Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:1478

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
19-01-2018
Datum publicatie
27-02-2018
Zaaknummer
10/198340-17 / parketnummer vordering TUL: 10/072134-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Mishandeling en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, OVAR, plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis op grond van art. 37 Sr.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/198340-17

Parketnummer vordering TUL: 10/072134-16

Datum uitspraak: 19 januari 2018

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren op [geboortedatum verdachte] te [geboorteplaats verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsvrouw, mr. Y.M. Schrevelius advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 19 januari 2018.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd. De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. Van Loon, heeft gevorderd:

  • -

    vrijspraak van het onder 1 primair ten laste gelegde;

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde;

  • -

    ontslag van alle rechtsvervolging wegens niet strafbaarheid van de verdachte;

  • -

    oplegging van de maatregel tot plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van één jaar;

  • -

    afwijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 10/072134-16.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Vrijspraak feit 1 primair

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 1 primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

4.2.

Bewezenverklaring feiten 1 subsidiair en 2

Het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.3.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1 subsidiair:

hij, op 7 oktober 2017 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard [naam slachtoffer] heeft mishandeld door het lichaam en de (linker)arm van die [naam slachtoffer] (met kracht) tegen een deur/ruit (aan) te duwen;

2.

hij, op 7 oktober 2017 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard [naam slachtoffer] , heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [naam slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen "Ik ga je vermoorden.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet (ook) daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1 subsidiair.

mishandeling;

2.

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

6.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie acht de verdachte overeenkomstig de over hem door dr. Th.A.M. Deene, klinisch psycholoog op 4 januari 2018, en drs. A. Gosker-Venis, psychiater, op 30 december 2017 uitgebrachte rapporten ontoerekeningsvatbaar ten aanzien van het onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde. Hij heeft gevorderd de verdachte ten aanzien van de ten laste gelegde feiten te ontslaan van alle rechtsvervolging.

6.2.

Standpunt verdediging

De raadsvrouw heeft zich bij het standpunt van de officier van justitie gevoegd.

6.3.

Beoordeling

De rechtbank heeft kennis genomen van de bovengenoemde rapporten. Daaruit blijkt dat er bij de verdachte sprake is van schizofrenie. Daarnaast is er sprake van een lichte verstandelijke beperking en een verslaving aan onder andere cannabis, cocaïne, amfetamine en XTC en in mindere mate aan alcohol. Door zijn verstandelijke beperking zijn er gebrekkige en disfunctionele copingsvaardigheden.

Ten tijde van de ten laste gelegde feiten was er sprake van een ernstige psychotische decompensatie, in het kader van schizofrenie, met disfunctioneren op diverse belangrijke levensgebieden. Het vermogen tot oordeel en kritiek en de realiteitstoetsing waren hierdoor sterk verstoord. Beide deskundigen adviseren het ten laste gelegde aan de verdachte in het geheel niet toe te rekenen.

De rechtbank neemt de bevindingen en conclusies van de rapporteurs over en volgt de adviezen tot zover. Zij is van oordeel dat de verdachte niet strafbaar is ter zake van het onder 1 subsidiair en 2 bewezen geachte en ontslaat hem derhalve van alle rechtsvervolging.

7 Motivering maatregel

7.1.

Algemene overweging

De maatregel die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich op 7 oktober 2017 schuldig gemaakt aan de mishandeling en bedreiging van zijn zus. Door aldus te handelen heeft de verdachte een inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer, haar flink letsel toegebracht en haar angst aangejaagd.

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 4 januari 2018, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor strafbare feiten. Echter betreffen dit andersoortige feiten.

De psychiater Gosker-Venis en de psycholoog Deenen rapporteren beiden dat de kans op recidive hoog is als de verdachte niet wordt behandeld. Om het recidivegevaar te beperken dient er een behandeling te volgen die zich richt op de psychotische stoornis, de afhankelijkheid van middelen en op het aanleren van effectieve coping strategieën. Beide deskundigen adviseren om de verdachte te plaatsen in een forensische kliniek voor mensen met een lichte verstandelijke beperking in het kader van artikel 37 Wetboek van Strafrecht, voor de maximale duur van één jaar. Doordat de diagnose schizofrenie een levenslange kwetsbaarheid inhoudt en de intellectuele beperkingen levenslang aanwezig blijven, zal er een langere behandeling - hoogstwaarschijnlijk binnen een BOPZ-kader - voortgezet moeten worden.

Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op het reclasseringsrapport van 10 oktober 2017, het reclasseringsrapport Palier van 20 december 2017 en hetgeen de reclasseringsmedewerkster [naam reclasseringsmedewerkster] ter terechtzitting naar voren heeft gebracht. Zij deelt mede dat de verdachte nu op grond van een rechterlijke machtiging verblijft in het kliniek Bouwman aan Capelle aan den IJssel. Dit is een forensisch psychiatrische kliniek.

De rechtbank zal de adviezen van de deskundigen en de reclassering volgen en aan de verdachte de maatregel van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van één jaar opleggen, aangezien de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen dit vereist.

8 Vordering tenuitvoerlegging

Bij vonnis van 11 mei 2016 van de politierechter van deze rechtbank met parketnummer 10/072134-16 is de verdachte ter zake van (kort weergegeven) een tweetal diefstallen en een drietal verduisteringen voor zover van belang tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, met een proeftijd van 2 jaren veroordeeld.

De proeftijd is ingegaan op 25 mei 2016.

De hierboven bewezen verklaarde feiten zijn na het wijzen van dit vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de bewezen feiten heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd.

In beginsel kan daarom de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast. Reclasseringsmedewerkster, mevrouw [naam reclasseringsmedewerkster] heeft daarover op zitting nog naar voren gebracht dat het goed zou zijn voor de verdachte als de bij deze straf opgelegde voorwaarden nog van kracht zijn ná afloop van de plaatsing in het psychiatrisch ziekenhuis. Die voorwaarden kunnen dan worden benut om de verdachte (verder) te begeleiden als hij uit het psychiatrisch ziekenhuis komt. Dat in aanmerking genomen en omdat de verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar wordt geacht en een plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis wordt gelast, acht de rechtbank - met de officier van justitie en de raadsvrouw - de toewijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging niet meer opportuun.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 37, 57, 285 en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte (ook) daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde niet strafbaar en ontslaat de verdachte ten aanzien daarvan van alle rechtsvervolging;

gelast dat de verdachte in een psychiatrisch ziekenhuis zal worden geplaatst voor een termijn van 1 (één) jaar;

wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 11 mei 2016 van de politierechter van deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.A. Kalk, voorzitter,

en mrs. M. Smit en G.P. van de Beek, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S. Salah-Hashim, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 januari 2018.

De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij, op of omstreeks 7 oktober 2017 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [naam slachtoffer] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met dat opzet die [naam slachtoffer] bij de keel/hals heeft vastgepakt/vastgegrepen en/of (vervolgens) het lichaam en/of de (linker)arm van die [naam slachtoffer] (met kracht) tegen/door een deur/glazen ruit heeft geduwd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij, op of omstreeks 7 oktober 2017 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard [naam slachtoffer] heeft mishandeld door haar bij de nek/hals vast te pakken/grijpen en/of (vervolgens) het lichaam en/of de (linker)arm van die [naam slachtoffer] (met kracht) tegen/door een deur/ruit (aan) te duwen;

(art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij, op of omstreeks 7 oktober 2017 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard [naam slachtoffer] , heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [naam slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen "Ik ga je vermoorden", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

(art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht)