Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:1887

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
07-03-2018
Datum publicatie
09-03-2018
Zaaknummer
10/690061-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Minimega Witteveen. Vrijspraak voor poging moord/doodslag in vereniging en voor het in vereniging voorhanden hebben van een vuurwapen met munitie wegens het ontbreken van bewijs voor medeplegen of medeplichtigheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/690061-17

Datum uitspraak: 7 maart 2018

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Alphen aan den Rijn, locatie Maatschapslaan.

Raadsman mr. A. Jhingoer, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 20 en 21 februari 2018.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting van 6 september 2017 overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. W.B.J. ten Have heeft gevorderd:

  • -

    vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde;

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1, impliciet primair ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaar met aftrek van voorarrest.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Vrijspraak zonder nadere motivering, feit 2

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 2 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

4.2.

Vrijspraak feit 1

4.2.1.

Standpunt officier van justitie

Volgens de officier van justitie heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een poging tot moord op het slachtoffer [naam slachtoffer] . De medeverdachte [naam medeverdachte 1] heeft op het moment dat [naam slachtoffer] aankwam op het [plaats delict] direct, zonder dat er een woord is gewisseld, op hem geschoten. De verdachte heeft zich samen met [naam medeverdachte 1] lopend begeven naar de plek van de ontmoeting met [naam slachtoffer] , het [plaats delict] . Door het gewicht en het formaat van de Uzi, kan het de verdachte op dat moment niet zijn ontgaan dat [naam medeverdachte 1] een Uzi bij zich had. Omdat aan die ontmoeting een vuistslag op zijn oog vooraf was gegaan, kan het niet anders dan dat de verdachte er al geruime tijd rekening mee hield dat [naam medeverdachte 1] met die Uzi op [naam slachtoffer] zou gaan schieten. Door zich daar niet van te distantiëren en zich zittend en staand bij [naam medeverdachte 1] op te houden terwijl zij wachtten op [naam slachtoffer] , heeft de verdachte voldoende nauw en bewust samengewerkt met [naam medeverdachte 1] ten aanzien van die poging tot moord.

4.2.2.

Vaststaande feiten

De verdachte heeft op 23 januari 2017 een afspraak met [naam slachtoffer] om hem drugs te bezorgen. [naam slachtoffer] wordt boos omdat de verdachte te laat komt. Hij slaat de verdachte in zijn gezicht om 19:40 uur. Om 19:41 uur belt de verdachte naar [naam medeverdachte 1] om daarover te vertellen. Er wordt afgesproken dat de verdachte op de fiets naar de woning van [naam medeverdachte 1] komt. Terwijl de verdachte naar de woning van [naam medeverdachte 1] fietst, heeft [naam medeverdachte 1] telefonisch contact met [naam slachtoffer] . Nadat de verdachte bij de woning van [naam medeverdachte 1] is aangekomen, rijdt medeverdachte [naam medeverdachte 2] – een neef van [naam medeverdachte 1] – de verdachte en [naam medeverdachte 1] naar de inmiddels door [naam medeverdachte 1] met [naam slachtoffer] gemaakte afspraak. [naam medeverdachte 1] heeft voorafgaand aan het vertrek een geladen Uzi gepakt, die hij onder zijn jas verbergt. [naam medeverdachte 2] is de chauffeur, [naam medeverdachte 1] zit op de bijrijdersstoel en de verdachte zit achter in de auto. Om 20:06:24 uur rijdt de auto in noordelijke richting over de Laan op Zuid. Als de auto op de afgesproken plek bij het Albedacollege is aangekomen, stapt [naam medeverdachte 1] uit en belt hij met [naam slachtoffer] . De afspraak wordt op verzoek van [naam slachtoffer] verplaatst naar het [plaats delict] .

Aangekomen bij het [plaats delict] om circa 20:12 uur stappen [naam medeverdachte 1] en de verdachte uit de auto en lopen zij naar de afgesproken plek. [naam medeverdachte 2] verplaatst de auto en blijft in de auto zitten. [naam slachtoffer] voert om 20:15:43 nog een inkomend telefoongesprek met [naam medeverdachte 1] . De verdachte en [naam medeverdachte 1] wachten bij/op een bankje op het [plaats delict] . Als [naam slachtoffer] komt aanlopen, staat [naam medeverdachte 1] op van het bankje en haalt hij twee keer de trekker van de Uzi over. Hij vuurt daardoor acht kogels af op [naam slachtoffer] . [naam slachtoffer] wordt geraakt in zijn hoofd en in zijn heup/lies. Bij [naam slachtoffer] wordt door de politie in zijn broeksband een boormachine aangetroffen met een afgeknipt snoer.

4.2.3.

Beoordeling

Van medeplegen kan slechts dan worden gesproken indien sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking met een ander of anderen en de bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. Naar het oordeel van de rechtbank kan dat alleen worden aangenomen als kan worden vastgesteld dat de verdachte samen met medeverdachte [naam medeverdachte 1] heeft besloten om een wapen mee te nemen naar de ontmoeting met het latere slachtoffer.

Of dat het geval is geweest dient te worden beoordeeld aan de hand van de verklaring van [naam medeverdachte 1] omdat ander bewijs daaromtrent ontbreekt. [naam medeverdachte 1] dicht zichzelf in zijn verklaring een grote rol toe in de confrontatie waarbij is geschoten en waarbij het slachtoffer ernstig is verwond. Het gegeven dat hij zichzelf niet spaart, maar juist in grote mate belast, is een belangrijke aanwijzing voor de betrouwbaarheid van zijn verklaring. [naam medeverdachte 1] heeft verklaard dat de verdachte in zijn woning is geweest voordat zij naar de afspraak vertrokken. De verdachte zou erbij zijn geweest toen telefonisch de afspraak met [naam slachtoffer] werd gemaakt en zij zouden samen hebben besloten om de Uzi mee te nemen naar die afspraak. [naam medeverdachte 1] heeft verklaard dat de verdachte niet heeft gezien dat hij de Uzi pakte.

De verdachte ontkent echter dat hij voorafgaand aan het vertrek naar de ontmoeting met [naam slachtoffer] binnen is geweest in de woning, terwijl de medeverdachte [naam medeverdachte 2] verklaart dat hij de verdachte voorafgaand aan het vertrek naar deze ontmoeting niet in de woning van [naam medeverdachte 1] heeft gezien.

Ondanks nadere vragen daarover van de politie, de rechter-commissaris en op zitting, is de verklaring van [naam medeverdachte 1] over het overleg met de verdachte niet duidelijker geworden. Hij legt daar zelfs dermate wisselende verklaringen over af, dat de rechtbank niet kan beoordelen of de door [naam medeverdachte 1] afgelegde verklaring ook op deze punten juist is. Voor zover er al iets is besproken tussen de verdachte en [naam medeverdachte 1] over het meenemen van het wapen, is niet concreet geworden wat er is besproken, op welk moment en waar dat dan gebeurd is, en hoe dat precies is gegaan.

De rechtbank volgt de officier van justitie niet als hij stelt dat het niet anders kan dan dat de verdachte het wapen bij [naam medeverdachte 1] moet hebben gezien toen zij naar de plek van de afspraak liepen. [naam medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij het wapen onder zijn jas verborgen heeft gehouden. Uit de verklaringen van [naam medeverdachte 2] en andere getuigen blijkt niet dat dat anders is geweest; geen van hen heeft iets van een wapen gezien, noch iets wat er op duidt dat [naam medeverdachte 1] een wapen bij zich moet hebben gehad. De afmetingen van een micro-uzi (een lengte 28.5 cm met ingeklapte kolf) maken ook niet dat de verklaring van [naam medeverdachte 1] op dit punt ongeloofwaardig is. De rechtbank overweegt verder dat niet valt uit te sluiten dat de verdachte het wapen in de seconden voorafgaand aan het schieten op het [plaats delict] heeft gezien. Maar zelfs als dat zo was, is dat onvoldoende om vast te stellen dat er een nauwe en bewuste samenwerking ten aanzien van het schieten bestond. Ook het feit dat de mishandeling van de verdachte de aanleiding van de ontmoeting was, is onvoldoende om tot het oordeel te komen dat de verdachte als medepleger of medeplichtige betrokken is geweest bij het schieten.

Gelet op het voorgaande wordt de verdachte vrijgesproken van hetgeen primair en subsidiair ten laste is gelegd. Ook voor hetgeen meer subsidiair ten laste is gelegd ontbreekt voldoende wettig en overtuigend bewijs. De verdachte wordt ook daarvan vrijgesproken.

5 Vordering benadeelde partij

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [naam benadeelde] ter zake van het onder 1 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 10.906,92 aan materiële schade en een vergoeding van € 100.000, - aan immateriële schade.

5.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering inclusief de gevorderde wettelijke rente. De officier van justitie heeft verzocht te bepalen dat de verdachte en zijn medeverdachte [naam medeverdachte 1] hoofdelijk aansprakelijk zijn voor het gehele bedrag.

5.2.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. De benadeelde partij moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering.

5.3.

Beoordeling

De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu aan de verdachte voor feit 1 geen straf of maatregel is opgelegd en artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen toepassing heeft gevonden.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.

5.4.

Conclusie

In deze procedure wordt over de gevorderde schadevergoeding geen inhoudelijke beslissing genomen.

6 Bijlage

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

7 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. I.W.M. Laurijssens, voorzitter,

en mrs. H.J.M. van der Kaaij en A.A.T. Werner, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.G. Polke, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

Primair

hij op of omstreeks 23 januari 2017 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade, in elk geval opzettelijk, een persoon genaamd [naam slachtoffer] van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, met (een) vuurwapen(s) een kogel(s), althans proectiel(en) naar en/of in de richting van die [naam slachtoffer] heeft afgeschoten, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

Subsidiair

[naam medeverdachte 1] op of omstreeks 23 januari 2017 te Rotterdam ter uitvoering van voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade, in elk geval opzettelijk, een persoon genaamd [naam slachtoffer] van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, met (een) vuurwapen(s) een kogel(s) naar en/of in de richting van die [naam slachtoffer] heeft afgeschoten, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid, bij welk voorgenomen misdrijf verdachte medeplichtig is geweest door die [naam medeverdachte 1] te vergezellen en/of te vervoeren naar die [naam slachtoffer] en/of (vervolgens) te wachten op die [naam medeverdachte 1] en/of (vervolgens) die [naam medeverdachte 1] te vergezellen en/of te vervoeren van die [naam slachtoffer] vandaan;

Meer Subsidiair

hij op of omstreeks 23 januari 2017 te Rotterdam opzettelijk tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen [naam medeverdachte 1] , die schuldig was aan of verdachte was van het misdrijf van poging tot moord, althans poging tot doodslag op [naam slachtoffer] , heeft verborgen en/of behulpzaam is geweest in het ontkomen aan de nasporing van en/of aanhouding door een of meer ambtenaren van de justitie of politie, door die [naam medeverdachte 1] te vervoeren van die [naam slachtoffer] vandaan;

2.

hij op of omstreeks 23 januari 2017 te Rotterdam tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen een of meer vuurwapens van Categorie II of III

van de Wet wapens en munitie, en/of (voor dat/die vuurwapen(s) geschikte) munitie van Categorie II of III van de Wet wapens en munitie, te weten een of meer kogelpatronen (kaliber 9 millimeter), voorhanden heeft gehad.