Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:1425

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
22-02-2018
Datum publicatie
26-02-2018
Zaaknummer
10/996542-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Oplichting, valsheid in geschrift, niet-ambtelijke omkoping, witwassen, verwerping beroep op nietigheid dagvaarding, fraude. Niet-ontvankelijkheid BP wegens onherroepelijk civiel vonnis. Redelijke termijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/996542-14

Uitspraakdatum: 22 februari 2018
Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

bijgestaan door mr. O.J. Ingwersen, advocaat te Arnhem.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 5, 6 en 8 februari 2018.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. Th. M. Rethmeier heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van de onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 primair, 5 primair en 6 tenlastegelegde feiten;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en oplegging van de door Reclassering Nederland geïndiceerde bijzondere voorwaarden.

4 Geldigheid dagvaarding

De rechtbank verwerpt het door de raadsman gevoerd verweer strekkende tot nietigheid van de dagvaarding ten aanzien van feit 6 – inhoudende dat de wetstermen “overgedragen en/of omgezet en/of gebruik heeft gemaakt” zijn opgenomen in de tenlastelegging zonder nadere omschrijving en zulks tot nietigheid leidt– aangezien voormelde termen naast een kwalificatieve ook een feitelijke betekenis hebben.

5 Waardering van het bewijs

5.1.

Bewijsoverwegingen

Met betrekking tot feit 3

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de onder 3 tenlastegelegde omkoping.

Hij heeft aangevoerd dat de door de medeverdachte [naam medeverdachte 1] aan de verdachte gedane betalingen betrekking hadden op managementondersteuning die de verdachte aan [naam medeverdachte 1] geboden had sinds de aanvang van diens rectoraat bij het Gemeentelijk Gymnasium [naam gymnasium] . [naam medeverdachte 1] werd in 2000 rector van het [naam gymnasium] en werd sindsdien intensief ondersteund door de verdachte. Toen [naam medeverdachte 1] over ruimere inkomsten begon te beschikken in verband met nevenwerkzaamheden buiten het [naam gymnasium] , is hij bij wijze van vergoeding voor deze jarenlange ondersteuning, die op dat moment nog doorliep, 25% van zijn extra inkomsten gaan doorbetalen aan de verdachte.

Van omkoping als bedoeld in artikel 328ter Sr is dan ook geenszins sprake. Daar komt bij dat [naam 1] , lid van het College van Bestuur van het [naam scholengemeenschap] , op de hoogte was van de betalingsafspraak tussen de verdachte en [naam medeverdachte 1] .

De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.

Vast staat dat [naam medeverdachte 1] in de periode van 29 juli 2008 tot en met 31 juli 2012 via zijn V.O.F., “ [naam bedrijf 1] ” geldbedragen van, in totaal

€ 170.544,85 heeft overgemaakt op de privérekening van de verdachte. De betalingen werden telkens verricht aan de hand van door de verdachte via zijn onderneming, [naam bedrijf 2] , verstuurde facturen. Omdat de verdachte dyslectisch is, waren deze facturen niet door hemzelf maar door [naam medeverdachte 1] en diens echtgenote opgemaakt.

Vast staat ook dat [naam medeverdachte 1] vanaf medio 2007 tot en met eind 2012 diverse werkzaamheden heeft verricht voor het [naam scholengemeenschap] te Rotterdam. De verdachte vervulde in het grootste deel van die periode (tot juni 2012) de functie van voorzitter van het College van Bestuur (hierna: CvB) bij het [naam scholengemeenschap] .

Zowel de verdachte als [naam medeverdachte 1] hebben verklaard dat de betalingen van [naam medeverdachte 1] aan de verdachte hun grondslag vinden in een betalingsafspraak tussen hen met betrekking tot door de verdachte voor [naam medeverdachte 1] sinds diens benoeming tot rector bij het [naam gymnasium] in 2000 verrichte advieswerkzaamheden, en niet in het gunnen van opdrachten door de verdachte van opdrachten van het [naam scholengemeenschap] aan [naam medeverdachte 1] .

De rechtbank acht deze verklaringen niet aannemelijk.

Allereerst is van belang dat elke onderbouwing van de juistheid van deze verklaringen ontbreekt. De beweerde betalingsafspraak tussen de verdachte en [naam medeverdachte 1] is niet vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst. Er zijn geen afspraken gemaakt met betrekking tot de (maximale) hoogte van de totale vergoeding die de verdachte van [naam medeverdachte 1] zou ontvangen.
Uit de omschrijvingen van de betalingen zoals vermeld op de facturen [naam bedrijf 2] de verdachte aan [naam bedrijf 1] / [naam medeverdachte 1] (te weten ‘werkzaamheden in de periode [naam maand]’)1 leidt de rechtbank daarnaast af dat deze betalingen in elk geval niet zagen op werkzaamheden uit het verleden. Daar komt bij dat de stelling dat de verdachte al sinds 2000 betrokken was bij het [naam gymnasium] om [naam medeverdachte 1] van managementondersteuning te voorzien, geen steun vindt in het dossier.

Daarenboven was de Raad van Toezicht (hierna: RvT) van het [naam scholengemeenschap] niet op de hoogte van de betalingsafspraak tussen de verdachte en [naam medeverdachte 1] . Dat [naam 1] zou hebben geweten van deze afspraak doet daaraan niet af, nu de RvT de met toezicht op het CvB van het [naam scholengemeenschap] belaste instantie is en niet (de leden van) het CvB.

Voorts is van belang dat de betalingen van [naam medeverdachte 1] telkens naar de privérekening van de verdachte werden overgemaakt en niet naar diens zakelijke rekening, met het kennelijke doel om op die wijze deze betalingen buiten de boekhouding van [naam bedrijf 2] te houden. Immers, ook de boekhouder van de verdachte, [naam boekhouder] , was niet op de hoogte van de betalingen aan de verdachte door [naam medeverdachte 1] .2

De rechtbank neemt ten slotte in aanmerking dat het door de verdachte en [naam medeverdachte 1] gesuggereerde alternatieve scenario, te weten dat de betalingen moeten worden aangemerkt als vergoeding voor de jarenlange en op het moment van de betalingen nog voortdurende door de verdachte verzorgde ondersteuning aan [naam medeverdachte 1] , niet op zichzelf staat, maar naar het oordeel van de rechtbank moet worden bezien in het licht van de aan de verdachte onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten. Bij die feiten gaat het om betalingen aan de verdachte door zijn medeverdachte [naam medeverdachte 2] , terwijl [naam medeverdachte 2] , net als [naam medeverdachte 1] , op zijn beurt betalingen ontving van [naam scholengemeenschap] . De verdachte heeft met betrekking tot die feiten in eerste instantie3 aan de betalingen van [naam medeverdachte 2] eenzelfde strekking toegedicht als aan de betalingen van [naam medeverdachte 1] . In tweede instantie4 heeft de verdachte echter ten aanzien van die betalingen openheid van zaken gegeven en bekend dat hij geen werkzaamheden heeft verricht voor de door hem van of via [naam medeverdachte 2] ontvangen geldbedragen.

Op grond van het voorgaande acht de rechtbank het door de verdachte geschetste alternatieve scenario dat de door [naam medeverdachte 1] aan hem, verdachte, gedane betalingen betrekking hadden op door hem, verdachte, ten behoeve van [naam medeverdachte 1] verrichte werkzaamheden c.q. verleende managementondersteuning, onaannemelijk.

De conclusie is hiermee gerechtvaardigd dat voormelde betalingen waren bedoeld als vergoeding voor het door [naam medeverdachte 1] via tussenkomst van de verdachte verkrijgen van opdrachten van het [naam scholengemeenschap] .

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat de verdachte ten tijde van het door hem plegen van het onder 3 tenlastegelegde feit geen ambtenaar was in de zin van artikel 328ter van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het hem onder 3 primair tenlastegelegde feit: het zich, anders dan als ambtenaar, laten omkopen .

Met betrekking tot feit 4 en feit 5

Niet gebleken is dat aan de onder 4 en 5 bedoelde facturen van de verdachte/ [naam bedrijf 2] aan respectievelijk [naam bedrijf 1] en [naam bedrijf 3] daadwerkelijk door de verdachte ten behoeve van genoemde rechtspersonen verrichte werkzaamheden als vermeld op deze facturen ten grondslag hebben gelegen. In dit verband verwijst de rechtbank met betrekking tot de facturen (en daarbij gefactureerde werkzaamheden) van de verdachte/ [naam bedrijf 2] aan [naam bedrijf 1] vof naar hetgeen zij dienaangaande heeft overwogen ten aanzien van feit 3.

Nu niet gebleken is dat de werkzaamheden, vermeld op de onder 4 en 5 genoemde facturen, daadwerkelijk door de verdachte zijn verricht, kan geredelijk worden geconcludeerd dat de desbetreffende facturen van [naam bedrijf 2] aan [naam bedrijf 1] en van [naam bedrijf 2] aan [naam bedrijf 3] valselijk zijn opgemaakt.

Met betrekking tot de valselijk opgemaakte facturen als ten laste gelegd onder feit 5 overweegt de rechtbank dat de verdachte zich hieraan tezamen en in vereniging met [naam medeverdachte 1] schuldig heeft gemaakt nu laatstgenoemde de door [naam bedrijf 3] ten behoeve van [naam bedrijf 2] opgemaakt facturen, in de hoedanigheid van rector bij het [naam gymnasium] , heeft goedgekeurd terwijl hij wist dat hiervoor geen werkzaamheden waren verricht.

5.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.
Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 primair, 5 primair en 6 tenlastegelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij in de periode van 1 januari 2007 tot en met 30 juni 2012 telkens te Rotterdam en/of Apeldoorn en/of Kampen en/of Zwolle, tezamen en in vereniging met een ander, meermalen

telkens met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen,

telkens door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,

Stichting voor Interconfessioneel en Algemeen Bijzonder Voortgezet Onderwijs (hierna: [naam scholengemeenschap] ) heeft bewogen tot de afgifte van een goed, te weten geldbedragen ter hoogte van in totaal 249.285 euro (AH-040),

hebbende verdachte en zijn mededader telkens met voren omschreven oogmerk,

telkens opzettelijk listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven :

- uit hoofde van zijn, verdachtes, functie als voorzitter van het College van Bestuur van het [naam scholengemeenschap] fictieve opdrachten gegund aan [naam medeverdachte 2] en/of [naam bedrijf 4] , en

- vervolgens telkens op facturen (genoemd in D-144) op naam van [naam bedrijf 4] vermeld dat door [naam bedrijf 4] werkzaamheden en/of diensten zijn verricht ten behoeve van/voor [naam scholengemeenschap] , zulks terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of diensten niet waren verricht en

- vervolgens telkens deze facturen (genoemd in D-144) namens [naam bedrijf 4] laten verstrekken en toekomen aan [naam scholengemeenschap] , teneinde het op de facturen vermelde bedrag (op een rekening van [naam bedrijf 4] ) te laten voldoen, en

- vervolgens telkens in zijn, verdachtes, functie als voorzitter van het College van Bestuur van het [naam scholengemeenschap] , [naam 2] , in diens functie als directeur Eenheid Zorg bij het [naam scholengemeenschap] , opdracht gegeven deze facturen (genoemd in D-144) te accorderen (ter fiat van betaling), en

- telkens tegenover [naam scholengemeenschap] verzwegen en verborgen gehouden dat er met betrekking tot de (overeengekomen en gefactureerde) vergoedingen voor het verrichten van werkzaamheden en/of diensten ten behoeve van/voor [naam scholengemeenschap] door [naam bedrijf 4] , een (verborgen of verzwegen) vergoeding en betaling aan hem, verdachte, en zijn bedrijf was inbegrepen en overeengekomen, waardoor het [naam scholengemeenschap] telkens werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

2.

hij in de periode van 1 januari 2007 tot en met 30 juni 2012 telkens te Rotterdam en/of Apeldoorn en/of Kampen en/of Zwolle, tezamen en in vereniging met een ander

meermalen,

facturen telkens op naam van [naam bedrijf 4] gericht aan [naam scholengemeenschap] Onderwijs (hierna: [naam scholengemeenschap] ), waaronder:

1. een factuur met factuurnummer [nummer 1] d.d. 9 mei 2007 (D-248) en

2. een factuur met factuurnummer [nummer 2] d.d. 7 april 2009 (D-264) en

3. een factuur met factuurnummer [nummer 3] d.d. 15 juni 2010 (D-278) en

4. een factuur met factuurnummer [nummer 4] d.d. 26 augustus 2010 (D-280) en

facturen telkens op naam van [naam bedrijf 2] gericht aan [naam bedrijf 4] , waaronder:

1. een factuur met factuurnummer [nummer 5] d.d. 18 mei 2007 (D-249) en

2. een factuur met factuurnummer [nummer 6] d.d. 15 april 2009 (D-265) en

3. een factuur met factuurnummer [nummer 7] d.d. 30 juni 2010 (D-279) en

4. een factuur met factuurnummer [nummer 8] d.d. 26 augustus 2010 (D-281)

zijnde telkens een geschrift bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, telkens valselijk heeft opgemaakt immers hebben hij, verdachte, en zijn mededader

telkens valselijk en in strijd met de waarheid op genoemde facturen

(onder meer) -zakelijk weergegeven:

- vermeld dat [naam bedrijf 2] werkzaamheden en/of diensten heeft verricht ten behoeve van/voor [naam bedrijf 4] , terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of diensten niet zijn verricht en

-factuurbedragen vermeld die in werkelijkheid geen, betrekking hadden op de in die facturen vermelde werkzaamheden en/of diensten,

zulks met het oogmerk om deze geschriften telkens als echt en onvervalst te gebruiken en door anderen te doen gebruiken.

3.

hij in de periode vanaf 29 juli 2008 tot en met 31 juli 2012 telkens te Rotterdam en/of Apeldoorn en/of Almere meermalen,

anders dan als ambtenaar, werkzaam zijnde als voorzitter van het College van Bestuur in dienstbetrekking bij Stichting voor Interconfessioneel en Algemeen Bijzonder Voortgezet Onderwijs (hierna: [naam scholengemeenschap] ), naar aanleiding van hetgeen hij, verdachte, in zijn betrekking heeft gedaan dan wel zou doen telkens een belofte, te weten de toezegging/instemming om een vast gedeelte/bedrag per gewerkt/te declareren uur bij [naam scholengemeenschap] , aan hem, verdachte en zijn bedrijf te betalen, en giften te weten geldbedragen van in totaal 170.544,85 euro (AH-033), van [naam medeverdachte 1] en/of [naam bedrijf 1] , heeft aangenomen, en dit aannemen in strijd met de goede trouw telkens heeft verzwegen tegenover zijn werkgever .

4.

hij in de periode 1 maart 2008 tot en met 31 juli 2012, telkens te Apeldoorn en/of Almere, tezamen en in vereniging met een ander meermalen,

facturen telkens op naam van [naam bedrijf 2] gericht aan [naam bedrijf 1] waaronder:

1. een factuur d.d. 27 september 2008 (D-379) en

2. een factuur d.d. 22 januari 2009 (D-383) en

3. een factuur d.d. 29 januari 2010 (D-395) en

4. een factuur d.d. 31 januari 2011 (D-406) en

5. een factuur d.d. 9 april 2012 (D-419)

zijnde telkens een geschrift bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, telkens valselijk heeft opgemaakt

immers hebben hij, verdachte, en zijn mededader telkens valselijk en in strijd met de waarheid op/in die facturen (onder meer) -zakelijk weergegeven:

- vermeld dat door [naam bedrijf 2] en/of door hem, verdachte, werkzaamheden en/of diensten (te weten: “advieswerkzaamheden") zijn verricht ten behoeve van [naam bedrijf 1] en/of [naam medeverdachte 1] , (terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of diensten niet, althans niet in zijn geheel, door [naam bedrijf 2] en hem, verdachte, zijn verricht ten behoeve van/voor [naam bedrijf 1] en [naam medeverdachte 1] , althans niet de werkzaamheden en/of diensten zijn verricht zoals omschreven op deze facturen en - factuurbedragen vermeld die in werkelijkheid geen, althans niet volledig, betrekking hadden op de in die facturen vermelde werkzaamheden/diensten,

zulks met het oogmerk om deze geschriften telkens als echt en onvervalst te gebruiken en door anderen te doen gebruiken.

5A.

hij in de periode van 1 januari 2007 tot en met 1 december 2007, telkens te Apeldoorn en/of Bilthoven en/of Gemeente De Bilt, tezamen en in vereniging met een ander meermalen,

facturen telkens op naam van [naam bedrijf 2] gericht aan [naam bedrijf 3] , te weten:

- een factuur met factuurnummer [nummer 9] d.d. 19 januari 2007 (D-338) en- een factuur met factuurnummer [nummer 10] d.d. 1 augustus 2007 (D-341) en- een factuur met factuurnummer [nummer 11] d.d.1 december 2007 (D-345)

zijnde telkens een geschrift bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen,

telkens valselijk heeft opgemaakt, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededader telkens valselijk en in strijd met de waarheid onder meer zakelijk weergegeven:

- op/in de facturen [nummer 9] en [nummer 10] en [nummer 11] vermeld dat hij, verdachte en [naam bedrijf 2] "conform afspraak" een bedrag in rekening brengen bij [naam bedrijf 3] ,

als ware er sprake van het verrichten van werkzaamheden en/of diensten in de periode januari 2007 tot en met december 2007 door hem, verdachte, ten behoeve van/voor [naam medeverdachte 1] en/of [naam gymnasium]

, terwijl in werkelijkheid geen sprake was van het verrichten van werkzaamheden en/of diensten door hem, verdachte, in de periode januari 2007 tot en met december 2007 ten behoeve van/voor [naam medeverdachte 1] en/of het [naam gymnasium] zoals vermeld op die facturen

als ware sprake van bemiddeling door [naam 3] en/of [naam bedrijf 3] tussen hem, verdachte, enerzijds en [naam medeverdachte 1] en/of [naam gymnasium] anderzijds, terwijl in werkelijkheid geen sprake was van bemiddeling door [naam 3] en/of [naam bedrijf 3]

zulks met het oogmerk om deze geschriften telkens als echt en onvervalst te gebruiken en door anderen te doen gebruiken.

5B

hij in de periode van 1 januari 2007 tot en met 1 december 2007, telkens te Apeldoorn en/of Bilthoven en/of Gemeente De Bilt, meermalen,

facturen telkens op naam van [naam bedrijf 3] gericht aan ' [naam gymnasium] ', te weten:

- een factuur met factuurnummer [nummer 12] d.d. 18 januari 2007 (D-541) en een factuur met factuurnummer [nummer 13] d.d. 13 juli 2007 (D-542),

zijnde telkens een geschrift bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen,

telkens valselijk heeft doen opmaken, immers heeft hij, verdachte, telkens valselijk en in strijd met de waarheid onder meer zakelijk weergegeven:

- op/in de facturen [nummer 12] en [nummer 13] doen vermelden dat [naam bedrijf 3] en [naam 3] "conform afspraak zoals vastgelegd in offerte/contract [naam offerte/contract 1] d.d. 12 december 2006" een bedrag in rekening brengen bij [naam gymnasium] en- op/in de facturen [nummer 9] en [nummer 10] en [nummer 11] doen vermelden dat hij, verdachte en [naam bedrijf 2] "conform afspraak" een bedrag in rekening brengen bij [naam bedrijf 3] ,

als ware er sprake van het verrichten van werkzaamheden en/of diensten in de periode januari 2007 tot en met december 2007 door hem, verdachte, ten behoeve van [naam medeverdachte 1] en/of [naam gymnasium]

zoals vermeld in genoemde offerte, terwijl in werkelijkheid geen sprake was van het verrichten van werkzaamheden en/of diensten door hem, verdachte, in de periode januari 2007 tot en met december 2007 ten behoeve van/voor [naam medeverdachte 1] en/of het [naam gymnasium] zoals vermeld in genoemde offerte

en als ware sprake van bemiddeling door [naam 3] en/of [naam bedrijf 3] tussen hem, verdachte, enerzijds en [naam medeverdachte 1] en/of [naam gymnasium] anderzijds, terwijl in werkelijkheid geen sprake was van bemiddeling door [naam 3] en/of [naam bedrijf 3]

zulks met het oogmerk om deze geschriften telkens als echt en onvervalst te gebruiken en door anderen te doen gebruiken.

6.

hij in de periode van 1 januari 2007 tot en met 3 december 2014 telkens te Rotterdam en/of Apeldoorn, voorwerpen, te weten geldbedragen van

A. 199.155 euro (feit 1 en feit 2) (AH-040, p. 5)

B. 186.698,35 euro (feit 3 en feit 4) (AH-033, p. 4)

C. 5.355 euro en 2.677,50 euro en 2.677,50 euro (feit 5) (AH-076, p.3)

heeft overgedragen en omgezet en telkens van die voorwerpen gebruik heeft gemaakt, terwijl hij, verdachte, wist dat deze geldbedragen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf, terwijl hij, verdachte van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt.

6 Strafbaarheid van de feiten

De bewezen feiten leveren op:

ten aanzien van feit 1, primair:

medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.

ten aanzien van feit 2, primair:

medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

ten aanzien van feit 3 primair:

anders dan als ambtenaar, werkzaam zijnde in dienstbetrekking, naar aanleiding van hetgeen hij in zijn dienstbetrekking heeft gedaan en/of nagelaten en/of zal doen en/of zal nalaten, een belofte en een gift aannemen en dit aannemen in strijd met de goede trouw verzwijgen tegenover zijn werkgever, meermalen gepleegd.

ten aanzien van feit 4 primair:

medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

ten aanzien van feit 5 primair A:

medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

ten aanzien van feit 5 primair B:

doen plegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

ten aanzien van feit 6:

van het plegen van witwassen een gewoonte maken.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

7 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

8 Motivering van de straf

Bij de beslissing over de straf die aan de verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan, alsmede de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft in een periode van ongeveer vijfeneenhalf jaar als voorzitter van het college van bestuur van een stichting voor voortgezet onderwijs samen met een mededader die stichting opgelicht voor een bedrag van bijna een kwart miljoen euro. Om die fraude mogelijk te maken heeft hij samen met die mededader valse facturen opgemaakt waarin werkzaamheden werden gedeclareerd die nooit hadden plaatsgevonden.

Verder heeft de verdachte, eveneens in zijn functie van voorzitter van het college van bestuur, gedurende een periode van ongeveer vier jaar giften aangenomen tot een bedrag van ruim € 170.000. Hij en zijn mededader hebben het daartoe door middel van het gezamenlijk opmaken van valse facturen doen voorkomen alsof hij advieswerkzaamheden verrichtte ten behoeve van de vennootschap onder firma van die medeverdachte. Verder heeft de verdachte, deels samen met een mededader, een aantal andere facturen vals opgemaakt dan wel doen opmaken opnieuw met het doel om betalingen voor niet-verrichte werkzaamheden administratief af te dekken. Ten slotte heeft de verdachte de met de door hem gepleegde misdrijven verkregen geldbedragen, in totaal bijna € 400.000, witgewassen.

Het gaat hier in alle gevallen om gemeenschapsgeld dat bestemd was voor het voortgezet onderwijs. Vooral dit laatste aspect maakt de handelwijze van verdachte bijzonder kwalijk. Hij heeft bij de hem verweten fraude immers slechts aan eigen gewin gedacht. Dit alles is nog ernstiger omdat verdachte gedurende de bewezenverklaarde periode werkzaam was als bestuursvoorzitter van een scholenkoepel. Hij heeft jarenlang misbruik gemaakt van zijn positie en de daaruit voortvloeiende bevoegdheden met het uitsluitende doel zichzelf en anderen wederrechtelijk te bevoordelen.

De verdachte heeft tijdens het voorbereidend onderzoek en het onderzoek ter terechtzitting slechts ten dele openheid van zaken gegeven. In die gevallen waarin de verklaringen van een medeverdachte hem geen andere uitweg lieten dan te bekennen, heeft hij de hem verweten feiten toegegeven; in andere gevallen echter is hij – tegen beter weten in – blijven ontkennen. Maar ook in die gevallen waarin de verdachte heeft bekend, heeft de rechtbank moeten vaststellen dat hij de schuld en de aanleiding voor de door hem gepleegde misdrijven voornamelijk buiten zichzelf heeft gelegd. Dat standpunt heeft de rechtbank echter niet vermogen te overtuigen; integendeel: het was bij uitstek de verdachte die in de positie verkeerde om de te zijnen laste bewezenverklaarde feiten te kunnen plegen en hij heeft van die feiten ook bij uitstek geprofiteerd.

De rechtbank heeft kennis genomen van een adviesrapport van Reclassering Nederland over de verdachte van 30 januari 2018. Daarin adviseert de rapporteur een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met als bijzondere voorwaarde een meldplicht. De rechtbank zal dit advies opvolgen.

Gelet op dit alles, in het bijzonder de lange periode waarin de malversaties zich hebben voorgedaan, het structurele karakter daarvan, het misbruik van zijn positie als bestuursvoorzitter en de aanzienlijke bedragen waarmee de verdachte gefraudeerd heeft, kan naar het oordeel van de rechtbank op de bewezenverklaarde feiten slechts gereageerd worden met een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Zij acht de door de officier van justitie gevorderde straf in dat opzicht passend en geboden. Daarbij heeft de rechtbank

mede gelet op wat naar de gepubliceerde oriëntatiepunten in vergelijkbare gevallen pleegt

te worden opgelegd.

Dat de verdachte niet eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld – iets dat bij iemand in zijn positie niet minder dan vanzelfsprekend is –, en dat de verdachte zwaar is getroffen door de gevolgen van de door hem begane misdrijven, waaronder negatieve publiciteit met naam en toenaam in diverse media, kan daar niet aan afdoen. Ook de omstandigheden dat hij zijn baan is kwijtgeraakt en thans geen betaald werk meer heeft en hij zich persoonlijk in een precaire situatie bevindt, maken dit oordeel niet anders.

Wel houdt de rechtbank in strafmatigende zin rekening met de omstandigheid dat de redelijke termijn van berechting als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden is geschonden. Op 20 augustus 2014 is de woning van de verdachte doorzocht; daarmee heeft de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn een aanvang genomen (zie het arrest van de Hoge Raad van 3 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU8744). Uitgangspunt is dat de berechting in eerste aanleg binnen twee jaar na de aanvang van die termijn behoort te zijn afgesloten met een eindvonnis. Weliswaar gaat het in deze zaak om een omvangrijk voorbereidend onderzoek, waarin bovendien op verzoek van de verdediging een aanzienlijk aantal getuigen is gehoord, maar die omstandigheden zijn naar het oordeel van de rechtbank niet dusdanig bijzonder dat het tijdsverloop daarmee te billijken zou zijn. De rechtbank constateert daarom dat in de onderhavige zaak sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn met tweeëneenhalf jaar. Dit moet leiden tot strafvermindering, in die zin dat de rechtbank in plaats van de overwogen gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden waarvan 14 maanden voorwaardelijk zal opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk.

9 Vordering van de benadeelde partij

Namens [naam scholengemeenschap] is een vordering tot schadevergoeding van € 1.225.316,84 ingediend tegen de verdachte wegens materiële schade die als gevolg van de tenlastegelegde feiten zou zijn geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.


De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu de vordering reeds is toegewezen bij onherroepelijk vonnis van de civiele rechter.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 47, 57, 225, 326, 328ter en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.

11 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

12 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 primair, 5 primair A en B en 6 tenlastegelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 12 (twaalf) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 jaren, na te melden voorwaarden overtreedt;

stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

  • -

    zich vóór het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit;

  • -

    ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

  • -

    medewerking zal verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich binnen vijf werkdagen volgend op dit vonnis zal melden bij Reclassering Nederland, gelegen aan de Rosariumstraat 41 te Apeldoorn, zo lang en frequent als voornoemde instelling dit nodig acht.

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E. Rabbie, voorzitter,

mr. J.J. van den Berg en mr. R.H. Kroon, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D. Ince, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 februari 2018.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 30 juni 2012 (telkens) te Rotterdam en/of Apeldoorn en/of Kampen en/of Zwolle, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen,

(telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en/of door een

samenweefsel van verdichtsels,

Stichting voor Interconfessioneel en Algemeen Bijzonder Voortgezet Onderwijs (hierna: [naam scholengemeenschap] ) heeft bewogen tot de afgifte van een goed, te weten een of meer geldbedrag(en) ter hoogte van (in totaal) (ongeveer) 249.285 euro (AH-040), in elk geval een of meer geldbedrag(en),

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) met vorenomschreven oogmerk,

(telkens) opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven -:

- uit hoofde van zijn, verdachtes, functie als voorzitter van het College van Bestuur van het [naam scholengemeenschap] , een of meer (fictieve) opdracht(en) gegund aan [naam medeverdachte 2] en/of [naam bedrijf 4] , en/of

- ( vervolgens) (telkens) op (een) factu(u)r(en) (genoemd in D-144) op naam van [naam bedrijf 4] vermeld en/of doen vermelden en/of laten vermelden dat door [naam bedrijf 4] werkzaamheden en/of diensten zijn verricht ten behoeve van/voor [naam scholengemeenschap] , zulks terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of diensten niet waren verricht, althans niet de werkzaamheden en/of diensten waren verricht zoals vermeld op die factu(u)r(en), en/of

- ( vervolgens) (telkens) deze factu(u)r(en) (genoemd in D-144) namens [naam bedrijf 4] doen en/of laten verstrekken en/of toekomen aan [naam scholengemeenschap] , teneinde het op de factu(u)r(en) vermelde bedrag (op een rekening van [naam bedrijf 4] ) te laten voldoen, en/of

- ( vervolgens) (telkens) in zijn, verdachtes, functie als voorzitter van het College van Bestuur van het [naam scholengemeenschap] , deze factu(u)r(en) (genoemd in D-144) geaccordeerd (ter fiat van betaling), althans opdracht gegeven deze factu(u)r(en) te (laten) betalen door/namens het [naam scholengemeenschap] , en/of

- ( vervolgens) (telkens) in zijn, verdachtes, functie als voorzitter van het College van Bestuur van het [naam scholengemeenschap] , [naam 2] , in diens functie als directeur Eenheid Zorg bij het [naam scholengemeenschap] , gevraagd en/of opdracht gegeven deze factu(u)r(en) (genoemd in D-144) te accorderen (ter fiat van betaling), althans opdracht gegeven deze factu(u)r(en) te (laten) betalen door/namens het [naam scholengemeenschap] , en/of

- ( telkens) tegenover [naam scholengemeenschap] verzwegen en/of verborgen gehouden en/of verhuld dat er met betrekking tot de (overeengekomen en/of gefactureerde) vergoeding(en) voor het verrichten van werkzaamheden en/of diensten ten behoeve van/voor [naam scholengemeenschap] door [naam bedrijf 4] , een (verborgen of verzwegen) vergoeding en/of betaling aan hem, verdachte, en/of zijn bedrij(f)(ven) was inbegrepen en/of overeengekomen,

waardoor het [naam scholengemeenschap] (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte.

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 1 januari 2007 tot en met 30 juni 2012 (telkens) te Rotterdam en/of Apeldoorn en/of Kampen en/of Zwolle, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) opzettelijk een of meer geldbedrag(en) ter hoogte van (ongeveer) (in totaal) 249.285 euro, althans enig(e) geldbedrag(en), dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan Stichting voor Interconfessioneel en Algemeen Bijzonder Voortgezet Onderwijs (hierna: [naam scholengemeenschap] ), in elk geval aan een ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

en welk(e) geldbedrag(en) hij, verdachte, uit hoofde van zijn, verdachtes, persoonlijke dienstbetrekking van voorzitter van het College van Bestuur van het [naam scholengemeenschap] , in elk geval anders dan door misdrijf, onder zich had, (telkens) wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 30 juni 2012 (telkens) te Rotterdam en/of Apeldoorn en/of Kampen en/of Zwolle, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(een) factu(u)r(en) (telkens) op naam van [naam bedrijf 4] gericht aan [naam scholengemeenschap] Onderwijs (hierna: [naam scholengemeenschap] ), waaronder:

1. een factuur met factuurnummer [nummer 1] d.d. 9 mei 2007 (D-248) en/of

2. een factuur met factuurnummer [nummer 2] d.d. 7 april 2009 (D-264) en/of

3. een factuur met factuurnummer [nummer 3] d.d. 15 juni 2010 (D-278) en/of

4. een factuur met factuurnummer [nummer 4] d.d. 26 augustus 2010 (D-280) en/of

(een) factu(u)r(en) (telkens) op naam van [naam bedrijf 2] gericht aan [naam bedrijf 4] , waaronder:

1. een factuur met factuurnummer [nummer 5] d.d. 18 mei 2007 (D-249) en/of

2. een factuur met factuurnummer [nummer 6] d.d. 15 april 2009 (D-265) en/of

3. een factuur met factuurnummer [nummer 7] d.d. 30 juni 2010 (D-279) en/of

4. een factuur met factuurnummer [nummer 8] d.d. 26 augustus 2010 (D-281)

zijnde (telkens) een geschrift bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst en/of valselijk heeft doen opmaken en/of heeft doen vervalsen, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

(telkens) valselijk en in strijd met de waarheid op genoemde factu(u)r(en)

(onder meer) -zakelijk weergegeven-:

- vermeld en/of doen en/of laten vermelden en/of doen voorkomen dat [naam bedrijf 2] werkzaamheden en/of diensten heeft verricht ten behoeve van/voor [naam bedrijf 4] ,

(terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of diensten niet zijn verricht, althans niet de werkzaamheden en/of diensten zijn verricht zoals omschreven op deze factu(u)r(en)), en/of

-(een) factuurbedrag(en) vermeld en/of doen en/of laten vermelden dat/die in werkelijkheid geen, althans niet volledig, betrekking heeft/hebben op de in die factu(u)r(en) vermelde werkzaamheden en/of diensten,

zulks met het oogmerk om dit/deze geschrift(en) (telkens) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken.

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[naam bedrijf 2] op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 30 juni 2012 (telkens) te Rotterdam en/of Apeldoorn en/of Kampen en/of Zwolle, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(een) factu(u)r(en) (telkens) op naam van [naam bedrijf 4] gericht aan [naam scholengemeenschap] Onderwijs (hierna: [naam scholengemeenschap] ), waaronder:

1. een factuur met factuurnummer [nummer 1] d.d. 9 mei 2007 (D-248) en/of

2. een factuur met factuurnummer [nummer 2] d.d. 7 april 2009 (D-264) en/of

3. een factuur met factuurnummer [nummer 3] d.d. 15 juni 2010 (D-278) en/of

4. een factuur met factuurnummer [nummer 4] d.d. 26 augustus 2010 (D-280) en/of

(een) factu(u)r(en) (telkens) op naam van [naam bedrijf 2] gericht aan [naam bedrijf 4] , waaronder:

1. een factuur met factuurnummer [nummer 5] d.d. 18 mei 2007 (D-249) en/of

2. een factuur met factuurnummer [nummer 6] d.d. 15 april 2009 (D-265) en/of

3. een factuur met factuurnummer [nummer 7] d.d. 30 juni 2010 (D-279) en/of

4. een factuur met factuurnummer [nummer 8] d.d. 26 augustus 2010 (D-281)

zijnde (telkens) een geschrift bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst en/of valselijk heeft doen opmaken en/of heeft doen vervalsen, immers heeft/hebben [naam bedrijf 2] en/of haar mededader(s) (telkens) valselijk en in strijd met de waarheid op genoemde factu(u)r(en)

(onder meer) -zakelijk weergegeven-:

- vermeld en/of doen en/of laten vermelden en/of doen voorkomen dat [naam bedrijf 2] werkzaamheden en/of diensten heeft verricht ten behoeve van/voor [naam bedrijf 4] ,

(terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of diensten niet zijn verricht/, althans niet de werkzaamheden en/of diensten zijn verricht/zoals omschreven op deze factu(u)r(en)), en/of

-(een) factuurbedrag(en) vermeld en/of doen en/of laten vermelden dat/die in werkelijkheid geen, althans niet volledig, betrekking heeft/hebben op de in die factu(u)r(en) vermelde werkzaamheden en/of diensten,

zulks met het oogmerk om dit/deze geschrift(en) (telkens) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken,

tot het plegen van welk bovenomschreven strafbare feit verdachte opdracht heeft gegeven dan wel aan welk bovenomschreven gedraging verdachte feitelijke leiding heeft gegeven.

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode vanaf 29 juli 2008 tot en met 31 juli 2012 (telkens) te Rotterdam en/of Apeldoorn en/of Almere, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal,

anders dan als ambtenaar, werkzaam zijnde (als voorzitter van het College van Bestuur) in dienstbetrekking bij en/of optredend als lasthebber van Stichting voor Interconfessioneel en Algemeen Bijzonder Voortgezet Onderwijs (hierna: [naam scholengemeenschap] ), naar aanleiding van hetgeen hij, verdachte, in zijn betrekking en/of bij de uitvoering van zijn last(en) heeft gedaan en/of nagelaten dan wel zal/zou doen en/of nalaten,

(telkens) een belofte, te weten de toezegging/instemming om een vast gedeelte/bedrag per gewerkt/te declareren uur bij [naam scholengemeenschap] , aan hem, verdachte en/of zijn bedrij(f)(ven) te betalen,

en/of een of meer gift(en), te weten een of meer geldbedrag(en) van in totaal 170.961,35 euro (AH-033), in elk geval enig(e) geldbedrag(en), van [naam medeverdachte 1] en/of [naam bedrijf 1] , heeft aangenomen , en dit aannemen in strijd met de goede trouw (telkens) heeft verzwegen tegenover zijn werkgever en/of lastgever.

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode vanaf 1 januari 2008 tot en met 31 juli 2012 (telkens) te Rotterdam en/of Apeldoorn en/of Almere, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal,

in zijn functie als ambtenaar, te weten als voorzitter van het College van Bestuur van Stichting voor Interconfessioneel en Algemeen Bijzonder Voortgezet Onderwijs (hierna: [naam scholengemeenschap] ), in elk geval enig ambtelijke functie, meermalen, althans eenmaal,

opzettelijk (telkens) een belofte, te weten de toezegging/instemming om een vast gedeelte/bedrag per gewerkt/te declareren uur bij [naam scholengemeenschap] , aan hem, verdachte en/of zijn bedrij(f)(ven) te betalen,

en/of een of meer gift(en), te weten een of meer geldbedrag(en) van in totaal 186.698,25 euro (AH-033), in elk geval enig(e) geldbedrag(en), heeft aangenomen van [naam medeverdachte 1] en/of [naam bedrijf 1] ,

wetende of redelijkerwijs vermoedende dat die/deze belofte en/of gift(en) hem, verdachte, werd(en) gedaan en/of verleend en/of werd(en) aangeboden:

a)teneinde hem te bewegen om, al dan niet in strijd met haar plicht in zijn bediening iets te doen, en/of

b)ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem, al dan niet in strijd met zijn plicht, in zijn huidige of vroegere bediening is gedaan,

te weten (telkens) het anders dan om zakelijke redenen begunstigen van die

[naam medeverdachte 1] en/of [naam bedrijf 1] en/of het geven van een voorkeursbehandeling aan die [naam medeverdachte 1] en/of [naam bedrijf 1] en/of het laten ontstaan en/of onderhouden van een zodanige relatie tussen hem, verdachte, en die [naam medeverdachte 1] en/of [naam bedrijf 1] dat hij, verdachte, tegenover die [naam medeverdachte 1] en/of [naam bedrijf 1] niet meer zo vrij en/of onbeïnvloed en/of onafhankelijk en/of objectief was/kon zijn bij het nemen van

beslissingen in relatie tot die [naam medeverdachte 1] en/of [naam bedrijf 1] als in het geval dat hij, verdachte, die giften niet had aangenomen.

4.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 1 maart 2008 tot en met 31 juli 2012, telkens) te Apeldoorn en/of Almere, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(een) factu(u)r(en) (telkens) op naam van [naam bedrijf 2] gericht aan [naam bedrijf 1] , waaronder:

1. een factuur d.d. 27 september 2008 (D-379) en/of

2. een factuur d.d. 22 januari 2009 (D-383) en/of

3. een factuur d.d. 29 januari 2010 (D-395) en/of

4. een factuur d.d. 31 januari 2011 (D-406) en/of

5. een factuur d.d. 9 april 2012 (D-419)

zijnde (telkens) een geschrift bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst en/of valselijk heeft doen opmaken en/of heeft doen vervalsen,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) valselijk en in strijd met de waarheid op/in die factu(u)r(en) (onder meer) -zakelijk weergegeven-:

- vermeld en/of doen en/of laten vermelden en/of doen voorkomen dat door [naam bedrijf 2] en/of door hem, verdachte, werkzaamheden en/of diensten (te weten: advieswerkzaamheden") zijn verricht ten behoeve van/voor [naam bedrijf 1] en/of [naam medeverdachte 1] ,(terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of diensten niet, althans niet in zijn geheel, door [naam bedrijf 2] en/of hem, verdachte, zijn verricht ten behoeve van/voor [naam bedrijf 1] en/of [naam medeverdachte 1] , althans niet de werkzaamheden en/of diensten zijn verricht zoals omschreven op deze factu(u)r(en)), en/of

- ( een) factuurbedrag(en) vermeld en/of doen en/of laten vermelden dat/die in werkelijkheid geen, althans niet volledig, betrekking heeft/hebben op de in die factu(u)r(en) vermelde werkzaamheden/diensten, en/of

zulks met het oogmerk om dit/deze geschrift(en) (telkens) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken.

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[naam bedrijf 2] op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 1 maart 2008 tot en met 31 juli 2012, (telkens) te Apeldoorn en/of Almere, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(een) factu(u)r(en) (telkens) op naam van [naam bedrijf 2] gericht aan [naam bedrijf 1] , waaronder:

1. een factuur d.d. 27 september 2008 (D-379) en/of

2. een factuur d.d. 22 januari 2009 (D-383) en/of

3. een factuur d.d. 29 januari 2010 (D-395) en/of

4. een factuur d.d. 31 januari 2011 (D-406) en/of

5. een factuur d.d. 9 april 2012 (D-419),

zijnde (telkens) een geschrift bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst en/of valselijk heeft doen opmaken en/of heeft doen vervalsen,

immers heeft/hebben [naam bedrijf 2] en/of haar mededader(s) (telkens) valselijk en in strijd met de waarheid op/in die factu(u)r(en) (onder meer) –zakelijk weergegeven-:

- vermeld en/of doen en/of laten vermelden dat door [naam bedrijf 2] en/of verdachte werkzaamheden en/of diensten (te weten: "advieswerkzaamheden") zijn verricht ten behoeve van/voor [naam bedrijf 1] en/of [naam medeverdachte 1] , (terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of diensten niet, althans niet in zijn geheel, door [naam bedrijf 2] en/of verdachte zijn verricht ten behoeve van/voor [naam bedrijf 1] en/of [naam medeverdachte 1] , althans niet de werkzaamheden en/of diensten zijn verricht zoals omschreven op deze

factu(u)r(en)), en/of

- ( een) factuurbedrag(en) vermeld en/of doen en/of laten vermelden dat/die in werkelijkheid geen, althans niet volledig, betrekking heeft/hebben op de in die factu(u)r(en) vermelde werkzaamheden en/of diensten, en/of

zulks met het oogmerk om dit/deze geschrift(en) (telkens) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken,

tot het plegen van welk bovenomschreven strafbare feit verdachte opdracht heeft gegeven, dan wel aan welk bovenomschreven gedraging verdachte feitelijke leiding heeft gegeven.

5.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 1 december 2007, (telkens) te Apeldoorn en/of Bilthoven en/of Gemeente De Bilt, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(een) factu(u)r(en) (telkens) op naam van [naam bedrijf 2] gericht aan [naam bedrijf 3] , te weten:

- een factuur met factuurnummer [nummer 9] d.d. 19 januari 2007 (D-338) en/of

- een factuur met factuurnummer [nummer 10] d.d. 1 augustus 2007 (D-341) en/of

- een factuur met factuurnummer [nummer 11] d.d.1 december 2007 (D-345)

en/of

(een) factu(u)r(en) (telkens) op naam van [naam bedrijf 3] gericht aan ' [naam gymnasium] ', te weten:

- een factuur met factuurnummer [nummer 14] d.d. 18 januari 2007 (D-541) en/of

- een factuur met factuurnummer [nummer 15] d.d. 13 juli 2007 (D-542),

zijnde (telkens) een geschrift bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen,

(telkens) valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst en/of valselijk heeft doen opmaken en/of heeft doen vervalsen, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) valselijk en in strijd met de waarheid (onder meer) -zakelijk weergegeven-:

- op/in de factu(u)r(en) [nummer 14] en/of [nummer 15] vermeld en/of doen en/of laten vermelden dat [naam bedrijf 3] en/of [naam 3] "conform afspraak zoals vastgelegd in offerte/contract [naam offerte/contract 1] d.d. 12 december 2006" een bedrag in rekening brengt/brengen bij [naam gymnasium] en/of

- op/in de factu(u)r(en) [nummer 9] en/of [nummer 10] en/of [nummer 11] vermeld en/of doen en/of laten vermelden dat hij, verdachte en/of [naam bedrijf 2] "conform afspraak" een bedrag in rekening brengt/brengen bij [naam bedrijf 3] ,

als ware er sprake van het verrichten van werkzaamheden en/of diensten in de periode januari 2007 tot en met december 2007 door hem, verdachte, ten behoeve van/voor [naam medeverdachte 1] en/of [naam gymnasium]

zoals vermeld in genoemde offerte, (terwijl in werkelijkheid geen sprake was van het verrichten van werkzaamheden en/of diensten door hem, verdachte, in de periode januari 2007 tot en met december 2007 ten behoeve van/voor [naam medeverdachte 1] en/of het [naam gymnasium] zoals vermeld in genoemde offerte, althans geen sprake was van het verrichten van werkzaamheden en/of diensten zoals vermeld op die factu(u)r(en)),

en/of als ware sprake van bemiddeling door [naam 3] en/of [naam bedrijf 3] tussen hem, verdachte, enerzijds en [naam medeverdachte 1] en/of [naam gymnasium] anderzijds, (terwijl in werkelijkheid geen sprake was van bemiddeling door [naam 3] en/of [naam bedrijf 3] )

zulks met het oogmerk om dit/deze geschrift(en) (telkens) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken.

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[naam bedrijf 2] op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 1 december 2007, (telkens) te Apeldoorn en/of Bilthoven en/of Gemeente De Bilt, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

(een) factu(u)r(en) (telkens) op naam van [naam bedrijf 2] gericht aan [naam bedrijf 3] , te weten:

- een factuur met factuurnummer [nummer 9] d.d. 19 januari 2007 (D-338) en/of

- een factuur met factuurnummer [nummer 10] d.d.1 augustus 2007 (D-341) en/of

- een factuur met factuurnummer [nummer 11] d.d.1 december 2007 (D-345)

en/of

(een) factu(u)r(en) (telkens) op naam van [naam bedrijf 3] gericht aan ' [naam gymnasium] ', te weten:

- een factuur met factuurnummer [nummer 12] d.d. 18 januari 2007 (D-541) en/of

- een factuur met factuurnummer [nummer 13] d.d. 13 juli 2007 (D-542),

zijnde (telkens) een geschrift bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst en/of valselijk heeft doen opmaken en/of heeft doen vervalsen, immers heeft/hebben [naam bedrijf 2] , en/of haar mededader(s) (telkens) valselijk en in strijd met de waarheid (onder meer) -zakelijk weergegeven-:

- op/in de factu(u)r(en) [nummer 12] en/of [nummer 13] vermeld en/of doen en/of laten vermelden dat [naam bedrijf 3] en/of [naam 3] "conform afspraak zoals vastgelegd in offerte/contract [naam offerte/contract 1] d.d. 12 december 2006" een bedrag in rekening brengt/brengen bij [naam gymnasium] en/of

- op/in de factu(u)r(en) [nummer 9] en/of [nummer 10] en/of [nummer 11] vermeld en/of doen en/of laten vermelden dat hij, verdachte en/of [naam bedrijf 2] "conform afspraak" een bedrag in rekening brengt/brengen bij [naam bedrijf 3] ,

als ware er sprake van het verrichten van werkzaamheden en/of diensten in de periode januari 2007 tot en met december 2007 door hem, verdachte, ten behoeve van/voor [naam medeverdachte 1] en/of [naam gymnasium] zoals vermeld in genoemde offerte, (terwijl in werkelijkheid geen sprake was van het verrichten van werkzaamheden en/of diensten door hem, verdachte, in de periode januari 2007 tot en met december 2007 ten behoeve van/voor [naam medeverdachte 1] en/of het [naam gymnasium] zoals vermeld in genoemde offerte, althans geen sprake was van het verrichten van werkzaamheden en/of diensten zoals vermeld op die factu(u)r(en)),

en/of als ware sprake van bemiddeling door [naam 3] en/of [naam bedrijf 3] tussen hem, verdachte, enerzijds en [naam medeverdachte 1] en/of [naam gymnasium] anderzijds, (terwijl in werkelijkheid geen sprake was van bemiddeling door [naam 3] en/of [naam bedrijf 3] )

zulks met het oogmerk om dit/deze geschrift(en) (telkens) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken.

tot het plegen van welk bovenomschreven strafbare feit verdachte opdracht heeft gegeven, dan wel aan welk bovenomschreven gedraging verdachte feitelijke leiding heeft gegeven.

6.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 3 december 2014 (telkens) te Rotterdam en/of Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

(telkens) (een) voorwerp(en), te weten een of meerdere geldbedrag(en) van (ongeveer)(in totaal)

A. 249.285 euro, althans 199.155 euro, althans enig(e) geldbedrag(en) (feit 1 en/of feit 2)(AH-040, p.5)

B. 186.698,35 euro, althans enig(e) geldbedrag(en) (feit 3 en/of feit 4)(AH-033, p.4)

C. 9.000 euro, althans 5.355 euro en/of 2.677,50 euro en/of 2.677,50 euro, althans enig(e) geldbedrag(en) (feit 5)(AH-076, p.3)

heeft overgedragen en/of omgezet en/of (telkens) van dit/die voorwerp(en) gebruik heeft gemaakt, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dit/deze geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) van het plegen van voornoemd misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.

1 Zie pagina’s 212 en 213 van het procesdossier.

2 Zie pagina 882 e/v van het procesdossier.

3 Tijdens zijn eerste verhoor op 3 december 2014, p. 746 e.v.

4 Tijdens zijn tweede verhoor op 4 december 2014, p. 758 e.v.