Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:2343

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
28-03-2018
Datum publicatie
24-04-2018
Zaaknummer
ROT 17/2945, ROT 17/3326 en ROT 17/3327
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Boetes voor onvoldoende uitvoeren of handhaven van HACCP-procedures van pluimveeslachterij. Toezichthouders hebben vervuilde containers aangetroffen op vrachtwagens. In geschil is de uitleg van de HACCP-procedures (het Protocol) van eiseres. Volgens eiseres was op het moment van de controle door de toezichthouders het Protocol nog niet afgerond, in die zin dat er nog controle- en reinigingsmogelijkheden waren. De rechtbank oordeelt dat het Protocol onvoldoende duidelijkheid biedt, dat daarmee de overtreden norm niet duidelijk is en dus de bevoegdheid een boete op te leggen ontbreekt. Daarnaast oordeelt de rechtbank dat de rapporten van bevindingen onvoldoende grond bieden voor de conclusie dat de vrachtwagens met vuile containers het terrein van eiseres zouden gaan verlaten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JW 2018/37
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Bestuursrecht 3

zaaknummers: ROT 17/2945, ROT 17/3326 en ROT 17/3327

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 maart 2018 in de zaken tussen

[eiseres] , te [vestigingsplaats] , eiseres,

gemachtigde: mr. E. Dans,

en

de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder,

gemachtigde: mr. I.C.M. Nijland.

Procesverloop

Bij besluiten van 14 oktober 2016, 21 oktober 2016, 19 augustus 2016 en 28 oktober 2016 (de primaire besluiten) heeft verweerder eiseres in totaal zeven boetes opgelegd van elk

€ 5.000,- vanwege een overtreding van de Wet dieren.

Bij besluiten van 30 maart 2017, 21 april 2017 en 20 april 2017 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de bezwaren van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 maart 2018. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde, bijgestaan door [naam 1] en [naam 1] .

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, bijgestaan door [naam 1] , toezichthouder van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).

Overwegingen

1. Verweerder heeft aan eiseres zeven boetes opgelegd omdat eiseres als exploitant van een levensmiddelenbedrijf geen zorg droeg voor de uitvoering en de handhaving van een permanente procedure die gebaseerd is op een HACCP-beginsel. Volgens verweerder heeft eiseres daarmee artikel 6.2, eerste lid van de Wet dieren, gelezen in samenhang met artikel 2.4, eerste lid, aanhef en onder c, van de Regeling dierlijke producten en artikel 5, eerste lid, van de Verordening (EG) nr. 852/2004 overtreden.

2. Eiseres voert aan dat van overtredingen geen sprake is. De constateringen van vuile containers door de toezichthouder zijn gedaan vóórdat de eindcontrole van de schoonmaak van de containers - waarin de procedures van eiseres voorzien - was afgerond. Eiseres heeft de procedures beschreven in het door haar overgelegde Protocol reiniging en desinfectie van aanvoerauto’s met containers ( [kenmerk] ), versie 24 december 2015 (hierna: het Protocol), dat door de NVWA is goedgekeurd. Het reinigen van de containers gebeurt bij eiseres in de wasstraat in de aanvoerhal. In de wasstraat zelf is geen mogelijkheid om de containers te controleren; het controleren en vervangen van vuile containers gebeurt dus buiten de aanvoerhal, namelijk bij de grote roldeuren of de weegbrug. Eiseres heeft ter onderbouwing foto’s en een plattegrond van haar bedrijf overgelegd. Voorts stelt eiseres dat verweerder ten onrechte verwijt dat het formulier [kenmerk] niet werd gebruikt. Paragraaf 7 van het Protocol schrijft het invullen van dit formulier en een reinigingscontrole door de chauffeur voor in drie situaties waarin sprake is van een verhoogd risico. Deze situaties deden zich echter ten tijde van de controles niet voor en paragraaf 7 hoefde dus niet te worden toegepast. Daarnaast voert eiseres aan dat zij in haar belangen wordt geschaad door de aanvullende rapporten van bevindingen die pas in bezwaar zijn opgemaakt. Bovendien doet het tijdsverloop sinds de constateringen afbreuk aan de geloofwaardigheid van de verklaringen in de aanvullende rapporten en blijkt ook uit deze aanvullende rapporten dat verweerder op het verkeerde moment de controle heeft uitgevoerd, aldus eiseres.

3. De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat op het bedrijf van eiseres door de toezichthouders vervuilde containers op vrachtwagens zijn aangetroffen. De vraag is evenwel of verweerder hieruit heeft mogen concluderen dat eiseres geen zorg droeg voor de uitvoering en handhaving van haar HACCP-procedures.

3.1.

Op grond van artikel 5, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 852/2004 dragen exploitanten van levensmiddelenbedrijven zorg voor de invoering, de uitvoering en de handhaving van een of meer permanente procedures die gebaseerd zijn op de HACCP-beginselen. Met het door de NVWA goedgekeurde Protocol heeft eiseres zo’n permanente procedure ingevoerd. Verweerder werpt eiseres evenwel tegen dat de uitvoering en handhaving ervan onvoldoende is geweest. In het destijds geldende Protocol van eiseres is onder meer het volgende opgenomen:

3. Verantwoordelijkheden

 1 1e medewerker Ontvangst: behandeld aanwezige kuikens en beschadigde containers

 1 Chauffeur: verantwoordelijk voor reiniging en desinfectie van de truck en trailer

 1 IKB-controleur: verantwoordelijk voor controles reiniging en desinfectie van containers

 1 Productiecontroleur: steekproefcontrole op reiniging en desinfectie van container

(…)

5.1.

Containerreiniging

Na het legen van de container gaat deze door de wasstraat waar:

De onderkant van elke container (incl. de lepelgaten) wordt gedompeld

Het grove vuil d.m.v. spoelbogen in de voorwassers wordt verwijderd

Na de voorreiniging de container door drie hoofdwassers volledig wordt gereinigd

Daarna wordt de container door een desinfectieboog getransporteerd en worden twee containers, m.b.v. een stapelaar, op elkaar gestapeld. Als geconstateerd wordt dat vervuiling op of in de container aanwezig is, wordt de gestapelde container gelabeld met een lichtblauw label. Na het laden van de containers op de trailer wordt de stapel met vuile container weer verwijderd en vervangen door schone. Deze smerige container wordt dan alsnog handmatig gereinigd. Het label wordt door de chauffeur of containerreiniger

verwijderd.

(…)

7. Reiniging en laden aanvoerauto’s

Ten tijde van een uitbraak besmettelijk dierziekten, verplichte 2e R&O uit risicolanden dan wel vervoer van salmonella positieve koppels, worden alle lege containers eerst d.m.v. een heftruck gelost en worden daarna handmatig gereinigd en gedesinfecteerd. Vervolgens worden alle volle containers op de bufferbaan gelost. In andere gevallen wordt de eerste stapel containers, aansluitend aan de volle containers en zichtbaar verontreinigde containers, d.m.v. een heftruck gelost, handmatig gereinigd en gedesinfecteerd. Ongebruikte containers worden m.b.v. een lans gedesinfecteerd.

Auto’s worden hij aanvoer van de kuikens ná het lossen van de containers door de chauffeurs zelf gereinigd. ( [kenmerk] ). Het hierbij gebruikte reinigingsmiddel is Truckcleaner extra.

Het moet voorkomen worden dat de geloste kuikens tijdens het reinigen nat worden!

Na het reinigen van de auto rijdt de chauffeur deze naar de trailerplaats voor de bufferbaan voor het laden van schone, gedesinfecteerde containers en het ontsmetten van trailer, wielen en -kasten, Na laden voert de chauffeur een reinigingscontrole op de trailer en containers uit en registreert dit op formulier [kenmerk] Bij vervuiling wordt gehandeld zoals in §5.1. beschreven. Vóór het verlaten van het bedrijfsterrein worden alle wielen en -kasten van truck en trailer door de chauffeur nogmaals gedesinfecteerd.

3.2.

Toezichthouders van de NVWA hebben vuile containers geconstateerd op vrachtwagens op het terrein van eiseres en verweerder heeft daaruit geconcludeerd dat eiseres haar Protocol niet heeft nageleefd. Eiseres stelt evenwel dat op het moment van de constateringen door de toezichthouders de controles die in het Protocol zijn voorgeschreven nog niet waren afgerond en dat verweerder dus niet kan stellen dat eiseres haar Protocol onvoldoende heeft uitgevoerd of gehandhaafd. De rechtbank overweegt dat het lex certa-beginsel van de wetgever verlangt dat hij met het oog op de rechtszekerheid op een zo duidelijk mogelijke wijze de verboden gedraging omschrijft. In dit geval heeft de Europese wetgever beschreven dat levensmiddelenbedrijven moeten zorgen voor de uitvoering en de handhaving van HACCP-procedures en is het in strijd daarmee handelen door de Nederlandse wetgever als een overtreding aangemerkt. De verboden gedraging is, zoals verweerder ter zitting heeft bevestigd, dat eiseres het Protocol (de HACCP-procedures die eiseres zelf heeft opgesteld en door de NVWA zijn goedgekeurd) niet heeft nageleefd. Partijen verschillen evenwel van mening over de wijze waarop het Protocol gelezen moet worden. Toezichthouders hebben vuile containers geconstateerd op vrachtwagens die volgens de toezichthouders klaar stonden om het terrein van eiseres te verlaten, terwijl eiseres stelt dat de vrachtwagens nadien nog op het terrein (tot op de weegbrug) gecontroleerd worden op vuile containers. Uit het Protocol blijkt niet eenduidig tot welk moment de containers op de vrachtwagens door eiseres nog worden gecontroleerd en zo nodig gereinigd. Verweerder heeft dit in het verweerschrift ook erkend. Daarmee is ook niet duidelijk vanaf welk moment de toezichthouders kunnen vaststellen dat eiseres haar Protocol, dat die controles en reiniging voorschrijft, niet heeft nageleefd. In dit kader is ook van belang dat eiseres inmiddels na overleggen met de NVWA het Protocol heeft gewijzigd. Met ingang van 6 oktober 2016 is in paragraaf 5.2 van het Protocol toegevoegd: “Opleggers met gereinigde containers zijn vrijgegeven op of na het wegen op de weegbrug”. Partijen hebben ter zitting bevestigd dat sindsdien de betreffende controles door de toezichthouders pas plaatsvinden op het moment dat de vrachtwagen de weegbrug is gepasseerd. Met deze aanpassing van het Protocol is het voor partijen nu wel duidelijk vanaf welk moment de controles door eiseres op vuile containers zijn afgerond en dus vanaf welk moment kan worden vastgesteld dat eiseres het Protocol op dit punt niet goed heeft uitgevoerd.

3.3.

Nu uit het destijds geldend Protocol niet duidelijk blijkt tot welk moment eiseres de gelegenheid had de containers te controleren en zo nodig te reinigen en dus vanaf welk moment kan worden vastgesteld dat eiseres het Protocol op dit punt niet heeft nageleefd, heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank geen boetes aan eiseres mogen opleggen voor het onvoldoende uitvoeren of handhaven van het Protocol op dit punt. Voor zover verweerder stelt dat het aan eiseres is om een duidelijk protocol vast te stellen, stelt de rechtbank voorop dat voor boeteoplegging noodzakelijk is dat voldoende duidelijk is welke norm wordt overtreden en dat hiervan in dit geval geen sprake is. Los van de vraag wiens verantwoordelijkheid het is om de norm te verduidelijken, leidt de omstandigheid dat onvoldoende duidelijkheid bestaat over de overtreden norm er reeds toe dat de bevoegdheid om een boete op te leggen ontbreekt. Daar komt bij dat het door eiseres opgestelde Protocol door de NVWA is goedgekeurd. In dat kader mag bovendien worden verwacht dat de NVWA en eiseres overleg voeren indien sprake is van onduidelijkheden in het Protocol, zoals na de boeteopleggingen ook is gebeurd en tot aanpassing van het Protocol heeft geleid.

3.4.

Gelet op het voorgaande was verweerder niet bevoegd de boetes aan eiseres op te leggen en zijn de beroepen van eiseres dus gegrond. Ten overvloede zal de rechtbank hierna nog de beroepsgronden van eiseres ten aanzien van de aanvullingen op en de inhoud van de rapporten van bevindingen bespreken.

4. Verweerder heeft zijn besluiten gebaseerd op rapporten van bevindingen die door toezichthouders van de NVWA zijn opgesteld. In deze rapporten beschrijven de toezichthouders wat zij bij een regulier toezicht op het bedrijf van eiseres op een bepaalde dag hebben geconstateerd. In de bezwaarprocedure is door de toezichthouders in alle boetezaken, behalve in de boetezaak met nummer 201603386, een nieuw rapport van bevindingen opgesteld met daarin dezelfde tekst als in het eerste rapport en een aanvullende tekst over het contact dat de toezichthouder met de chauffeur had, over de plaats van de vrachtwagen en over formulieren van de reiniging die door de toezichthouder tijdens de bezwaarprocedure alsnog zijn opgevraagd bij eiseres. Deze aanvullende rapporten van bevindingen roepen bij de rechtbank vragen op. De status van de oude en de aanvullende rapporten is niet geheel duidelijk. Bovendien zijn de aanvullingen zo’n zes tot tien maanden na de betreffende constateringen gedaan, naar aanleiding van hetgeen door eiseres in de bezwaarprocedure naar voren is gebracht. Ter zitting heeft de aanwezige toezichthouder verklaard dat hij in waarschijnlijk twee boetezaken de toezichthouder was en daarin het aanvullend rapport heeft opgemaakt op basis van aantekeningen die hij ten tijde van de constateringen in een zakboekje heeft gemaakt. Voor de andere aanvullende rapporten van bevindingen blijft onduidelijk hoe de betreffende toezichthouder maanden na de constateringen een concrete aanvulling op zijn rapport van bevindingen kan doen, zoals wat een chauffeur heeft gezegd of dat de zeilen van de vrachtwagen dicht waren. Dit roept twijfel op over de betrouwbaarheid van de aanvullende rapporten, zoals eiseres in beroep en bezwaar ook heeft aangevoerd, terwijl verweerder die twijfel in het bestreden besluit, het verweerschrift of ter zitting niet heeft weggenomen.

5. Ten aanzien van de inhoud van de rapporten van bevindingen en de aanvullingen daarop, stelt de rechtbank voorop dat volgens vaste jurisprudentie een bestuursorgaan in beginsel mag uitgaan van de bevindingen in een controlerapport, indien de controle is verricht en het rapport is opgemaakt door een hiertoe bevoegde controleur en het rapport zelf geen grond biedt om aan de juistheid van de bevindingen te twijfelen. Het ligt dan op de weg van degene bij wie de controle is verricht om aannemelijk te maken dat de bevindingen niettemin onjuist zijn. Verweerder heeft aan de boetes ten grondslag gelegd dat eiseres het Protocol niet heeft nageleefd omdat vrachtwagens met vuile containers het terrein van eiseres gingen verlaten. Los van hetgeen hiervoor is overwogen over de norm en het Protocol, zal de rechtbank, naar aanleiding van hetgeen eiseres heeft aangevoerd, hierna bezien of verweerder op basis van de inhoud van de rapporten van bevindingen en de aanvullingen daarop heeft kunnen concluderen dat vrachtwagens met vuile containers het terrein van eiseres gingen verlaten.

5.1.

In de rapporten van bevindingen met nummer 125347 en 126829 (boetezaak 201603621 en 201604946) beschrijft de toezichthouder dat hij met mest besmeurde containers waarnam op een vrachtwagen die klaar stond om naar een pluimveehouder te rijden. In het aanvullende rapport beschrijft de toezichthouder dat de chauffeur van de vrachtwagen de reinigingscontrole na het laden van de containers niet of niet goed had uitgevoerd. Dat deze controle ook niet meer zou worden uitgevoerd bleek uit het feit dat de vrachtwagen gereed stond om het slachthuisterrein te verlaten en de chauffeur aangaf het niet als zijn taak te zien te controleren of de reiniging afdoende geschied was, aldus de toezichthouder. De rechtbank overweegt dat de toezichthouder in de rapporten beschrijft dat de vrachtwagens gereed stonden om het terrein van eiseres te verlaten, maar dit verder niet met waarnemingen onderbouwt. Om van de juistheid van de bevindingen in een rapport te kunnen uitgaan is, bij betwisting ervan, van belang dat in het rapport de vaststellingen en gevolgtrekkingen worden onderbouwd. In dit geval blijft onduidelijk op grond waarvan de toezichthouder concludeert dat de vrachtwagens met vuile containers het terrein zouden gaan verlaten, terwijl eiseres stelt dat na de constateringen van de toezichthouder nog reinigingscontroles door eiseres worden uitgevoerd. Voorts volgt uit het Protocol dat de verantwoordelijkheid voor de controle van de gereinigde containers niet bij de chauffeur ligt, zodat de toezichthouder uit de omstandigheid dat de chauffeur aangeeft dat de controle niet zijn taak is, niet heeft kunnen afleiden dat de vrachtwagens met vuile containers het terrein zouden gaan verlaten.

5.2.

In het rapport van bevindingen met nummer 124341 (boetezaak 201603386) beschrijft de toezichthouder dat hij op de aanvoerlijn van schone containers zag dat containers mest- en voerrestanten hadden, dat hij is weggelopen en na ongeveer 15 minuten zag dat de vuile containers die hij op de aanvoerlijn had gezien op de oplegger van de vrachtwagen waren geladen. De zeilen van de oplegger waren gesloten en de chauffeur verklaarde desgevraagd dat de containers schoon waren en dat hij zo meteen wegrijdt, aldus de toezichthouder. Vervolgens beschrijft de toezichthouder dat hij de vrachtwagen de openbare weg op zag rijden. Eiseres stelt terecht dat uit het rapport niet blijkt hoe de toezichthouder heeft kunnen constateren dat de vuile containers die hij op de aanvoerlijn had gezien, op de vrachtwagen waren geladen. In het rapport wordt immers beschreven dat de toezichthouder 15 minuten weg geweest is en de vrachtwagen daarna geladen was en de zeilen dicht waren. Het is niet onmogelijk dat in die tussentijd vuile containers zijn gereinigd of door schone zijn vervangen. Het lag op de weg van de toezichthouder, gelet op de betwisting door eiseres, om in het rapport zijn conclusies met waarnemingen nader te onderbouwen. Nu blijft onduidelijk op welke wijze de toezichthouder heeft kunnen vaststellen dat de eerder waargenomen vuile containers op de vrachtwagen zijn geladen en nog steeds vuil waren.

5.3.

In de rapporten van bevindingen met nummer 124205, 127044 en 127125 (boetezaak 201602795, 201604950 en 201605213) beschrijven de toezichthouders dat ze bij het opladen van schoongemaakte containers op de vrachtwagen zagen dat containers met mest bevuild waren. In de aanvullende rapporten van bevindingen stellen de toezichthouders vast dat de chauffeur van de vrachtwagen de reinigingscontrole niet of niet goed heeft uitgevoerd. De toezichthouders beschrijven dat uit het feit dat de zeilen van de vrachtwagen dicht waren en het dak naar beneden was (rapport 124205), dan wel uit het feit dat de zeilen van de vrachtwagen dicht waren (rapport 127044), dan wel uit het feit dat de chauffeur de zeilen van de vrachtwagen aan het vastknopen was (rapport 127125) hen bleek dat deze reinigingscontrole ook niet meer zou worden uitgevoerd, aangezien de vrachtwagen daarmee in gereedheid werd gebracht om het terrein te verlaten. Eiseres voert aan dat de vuile containers zijn geconstateerd tijdens het opladen, terwijl daarna nog allerlei reinigingscontroles worden verricht. De rechtbank overweegt dat, gelet op de betwisting door eiseres, ook uit deze rapporten niet eenduidig kan worden afgeleid dat de toezichthouders daadwerkelijk hebben geconstateerd dat zich vuile containers op de vrachtwagens bevonden op het moment dat geen controles meer zouden worden verricht en de vrachtwagens op het punt stonden het terrein van eiseres te verlaten. Eerst wordt beschreven dat bij het opladen vuile containers zijn waargenomen, terwijl in de aanvullende rapporten wordt beschreven dat de zeilen van de vrachtwagen dicht waren of werden vastgeknoopt. Beide waarnemingen kunnen niet gelijktijdig zijn gedaan. Echter, uit de rapporten blijkt niet hoe dit precies chronologisch is verlopen. Zo blijft onduidelijk hoe de toezichthouders hebben kunnen concluderen dat de vuile containers die werden opgeladen, zich ook op de vrachtwagen bevonden toen deze het terrein zou gaan verlaten.

5.4.

In het rapport van bevindingen met nummer 126117 (boetezaak 201604658) beschrijft de toezichthouder dat hij zich bij de wasstraat bij de aanvoer bevond en op een reeds gevulde oplegger containers met mestresten zag. In het aanvullend rapport beschrijft de toezichthouder dat hij zich buiten bij de wasstraat bij de aanvoer bevond en dat de oplegger reeds geladen was en buiten de wasstraat op weg was naar de weegbrug. De toezichthouder stelt dat op dit punt geen reiniging of ontsmetting meer mogelijk is, behalve als ze de containers van de auto halen en naar de wasstraat brengen. Daarnaast beschrijft de toezichthouder in het aanvullend rapport dat hij vaststelt dat de chauffeur de reinigingscontrole niet of niet goed heeft uitgevoerd en dat uit het feit dat de oplegger met aanvoercontainers gereed was om het slachthuisterrein te verlaten hem bleek dat deze controle ook niet meer zou worden uitgevoerd. Immers, de oplegger was op weg naar de weegbrug en na de weegbrug verlaten de opleggers het slachthuisterrein, aldus de toezichthouder. Eiseres heeft gewezen op de opmerking van de toezichthouder dat na het laden alleen reiniging mogelijk is als ze de containers van de auto halen. Volgens eiseres is dit ook de werkwijze zoals volgt uit haar Protocol waarin is beschreven dat na het laden van containers op de trailer, vuile containers weer worden verwijderd en gereinigd of vervangen door schone containers. Volgens eiseres kan de controle en vervanging van vuile containers tot op de weegbrug plaatsvinden. In het rapport schrijft de toezichthouder dat de wagen op weg was naar de weegbrug, maar gelet op de betwisting van eiseres en nu de toezichthouder zelf ook aangeeft dat vervanging van containers tot op de weegbrug nog mogelijk is, blijft onduidelijk hoe de toezichthouder precies heeft kunnen vaststellen dat de vrachtwagen het terrein zou gaan verlaten, zonder dat nog een controle door eiseres en vervanging van containers zou plaatsvinden. Zo worden in het rapport niet de exacte plaats van de vrachtwagen of waarnemingen van de vrachtwagen tot na de weegbrug nader beschreven.

6. Aldus bieden de rapporten van bevindingen en de aanvullingen daarop, gelet op de betwisting door eiseres, onvoldoende grond om te kunnen concluderen dat vrachtwagens met vuile containers het terrein van eiseres zouden gaan verlaten. Daarvoor bevatten de rapporten teveel onduidelijkheden. Daarmee is niet gezegd dat de verklaringen van de toezichthouders in de rapporten voor onwaar worden gehouden. Echter, zoals hiervoor is overwogen, dienen vaststellingen en gevolgtrekkingen in een rapport te worden onderbouwd met waarnemingen, zodat deze bij betwisting ervan toetsbaar zijn, en die onderbouwing is in de rapporten onvoldoende. Bovendien roepen de aanvullingen op de rapporten, zoals hiervoor is overwogen, twijfels op. Gelet op het voorgaande heeft verweerder niet op basis van de rapporten van bevindingen en de aanvullingen daarop, de boetes aan eiseres mogen opleggen.

7. De beroepen zijn dus gegrond en de bestreden besluiten worden vernietigd. De rechtbank zal gelet op artikel 8:72a van de Algemene wet bestuursrecht zelf in de zaak voorzien en de primaire besluiten herroepen.

8. Omdat de rechtbank de beroepen gegrond verklaard, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres de door haar betaalde griffierechten vergoedt.

9. Daarnaast ziet de rechtbank in de gegrondverklaring van de beroepen aanleiding verweerder te veroordelen in de proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op in totaal € 1.503,- (per beroep 1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 501,- en wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart de beroepen gegrond;

  • -

    vernietigt de bestreden besluiten;

  • -

    bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde besluiten, hetgeen in dit geval inhoudt dat de primaire besluiten worden herroepen;

  • -

    bepaalt dat verweerder aan eiseres de betaalde griffierechten van in totaal € 999,- vergoedt;

  • -

    veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.503,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S. Flikweert, rechter, in aanwezigheid van
mr. A.L. van der Duijn Schouten, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2018.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.