit, samen thuis’. De bijdrage van verdachte aan het tenlastegelegde is naar het oordeel van de rechtbank van zodanig gewicht dat deze kan worden aangemerkt als medeplegen. Daarmee acht de rechtbank het tenlastegelegde tezamen en in vereniging plegen bewezen.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, en 8 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij

op 13 februari 2016 te Dordrecht, gedurende de voor de nachtrust

bestemde tijd (tussen 01:00 en 04:00 uur) tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een kelderbox, gelegen aan de [adres delict 1] , heeft weggenomen een trolley/koffer, toebehorende aan [naam slachtoffer 1] , waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijf hebben

verschaft door middel van braak ;

2.

hij

op 13 februari 2016 te Dordrecht, gedurende de voor de nachtrust

bestemde tijd (tussen 01:00 en 04:00 uur) tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een kelderbox, gelegen aan de [adres delict 2] , heeft weggenomen een fiets (merk: Hollandia) en computer (merk: Dell) en cassettebanden en een filmcamera (merk: Hitachi), toebehorende aan [naam slachtoffer 2] , waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijf hebben verschaft door middel van braak ;

3.

hij

op 13 februari 2016 te Dordrecht, gedurende de voor de nachtrust

bestemde tijd (tussen 01:00 en 04:00 uur) tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een kelderbox, gelegen aan de [adres delict 3] , heeft weggenomen flessen (af)wasmiddel (merk: Dreft) en een

(boodschappen)wagen en twee sixpacks Wieckse Witte en blikken soep,

toebehorende aan [naam slachtoffer 3] , waarbij verdachte en zijn

mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijf hebben verschaft door middel van braak ;

4.

hij

op 13 februari 2016 te Dordrecht, gedurende de voor de nachtrust

bestemde tijd (tussen 01:00 en 04:00 uur) tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een kelderbox, gelegen aan de [adres delict 4] , heeft weggenomen diverse gereedschappen (onder meer een boormachine en/of schuurmachine en/of elektrische beitel/steekmachine en/of decoupeerzaag)

en gereedschapskisten/koffers, toebehorende aan [naam slachtoffer 4] , waarbij verdachte en

zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijf hebben

verschaft door middel van braak ;

5.

hij

op 13 februari 2016 te Dordrecht, gedurende de voor de nachtrust

bestemde tijd (tussen 01:00 en 04:00 uur) tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening int een kelderbox, gelegen aan de [adres delict 5] , heeft weggenomen gereedschap (onder meer een slijptol en/of hamers en/of

tangen en/of schroevendraaiers en/of moersleutels en/of inbussleutels) en

(verf)kwasten en plamuurmessen en een koffer, toebehorende aan [naam slachtoffer 5] , waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijf hebben

verschaft door middel van braak ;

6.

hij

op 13 februari 2016 te Dordrecht, gedurende de voor de nachtrust

bestemde tijd (tussen 01:00 en 04:00 uur) tezamen en in vereniging anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening int een kelderbox, gelegen aan de [adres delict 6] , heeft weggenomen een fiets en fietspomp, toebehorende aan [naam slachtoffer 6] , waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijf hebben door middel van braak ;

7.

hij

op 13 februari 2016 te Dordrecht, gedurende de voor de nachtrust

bestemde tijd (tussen 01:00 en 04:00 uur) tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een kelderbox, gelegen aan de [adres delict 7] , heeft weggenomen een boormachine (merk Skill), toebehorende aan [naam slachtoffer 7] , waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijf hebben verschaft door middel van braak ;

8.

hij

op 13 februari 2016 te Dordrecht tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk en wederrechtelijk 28 cilinders en 4 sloten van (toegangs)deuren van kelderboxen,

gelegen aan de [plaats delict] , toebehorende aan [naam woningbouwvereniging] , heeft vernield .

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 telkens:

diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

8.

medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich samen met anderen in de nacht van 13 februari 2016 schuldig gemaakt aan meerdere inbraken in kelderboxen, waarbij de sloten van de deuren werden vernield om binnen te komen. Door het plegen van diefstallen heeft hij geen respect getoond voor het feit dat al deze goederen andermans eigendom waren. Deze delicten veroorzaken veel overlast en schade bij de benadeelden en leiden in het algemeen tot gevoelens van onveiligheid.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 16 januari 2018, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportages en verklaringen van getuige/deskundige op de terechtzitting

Jeugdbescherming West heeft rapporten over de verdachte opgemaakt, gedateerd 31 mei 2016, 11 mei 2017 en 7 februari 2018. De rechtbank heeft acht geslagen op deze rapporten.

Ter terechtzitting is mevrouw [naam] van Jeugdbescherming West gehoord. Zij heeft te kennen gegeven dat de verdachte al enige tijd een stijgende lijn laat zien, zoals het vinden van een betaalde baan.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. De rechtbank zal echter afzien van het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank heeft hierbij gelet op de positieve ontwikkeling die de verdachte heeft laten zien. In plaats daarvan wordt een taakstraf opgelegd.

Anders dan de officier van justitie heeft gevorderd, ziet de rechtbank geen aanleiding om de verdachte daarnaast te veroordelen tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf, omdat de verdachte sinds die tijd niet meer is veroordeeld en de bewaring op 19 februari 2016 is onder bijzondere voorwaarden is geschorst, zodat verdachte al sindsdien toezicht heeft gehad.

Als er geen sprake is van bijzondere omstandigheden heeft als uitgangspunt te gelden dat de behandeling van de zaak op de terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar na aanvang van de redelijke termijn. De redelijke termijn vangt aan op het moment dat een verdachte in redelijkheid de verwachting kan hebben dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. De inverzekeringstelling van een verdachte kan als zodanig moment worden aangemerkt. De verdachte is in de onderhavige zaak op 15 februari 2016 in verzekering gesteld. Op deze datum is de redelijke termijn derhalve aangevangen.

Naar het oordeel van de rechtbank is er in deze zaak geen sprake van bijzondere omstandigheden.

Tussen 15 februari 2016 en de datum van het eindvonnis ligt een periode van twee jaren en 7 dagen.

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de redelijke termijn (zij het in beperkte mate) is overschreden en dat vanwege deze geringe overschrijding kan worden volstaan met de enkele vaststelling dat inbreuk is gemaakt op artikel 6, eerste lid, EVRM.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 22c, 22d, 47, 57, 311 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

9 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 170 (honderdzeventig) uren te verrichten taakstraf resteert;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 85 dagen;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.M.H. Geerars, voorzitter,

en mrs. P. Putters en W.J.M. Diekman, rechters,

in tegenwoordigheid van R. van Andel, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 februari 2018.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij

op of omstreeks 13 februari 2016 te Dordrecht, gedurende de voor de nachtrust

bestemde tijd (tussen 01:00 en 04:00 uur) tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening in/uit een kelderbox, gelegen aan de [adres delict 1] ,

heeft weggenomen een trolley/koffer, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel

of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of

zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben

verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik

heeft / hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of

inklimming;

2.

hij

op of omstreeks 13 februari 2016 te Dordrecht, gedurende de voor de nachtrust

bestemde tijd (tussen 01:00 en 04:00 uur) tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening in/uit een kelderbox, gelegen aan de [adres delict 2] ,

heeft weggenomen een fiets (merk: Hollandia) en/of computer (merk: Dell) en/of

een of meer cassettebanden en/of een filmcamera (merk: Hitachi), in elk geval

enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 2] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren)

onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak en/of

verbreking en/of inklimming;

3.

hij

op of omstreeks 13 februari 2016 te Dordrecht, gedurende de voor de nachtrust

bestemde tijd (tussen 01:00 en 04:00 uur) tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening in/uit een kelderbox, gelegen aan de [adres delict 3] ,

heeft weggenomen een of meer flessen (af)wasmiddel (merk: Dreft) en/of een

(boodschappen)wagen en/of twee sixpacks drank/bier (Wieckse Witte) en/of

twee blikken soep, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele

toebehorende aan [naam slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben

verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik

heeft / hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of

inklimming;

4.

hij

op of omstreeks 13 februari 2016 te Dordrecht, gedurende de voor de nachtrust

bestemde tijd (tussen 01:00 en 04:00 uur) tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening in/uit een kelderbox, gelegen aan de [adres delict 4] ,

heeft weggenomen diverse gereedschappen (onder meer een boormachine en/of

schuurmachine en/of electrische beitel/steekmachine en/of decoupeerzaag)

en/of een of meer gereedschapskisten/koffers, in elk geval enig(e) goed(eren),

geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of

zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben

verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik

heeft / hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of

inklimming;

5.

hij

op of omstreeks 13 februari 2016 te Dordrecht, gedurende de voor de nachtrust

bestemde tijd (tussen 01:00 en 04:00 uur) tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening in/uit een kelderbox, gelegen aan de [adres delict 5] ,

heeft weggenomen gereedschap (onder meer een slijptol en/of hamers en/of

tangen en/of schroevendraaiers en/of moersleutels en/of inbussleutels) en/of

een of meer (verf)kwasten en/of plamuurmessen en/of een koffer, geheel of ten

dele toebehorende aan [naam slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben

verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik

heeft / hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of

inklimming;

6.

hij

op of omstreeks 13 februari 2016 te Dordrecht, gedurende de voor de nachtrust

bestemde tijd (tussen 01:00 en 04:00 uur) tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening in/uit een kelderbox, gelegen aan de [adres delict 6] ,

heeft weggenomen een fiets en/of fietspomp, in elk geval enig(e) goed(eren),

geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 6] , in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij

verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren)

onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak en/of

verbreking en/of inklimming;

7.

hij

op of omstreeks 13 februari 2016 te Dordrecht, gedurende de voor de nachtrust

bestemde tijd (tussen 01:00 en 04:00 uur) tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening in/uit een kelderbox, gelegen aan de [adres delict 7] ,

heeft weggenomen een boormachine (merk Skill), in elk geval enig(e)

goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 7] , in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij

verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren)

onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak en/of

verbreking en/of inklimming;

8.

hij

op of omstreeks 13 februari 2016 te Dordrecht tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk

28 cillinders en/of 4 sloten van (toegangs)deuren van meerdere kelderboxen,

gelegen aan de [plaats delict] , in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten

dele toebehorende aan [naam woningbouwvereniging] , in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd

en/of onbruikbaar gemaakt;