Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:1418

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
22-02-2018
Datum publicatie
10-03-2018
Zaaknummer
6605967 VV EXPL 18-5
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Kort geding. Belang werknemer bij 'schorsing' concurrentiebeding. Schorsing heeft in beginsel geen rechtsgevolgen. Belang bestaat slechts in het verkrijgen van een voorlopig oordeel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 6605967 VV EXPL 18-5

uitspraak: 22 februari 2018

vonnis in kort geding van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,

in de zaak van:

[eiser],

wonende te [plaatsnaam],

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

gemachtigde: mr. T.A. Opbroek-Booij,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Flexcraft SSC B.V.,

gevestigd te Gorinchem,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

gemachtigde: mr. D.A.C. Schreuder en mr. H.C.M. de Kort.

Partijen worden hierna aangeduid als ‘[eiser]’ en ‘Flexcraft’.

1 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  1. de dagvaarding van 29 januari 2018, met producties;

  2. de akte van SSC met een eis in reconventie;

  3. de bij brief van 6 februari 2018 door Flexcraft overgelegde producties;

  4. de bij brief van 7 februari 2018 door [eiser] overgelegde producties;

  5. de pleitnota van de gemachtigde van [eiser];

  6. de pleitnota van de gemachtigde van Flexcraft.

De mondeling behandeling heeft plaatsgevonden op 8 februari 2018.

2 De vaststaande feiten

2.1

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet weersproken, staat het volgende tussen partijen vast.

2.2

Op 1 november 2001 is [eiser] in dienst getreden van Work Support Personeelsvoorziening B.V. [hierna: Work Support]. Laatstelijk verrichtte [eiser] de functie van ‘manager customer relations’.

2.3

In 2015 is Work Support overgenomen door Flexcraft Personeelsvoorziening B.V. dat op 1 januari 2017 weer is overgenomen door Flexcraft. In 2017 heeft [eiser] een nieuwe arbeidsovereenkomst gesloten met Flexcraft. In die overeenkomst staat – voor zover van belang – het volgende:

Artikel 1 : Geheimhoudingsplicht, concurrentiebeding, relatiebeding en nevenwerkzaamheden

1.1

De werknemer is zowel tijdens de arbeidsovereenkomst als daarna verplicht tot strikte geheimhouding jegens een ieder — waaronder dus ook (ex-)collega’s en relaties van werkgever — omtrent alle te zijner kennis gekomen bijzonderheden van bedrijfsaangelegenheden, zoals onder meer maar niet uitsluitend de klantenkring, de organisatie, de bedrijfsomstandigheden, de technieken, de middelen, werkmethodes, etc., waardoor de bedrijfsbelangen van werkgever, har medewerkers, haar (potentiële) opdrachtgevers of relaties van werkgever, kunnen worden geschaad op straffe van verbeurte aan werkgever van een direct zonder voorafgaande sommatie of ingebrekestelling opeisbare boete van € 10000 per overtreding en van € 250 voor iedere dag dat de verboden toestand voortduurt. In plaats van voormelde boete is werkgever gerechtigd schadevergoeding van werknemer te vorderen. Alle informatie die de werknemer ter kennis komt, zal door hem uitsluitend worden aangewend ten behoeve van de uitoefening van zijn functie.

Het is de werknemer evenmin toegestaan om zonder toestemming van de werkgever documenten, correspondentie (of kopieën daarvan) of computerbestanden die aan de werkgever toebehoren, in zijn bezit te hebben of te houden, noch is het de werknemer toegestaan om dergelijke informatie c.q. bestanden te kopiëren en/of over te brengen naar de eigen privéomgeving.

Als relatie in de zin van dit artikel heeft te gelden een ieder die op het moment van beëindiging van de arbeidsovereenkomst of op enig moment in een daarin voorafgaande periode van vijf jaren in de boekhouding van de werkgever en/of een aan haar gelieerde onderneming c.q. vennootschap (Flexcraft Groep) voorkomt.

De werknemer verklaart dat overtreding van het vorenstaande heeft te gelden als een dringende reden voor ontslag op staande voet.

1.2

Het is de werknemer verboden om zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de werkgever, gedurende en periode van twaalf maanden na beëindiging van de arbeidsovereenkomst in Nederland in enigerlei vorm een zaak, gelijk, gelijksoortig of aanverwant aan die van werkgever en/of aan haar gelieerde vennootschappen c.q. ondernemingen (Flexcraft Groep) te vestigen, te drijven, mede te drijven of te doen drijven, hetzij direct, hetzij indirect, alsook financieel in welke vorm dan ook bij een dergelijke zaak belang te hebben, daarin of daarvoor op enigerlei wijze werkzaam te zijn, al dan niet in dienstbetrekking, hetzij tegen vergoeding, hetzij om niet, of daarin enig aandeel te hebben, zulks op straffe van verbeurte aan werkgever van een direct zonder voorafgaande sommatie of ingebrekestelling opeisbare boete van € 10000 per overtreding en van € 250 voor iedere dag dat de verboden toestand voortduurt. De boete zal verschuldigd zijn door het enkel feit van de overtreding en laat onverlet het recht van de werkgever om nakoming van de betreffende bepaling(en) te verlangen en/of schadevergoeding te vorderen.

1.3

Het is werknemer gedurende een periode van twaalf maanden na beëindiging van de arbeidsovereenkomst verboden om direct of indirect, zelfstandig of in loondienst of in samenwerking met anderen, al dan niet om niet werkzaamheden te verrichten voor of ten behoeve van en/of te adviseren bij of aan, en/of in contact te treden, direct of indirect, actief of passief, met relaties van werkgever of daaraan gelieerde vennootschappen c.q. ondernemingen (Flexcraft Groep), zulks op straffe van verbeurte aan werkgever van een direct zonder voorafgaande sommatie of ingebrekestelling opeisbare boete van € 10000 per overtreding en van € 250 voor iedere dag dat de verboden toestand voortduurt. De boete zal verschuldigd zijn door het enkele feit van de overtreding en laat onverlet het recht van de werkgever om nakoming van de betreffende bepaling(en) te verlangen en/of schadevergoeding te vorderen.

1.4

De werknemer mag gedurende het bestaan van de arbeidsovereenkomst met werkgever zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van werkgever geen arbeid voor derden verrichten tegen betaling of om niet, noch rechtstreeks of onmiddellijk zaken doen voor eigen rekening of als agent voor derden optreden, zulks op straffe van verbeurte aan werkgever van een direct zonder voorafgaande sommatie of ingebrekestelling opeisbare boete van € 10000 per overtreding en van € 250 voor iedere dag dat de verboden toestand voortduurt. In plaats van voormelde boete is werkgever gerechtigd schadevergoeding van werknemer te vorderen.

De werknemer verklaart dat overtreding van het vorenstaande heeft te gelden als een dringende reden voor ontslag op staande voet”.

2.4

Op 29 december 2017 heeft [eiser] aan Flexcraft gemeld dat hij benaderd was door Multimax B.V. Op 15 januari 2018 heeft [eiser] de arbeidsovereenkomst opgezegd per 1 maart 2018.

3 Het geschil

3.1

[eiser] vordert dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, bij wijze van voorlopige voorziening:

primair:

  1. het tussen partijen overeengekomen concurrentiebeding geheel wordt geschorst;

  2. het tussen partijen overeengekomen relatiebeding geheel wordt geschorst;

subsidiair:

het tussen partijen overeengekomen concurrentiebeding (gedeeltelijk) wordt geschorst in die zin dat het [eiser] is toegestaan om bij Multimax werkzaam te zijn;

het tussen partijen overeengekomen relatiebeding (gedeeltelijk) wordt geschorst zodat dit relatiebeding alleen komt te gelden voor de relaties van Flexcraft aan wie in de laatste twee jaar voorafgaand aan het einde van de arbeidsovereenkomst een offerte is uitgebracht;

meer subsidiair:

voor het geval het concurrentiebeding en relatiebeding niet geheel of gedeeltelijk worden geschorst, wordt bepaald dat Flexcraft gehouden is aan [eiser] voor de duur van het concurrentiebeding en het relatiebeding maandelijks een vergoeding te voldoen van € 6.500,00 bruto teneinde in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien;

uiterst subsidiair:

een andere voorlopig voorziening wordt getroffen die de voorzieningenrechter passend vindt;

in alle gevallen:

Flexcraft wordt veroordeeld in de proceskosten.

3.2

[eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat het concurrentiebeding en het relatiebeding niet geldig zijn, omdat [eiser] door de bedingen onbillijk wordt benadeeld. [eiser] heeft het niet meer naar zijn zin bij Flexcraft. Sinds de overname door Flexcraft is de functie van [eiser] veel beperkter geworden, de sales taken van [eiser] zijn op de voorgrond gekomen terwijl zijn operationele taken zijn komen te vervallen. Ook is de reistijd van [eiser] toegenomen, hij moet nu twee uur per dag reizen. Indien [eiser] bij Multimax in dienst kan treden, zou dit een aanzienlijke verbetering voor hem opleveren. De reistijd is aanzienlijk minder en [eiser] kan aandeelhouder worden bij Multimax. [eiser] wijst er ten slotte op dat zijn dienstverband bij Flexcraft slechts veertien maanden heeft geduurd en dat Flexcraft niet in hem heeft geïnvesteerd.

3.3

Flexcraft heeft verweer gevoerd. Daarop zal – voor zover van belang – hierna worden ingegaan. In reconventie vordert Flexcraft dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, bij wijze van voorlopige voorziening:

  1. [eiser] wordt veroordeeld tot naleving van het concurrentiebeding op straffe van verbeurte van een dwangsom ter hoogte van € 10.000,00 per overtreding en van € 1.000,00 per dag zolang de overtreding voortduurt;

  2. [eiser] wordt veroordeeld tot naleving van het relatiebeding op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,00 per overtreding en van € 1.000,00 per dag zolang de overtreding voortduurt;

  3. [eiser] wordt veroordeeld tot naleving van het geheimhoudingsbeding op straffen van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,00 per overtreding en van € 1.000,00 per dag zolang de overtreding voortduurt;

  4. [eiser] wordt veroordeeld in de proceskosten waaronder een bedrag aan nakosten te vermeerderen met de wettelijke rente.

4 De beoordeling

4.1

Bij een vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening als de onderhavige dient te worden beoordeeld of [eiser] een zodanig spoedeisend belang heeft dat van hem niet mag worden verwacht dat hij de uitkomst een bodemprocedure afwacht. Bij die beoordeling dienen in ieder geval te worden betrokken hoe aannemelijk het is dat de vordering van [eiser] in een bodemprocedure toegewezen zal worden, het belang van [eiser] bij het treffen van de voorziening en de gevolgen voor Flexcraft bij het ten onrechte treffen van een voorziening.

4.2

Vooropgesteld wordt het volgende. [eiser] vordert in conventie dat de bedingen worden geschorst. Toewijzing van een dergelijke vordering heeft in beginsel geen rechtsgevolgen. Wanneer een van partijen een bodemprocedure aanhangig maakt, is de bodemrechter immers niet aan het oordeel van de kortgedingrechter gebonden. In het geval de bodemrechter, na schorsing van het concurrentiebeding door de kortgedingrechter, de vordering van de werknemer alsnog afwijst, heeft dat tot gevolg dat de werknemer (met terugwerkende kracht) eventuele overeengekomen boetes verschuldigd is. Daar staat tegenover dat de werkgever verbeurde boetes in beginsel niet zal kunnen incasseren zonder daarvoor eerst een procedure te starten. Het belang van [eiser] kan dan ook slechts daarin bestaan dat hij een voorlopig oordeel krijgt op grond waarvan hij zijn positie beter kan inschatten. Een en ander geldt ook voor Flexcraft, die in dit geval geen verweer heeft gevoerd tegen de gekozen procedure. Dit in ogenschouw genomen moet worden geoordeeld dat [eiser] (net als Flexcraft) een voldoende spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorzieningen.

4.3

Partijen zijn in 2017 een nieuwe arbeidsovereenkomst aangegaan. Op het daarin opgenomen concurrentiebeding en relatiebeding is artikel 7:653 BW van toepassing zoals dat geldt sinds 1 juli 2015. Op grond van het derde lid van dat artikel kan de rechter een beding waarbij de werknemer wordt beperkt in zijn bevoegdheid om na einde van de overeenkomst op zekere wijze werkzaam te zijn, geheel of gedeeltelijk vernietigen, indien in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever, de werknemer door het beding onbillijk wordt benadeeld. Voor zover geen vernietiging plaatsvindt, kan de rechter op grond van het vijfde lid bepalen dat de werkgever voor de duur van de beperking aan de werknemer een vergoeding moet betalen, indien het beding de werknemer in belangrijke mate belemmert om anders dan in dienst van de werkgever werkzaam te zijn.

4.4

Bij de belangenafweging zoals hiervoor bedoeld, blijft uitgangspunt dat partijen gehouden zijn de door hen gemaakte afspraken na te komen. Voor vernietiging is dan ook niet voldoende dat de werknemer een groter belang heeft bij vernietiging van het beding dan de werkgever heeft bij het in stand houden ervan. Voor vernietiging is slechts dan aanleiding indien het belang van de werknemer zodanig zwaarder weegt dat hij door het in stand houden van het beding onbillijk wordt benadeeld.

4.5

Niet in geschil is dat het de eigen keuze van [eiser] is geweest om zijn arbeidsovereenkomst op te zeggen, terwijl hij veertien maanden voor de opzegging de bedingen zonder bezwaar opnieuw heeft ondertekend. Flexcraft stelt zich daarbij terecht op het standpunt dat voor de duur van het dienstverband ook moet worden uitgegaan van de periode dat [eiser] in dienst was van Work Support. Hij verrichtte daar immers een soortgelijke functie en het dienstverband van [eiser] is vanwege de overname van rechtswege overgegaan op Flexcraft.

4.6

Flexcraft heeft niet weersproken dat [eiser] bij Multimax minder reistijd zou hebben en daar aandeelhouder kan worden. In zoverre is sprake van een positieverbetering. De verbetering van positie is echter gering, temeer nu Flexcraft ter zitting onweersproken heeft gesteld dat [eiser] gemiddeld slechts twee dagen per week op kantoor werkt en daarvoor bovendien een ruime vergoeding krijgt. Flexcraft heeft eveneens onweersproken gesteld dat [eiser] niet eerder (in ieder geval niet eerder dan 14 december 2017) heeft medegedeeld dat hij ontevreden was over zijn takenpakket. Flexcraft heeft hiermee daarom geen rekening kunnen houden en zij heeft niet de mogelijkheid gekregen een oplossing te zoeken.

4.7

Flexcraft heeft er op haar beurt op gewezen dat zij vanwege de functie van [eiser] belang heeft bij het concurrentiebeding. [eiser] heeft in dat verband niet weersproken dat hij vanuit zijn functie op de hoogte is van gevoelige bedrijfsgegevens. In het midden kan verder blijven of [eiser] lid was van het managementteam. Dat is immers niet van doorslaggevend belang. Flexcraft heeft verder aangevoerd dat zij heeft geïnvesteerd in het netwerk van [eiser], onder meer door middel van een lidmaatschap van The Dutch voor een bedrag van € 10.890,00 per jaar, welke vergoeding door Flexcraft werd betaald. Flexcraft heeft gelet op deze omstandigheden een gerechtvaardigd belang bij de bedingen.

4.8

[eiser] heeft er ten slotte op gewezen dat hij vanwege de ruime formulering van de bedingen ernstig in zijn belangen wordt geschaad. Volgens [eiser] is het beding zo ruim dat hij vrijwel nergens meer in dienst zou kunnen treden. Dat standpunt wordt niet gevolgd. De bedingen moeten worden uitgelegd aan de hand van hetgeen partijen over en weer redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. [eiser] hoefde er in beginsel geen rekening mee te houden dat het hem niet zou worden toegestaan om werkzaamheden te verrichten voor een relatie van Flexcraft die geen verband houden met het werven van werknemers. Flexcraft heeft er in beginsel slechts belang bij dat [eiser] niet voor relaties werkzaamheden zal verrichten met betrekking tot ‘personeelsvoorziening’. Indien de bedingen wel moeten worden uitgelegd als door [eiser] bepleit, is aannemelijk dat de bodemrechter deze gedeeltelijk zal vernietigen. Inzet van de onderhavige procedure is echter dat [eiser] wordt toegestaan om in dienst te treden van Multimax. Multimax moet worden aangemerkt als een directe concurrent van Flexcraft. Flexcraft heeft er dan ook belang bij dat [eiser] geen relaties benadert voor Multimax.

4.9

Het belang van Flexcraft bij het in stand houden van de bedingen weegt - gelet op het vorenstaande – zwaarder dan het belang van [eiser] bij vernietiging ervan. Het is daarom niet aannemelijk dat de rechter in de bodemprocedure de bedingen zal vernietigen. Evenmin is aannemelijk dat de rechter aan [eiser] een vergoeding zal toekennen. In conventie zullen de gevraagde voorzieningen dan ook worden geweigerd.

4.10

Flexcraft heeft bij de in reconventie gevraagde voorzieningen slechts belang bij de gevorderde dwangsommen. Partijen zijn immers ook zonder veroordeling gehouden de door hen gemaakte afspraken na te komen en in dit geval hebben partijen zelf reeds gevolgen verbonden aan overtreding van de bedingen in de vorm van een boete. Het vaststellen van een daarnaast te verbeuren dwangsom zou ingrijpende gevolgen hebben. Anders dan in het geval van schorsing van een concurrentiebeding, blijven dwangsommen die op grond van een kortgedingvonnis zijn verbeurd immers in stand, ook wanneer de bodemrechter tot een ander oordeel komt dan de kortgedingrechter. In dit geval is niet aannemelijk dat [eiser] ondanks dit vonnis gedurende de looptijd van de bedingen in dienst zal treden bij Multimax. Hij heeft er immers zelf voor gekozen de zaak eerst voor te leggen aan de rechter. Flexcraft heeft daarom onvoldoende belang bij de door haar gevorderde dwangsom. Ook de in reconventie gevraagde voorzieningen zullen worden geweigerd.

4.11

[eiser] zal in conventie als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Flexcraft zal in reconventie als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. In reconventie zullen de kosten van [eiser] echter worden gesteld op nihil. De vordering in reconventie heeft een zodanige samenhang met de vordering in conventie, dat [eiser] hierdoor geen extra kosten heeft moeten maken.

5 De beslissing

De kantonrechter:

treft de volgende voorlopige voorzieningen:

in conventie:

weigert de gevraagde voorzieningen;

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Flexcraft vastgesteld op € 400,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in reconventie:

weigert de gevraagde voorzieningen;

veroordeelt Flexcraft in de proceskosten tot op heden aan de zijde van [eiser] vastgesteld op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.R. Roukema en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

371