Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2018:1252

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
09-02-2018
Datum publicatie
20-02-2018
Zaaknummer
10/741400-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Feit 1: woninginbraak samen met een ander, waarbij zij zich de toegang tot het huis hebben verschaf door middel van braak. Feit 2: diefstal van een Tomos bromfiets. Feit 3: diefstal van een OV-chipkaart. De verdachte wordt een gevangenisstraf voor de duur van 108 dagen waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en bijzondere voorwaarden opgelegd. Daarnaast wordt een taakstraf van 240 uren, te vervangen door 120 dagen hechtenis opgelegd. De verdachte bekent de feiten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/741400-17

Datum uitspraak: 9 februari 2018

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

verblijvende op datzelfde adres,

raadsvrouw mr. S. Hooijman, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 26 januari 2018.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. P. Wijnands heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 1 maand voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarden een meldplicht, ambulante behandeling, contactverbod met [naam slachtoffer 1] en een middelenverbod.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1,2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij op 31 augustus 2017 te Vlaardingen tezamen en in vereniging met een ander,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning (gelegen

aan de [adres delict] ) heeft weggenomen een PlayStation en

PlayStation controllers en spellen en een laptop en een televisie

en kledingstukken, toebehorende aan [naam slachtoffer 2] , waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

2.

hij in de periode van 29 september 2017 tot en met 4 oktober 2017 te Vlaardingen

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een bromfiets (merk Tomos), toebehorende aan [naam slachtoffer 3] ;

3.

hij op 01 oktober 2017 te Maassluis met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een OV chipkaart, toebehorende aan [naam slachtoffer 4] .

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

2

diefstal

3

diefstal

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straffen

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte worden opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een woninginbraak en tweemaal een diefstal. Hij heeft bij het plegen van deze feiten enkel aan zichzelf en zijn persoonlijk gewin gedacht en niet aan de gevolgen voor een ander. Daarbij neemt de rechtbank het de verdachte kwalijk dat twee van deze feiten gepleegd zijn bij bekenden van de verdachte in de woning waardoor dit een nog groter gevoel van onveiligheid bij hen veroorzaakt kan hebben.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 11 januari 2018, waaruit blijkt dat de verdachte in de afgelopen zes jaar niet is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportages

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 17 januari 2018. Dit rapport houdt het volgende in.

Ten aanzien van vermogensdelicten kan gesproken worden van een delictpatroon. Gerelateerd aan de onderhavige verdenking ziet de reclassering het middelenmisbruik, de beïnvloedbaarheid van de verdachte en zijn sociaal netwerk. Als beschermende factor ziet de reclassering het gezin van de verdachte en zijn behandelbereidheid. Hij zal echter zelf moeten laten zien dat hij de motivatie die hij uit vast kan houden. Hij staat op dit moment onder toezicht van de reclassering in het kader van de schorsing van zijn voorlopige hechtenis. De verdachte houdt zich aan de afspraken en vanuit de reclassering worden mogelijkheden gezien om het toezicht voort te zetten en te werken aan een gedragsverandering. Een ambulante behandeling gericht op het vergroten van handelingsvaardigheden en weerbaarheid lijkt geïndiceerd. Binnen de behandeling kan aandacht zijn voor het misbruik van middelen.

De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met de bijzondere voorwaarden:

1. Meldplicht. De verdachte meldt zich bij de reclassering en blijft zich melden, zo vaak en zo lang de reclassering dat nodig vindt.

2. Ambulante behandeling. De verdachte laat zich behandelen door Fivoor of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering dit nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling.

3. Contactverbod. De verdachte heeft of zoekt op geen enkele wijze contact met [naam slachtoffer 1] , zolang het Openbaar Ministerie dit nodig vindt.

De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd.

Nu de reclassering begeleiding en bijzondere voorwaarden noodzakelijk acht, zal de rechtbank een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Gezien de ernst van de feiten legt de rechtbank de verdachte tevens een taakstraf op.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen passend en geboden.

De rechtbank benadrukt, in de lijn van de schorsingsbeslissing van de raadkamer, dat verdachte dit vonnis toch echt als allerlaatste kans moet beschouwen.

8 Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

Als benadeelde partij hebben zich in het geding gevoegd:

- [naam benadeelde 1] ter zake van het onder 2 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 450,00 aan materiële schade.

- [naam benadeelde 2] ter zake van het onder 3 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 9,20 aan materiële schade en € 192,92 aan immateriële schade.

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie vordert een gehele toewijzing van de beide vorderingen, vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van de maatregel tot schadevergoeding.

8.2.

Standpunt verdediging

De raadsvrouw verzoekt de vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde 1] te matigen, omdat het gevorderde bedrag hoger zou zijn dan de dagwaarde van de brommer.

De raadsvrouw verzoekt de vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde 2] ten aanzien van het immateriële deel af te wijzen vanwege het ontbreken van een causaal verband en voldoende onderbouwing.

8.3.

Beoordeling

[naam benadeelde 1]

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het onder 2 bewezen verklaarde strafbare feit, rechtstreeks materiële schade is toegebracht en de gevorderde schadevergoeding de rechtbank ook overigens niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt en deze door de verdediging onvoldoende is betwist, zal de vordering worden toegewezen.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 29 september 2017.

[naam benadeelde 2]

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het onder 3 bewezen verklaarde strafbare feit, rechtstreeks materiële schade is toegebracht en de gevorderde schadevergoeding de rechtbank ook overigens niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal dit deel van de vordering worden toegewezen.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 1 oktober 2017.

De benadeelde partij zal in de vordering van de immateriële schade niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat niet voldoende is komen vast te staan dat de schade waarvan vergoeding wordt gevorderd rechtstreeks verband houdt met het bewezen verklaarde feit.

8.4.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij [naam benadeelde 1] een schadevergoeding betalen van € 450,00, vermeerderd met de wettelijke rente als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

De verdachte moet de benadeelde partij [naam benadeelde 2] een schadevergoeding betalen van € 9,20, vermeerderd met de wettelijke rente als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 108 dagen;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 90 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 jaar, na te melden voorwaarden overtreedt;

stelt als algemene voorwaarden:

  • -

    de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

  • -

    de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

  • -

    de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

stelt als bijzondere voorwaarden:

1. Meldplicht. De verdachte meldt zich bij de reclassering en blijft zich melden, zo vaak en zo lang de reclassering dat nodig vindt.

2. Ambulante behandeling. De verdachte laat zich behandelen door Fivoor of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering dit nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling.

3. Contactverbod. De verdachte heeft of zoekt op geen enkele wijze contact met [naam slachtoffer 1] , zolang het Openbaar Ministerie dit nodig vindt.

geeft aan de reclassering opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;


veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst;

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 1] te betalen een bedrag van € 450,00 (zegge vierhonderdvijftig euro), bestaande uit € 450,00 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 29 september 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 2] te betalen een bedrag van € 9,20 (negen euro en twintig eurocent), bestaande uit €9,20 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 1 oktober 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering van immateriële schade en bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 1] te betalen € 450,00 (hoofdsom, zegge: vierhonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 september 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 450,00 vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 9 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 2] te betalen € 9,20 (hoofdsom, zegge: negen euro en twintig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 9,20 vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 1 dag; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. K. Bakker, voorzitter,

en mr. G.A.F.M. Wouters en mr. W.H.J. Stemker Köster, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. drs. M.R. Moraal, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 31 augustus 2017 te Vlaardingen

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen

aan de [adres delict] ) heeft weggenomen een PlayStation en/of één of meer

PlayStation controllers en/of spellen en/of een laptop en/of een televisie

en/of één of meer kleding stukken en/of gereedschappen en/of DVD's , in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 2] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn

mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijf heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

2.

hij in of omstreeks de periode van 29 september 2017 tot en met 4 oktober 2017

te Vlaardingen

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een bromfiets (merk Tomos), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [naam slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte;

3.

hij op of omstreeks 01 oktober 2017 te Maassluis

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een OV chipkaart, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[naam slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.