Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:1740

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
02-03-2018
Datum publicatie
30-03-2018
Zaaknummer
5670373 / CV EXPL 17-3044
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

voortzetting procedure op naam van overledene

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 5670373 / CV EXPL 17-3044

uitspraak: 2 maart 2018

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [plaatsnaam],

eiser in conventie,

gedaagde in reconventie,

gemachtigde: P. de Ruijter te Heerhugowaard,

tegen

1 [gedaagde 1],

wonende te [plaatsnaam] en

de besloten vennootschap

2. [gedaagde 1 Beheer B.V.] B.V.,

gevestigd te Rotterdam en

de besloten vennootschap

3. Smartplus Resources B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

gemachtigde: mr. H.L.J. Walhain te ’s-Gravenhage.

Partijen zullen hierna worden aangeduid als “[eiser]”, “[gedaagde 1]”, “[gedaagde 1 Beheer B.V.]” en “Smartplus”.

1 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen.

  • -

    het exploot van dagvaarding van 18 januari 2017, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie tevens eis in reconventie, met producties;

  • -

    het tussenvonnis van 29 maart 2017 waarbij een comparitie van partijen is gelast;

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie;

  • -

    het proces-verbaal van de op 25 juli 2017 gehouden comparitie van partijen;

  • -

    de akte uitlating voortzetting procedure van [eiser];

  • -

    de conclusie van repliek in conventie;

  • -

    de conclusie van dupliek in conventie tevens conclusie van repliek in reconventie;

  • -

    de conclusie van dupliek in reconventie.

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis nader bepaald op heden.

2 De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang, het volgende vast.

2.1.

Smartplus is een leverancier van Human Resource diensten en is daarnaast een gecertificeerd en een door het UWV erkend re-integratie- en jobcoachbedrijf.

2.2.

[gedaagde 1 Beheer B.V.] is de eigenaar van Smartplus. [gedaagde 1] is directeur-grootaandeelhouder van [gedaagde 1 Beheer B.V.].

2.3. @

Stamrecht B.V. heeft in de periode van 5 januari 2014 tot en met 10 februari 2014 aan Smartplus een bedrag van in totaal € 12.500,- overgemaakt.

2.4. @

Stamrecht B.V. draagt de naam [eisers beheer B.V.].

2.5.

[eiser] is op 19 juni 2017 overleden.

3 Het geschil in conventie

De vordering in conventie

3.1.

[eiser] heeft gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde 1], [gedaagde 1 Beheer B.V.] en Smartplus te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan hem te voldoen een bedrag van € 12.500,- in hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 januari 2014 tot de dag der algehele voldoening, althans de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening en een bedrag van € 900,- ter zake buitengerechtelijke incassokosten, met veroordeling van hen in de kosten van de procedure, waaronder begrepen de nakosten.

3.2.

Aan die vordering heeft [eiser] - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – het volgende ten grondslag gelegd. [eiser] heeft via zijn stamrecht bv aan Smartplus in totaal € 12.500,- geleend. Ondanks herhaald verzoek is terugbetaling van het geleende bedrag volledig uitgebleven. Smartplus heeft enkel een bedrag van

€ 1.963,- aan rente aan [eiser] betaald. Op 2 januari 2017 heeft [eiser] zijn vordering ter incasso uit handen gegeven aan Juristu, die Smartplus herhaaldelijk heeft aangemaand. Duijvenbode heeft buitengerechtelijke incassokosten moeten maken die, evenals de wettelijke rente, op grond van de wet voor rekening van Smartplus komen.

Het verweer in conventie

3.3.

[gedaagde 1], [gedaagde 1 Beheer B.V.] en Smartplus hebben geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van [eiser] in zijn vordering, althans tot afwijzing daarvan.

3.4.

Zij hebben hiertoe - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - het volgende aangevoerd. [eiser] heeft geen vordering op hen. Niet [eiser], maar [eisers beheer B.V.] heeft in de periode van 5 januari 2014 tot en met 10 februari 2014 een totaalbedrag van € 12.500,- overgemaakt aan Smartplus. Uit de conceptleningsovereenkomst, die overigens niet ondertekend is, blijkt ook dat @Stamrecht B.V. de geldgever is. @Stamrecht B.V. is op 9 december 2013 opgericht en op 10 december 2013 in het handelsregister ingeschreven en draagt de naam [eisers beheer B.V.].

4. Het geschil in reconventie

De vordering in reconventie

4.1.

Smartplus heeft gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [eiser] te veroordelen om aan Smartplus te betalen een bedrag van € 21.175,-, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 29 maart 2017, de dag dat de eis in reconventie is ingesteld, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten van het geding in conventie en in reconventie, waaronder begrepen de nakosten.

4.2.

Aan die vordering heeft Smartplus - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – het volgende ten grondslag gelegd. Smartplus heeft [eiser] in 2013 geadviseerd over hoe hij als ZZP-er met behoud van uitkering weer aan de slag zou kunnen gaan. Zij heeft terzake deze advisering 14 uur ad € 225,- per uur = € 3.811,50 in rekening gebracht. Bovendien had [eiser] plannen om in Tanzania woningen te bouwen. Smartplus zou daartoe personeel kunnen leveren. In dit verband heeft Smartplus een concept-partner/consultancyovereenkomst opgesteld. Op 6 december 2013 heeft een bespreking tussen Smartplus en [eiser] plaatsgevonden. Tijdens deze bespreking hebben zij de conceptovereenkomst gewijzigd, waarna [eiser] een exemplaar van de overeenkomst heeft meegenomen. Op grond van die overeenkomst is [eiser] verplicht een instapfee van € 20.000,- exclusief BTW te betalen voor het ter beschikking stellen van de faciliteiten van Smartplus. [eiser] heeft de overeenkomst vervolgens weliswaar niet ondertekend, maar partijen hebben wel naar geest en strekking van de overeenkomst zaken met elkaar gedaan. Omstreeks 16 september 2014 is [eiser] uit Tanzania teruggekeerd, zonder dat iets van zijn plannen terecht is gekomen. Smartplus is in de tussentijd bezig geweest met het bouwen van een website, het laten maken van visitekaartjes, het onder de loep nemen van het technische gedeelte van het bouwconcept, het inwinnen van advies daarover, het opzetten van de database van de flexpool voor de uitzendkrachten en de matching en voorbereiding van het personeel. Smartplus heeft bij factuur van 24 maart 2017 voor al deze werkzaamheden met inbegrip van de ZZP-advisering een bedrag van € 21.175,- inclusief BTW in rekening gebracht. [eiser] heeft deze factuur onbetaald gelaten.

Het verweer in reconventie

4.3.

[eiser] heeft tegen de vordering - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - het volgende aangevoerd. Smartplus probeert een tegenvordering op te werpen om zo onder haar schuld aan [eiser] uit te komen. De in rekening gebrachte

€ 3.811,50 ter zake advisering is nimmer aan [eiser] kenbaar gemaakt. [eiser] heeft nimmer een partnerovereenkomst met Smartplus gesloten. Hij heeft zelfs nooit een concept van een dergelijke overeenkomst onder ogen gehad. Slechts is sprake geweest van een aantal informele oriënterende gesprekken tussen [eiser] en [gedaagde 1] met het oog op een eventuele samenwerking, waaronder het gesprek op 6 december 2013. De factuur van 24 maart 2017 is een spookfactuur. Het is bovendien opmerkelijk dat in deze factuur niet gerefereerd wordt naar de vermeende inleg fee voor de partnerovereenkomst.

5 De beoordeling

in conventie en in reconventie:

5.1.

Naar aanleiding van het overlijden van [eiser] heeft geen schorsing van het geding in de zin van artikel 225 Rv plaatsgevonden. Op grond van het bepaalde in het tweede lid van dit artikel wordt het geding op naam van [eiser] voortgezet.

in conventie voorts:

5.2.

Tussen partijen is in geschil of [eiser] een vordering uit geldlening heeft op Smartplus. Smartplus heeft weliswaar niet betwist dat door @Stamrecht B.V. aan haar een totaalbedrag van € 12.500,00 is overgemaakt en heeft ook de (concept)leningsovereenkomst als zodanig niet weersproken, maar stelt zich op het standpunt dat daaruit niet kan volgen dat [eiser] een vordering op haar heeft.

In reactie daarop heeft [eiser] gesteld dat, ondanks dat het geld uit [eisers beheer B.V.] is onttrokken, het een persoonlijke lening aan Smartplus betreft. Voorts voert hij aan dat [eiser] als enig aandeelhouder van die B.V. gemachtigd is namens haar te handelen, zodat hij in die hoedanigheid een vordering op Smartplus heeft.

5.3.

Nu [eiser] zich nader op het standpunt heeft gesteld dat sprake is van een persoonlijke lening aan Smartplus en Smartplus zulks gemotiveerd heeft betwist, had het op zijn weg gelegen die nader ingenomen stelling te onderbouwen. Hij kon, gelet op die betwisting en gelet op de overboekingen die door @Stamrecht B.V. zijn gedaan en de (concept)leningsovereenkomst waarin @Stamrecht B.V. wordt aangemerkt als geldgever, niet volstaan met de enkele mededeling dat sprake is van een persoonlijke lening. Ook het feit dat [eiser] heeft gewezen op de betaling van een bedrag van € 1.963,00 door [gedaagde 1] dan wel Smartplus op de privérekening van [eiser] is hiertoe niet voldoende, nu [eiser] niet eenduidig heeft aangegeven waar deze betaling betrekking op heeft. Immers, in eerste instantie merkt hij de betaling aan als rente, terwijl hij later stelt dat het een gedeeltelijke terugbetaling van de lening betreft. Een en ander leidt tot de slotsom dat [eiser] niet aan zijn stelplicht heeft voldaan. Aan bewijslevering wordt derhalve niet toegekomen.

5.4.

Zoals Smartplus terecht heeft aangevoerd, en nog daargelaten dat vanwege de betwisting door Smartplus niet is vast komen te staan dat [eiser] enig aandeelhouder is (geweest) van [eisers beheer B.V.]., maakt het enkele feit dat men enig aandeelhouder is van een besloten vennootschap vanaf wier bankrekening geld aan een partij is overgemaakt, niet dat die enig aandeelhouder dan een vordering op die partij heeft. De stelling van [eiser] dat hij als enig aandeelhouder gemachtigd is namens zijn Beheer B.V. te handelen is op geen enkele wijze onderbouwd en wordt om die reden gepasseerd. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de eventuele hoedanigheid van [eiser] van enig aandeelhouder van [eisers beheer B.V.]. geen grond kan vormen voor toewijzing van de vordering.

5.5.

Het voorgaande betekent dat de vordering van [eiser] wordt afgewezen.

in reconventie voorts:

5.6.

[eiser] en Smartplus twisten voorts over de vraag of [eiser] gehouden is een bedrag van € 21.175,00 aan Smartplus te voldoen. [eiser] heeft het bestaan van enige overeenkomst met Smartplus weliswaar betwist, maar de kantonrechter is van oordeel dat [eiser] zijn betwisting, gelet op de gemotiveerde stellingen van Smartplus, onvoldoende heeft gemotiveerd. Nu Smartplus ter onderbouwing van haar stellingen de plannen van [eiser] uiteen heeft gezet, heeft verwezen naar een e-mail van 5 december 2013 aan [eiser] met als bijlage de concept consultancyovereenkomst en heeft gesteld dat op 6 december 2013 tussen partijen een gesprek heeft plaatsgevonden waarin zij de conceptovereenkomst, na wat wijzigingen te hebben aangebracht, definitief hebben gemaakt, kon [eiser] niet volstaan met de blote stelling dat hij geen weet heeft van enige (concept)overeenkomst met Smartplus. Bovendien heeft [eiser] de door Smartplus gestelde werkzaamheden ter uitvoering van die, weliswaar niet ondertekende, overeenkomst in het geheel niet weersproken. Daarmee zijn het bestaan van de overeenkomst en de door Smartplus uitgevoerde werkzaamheden in rechte vast komen te staan, zodat de gevorderde factuur van 24 maart 2017 voor toewijzing gereed ligt.

5.7.

Nu [eiser] met betaling van deze factuur in gebreke is gebleven, is hij daarover de wettelijke (handels)rente ex artikel 6:119a BW verschuldigd vanaf het moment dat [eiser] in verzuim is. Smartplus vordert de rente vanaf de dag dat zij de eis in reconventie heeft ingesteld, zodat de wettelijke (handels)rente zal worden toegewezen als hierna vermeld.

5.8.

[eiser] zal, als de zowel in conventie als in reconventie in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld. Inzake de gevorderde rente over de proceskosten zal worden beslist zoals hierna vermeld.

5.9.

De apart gevorderde nakosten worden toegewezen als hierna vermeld, nu de proceskostenveroordeling hiervoor reeds een executoriale titel geeft en de kantonrechter van oordeel is dat de nakosten zich reeds vooraf laten begroten.

6 De beslissing

De kantonrechter:

in conventie

wijst de vordering van [eiser] af;

in reconventie

veroordeelt [eiser] aan Smartplus te betalen een bedrag van € 21.175,00, vermeerderd met de wettelijke (handels)rente ex artikel 6:119a BW over dat bedrag vanaf 29 maart 2017 tot en met de dag der algehele voldoening;

veroordeelt [eiser] in de proceskosten in conventie en reconventie, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Smartplus vastgesteld op:

- € 600,- aan salaris voor de gemachtigde;

- vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW ingaande 14 dagen na de datum van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening;

en indien [eiser] niet binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, begroot op:

- € 205,00 aan nasalaris, te verhogen met een bedrag van € 68,00 aan betekeningskosten onder de voorwaarde dat betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. Bezuijen en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

32109