Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:2413

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
20-03-2018
Datum publicatie
27-03-2018
Zaaknummer
C/10/539616 / HA RK 17-1106
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek van eigenaar van koppelponton tot beperking aansprakelijkheid op grond van art. 8:1060 e.v. BW. Art. 15 lid 1 Verdrag inzake beperking van aansprakelijkheid in de binnenvaart (CLNI). Titel 12 boek 8 BW strekt tot incorporering in Nederland van het CLNI. De rechtbank dient te beoordelen of de pontons op het tijdstip van de gebeurtenis waaruit de vorderingen zijn voortgekomen op een waterweg hebben gevaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
S&S 2018/89
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rekestnummer: C/10/539616 / HA RK 17-1106

ponton ‘Ravestein’ en ‘Ponton Made’

Beschikking van 20 maart 2018

op het verzoekschrift van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BALLAST NEDAM SPECIALISTISCH GRONDVERZET B.V.,

gevestigd te Nieuwegein,

verzoekster,

advocaat mr. J.J. van de Velde te Rotterdam,

Verzoekster wordt hierna aangeduid met Ballast Nedam.

1 De procedure

1.1.

Het verzoekschrift met bijlagen 1 en 2 is op 21 november 2017 op de rechtbank ontvangen. Bij brieven van 8 februari 2018 en 19 februari 2018 zijn bijlagen 3 tot en met 6 overgelegd.

1.2.

De rechtbank heeft een datum voor de mondelinge behandeling bepaald en de griffier heeft Ballast Nedam en de in het verzoekschrift genoemde belanghebbende bij brief voor die mondelinge behandeling opgeroepen.

1.3.

Bij fax van 20 februari 2018 heeft mr. J. Blussé van Oud-Alblas namens belanghebbende HEIJMANS CIVIEL B.V., gevestigd te Rosmalen, (hierna: Heijmans Civiel) het ‘Grondwerkplan moot 1 tot en met 5’ toegezonden.

1.4.

Het verzoekschrift is behandeld ter terechtzitting van 20 februari 2018. Van het verhandelde ter terechtzitting is proces-verbaal opgemaakt. Mr. Van de Velde heeft bij e-mail van 16 maart 2018 opmerkingen gemaakt naar aanleiding van het proces-verbaal. Mr. Blussé van Oud-Alblas heeft bij e-mail van 19 maart 2018 gereageerd op de opmerkingen van mr. Van der Velde.

1.5.

Heijmans Civiel heeft ter zitting een verweerschrift met twee bijlagen ingediend.

1.6.

Op de mondelinge behandeling is als datum voor de beschikking bepaald 20 maart 2018.

2. De beoordeling

2.1.

Het verzoek strekt onder meer tot de bepaling van het bedrag waartoe de aansprakelijkheid van Ballast Nedam op grond van artikel 8:1060 e.v. BW ter zake van zaakschade voorshands is beperkt en tot het bevel dat tot een procedure tot verdeling van het te stellen fonds zal worden overgegaan, ter zake van beschadiging als gevolg van het ontgraven van ankerpalen door Ballast Nedam verricht vanaf koppelponton Ravestein en koppelponton Ponton Made in de moten 2 tot en met 4 van het project “Verdiepte Ligging Drachtsterweg inclusief aquaduct Leeuwarden” te Leeuwarden, op of omstreeks 8 december 2015 (hierna: het voorval).

2.2.

Ballast Nedam stelt dat zij als eigenaar van het koppelponton ‘Ravestein’ en als huurder van het koppelponton ‘Ponton Made’ behoort tot de kring van tot beperking van aansprakelijkheid gerechtigde personen. Ballast Nedam stelt dat zij haar bevoegdheid tot beperking van aansprakelijkheid ontleent aan artikel 8:1060 juncto 8:1062 juncto 8:1065 BW aangezien de koppelpontons binnenschepen zijn in de zin van artikel 8:1 en 8:3 BW.

Belanghebbende Heijmans Civiel voert aan dat de vordering van Ballast Nedam niet voor beperking vatbaar is omdat het voorval zich niet voordeed op een openbare waterweg/binnenwater maar in een bouwput, die ter vergemakkelijking van de uitvoering van de werken tijdelijk onder water was gezet.

Daarover overweegt de rechtbank het volgende.

2.3.

Ingevolge Titel 12 van boek 8 BW kan de in artikel 8:1060 BW bedoelde ‘eigenaar/huurder’ van een ponton zijn aansprakelijkheid op de in die Titel aangewezen wijze beperken. Titel 12 van boek 8 is de nationale uitwerking van het Verdrag inzake beperking van aansprakelijkheid in de binnenvaart (Straatsburg, 3 november 1988 Trb. 1989, 43, hierna CLNI).

2.4.

Ingevolge artikel 15 lid 1 CLNI is het CLNI van toepassing op de beperking van de aansprakelijkheid van de eigenaar van een schip of van een hulpverlener, wanneer op het tijdstip van de gebeurtenis waaruit de vorderingen zijn voortgekomen het schip op een waterweg heeft gevaren (de Franse tekst luidt: le bateau a navigué sur l’une des voies d’eau) die onderworpen is aan het regime van de Herziene Rijnvaartakte van 17 oktober 1868 of aan dat van het Verdrag van 27 oktober 1956 betreffende bevaarbaarmaking van de Moezel. Ingevolge lid 2 van dit artikel kan iedere Verdragsstaat door middel van een kennisgeving aan de depositaris verklaren dat het CLNI ook van toepassing is op andere waterwegen dan die genoemd in het eerste lid voor zover zij binnen het grondgebied van deze Staat zijn gelegen. Nederland heeft op 16 april 1997 een verklaring gedeponeerd inhoudende dat het CLNI zal worden toegepast op alle Nederlandse binnenwateren (Tractatenblad jaargang 1997, nr. 316).

2.5.

Titel 12 van boek 8 BW strekt tot incorporering in Nederland van het CLNI . De rechtbank legt de Nederlandse wetgeving niet ruimer uit dan het CLNI zelf toelaat. Dus alleen voor waterwegen en in dit geval voor alle Nederlandse binnenwateren.

2.6.

De rechtbank dient te beoordelen of de pontons op het tijdstip van de gebeurtenis waaruit de vorderingen zijn voortgekomen op een waterweg hebben gevaren.

Ballast Nedam heeft aangevoerd dat met het doel om de graafwerkzaamheden mogelijk te maken de bouwputten van de moten 2 tot en met 4 onder water zijn gezet én dat dit tot gevolg had dat de graafwerkzaamheden door Ballast Nedam vanaf pontons dienden te worden verricht. Ballast Nedam heeft verder ter zitting aangevoerd dat de moten 2 tot en met 4 deel uitmaken van de openbare waterweg omdat deze vlak aan het Van Harinxmakanaal liggen, waarvan het water is gebruikt om de moten onder water te zetten.

Heijmans Civiel heeft ter zitting twee foto’s overgelegd. Tussen partijen is niet in geschil dat deze foto’s de situatie weergeven zoals deze ten tijde van de werkzaamheden was. Op de foto’s is zichtbaar dat de moten 2 tot en met 4 geen deel uitmaken van het Van Harinxmakanaal. De pontons bevonden zich op het tijdstip van de gebeurtenis waaruit de vorderingen zijn voortgekomen in een bouwput/kunstmatige vijver en niet op een waterweg, waarbij in het midden kan blijven op het voorval op 8 december 2015 of op data daaraan voorafgaand heeft plaatsgevonden. Dat betekent dat geen sprake is van een voor beperking vatbare vordering zodat Ballast Nedam geen beroep toekomt op beperking van aansprakelijkheid. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

2.7.

Ballast Nedam zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Heijmans Civiel worden begroot op € 626,- aan griffierecht en € 904,- aan salaris advocaat (2 punten ad € 452,-).

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

wijst het verzoek af,

3.2.

veroordeelt Ballast Nedam in de proceskosten tot op heden aan de zijde van Heijmans Civiel begroot op € 1.530,-.

Deze beschikking is gegeven door mr. C. Sikkel en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2018.

1346/1573/32