Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:1770

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
23-02-2018
Datum publicatie
06-03-2018
Zaaknummer
6428733 CV EXPL 17-38053
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

treintje rijden

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Zaaknummer: 6428733 CV EXPL 17-38053

Uitspraak: 23 februari 2018

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Q-PARK OPERATIONS NETHERLANDS I B.V.,

gevestigd te Maastricht,

eiseres bij exploot van dagvaarding van 16 oktober 2017,

gemachtigde: mr. Ch.F.P.M. Spreksel te Maastricht,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [plaatsnaam],

gedaagde,

procederend in persoon.

Partijen worden hierna verder aangeduid als ‘Q-Park’ en ‘[gedaagde]’.

1 Het verloop van de procedure

1.1

Het procesverloop blijkt uit de volgende processtukken:

 de dagvaarding, met producties;

 de aantekeningen van de griffier van de ter rolzitting van 7 november 2017 door [gedaagde] mondeling gegeven reactie;

 de conclusie van repliek, met producties, en de daarbij gevoegde DVD met beeldmateriaal, waarvan een akte van depot werd opgemaakt;

 de schriftelijke reactie van 6 januari 2018 van [gedaagde].

1.2

De datum van de uitspraak van dit vonnis is door de kantonrechter bepaald op heden.

2 Het geschil

2.1

Q-Park heeft gevorderd [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen aan haar te betalen € 407,10, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van pleging, althans van verzuim, althans vanaf een andere door de kantonrechter in goede justitie te bepalen datum, tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten alsook in de nakosten, deze kosten eveneens vermeerderd met wettelijke rente.

2.2

Aan die vordering heeft Q-Park -samengevat en voor zover nu van belang- ten grondslag gelegd dat [gedaagde] op 4 december 2016 met zijn voertuig ([kenteken]) gebruik heeft gemaakt van de aan Q-Park toebehorende parkeergarage ‘Rotterdam-Zuidplein’ en zich toen bij het verlaten daarvan, rond 15.59 uur, schuldig heeft gemaakt aan zogenaamd ‘treintje rijden’, dat wil zeggen dat hij heel kort achter zijn voorganger is gaan staan of gaan rijden om zo zonder te betalen de parkeergarage te (kunnen) verlaten, door gebruik te maken van de ten behoeve van zijn voorganger nog openstaande slagboom.

Op grond van de toepasselijke voorwaarden is [gedaagde] hierdoor aan Q-Park verschuldigd geworden het tarief van een verloren kaart van € 54,- alsook een bedrag van € 300,- als aanvullende schadevergoeding. Naast de hoofdsom van € 354,- en de wettelijke rente (in de zin van artikel 6:119 BW) daarover maakt Q-Park jegens [gedaagde] aanspraak op een bedrag van € 53,10 aan buitengerechtelijke kosten, deze kosten eveneens vermeerderd met rente.

2.3

[gedaagde] heeft verweer gevoerd, dat zich als volgt laat samenvatten. Bij het binnengaan van de parkeergarage stond de slagboom open en heeft hij geen kaartje getrokken. Toen hij de parkeergarage daarna weer wilde verlaten, heeft hij, terwijl hij in zijn auto voor de naar beneden zijnde slagboom stond, op de intercomknop gedrukt omdat hij geen kaartje had. Hierop werd niet gereageerd maar vervolgens ging de slagboom wel gewoon open en is [gedaagde], na circa vijftien seconden te hebben gewacht, uitgereden. Van treintje rijden is geen sprake geweest en de beelden zullen dat volgens [gedaagde] ook bevestigen.

2.4

Op hetgeen partijen verder nog hebben aangevoerd, voor zover van belang voor de uitkomst van de procedure, wordt hierna teruggekomen.

3 De beoordeling

3.1

Overwogen wordt dat Q-Park bij repliek de door [gedaagde] gegeven lezing van de feiten heeft bestreden en daarbij een DVD met daarop videobeelden in het geding heeft gebracht. Daarop is te zien dat de bestuurder van de auto met genoemd kenteken zich schuldig maakt aan het door Q-Park aldus beschreven ‘treintje rijden’, door direct achter zijn voorganger aan te rijden om zo zonder te betalen de parkeergarage te (kunnen) verlaten, door gebruik te maken van de ten behoeve van zijn voorganger nog openstaande slagboom, die al deels gezakt is op het moment dat de auto van [gedaagde] deze passeert. Van het door [gedaagde] gestelde stilstaan bij de slagboom, drukken op de knop van de intercom en het al gedurende vijftien seconden openstaan van de slagboom is in het geheel geen sprake. Het verweer van [gedaagde], die de authenticiteit van deze beelden niet heeft bestreden, wordt dan ook verworpen.

3.2

Dat betekent dat de door Q-Park gevorderde hoofdsom, die verder onbestreden is gelaten, wordt toegewezen, inclusief de ter zake gevorderde wettelijke rente (in de zin van artikel 6:119 BW) vanaf de dag van verzuim tot die der algehele voldoening, welke nevenvordering immers op de wet is gegrond en ook niet afzonderlijk is betwist.

3.3

De door Q-Park gevorderde buitengerechtelijke kosten worden echter afgewezen, nu niet gebleken is dat [gedaagde] schriftelijk werd aangemaand waarbij hem een termijn van veertien dagen is gegeven ingaande de dag na ontvangst daarvan, zoals vereist door artikel 6:96 lid 6 BW. In dat verband wordt verwezen naar de uitspraak van de Hoge Raad van 25 november 2016 (ECLI:NL:HR:2016:2704).

3.4

[gedaagde] wordt, als de overwegend in het ongelijk gestelde partij, in de kosten van de procedure veroordeeld, inclusief de ter zake gevorderde wettelijke rente, als hierna gemeld.

3.5

De apart gevorderde nakosten zullen worden toegewezen als hierna vermeld, nu de proceskostenveroordeling hiervoor reeds een executoriale titel geeft en de kantonrechter van oordeel is dat de nakosten zich reeds vooraf laten begroten. Ook de ter zake gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar, als hierna gemeld.

4 De beslissing

De kantonrechter:

 veroordeelt [gedaagde] om aan Q-Park te betalen € 354,-, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW daarover vanaf de dag van verzuim tot aan de dag van algehele voldoening;

 veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Q-Park:

  • -

    vastgesteld op € 200,51 aan verschotten en € 120,- aan salaris voor haar gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW ingaande veertien dagen na de datum van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening,

  • -

    én, indien [gedaagde] niet binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, begroot op € 15,- aan nasalaris, te verhogen met een bedrag van € 68,- aan betekeningskosten onder de voorwaarde dat betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden, één en ander voor zover van toepassing inclusief btw, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW ingaande veertien dagen na de datum van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening;

 verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.M.J. Smits en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

654